Menu

None

Worden wie je bedoeld bent te zijn

Maandag: tijd voor een Theologencolumn. Deze week opent Elske van Dorp de week met een reflectie op individuele en collectieve identiteit in de samenleving en de kerk.

Elske van Dorp

“Wat de Triniteit ons laat zien is dat verbondenheid en eigenheid elkaar niet uitsluiten.”

Laatst reed ik langs een MBO onderwijsinstelling, waar op de gevel een spandoek hing met de woorden ‘worden wie je bent.’ Het doek hing daar ter promotie van de open dagen. Met deze slogan lijkt de onderwijsinstelling perfect aan te sluiten bij de zoektocht waar veel jongeren zich in bevinden; de zoektocht naar de eigen identiteit.

‘Wie ben ik?’ is een vraag die door iedereen op enig moment in het leven wordt beantwoord. En hieraan gekoppeld hangt vervolgens de opdracht om op ieder moment en in elke situatie zo authentiek mogelijk jezelf te zijn. Dit laatste is overigens iets wat zich niet beperkt tot de jongere generatie.

Kerk en samenleving op gespannen voet?

Kenmerkend voor onze huidige samenleving is de vergaande individualisering, waarbij de idealen van individuele zelfontplooiing en zelfbeschikking door velen worden nagestreefd. Leidend hierbij is de wens dat niemand anders iets over je te zeggen heeft en de overtuiging dat niets of niemand invloed heeft op de keuzes die gemaakt worden over de invulling van het eigen ‘ik’. Iedereen is vrij een eigen invulling te geven aan de eigen persoonlijkheid, volledig vrij van invloeden van buitenaf.

Als gevolg hiervan is er in de samenleving een ontwikkeling zichtbaar waarbij mensen zich losmaken van groepen, van verbanden waar anderen in de generaties voor hen, deel van uitmaakten. Ook de kerk wordt al langere tijd geconfronteerd met deze ontwikkeling. Daarbij gaat het er dan niet eens zozeer over dat mensen niet meer geïnteresseerd zijn in geloof, of spiritualiteit. Waar de kerk veel meer mee te maken heeft, is dat zij door velen ervaren wordt als een beknellende structuur. ‘Een kerkelijke gemeenschap beperkt mij in mijn ontwikkeling tot volledig mezelf zijn,’ zo lijkt de gedachte bij velen.

Een sterkere vorm van verbondenheid dan die tussen Vader, Zoon en Geest bestaat niet.

Is deze kijk op deel uitmaken van een groep – of in kerkelijke taal gezegd: het vormen van een christelijke gemeenschap –, terecht? Deze vraag kan vanuit verschillende invalshoeken beantwoord worden. Enerzijds is er de ervaren realiteit. Wanneer aan een groep kerkgangers de vraag wordt gesteld in hoeverre zij het gevoel hebben dat zij volledig zichzelf kunnen zijn in hun kerkelijke gemeenschap, dan zullen er ongetwijfeld verhalen volgen van mensen die zich verplicht voelen zich te conformeren aan bijvoorbeeld de heersende sociale normen in de groep. Dus ja, vanuit die verhalen kan gezegd worden dat de kerk een beknellende structuur kan zijn.

Maar is dit ook hoe de kerk bedoeld is om te zijn, of is zo’n beknellende vorm van kerk-zijn iets wat wij van de kerk gemaakt hebben? Met andere woorden, hoe kan er theologisch gezien naar deze vraag gekeken worden?

De Drie-Eenheid als rolmodel

Waar beter te starten met het beantwoorden van deze vraag, dan bij het wezen van God zelf. In de Bijbel openbaart God zichzelf als de Drie-Ene God: Vader, Zoon en Geest. Als mens zijn we niet in staat dit gelijktijdig één- en drie-zijn van God te doorgronden. Maar wat de Triniteit ons wel laat zien is dat verbondenheid en eigenheid elkaar niet uitsluiten. Een sterkere vorm van verbondenheid dan die tussen Vader, Zoon en Geest bestaat niet. En tegelijkertijd kunnen Vader, Zoon en Geest van elkaar onderscheiden worden en kan over hen gesproken worden als drie personen.

Zo kan de Triniteit een beeld zijn voor de kerkelijke gemeenschap, als een groep mensen waarin tegelijkertijd sprake is van eenheid – verbondenheid – én diversiteit – eigenheid. Miroslav Volf is een theoloog die deze wijze van kijken naar de christelijke gemeenschap prachtig uitwerkt in zijn boek After Our Likeness. In kerken zou dus voor mensen de mogelijkheid moeten bestaan om in verbondenheid met anderen hun eigenheid tot ontwikkeling te laten komen.

Focus op verbondenheid met de Geest en de werking van de Geest haalt de aandacht af van alleen het individu ten koste van de gemeenschap, of alleen de gemeenschap, ten koste van het individu.

Hier is een centrale rol in weggelegd voor de Geest. Het is de Geest die zowel de eenheid als de diversiteit geeft (1 Korintiërs 12:12–20). Het is één Geest die heel diverse mensen samenbrengt en aan elkaar verbindt in een kerkelijke gemeenschap. Tegelijkertijd leidt datgene wat deze ene Geest schenkt tot diversiteit in de gemeenschap, onder andere door de diversiteit aan gaven die de Geest geeft (1 Korintiërs 12:4–6).

De Geest, de kerk en het individu

De Geest die verbindt én die de diversiteit geeft, kan zo gezien worden als degene die de spanning tussen individu en gemeenschap verlicht. Focus op verbondenheid met de Geest en de werking van de Geest haalt de aandacht af van alleen het individu ten koste van de gemeenschap, of alleen de gemeenschap, ten koste van het individu. Maar dat niet alleen. De Geest doet meer dan dat. Door de Geest die werkzaam is in het leven van de gelovige, groeit hij of zij naar het beeld van Christus. Hierdoor wordt een mens steeds meer wie hij ten diepste bedoeld is om te zijn: een mens geschapen naar Gods beeld.

‘Worden wie je bent,’ wordt dan ‘worden wie je bedoeld bent om te zijn’

Daar zijn geen dwingende kerkelijke structuren voor nodig. De Geest zijn werk laten doen vraagt juist van kerken om die dwingende rol in de vorming van iemands karakter los te laten en te vertrouwen op het geestelijke proces dat iemand doormaakt, onder invloed van de werking van de Geest. En juist dit proces zal niet leiden tot een homogene groep mensen, maar tot een veelkleurige groep in overeenstemming met de diversiteit die aanwezig is in het wezen van God zelf. Zo hoeft iemand die zich verbindt aan een kerkelijk gemeenschap zijn eigenheid daarbij niet te verliezen.

Het streven naar werkelijk jezelf zijn, kan juist met het christen-zijn tot uiting komen, omdat daarmee een ontwikkeling kan plaatsvinden naar het mens-zijn zoals God dit bedoeld heeft. ‘Worden wie je bent,’ wordt dan ‘worden wie je bedoeld bent om te zijn.’ Hoe mooi zou het zijn wanneer kerken deze wervende slogan kunnen uitdragen: met ons kun je worden wie je ten diepste bedoeld bent om te zijn.

Elske van Dorp is medewerker studentenzaken en docent aan het Evangelisch College.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken