Menu

Premium

Werkloos op het marktplein

Bij Deuteronomium 24,14-15 en Matteüs 20,1-16

Na een dag werken mag je je loon verwachten. Dat is het maatschappelijk legitieme contract dat de vroege arbeiders op de (arbeids)markt aangaan, wanneer ze in de wijngaard van een landheer gaan werken.

Letterlijk gaat het om een ‘heer des huizes’, een oikodespotès. De rol waarin deze heer in de gelijkenis van Matteüs optreedt, is die van beheerder van het huishouden in bredere zin. Hij zorgt voor de oikonomia; hij is de econoom. Als financieel verantwoordelijke van het familiebedrijf zorgt hij voor het inkomen – het oogsten en verkopen van de druiven – en voor het betalen van de uitgaven. Wanneer hij besluit om mensen in te huren voor de oogst, doet hij dat binnen een samenleving die vanuit de Tora leerde respect te hebben voor de ‘dagloner’. De eerst-testamentische lezing bij deze Dankdag is uit Deuteronomium 24. De verzen 14 en 15 daarvan geven een samenhangend beeld van de positie van de dagloner.

Loon naar behoefte

De landheer in deze gelijkenis handelt naar de geest van de Tora wanneer hij na zijn eerste tocht nog viermaal ‘uitgaat’. Dit telkens weer uitgaan is een daad van compassie. Op de markt staan diegenen die een dagloon nodig hebben omdat zij daarvan afhankelijk zijn, maar werkloos bleven. Opvallend is dat voor deze landheer-econoom bij het inhuren van steeds meer arbeiders de hoeveelheid werk in de wijngaard helemaal niet telt, maar alleen de werkloosheid van de mensen op de markt. Wanneer er ’s avonds een denarie wordt betaald voor een dag werk, is dat in die dagen voor landarbeid goed betaald. Om qua koopkracht een idee te krijgen: met een denarie kon je bijvoorbeeld een schaap kopen (bron: NBG). Voor de arbeiders van het elfde uur zal dat loon een welkome verassing zijn. Het vooruitzicht van grotendeels onvervulde behoeften van deze werkers en hun gezinnen voor die avond, is nu van de baan. Ondertussen zijn we getuige van een betekenisvolle wissel in het denken van de landheer-econoom: de logica van ‘loon naar werken’ is omgezet in die van ‘loon naar behoefte’. Zijn compassie met werklozen is niet neerbuigend; zijn handelen is respectvol en bevrijdend. Als de arbeiders van het eerste uur begrijpen dat zij hetzelfde bedrag krijgen als de laatsten, is er een verontwaardiging die wij kunnen meevoelen. Ze verwachtten eigenlijk van de landheer het evenredige. De gelijkenis draait om het doorbreken van vaststaande ideeën over de verhoudingen tussen mensen. De nieuwe logica is ongekend en roept in eerste aanleg grote vragen op. Het brengt een denkproces op gang. De landheer zegt bij wijze van spreken: ‘Dit is toch niet onrechtvaardig? Je krijgt toch waar je recht op hebt? Hoe kijk jij dan aan tegen het geluk van een ander?’ Dat moet zeker even wennen zijn, en misschien zijn er verdeelde reacties. Letterlijk vraagt de landheer: ‘Is jouw oog boos, omdat ik goed ben?’ De toehoorders zullen die vraag van Jezus tot zich moeten laten doordringen.

Uitsluiting

In hartje Brussel is er vlak bij een asielzoekerscentrum een ontmoetingsplaats voor mensen die zich als ‘dagloner’ aanbieden. Regelmatig komen er auto’s langsrijden. Er gaat een raampje open, er wordt wat gepraat, er stapt iemand achterin in een auto. Soms met een aantal personen tegelijk. Deze plek wordt de ‘slavenmarkt’ genoemd. Wie de economie op wereldschaal bekijkt, ziet op alle continenten grote groepen mensen die niet mee kunnen of mogen doen binnen de kaders van de formele economie. Als ze al per dag kunnen werken voor een beetje geld, ontbreekt hun iedere vorm van bescherming tegen bijvoorbeeld verlies aan inkomen, ziekte of onrecht. In economisch opzicht zijn zij ‘overbodig’. In het kritische denken over economie was de uitbuiting van arbeiders altijd al een hoofdthema. Nu richt de kritiek zich ook op de uitsluiting van mensen. Er wordt dan tevens een indringende vraag gesteld bij de krampachtigheid van westerse samenlevingen, waarmee zij proberen de (arbeids)migratie in te dammen die het gevolg is van de mondialisering van armoede en uitsluiting.

Trouwens: uitgesloten worden kan iedereen overkomen die om welke reden dan ook niet interessant is op de arbeidsmarkt. Hoewel onze maatschappij in principe eist dat men betaald werk heeft, krijgen belangrijke groepen erg moeilijk toegang tot werk dat ook sociale zekerheid biedt. Zoals vijftigplussers, of jongeren. Flexwerkers voelen zich van de ene tijdelijke baan naar de andere gejaagd. In de bestaansonzekerheid van al deze mensen verschijnt opnieuw de dagloner van Deuteronomium.

Toekomst

In de gelijkenis van Jezus waarover Matteüs vertelt, gaat het om het Koninkrijk van God. De logica van het handelen van de landheer-econoom wordt vergeleken met de wetmatigheden van een samenleven zoals God dat voor ogen heeft. Wat opvalt is het niet-kwetsende van zijn optreden. De verontwaardigde arbeiders van het eerste uur worden verleid tot een andere kijk op de noden van hun naasten. De bezorgdheid van de landheereconoom voor hen die overbodig of uitgesloten zijn, getuigt van een radicaal inclusief denken.

Het inzicht en het visioen dat het Koninkrijk van God zeer nabij is, daagt ons uit om onze arbeid, onze collegialiteit en onze bijdrage aan de oogst ten dienste te stellen aan de barmhartigheid die geldt als gerechtigheid van Christus.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken