Wijzer dan Jezus?
Bij Marcus 7,24-30
Jezus is in een chagrijnige stemming. Hij is net weggetrokken (letterlijk: opgestaan) uit het gebied bij Gennesaret, waar Hij werd overweldigd door de grote hoeveelheid zieken die door Hem genezen wilden worden (Marc. 6,53-56). Hij heeft zich daar geërgerd aan de farizeeën en schriftgeleerden die zich star vasthouden aan hun eigen richtlijnen (7,6). Ook is Hij er gefrustreerd over dat zijn leerlingen nog steeds niet begrijpen dat de mens niet onrein wordt door wat bij hem naar binnen gaat, maar door wat vanuit de mens naar buiten komt (7,18).
Jezus staat op uit dit gebied en vertrekt naar de omgeving van Tyrus, een gebied dat bekend staat om zijn ‘heidendom’. Het is duidelijk dat Hij behoefte heeft aan rust om tot zichzelf en tot God te komen. Hij probeert dan ook onopgemerkt te blijven, maar dat mislukt. Er valt een niet-Joodse vrouw voor zijn voeten neer, van wie de dochter door een onreine geest bezeten is (7,25). Blijkbaar is bij Jezus de grens bereikt: ‘het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren’ (7,27). Een keiharde uitspraak. Jezus is weliswaar moe en gefrustreerd, maar rechtvaardigt dat dat Hij deze vrouw en haar volk voor hond – in die tijd een scheldnaam voor heidense volken – uitmaakt? En waarom trekt Jezus deze grens? Waarom alleen het heil te brengen aan het Joodse volk? In de parallelvertelling in Matteüs 15:21-28 beschrijft Jezus zijn taakopvatting explicieter: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël’ (Mat. 15,24).
Een hard antwoord
Opvallend is, dat de NBV de tekst harder vertaalt dan nodig is. ‘Honden’ kunnen ook vertaald worden met ‘hondjes’, niet zozeer als verkleinwoord, maar doelend op honden die in huis wonen, in tegenstelling tot straathonden. Ook laat de NBV het eerste woord uit het antwoord van Jezus weg, namelijk (Gr.:) aphes, wat vertaald kan worden met ‘staat u mij toe’. Jezus weigert, maar niet zonder excuses. Dit zou de scherpe kantjes van het antwoord van Jezus afhalen, al blijft zijn antwoord hard.
De dochter van de vrouw is bezeten door een onreine geest. Wellicht zouden wij vandaag de dag zeggen: ze heeft een psychose. Of wellicht is er sprake van een verslaving. Hoe het ook precies te duiden is, de dochter wordt meegetrokken naar een andere wereld, een wereld waarin de moeder haar niet meer kan bereiken. Hoe erg is dat voor een moederhart: je dochter fysiek nog bij je te hebben, maar geestelijk verloren te zijn. Het is niet gek dat zij voor de voeten van Jezus neervalt en Hem smeekt haar te helpen.
Meebewegen met de tegenstander
De wijze waarop de vrouw Jezus probeert te overtuigen is bewonderenswaardig. ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen’ (7,28). Het is te vergelijken met een techniek die in bepaalde vechtsporten wordt toegepast: meebewegen met de actie van de tegenstander, waardoor die uit het lood geslagen wordt. In plaats van beledigd te reageren en te roepen dat zij geen hond is, gaat de vrouw mee in het beeld van Jezus: inderdaad, ik ben een hond, zelfs ónder de tafel en ik moet het hebben van de kruimels. De vrouw laat zo het volk van Israël in zijn waarde, dat zij erkent als de kinderen die eerst eten. Tegelijkertijd eist zij haar eigen bescheiden deel. De vrouw verstaat de kunst van het aanbieden van de andere wang, als iemand je op de wang slaat (Luc. 6,29). Zij beweegt mee in de actie van de tegenstander en brengt Hem zo op andere gedachten.
Interessant is dat de vrouw hier doet wat Jezus op veel andere momenten doet: met behulp van een beeld een weg wijzen uit de impasse. Het lijkt erop dat Jezus hier door de vrouw met zijn eigen wapen verslagen wordt. Op dit moment is deze vrouw even wijzer dan Jezus.
Een nieuw inzicht
Door de woorden van de vrouw verandert Jezus van inzicht. Hij ziet in, dat het tóch goed is de dochter van de vrouw te genezen. Blijkbaar is ook het inzicht van Jezus in ontwikkeling en open voor verandering. Misschien is Hij niet enkel gezonden tot de verloren schapen van het volk van Israël, maar ook tot de verloren schapen daarbuiten? Misschien is zijn opdracht universeler dan Hij tot dan toe had gedacht? Wie weet dringt langzaam tot Jezus door, dat wat Hij eerder de farizeeën verweet (dat zij zich te star vasthouden aan hun eigen richtlijnen) ook van toepassing is op Hemzelf. Wie weet realiseert Hij zich dat niet alleen zijn leerlingen iets te leren hebben, maar ook Hijzelf. Zijn opdracht reikt verder dan Hij dacht en Hij was al zo moe…
Hoe groot is de tegenstelling met de blijdschap die de moeder moet hebben gevoeld, nu zij haar dochter weer in de armen kan sluiten. De verloren dochter is weer terug: ‘deze dochter van mij was dood en is weer tot leven gekomen’ (naar Lucas 15,24). Het hadden woorden van deze moeder geweest kunnen zijn.
Zo krijgt Jezus een nieuw inzicht aangereikt door een vrouw die niet tot het volk van Israël behoort. Interessant daarbij is de parallel met het verhaal van de profeet Elia en de weduwe uit Sarefat (1 Kon. 17,8-24). Sarefat ligt in het gebied van Tyrus en Sidon, hetzelfde gebied als waar Jezus te gast is. Ook Elia vindt hier onderdak en wordt gastvrij ontvangen. Later geneest Elia haar zoon. Ook Elia ondervindt erkenning door een vrouw die niet tot het Joodse volk behoort. Beide verhalen nodigen uit om over door mensen getrokken grenzen heen te kijken!
Bij Marcus 7:24-30
(Kanaanitische u)w