Menu

Basis

Weerbaarheid vanuit de Bron

Over innerlijke leegte, geestelijke kracht en God-in-ons

Graanfoto
Wat is het graan, verpakt in het kaf van ons uiterlijke bestaan? – Pixabay

Hoe blijf je innerlijk vrij in een wereld vol druk, angst en conflict?
Spirituele weerbaarheid begint niet bij zelfbeheersing of mentale kracht, maar bij iets diepers: de ontvankelijkheid van de ziel. Vanuit mystieke bronnen en persoonlijke ervaring verkent Marianne Vonkeman hoe het verlangen naar God – geworteld in onze innerlijke leegte – een bron van levenskracht kan zijn. Een indringend essay over identiteit, geloof, kwetsbaarheid en vertrouwen.

‘De cursus zelfverdediging is gratis,’ zei de universiteit tegen ons, de vrouwelijke studenten. Dat bleek nodig, gezien het hoge aantal aanrandingen op en rond de campus. Dus leerde ik schreeuwen – want dat is je eerste verdedigingsmiddel – en schoppen en stoten. Een beetje zelfvertrouwen verandert de manier waarop je loopt, en dat op zichzelf schrikt al af, zo werd ons verteld.

De tweede sekse van Simone de Beauvoir: een eyeopener

Toch bleek hard schreeuwen nog best moeilijk. Het hoorde niet bij ons aangeleerde damesgedrag. Van dat gedrag kwam ik pas echt los door Simone de Beauvoir en haar De tweede sekse. Dat boek was een absolute eyeopener. Het maakte me fysiek én mentaal weerbaarder – tegen mensen én tegen meningen die mij de vrijheid ontnamen om me als persoon authentiek en van binnenuit te ontwikkelen.

Het zelf onder alle ego-jasjes

Maar wat is het eigenlijk, dat van binnenuit doet ontwikkelen? Wat is dat meest kostbare in een mens, dat we koste wat kost moeten beschermen? Wat is het ‘zelf’ dat verscholen ligt onder alle ego-jasjes? Om in bijbelse termen te spreken: wat is het graan, verpakt in het kaf van ons uiterlijk bestaan? Wat is het goud, verborgen in het gesteente van onszelf?

De christelijke traditie antwoordt: de ziel, of de geest. Dat is de plek waar God en mens elkaar raken – onze diepste persoonskern. “De ziel, het allerdiepste van haar midden,” zoals Johannes van het Kruis het noemt. Hoe weerbaar zijn we tegen alles wat die ziel kan aantasten? Is er zoiets als een innerlijk kompas dat ons op koers houdt, ook wanneer er geen uiterlijke veiligheid is? Ja – hoe zit het met onze spirituele weerbaarheid?

De mens als Imago Dei: beeld van God

Voor kerkvader Augustinus (354–430) is de mens in de eerste plaats imago Dei: beeld van God, zoals beschreven in Genesis 2. God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis. Maar dat betekent niet dat we al op God lijken. We zijn – zegt Augustinus in zijn werk over de Drie-eenheid – capax Dei: we hebben het vermogen om God te ontvangen.

Je kunt het vergelijken met was en een zegelring: de afdruk in de was is leeg – maar heeft de vorm van de ring. Die afdruk oefent een werkingskracht uit. De leegte ervan trekt ons naar God, wiens stempel ons tot leven bracht.

De groei naar beelddrager van God is geleidelijk. We zijn niet ineens heilig omdat God zijn stempel op ons zet. De werking van God is als gist, geleidelijk aan trekt het door alle lagen van ons bestaan heen. Alle aspecten van onze persoon worden meegenomen: ons inzicht, onze emoties, onze driften, onze deugden en ondeugden, onze kwetsuren en onze talenten. Dit is een levenslang integratieproces waarbij steeds nieuwe kanten van ons boven komen en omgevormd worden, mee-gevormd naar de afdruk van Gods eigen wezen.’ – Marianne Vonkeman, e-book ‘Sporen van God’.

Weerbaar als een steen
‘De werking van God is als gist, geleidelijk aan trekt het door alle lagen van ons bestaan heen.’ Congerdesign/Pixabay

Wanneer ons beelddragerschap verduisterd raakt

In zichzelf dragen mensen – en wellicht alles in de schepping – een beeld van God, als een voorgevormde leegte die verlangt naar een vervulling die past. Maar dat beelddrager-zijn kan verduisterd raken. Die innerlijke leegte kan verdoezeld worden wanneer we haar opvullen met allerlei zaken die eigenlijk niet passen bij de vorm van onze ziel.

Zoals aangeleerd dames- (of heren-)gedrag. Of het kwaad dat ons wordt aangedaan en ons zelfbesef misvormt. Lijden dat te groot is om te dragen. Eenzaamheid die onze verbindingskracht ondermijnt. Verslavingen die ons vervreemden van wie we ten diepste zijn.

Dat vraagt om verlossing.

Christus als beelddrager van de ontvankelijke mens

Christus is – zo belijdt de kerk – de volmaakte beelddrager. In hem wordt het beeld van God in menselijke vorm zichtbaar. Hij is een mens die volledig ontvankelijk is voor God, en voor God alleen. Wie naar hem kijkt, ziet de mens zoals die bedoeld is: ten volle gelijkend op God, in menselijke vorm.

Zijn opstanding wijst de weg naar onze opstanding – die van onze aangetaste ziel, en later ook van ons lichaam

Daarom is Christus nodig om ons ‘beschadigde beeld’ te herstellen. Zijn opstanding wijst de weg naar onze eigen opstanding – die van onze aangetaste ziel, en later ook van ons lichaam. Zo ziet ook Augustinus het, in zijn werk over de Drie-eenheid (VII, 3.5 en IV, 3.6).

Maar hoe gebeurt dat dan? Door God aan het werk te laten. En die werkzaamheid ligt dichterbij dan je misschien denkt.

Afstemming op Oorsprong vraagt om bewustzijn

In de kern van wie we zijn, schuilt een openheid die is gevormd naar God – of beter gezegd: naar Christus. Het is alsof ons bestaan al vanaf het begin een afdruk draagt, een vorm die past bij God. We zijn bedoeld om op Hem te lijken.

We zijn geschapen om deel te nemen aan het liefdesleven van de Drie-ene God. Niet onze goede werken staan centraal, maar ons vermogen om dat liefdesleven te ontvangen is cruciaal. Niet onze wilskracht, talenten, gezondheid of inspanningen maken het verschil – maar de leegte in ons, die verlangt naar haar oorsprong, naar God.

We zijn geschapen om deel te nemen aan het liefdesleven van de Drie-ene God

Dát vraagt om bewustzijn. Om fijngevoeligheid. Want juist die leegte… die werkt.

Levend water: de visie van Teresa van Avila

De Spaanse non Teresa van Avila (16e eeuw) hield van het verhaal over de Samaritaanse vrouw bij de bron, en van Jezus’ woorden over het levende water (Johannes 4). Ze vergeleek het geloofsleven met een fontein die direct boven een natuurlijke bron is aangelegd: al het water dat uit het waterbekken stroomt, komt voort uit de bron zelf en wordt voortdurend aangevuld.

Teresa van Avila
Teresa van Avila – AI/Marianne Vonkeman

Dat is een stuk makkelijker, meende ze, dan wanneer de fontein ergens anders is aangelegd en je een heel systeem van leidingen en pijpen nodig hebt om er water naartoe te krijgen. Daarmee bedoelde ze de uiterlijke vormen van godsdienst: kerkgang, bijbelstudie, meditatievormen, rituelen. Die kunnen zeker helpen om iets van dat levende water te ontvangen, maar ze zijn niet de bron zelf.

Want er is zoiets als een innerlijke bron. Wanneer die bron binnen in jezelf begint te stromen, komen je daden als vanzelf voort uit je diepste zelf – uit een verbondenheid met God. Het waterbekken wordt dan gevuld “zonder enig gedruis”, zegt Teresa van Avila. Daarmee bedoelt ze: buiten onze gewone manier van denken, voelen en willen om. Het wordt gegeven – op het moment dat we de greep van ons verstand, onze emoties en behoeften loslaten en werkelijk ontvankelijk worden.

Pas dan, als we zo op God gericht zijn dat we onszelf vergeten, begint het te stromen: het water vloeit in het bekken van onze ziel, zonder gedruis.

(uit: Kasteel van de Ziel)

Capax Dei: bestaan vanuit het vermogen te ontvangen

‘Ziel, zoeken moet je jezelf in Mij, en Mij moet je zoeken in jezelf’, zo schrijft Teresa van Avila in een gedicht.

De weg naar bewustwording – en naar herstel van onze aangeboren ontvankelijkheid voor God – vraagt om inzicht. Inzicht in de binnenkant van jezelf én van alles om je heen. Dat is iets anders dan zelfreflectie. Het lijkt eerder op ontwaken. Bewust worden.

Het brengt een andere manier van kijken met zich mee. Eentje die zich niet laat misleiden door de buitenkant – door hoe ‘het lijkt’. Je kijkt niet langer naar jezelf door de ogen van anderen, en ook niet meer naar anderen door de lens van je eigen projecties. Alles wordt gezien in God. Onvoorwaardelijke liefde is de lens waardoor de binnenkant zichtbaar wordt – de essentie, de gegevenheid van alles wat is. Alles is capax Dei: alles bestaat doordat God het geeft. Het bestaan zelf is niets anders dan ontvangenis.

Dat is de meest fundamentele waarheid over onze werkelijkheid – the really real, om met de theoloog Paul Tillich (20e eeuw) te spreken.

Doop in de heilige Geest

In de pinksterbeweging wordt vaak gesproken over de doop in de Geest (zie bijvoorbeeld Handelingen 2, 10 en 19). Daar valt geen vast systeem van te maken, maar het is wel degelijk iets dat mensen kan overkomen. Het lijkt op wakker worden. Je wordt je bewust van de Heilige Geest – een andere naam voor de gunnende goedheid die van God uit eeuwig stroomt. In de woorden van de als ketter verbrande mystica Marguerite Porete: “de Minne opent haar boek.” Waar de liefde van God eerst van buiten op je afkwam – via kerk, bijbel, muziek, natuur, mensen – ontdek je nu dat diezelfde liefde ook van binnenuit stroomt.

Vanuit die innerlijke bron wil ook Teresa leven en werken. Het geeft haar kracht om te dragen wat haar overkomt: tegenstand, ziekte, ongelukken. Zelfs wanneer ze, na een val in de modder, humoristisch uitroept: “Als U zo met uw vrienden omgaat, geen wonder dat U er zo weinig heeft!”

Een Taizélied bezingt een van Teresa’s beroemdste uitspraken: Solo Dios basta! (alleen God is voldoende).

De ultieme vrijheid: voorkomen dat het kwaad je misvormt

Ook Etty Hillesum, de joodse schrijfster die in Auschwitz werd vermoord, kende die vreemde vorm van geborgenheid: veilig zijn, terwijl je niet veilig bent. Ze noteert in haar dagboek:

“En nu –in een onbewaakt ogenblik- lig ik opeens tegen de naakte borst van het leven, omhuld in duizend zoete armen. Dit is mijn levensgevoel en ik geloof, dat geen oorlog daar verandering in kan brengen.”

Elders zegt ze:

“Men kan ons niets doen, men kan ons werkelijk niets doen.”

In contact met haar diepste bron wist ze heel scherp wat haar weg was: niet om zichzelf in veiligheid te brengen, maar om het lot van haar joodse volk te delen. Alleen zo kon ze het meest kostbare in zichzelf – God-in-haar – veilig houden, en authentiek zichzelf blijven. Zo voorkwam ze dat het kwaad haar misvormde. Dat is de ultieme vrijheid.

Ontvankelijkheid als gave van de Geest

De kern van wie wij zijn, is onaantastbaar. Niemand kan de afdruk van Gods wezen ongedaan maken, hoezeer die ook verduisterd raakt door de wisselvalligheden van het bestaan. Zoals de middeleeuwse theoloog Meister Eckhart (13e eeuw) zegt: “Niemand of niets vermag aan de grond van de ziel te raken dan God alleen.”

Het meest kostbare in de mens is ons vermogen om God te ontvangen

De leegte van onze ziel is de bron van ons Godsverlangen – en daarmee ook van onze diepste groei als mens. De gave van de Geest is precies dit: het opengaan van die ontvankelijkheid, zodat gunnende goedheid kan overstromen, de wereld in. Op welke wijze de liefde dat vervolgens doet, is het meest persoonlijke wat er is. Het krijgt de kleur van ons unieke bestaan. Dat besef maakt werkelijk nederig: alles komt van God, en Hij gaat met ieder een hoogst persoonlijke weg. Hoe zou ik dan ooit over een ander kunnen oordelen?

Ontvankelijkheid als innerlijk kompas
Ontvankelijkheid voor God werkt als een innerlijk kompas – Aron Visuals/Unsplash

Leren lopen op de golven van het bestaan

Ontvankelijkheid voor God werkt als een innerlijk kompas. Innerlijke leegte – gericht op God, the really real – leert ons onderscheid maken tussen wat wezenlijk is en wat niet.

Als God-in-ons het meest lijkt op een altijd stromende rivier van gunnende goedheid, dan volgen daaruit enkele praktische aanwijzingen. Vasthouden aan wat voorbij is, hindert de openheid voor wat wil komen. Innerlijke stilte – en soms ook uiterlijke stilte – is nodig om te kunnen horen wat ons gegeven wordt.

De weg naar binnen zal altijd naar buiten willen stromen. In het begin misschien om en om, later als twee kanten van dezelfde medaille – als een vloeiende, ebbende zee, zoals Ruusbroec het beschrijft. En tenslotte: je weet niet van tevoren hoe jouw weg zal zijn. Dat besef schenkt zowel vrijheid als onzekerheid – een levenshouding van fundamenteel niet-weten. Maar juist dát laat vertrouwen groeien. Geloof. We leren lopen op de golven van het bestaan – en ontdekken: Solo Dios basta. Spirituele weerbaarheid in een notendop.

Over de auteur

Marianne Vonkeman is emeritus predikant van de Protestantse Kerk in Nederland en sinds jaar en dag verbonden aan Theologie.nl. Ze is redactielid van de redactie Spiritualiteit en beheert de website www.sporenvangod.nl.


Weerbaarheid: verzet en overgave
Herademing 2025, nr. 3

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken