Menu

None

Wat vertellen De kronieken van Narnia ons over God?

Wouter Hofland bespreekt De kronieken van Narnia van C.S. Lewis

Narnia

C.S. Lewis veroverde vele kinderharten met De kronieken van Narnia. Onlangs verscheen een nieuwe uitgave van deze zevendelige boekenserie. Genoeg reden om ons weer te wentelen in dit fantasierijke universum dat soms onverwachte raakvlakken vertoont met onze eigen unieke aardbol. Historicus Wouter Hofland las alle zeven boeken opnieuw en illustreert hoe de wereld van Narnia wordt gedreven door goddelijke regelgeving, elfenethiek en het oeroude verlangen naar ‘de plek waar alle schoonheid vandaan komt’. 

Ter ere van de vijfenzeventigste verjaardag van De kronieken van Narnia besloot KokBoekencentrum de Narniareeks opnieuw uit te geven. Voor mij de ideale gelegenheid om dit magische verhaal te herlezen en te onderzoeken wat C.S. Lewis ons eigenlijk wil leren over God door kinderen te laten afreizen naar een fantasiewereld.

Lucy tijdens haar eerste bezoek aan Narnia. Tekening van Pauline Baynes.
Lucy tijdens haar eerste bezoek aan Narnia. Tekening van Pauline Baynes.

Allegorie

In de zeven Narniaboeken beschrijft C.S. Lewis hoe mensen vanuit het Engeland van de twintigste eeuw in Narnia belanden. Narnia is een fantasiewereld, geschapen en geregeerd door Aslan, een grote leeuw die de god van het verhaal is. De grote tegenspeler van Aslan is de heks, die mensen verleidt om tegen Aslan in opstand te komen. In elk van de zeven boeken worden kinderen, met name de broers en zussen Peter, Susan, Edmond en Lucy, in verschillende samenstellingen uit de ‘echte wereld’ naar Narnia gebracht om bepaalde problemen te helpen oplossen. Zo helpen ze met het van de troon stoten van een kwaadaardige koning en met het terugvinden van een verdwenen prins.

C.S. Lewis geeft in Narnia op een heel brede en gevarieerde manier uiting aan zijn christelijk geloof. Hij trekt duidelijke parallellen met Bijbelse motieven, zoals de parallel tussen Aslan en God: deze leeuw is degene die de wereld schept, die zichzelf laat offeren voor de zonde van de mens, en die soms zijdelings verschijnt aan personages om hen moed in te spreken – Vader, Zoon en Heilige Geest verenigd in één machtige leeuw. De manier hoe Aslan in het eerste deel van de Narniareeks, Oom Tovenaar, de zondeval en de gevolgen daarvan aankondigt: ‘er zal kwaad van dat kwaad komen, maar … ik zal ervoor zorgen dat het ergste ervan op mij neerkomt’, doet de lezer denken aan hoe God in Genesis 3 Eva vertelt hoe uit haar nageslacht eens de kop van de slang vermorzeld zal worden. Ook Gods tegenhanger heeft een duidelijke rol gekregen in Narnia: de heks. In een tuin verleidt ze Digory, Narnia’s Adam, tot het eten van ‘de appel van de jeugd, de appel van leven’. Later verleidt ze Edmond om Aslan te verraden, die daarmee tot de Judas van het verhaal wordt – of eerder een Judas-Petrus, aangezien hij later zijn schuld belijdt en vergeven wordt. Andere duidelijk allegorieën vind je bijvoorbeeld in de passage in De wereld achter de kastdeur waarin de kerstman fungeert als Johannes de Doper, de aankondiger: ‘Aslan is onderweg. De toverkracht van de heks begint te breken’.

De mens als bijzondere soort

Maar over Lewis’ geloofsopvattingen in Narnia valt meer te vertellen dan deze opvallende overeenkomsten met de Bijbel. Naar mijn idee gebruikt hij de kinderverhalen ook om specifieke denkbeelden over te brengen. Lewis is in zijn geloof in grote mate beïnvloed door G.K. Chesterton (zoals ik in dit artikel bespreek) en het verraste mij dus niet dat ik tussen alle faunen en dwergen ook enkele duidelijk Chestertoniaanse ideeën tegenkwam.

Tussen alle faunen en dwergen kwam ik Chestertoniaanse ideeën tegen

Een daarvan is de positie van de mens. Chesterton zette zich in zijn tijd af tegen het heersende beeld dat de mens slechts een veredelde diersoort is. In De eeuwige mens toont hij dat de mens, hoewel die qua uiterlijke kenmerken best op een dier kan lijken, juist eigenschappen heeft die hem fundamenteel van dieren onderscheidt, door zaken als kunstzinnigheid, poëzie en religieuze gevoelens.

In Oom Tovenaar kunnen we lezen hoe dit mensbeeld zijn weg heeft gevonden naar het scheppingsverhaal. Lewis beschrijft hier namelijk hoe Aslan uit de geschapen dieren een aantal dieren kiest die hij een bijzondere plaats geeft door hen aan te spreken met: ‘Narnia, Narnia, Narnia, word wakker. Heb lief. Denk. Spreek’. Hoewel deze dieren nog veel overeenkomsten hebben met de ‘normale’, niet uitgekozen dieren, zijn ze in hun essentie verschillend omdat ze ‘goddelijke’ gaven van liefhebben, denken en spreken hebben ontvangen.

Aslan die de uitverkoren dieren aanspreekt. Tekening van Pauline Baynes
Aslan die de uitverkoren dieren aanspreekt. Tekening van Pauline Baynes

Elfenethiek

Een ander idee dat Lewis toepast in Narnia is Chestertons notie van ‘de ethiek van elfenland’. In het gelijknamige hoofdstuk uit zijn boek Orthodoxie legt Chesterton uit dat ieder ‘goed’ sprookje beheerst wordt door bepaalde wetten en regels, die bedacht zijn door de maker – de schrijver van het sprookje, of God, de Schrijver van het sprookje van het menselijke bestaan. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de Leer van de Voorwaardelijke Vreugde: de sprookjesschrijver, en dus ook God, beloven de personages geweldige dingen, maar altijd verbonden aan een grote ‘als’. De prins kan een held worden ‘als’ hij een bepaalde, meestal absurde, daad verricht; de mens kan met God verzoend worden ‘als’ Christus zich opoffert. Het is vooral van belang om te beseffen dat deze wetmatigheiden contingent zijn: ze hadden er ook heel anders uit kunnen zien. God had het sprookje van het evangelie ook anders kunnen schrijven, met andere wetmatigheden. Het offer had in plaats van aan een houten kruis ook, zoals in Narnia, op een stenen tafel kunnen moeten gebeuren.

Sprookjesschrijver beloven personages geweldige dingen, maar altijd verbonden aan een grote ‘als’

Dit spelen met wetmatigheden, die de absurditeit van de situatie illustreren, zien we duidelijk terug in Narnia. In De wereld achter de kastdeur stelt een dwerg aan de heks voor om Aslan op een willekeurige plek te vermoorden. De heks is zich echter bewust van de wetten van Narnia: ‘Nee, het moet op de Stenen Tafel. … Dat is de enige juiste plek’. Later in dit boek laat Lewis zien hoe de regels van Narnia ervoor zorgen dat Aslan de heks alsnog kan verslaan: ‘De heks weet wel af van de magische grondwet, maar niet van de magische oergrondwet’. Als ze wat dieper in de tijd had gekeken, ‘dan had ze een heel andere toverformule ontdekt. Dan had ze kunnen weten wat er gebeurt wanneer iemand die zelf onschuldig is aan verraad, vrijwillig de plaats inneemt van een ter dood veroordeelde verrader. In de magische oergrondwet staat geschreven dat na zo’n executie de Stenen Tafel in tweeën barst en de dood zelf met terugwerkende kracht ongedaan wordt gemaakt’.

In De reis naar het Morgenland, zegt Aslan tegen Lucy, als hij als geestverschijning opdoemt, dat hij er eigenlijk al was, en dat Lucy hem zichtbaar gemaakt heeft. ‘Hou me niet voor de gek’, reageert Lucy, ‘Alsof ík iets zou kunnen doen om joú zichtbaar te maken.’ Aslan antwoordt haar door weer de onontkoombaarheid van de wetmatigheden van Narnia te benadrukken: ‘Dacht je dat ik me niet aan mijn eigen regels moest houden?’.

Lucy and Susan die Aslan opzoeken na zijn offer. Tekening van Pauline Baynes
Lucy and Susan die Aslan opzoeken na zijn offer. Tekening van Pauline Baynes

Dit soort passages, waarin de wetten van Narnia benadrukt worden, leren ons veel over hoe onze God te werk gaat. Christenen hebben zich in de afgelopen twee millennia ontelbaar vaak gebogen over het theodicee: de vraag hoe het kan dat een God, die almachtig en liefdevol is, lijden kan toestaan. Maar dit soort passages uit Narnia herinneren mij eraan dat dit misschien een verkeerde vraag is. Dat God almachtig is betekent niet dat hij als een soort superman al zijn bovenmenselijke kracht aanwendt om zo veel mogelijk rampen en onrecht te bestrijden. Hij ís almachtig, maar dat betekent vooral dat Hij machtig genoeg is om een geheel eigen ‘Elfenland’ op te tuigen, met een eigen sprookjesnarratief, de heilsgeschiedenis, en een eigen ‘elfen-ethiek’.

Dat God almachtig is betekent niet dat hij als een soort superman al zijn bovenmenselijke kracht aanwendt

In Gods sprookje spelen liefde en vrijheid een cruciale rol, en het was juist een gebrek aan liefde en ongelimiteerde vrijheid die ervoor zorgden dat Adam en Eva ons uit het paradijs gezondigd hebben – de enige plek waar nooit over het theodicee nagedacht hoefde te worden. ‘Dat is immers zijn meest bijzondere geschenk’, stelt Halík in Het geheim van kerst, ‘hij maakt zich zelfs van de menselijke vrijheid afhankelijk’. Ik stel mij dan ook voor dat God, elke keer als hij de ‘waarom-dit-lijden-vraag’ naar zich toegeslingerd krijgt, antwoordt met de woorden die Lewis Aslan in de mond legt in het bovengenoemde citaat: ‘Dacht je dat ik me niet aan mijn eigen regels moest houden?’.

Verschillende werelden

In het autobiografische Surprised by Joy beschrijft Lewis hoe hij tijdens zijn jeugd, ongeveer een kwart eeuw voordat hij zich uiteindelijk bekeerde, enkele transcendente ervaringen had die bij hem een bepaalde longing naar een andere wereld teweegbrachten, naar de plek waar echte schoonheid vandaan komt. Dit is vergelijkbaar met Chesterton die in Orthodoxie de menselijke conditie vergelijkt met een stelletje schipbreukelingen op een onbewoond eiland, die de grootsheid van hun oorspronkelijke haven vergeten zijn. En Tolkien zegt iets vergelijkbaars wanneer hij zich, al verdedigend tegen het verwijt dat fantasy escapistisch zou zijn, stelt dat je geen enkele gevangene kan verwijten te willen ontsnappen aan een gevangenis die slechts een beperkte werkelijkheid laat zien.

Dit denken over een werkelijkheid buiten onze materiële omgeving (het eiland, de gevangenis), en een ziekmakend verlangen naar die plek buiten onze wereld waar de echte schoonheid vandaan komt, zien we ook in Narnia. Het feit dat de kinderen uit ‘onze wereld’ naar een ‘onwerkelijke’ fantasiewereld getransporteerd worden, is hier natuurlijk het duidelijkste voorbeeld van. We zien het ook terug in De Reis naar het Morgenland, waar een Narniabewoner, Caspian, erachter komt dat Edmond en Lucy ‘van een wereld komen die zo rond is als een bal’. ‘Wij hebben alleen sprookjes waarin ronde werelden voorkomen … Ik kon niet geloven dat bolronde werelden in het echt bestonden. Ik heb er altijd naar verlangd op zo’n wereld te wonen’. Edmond maakt echter duidelijk dat hoe bijzonder en absurd je een wereld vindt, altijd relatief is en afhankelijk van de vraag of je iets als ‘normaal’ bent gaan beschouwen: ‘Als je er woont, is er niets ongewoons aan een ronde wereld’.

Een ziekmakend verlangen naar de plek buiten onze wereld waar echte schoonheid vandaan komt, zien we ook in Narnia

Eigenlijk draait het hele verhaal van De Reis naar het Morgenland om het intense verlangen dat Lewis eens ervaarde tijdens zijn moments of joy. De muis Riepietsjiep krijgt dit verlangen, net zoals Lewis, al in zijn jeugd mee. Tijdens zijn geboorte wordt er een lied gezongen: ‘Naar het Oostland willen we varen. Naar het Oostland willen we gaan. Naar het Morgenland waar zelfs water dat zou was, zoet smaakt voortaan. Jij, Riepietsjiep, zult voor later, dit lied in je hart bewaren’. Het duurde voor beiden, Lewis en de muis, tot hun volwassen bestaan voordat zij begrepen wat dit Oostland was, zodat ze actief achter dit unheimische verlangen aan konden gaan.

Tekening over de verhouding tussen vreugde en het goddelijke bij C.S. Lewis uit The Mythmakers van John Hendrix
Tekening over de verhouding tussen vreugde en het goddelijke bij C.S. Lewis uit The Mythmakers van John Hendrix

Deze plek, die de oorsprong is van alle schoonheid en vreugde, de hemel, krijgt vooral veel aandacht in het afsluitende boek van de Narniareeks: De Eindstrijd. Hier worden de personages vanuit Narnia naar het Land van Aslan gevoerd. In dit land zien ze bekende zaken uit Narnia, ‘maar dan anders …. ze hebben meer kleuren en ze lijken …meer wezenlijk’. Dit is het échte Narnia, de oerwereld waar de Narnia die zichtbaar was tijdens het leven van de personages een inferieure afspiegeling van was. Het Narnia waar de kinderen eens, al struikelend in een kleerkast, per ongeluk in belandden, ‘was niet het échte Narnia … Het was een schaduw of nabootsing van het echte Narnia, dat hier altijd is geweest en altijd hier zal zijn: net zoals onze eigen wereld, Engeland of zo, maar een schaduw of een nabootsing is van iets in de échte wereld van Aslan’.

In zijn Narniaverhalen past C.S. Lewis dus enkele duidelijke theologische gedachtes toe. De bijzondere relatie van God tot de mens, de absurde goddelijke regels die ons aardse bestaan omlijsten, en het idee dat er vreugde en schoonheid buiten onze directe materiële werkelijkheid te vinden is: dit alles weet Lewis op een subtiele manier in de voor kinderen spannende verhalen over draken en sprekende dieren te verwerken. Het resultaat hiervan wordt mooi samengevat door C.S. Lewis zelf, als hij in De Reis naar het Morgenland Aslan aan Lucy uit laat leggen waarom de kinderen naar Narnia werden gebracht: ‘Zodat jullie mij, door mij al een beetje te kennen híér, nog veel beter zouden leren kennen dáár’. Net zoals hoe Lucy haar ervaringen uit Narnia – híér – meeneemt naar het Engeland van hun echte leven – dáár – om hun beeld over God te vormen, kan ook de jonge (en oude!) Narnialezer zijn godsbeeld laten vormen door te lezen over de mythische en verwonderlijke Aslan.

Wouter Hofland

Wouter Hofland heeft een bachelor in Politicologie en Geschiedenis, en volgt nu een onderzoeksmaster Ancient History aan de Universiteit Leiden. In zijn onderzoek richt hij zicht met name op de transitie van de Romeinse naar de post-Romeinse wereld in de Late Oudheid. Daarnaast leest en schrijft hij graag over schrijvers en denkers als G.K. Chesterton, J.R.R. Tolkien en Tomáš Halík.

Meer lezen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van Theologie.nl? Schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Daarin selecteren we de mooiste, nieuwste en scherpste artikelen van de week. Ook houden we je op de hoogte van nieuwe boeken, speciale events en De theologie podcast. 

Word lid van Theologie.nl 

Wil je meer artikelen kunnen lezen over boeken, levensvragen, maatschappelijke thema’s en spiritualiteit? Word dan lid van Theologie.nl en sluit een basisabonnement af voor slechts €4,17 per maand. 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken