Wees onthecht zoveel je kunt
Bij 1 Korintiërs 7,25-40
In het katern In Orde[1] wordt een verantwoording gegeven voor de keuze om op de zondagen van de tijd van Epifanie uit 1 Korintiërs 6-9 te lezen. Daar wordt gesuggereerd, dat de perikopen uit de brief mooi aansluiten bij de klassieke thema’s van de zondagen. Over de zondag en de lezing van vandaag lees ik: ‘Op 15 januari, de bruiloft te Kana, gaat Paulus in op het huwelijk.’ Dat is ontegenzeggelijk het geval, maar Paulus hoopt vooral dat zijn lezers niet aan een huwelijk zullen beginnen. Hoewel hij elders het huwelijk ook wel gebruikt als klassiekbijbels beeld voor de band van overgave, liefde en trouw tussen God en mensen, is in 1 Korintiërs 7 het huwelijk uitsluitend een kopzorg die Paulus zijn lezers wil besparen. Deze lezing is, samen met de hele cyclus, geschikt voor een ontnuchterende ouverture van het nieuwe jaar en daar is echt iets voor te zeggen. Maar ontnuchtering is niet bepaald het thema van Kana. Mijn advies zou luiden: sla Kana over. Lees als evangelietekst uit Markus desnoods alleen 1,14b-15 – ‘Jezus ging Galilea in, hij predikte de heilsboodschap van God en zei: vervuld is het uur en nabij is het koningschap van God; verander van binnenuit en verbind je met de heilsboodschap’ (mijnparafrase, Piet vV).
Het is boeiend dat Paulus in deze perikoop expliciet verantwoordt dat hij op eigen gezag spreekt: met dat gegeven begint en eindigt hij. Hij meent wel dat zijn denken opkomt uit de ruimte van Gods goedheid waarin hij staat: ‘ik geef mijn mening als iemand die dankzij de ontferming van de Heer trouw is’ (25) en dat hij de geest van God heeft (40). Hij wil dus toch wel graag dat we zijn mening uiterst serieus nemen. Dit is niet het woord van God, maar het komt wel voort uit een bewogenheid die zijn oorsprong in God vindt.
Geen gebod, maar dringende raad
Paulus komt hier met een ingrijpend advies: ga geen huwelijk aan als je maar enigszins zonder kunt, zoek geen nieuwe partner als je relatie beëindigd is. Het is geen gebod, maar een dringende raad. De apostel maakt keer op keer duidelijk dat hij hiermee zijn lezers vooral veel zorgen en gedoe wil besparen. Gezien de tijd waarin we verkeren, zegt hij, is het maar beter om te blijven zoals je nu bent, getrouwd of ongetrouwd. Ben je gebonden, zoek geen losmaking; ben je los, zoek geen relatie (27). Dat woord ‘zoeken’ (zètein) is van belang: elk streven naar een andere zijnstoestand binnen deze wereld is storend, het neemt je onnodig in beslag. Tegenover zèteinbeveelt Paulus het meneinaan: blijven wat je bent, afzien van zoeken.
Hij brengt dan in dat ‘blijven’ nog een verdieping aan door in vijf parallelle zinnen te zeggen: wees hoe je bent alsof je het niet was (29-31). Getrouwd alsof je het niet was, rouwend of je verheugend alsof je niet in rouw of blij was, kopend en consumerend alsof je het niet deed. Kortom: wees onthecht zoveel je kunt, klamp je niet aan al die hoedanigheden vast. Die vijfvoudige vermaning wordt omsloten door twee zinnen die het waarom aangeven: de tijd is ingedikt, gecomprimeerd (sunestalmenos, 29), het schema van deze wereld loopt ten einde (31). Het is allemaal niet meer voor lang, het is de investering niet meer waard.
Tegen een versnipperd leven
Nu komt het er wel op aan hoe wij tweeduizend jaar later met deze gedachtegang van Paulus omgaan. Want het is helder dat hij zich op de bewaartermijn van de wereld heeft verkeken. Veel zaken waarin Paulus niet meer wilde investeren, verdienen wel degelijk onze aandacht. Het is vreselijk dat een dergelijk eindtijdsdenken ook nu nog neoconservatieve christenen ertoe brengt om onbekommerd roofbouw op de aarde te plegen en schrijnend onrecht te laten voor wat het is. Maar aan de andere kant en juist in het belang van de planeet, is het erg de moeite waard om te leren leven in een zekere mate van onthechting – niet opgeslokt door je huwelijk, niet volledig meegesleept door je lotgevallen, niet in de ban van bezit en consumptie.
Ook als de tijd gewoon doorgaat, is er veel voor te zeggen om ordening aan te brengen in onze zorgen en bindingen. Want dat is waarover Paulus zich bezorgd maakt: dat zijn lezers in allerlei oneigenlijke zorgen en bindingen verstrikt raken, waardoor ze hun harten en handen niet vrij hebben voor het goede bewind van God. Paulus had het niet op multitasken, zoveel is wel duidelijk: alle energie en toewijding die je op het éne richt, kun je niet aan het andere besteden. Je gaat een verscheurd of versnipperd leven leiden als je alles over hebt voor je partner en ook alles over wilt hebben voor God. Paulus getuigt daar van een bijzonder hoge opvatting van het huwelijk als een band van totale toewijding, die gaat knellen zodra je ook nog tot iets anders geroepen wordt. En vervolgens pleit hij voor een onthechte manier van gehuwd zijn, of ongehuwd blijven, zodat er ruimte vrijkomt voor het uitleven van de heilsboodschap.
Geen opgelegd celibaat
Als het Paulus gaat om ruimte en vrijheid voor het leven onder Gods bevrijdende bewind, hoort daar ook bij dat hij zijn lezers nadrukkelijk de ruimte biedt om hun eigen hart en de innerlijke noodzaak van hun eigen leven te volgen. Daaraan wijdt hij vanaf vers 36 de nodige woorden. Niemand mag innerlijk verwrongen raken vanwege een opgelegd celibaat. Als je maagd blijft, laat het de beslissing van je eigen hart zijn. Paulus hoopt op die beslissing, maar hem afdwingen, dat zou de kern van zijn evangelie teniet doen.
Het zal duidelijk zijn dat Marcus 1,15 dicht bij het hart van Paulus’ betoog ligt. Misschien kan het, in de heel andere omstandigheden van januari 2012, bijdragen aan een oproep tot een ontburgerlijkt bestaan: onthecht van alles wat we bijna vanzelf najagen en gericht op Gods bevrijdende bestel.