Bij Hooglied 7,1-8,4 Telling BHS/LXX/NBV/WV/NBV; in (H)SV/NBG: Hooglied 6,13-8,4.In het Hooglied treden twee hoofdpersonen op: een ‘zij’, ‘de Sjoelammitische’ (7,1) en een ‘hij’, ‘mijn geliefde’ (Hebr.: dodi, van dezelfde woordstam als de naam David – 7,10.11.12.14), afgewisseld door een of meer koren, die als in een Griekse tragedie commentaar geven. Het gedeelte dat we vandaag lezen vormt het hoogtepunt, waarin de liefde (Hebr.: ’ahabah; 7,7; 8,4) en de liefdesovergave tussen hen beiden worden bezongen. Eerst spreekt het koor, of twee op elkaar reagerende koren: ‘Keer om, keer om, Sjoelammitische, keer om, keer om, wij willen je bekijken. Wat willen jullie
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden