Menu

Basis

“Zijn wij het waard om gemarteld te worden?”

In gesprek met Samuel Wells over de kerk in Nederland

Samuel Wells, vicar van St. Martin-in-the-Fields in Londen en auteur van vijftig boeken over kerk-zijn en het belang van zijn-met, was weer even in Nederland. De aanleiding is zijn driejarige aanstelling als ‘visiting professor’ bij de Theologische Universiteit Utrecht. Ook zal hij bijdragen aan het trainingsprogramma voor kerkvernieuwing van de Protestantse Kerk Amsterdam. Krina Huisman ging namens Theologie.nl met hem in gesprek. Wat is zijn droom voor de kerk in Nederland en hoe moeten we omgaan met de politieke uitdagingen van vandaag?

Je hebt twee dagen geleden een lezing gegeven tijdens het Preekfestival in Utrecht. Waar ging het over?

“Ik stelde daar de vraag aan een groep van ongeveer honderdvijftig predikers en predikers-in-opleiding waarom ze doen wat ze doen. Het is makkelijk om zicht op het antwoord te verliezen wanneer je geconfronteerd wordt met uitdagingen, drukte en stress. Dus het beste wat ik voor ze kan doen, is ze deze vraag in herinnering brengen en ze helpen om het antwoord verder uit te diepen.”

En waarom doe jij wat je doet?

“Omdat ik niet anders kan, in de woorden van Maarten Luther. Het lange antwoord is tweeledig. Op mijn negentiende voelde ik mij geroepen om naast mensen te staan die voor de grootste uitdagingen van hun leven stonden. En om naast ze te blijven staan, ook al konden de problemen niet worden opgelost. Ook voelde ik mij geroepen – dit hoort nog bij het eerste antwoord – om christelijke gemeenschappen te vormen en te voeden die hoop wilden bieden aan een wereld die het liefste grote levensvragen vermijdt of die zich juist geconfronteerd zien met deze grote vragen. Het tweede antwoord is dat ik gaandeweg het leven mezelf steeds beter leerde kennen. Mijn ervaringen, mijn aanleg en mijn vaardigheden. Ik voelde me geroepen – zelfs verplicht – om deze drie dingen in te zetten voor God, waar de Geest mij ook naartoe zou leiden.”

Zou je jezelf omschrijven als ambitieus?

“Ik ben niet ambitieus voor mezelf, maar ambitieus voor de kerk. Ik wil dat de kerk haar beste zelf wordt. En ik wil ook de beste versie van mezelf zijn. Als het gaat om werk en ambitie dan kan je drie dingen doen. Je kan ernaar streven iets te worden op een bepaalde plek, de something of something, bijvoorbeeld de Aartsbisschop van Canterbury. Maar mensen die naar een dergelijke functie streven, hebben vaak helemaal geen idee hoe ze die functie moeten vervullen. Al hun energie zit in het verkrijgen van de positie. Je hebt ook mensen die niet veel geven om een bepaalde titel, maar die de meest strategische positie opzoeken, desnoods achter de coulissen, om een bepaalde agenda erdoor te krijgen. Dit voelt echter heel instrumentalistisch, en de agenda moet wel echt heel goed zijn, wat vaak niet het geval is. Ik mag graag denken dat ik me bevind op een plek die goed genoeg is, omringd met mensen die goed genoeg zijn, een plek waar je Gods rijk om je heen voelt. En vanuit daar doen en genieten van de good stuff.”

Je zegt dat je ambitieus bent voor de kerk. Hoe ziet de ideale kerk er volgens jou uit?

“Één heilige algemene christelijke kerk. Sorry you did ask.

Is dat het?

“Nou dat is nogal een onderneming, als je het mij vraagt. Er moet nog veel worden gedaan, willen we dit bereiken.”

Bedoel je dat je streeft naar de eenheid van de kerken? Een ambitieus plan binnen de Nederlandse context. We blinken uit in kerkscheuringen.

“Ik zie al die verschillende denominaties als kinderen uit een tweede huwelijk, of de scheuring nu honderden jaren geleden heeft plaatsgevonden of slechts tachtig jaar geleden. De kinderen uit het eerste huwelijk kunnen zich soms hatelijk gedragen richting de kinderen uit het tweede huwelijk, want ze nemen het die kinderen kwalijk voor het stranden van de relatie. Maar dat is natuurlijk niet de schuld van deze kinderen. De vraag is echter niet waar we allemaal apart van elkaar vandaan komen, maar waar we gezamenlijk naartoe bewegen.”

En wat is het antwoord op deze vraag? Waar wil je ons, de Nederlandse kerken, naartoe bewegen in je rol als visiting professor en predikant?

“Laat ik een bekende vergelijking aanhalen. De kerk in dit land, die veel gelijkenissen vertoont met de kerk elders die ik goed ken, wordt gedwongen om van een Goliath te veranderen in een David, en daar heeft ze het moeilijk mee. De kerk wil graag Goliath blijven, terug naar de jaren vijftig toen ze veel kerkgangers had, veel geld en veel invloed. Don’t tell anybody [fluisterend], maar die kerk was ontzettend racistisch, seksistisch, homofoob, veroordelend, en ik kan nog wel vijftien minuten doorgaan.”

“Nu hebben we echter de kans om David te zijn – de David met de vijf gladde stenen, wel te verstaan. De soepele en sluwe herdersjongen die buiten leefde en leverage had met zijn slinger, die zijn vaardigheden inzette voor het goede. Niet de oude pafferige David, die uiteindelijk werd achtergelaten. We kunnen als kerk zoveel meer plezier beleven in de rol van David dan we in eeuwen hebben gehad! Laten we onze conferenties dus vooral niet besteden aan het beramen van plannen om weer Goliath te worden. Mijn droom voor de Nederlandse kerk is dat ze van haar rol van David gaat genieten, en ik hoop daar iets aan bij te kunnen dragen.”

Hoe kan je in de rol van David genieten?

“Door je niet te laten bepalen door zorgen over gebouwen of door de overtuiging dat het onze taak is om de samenleving te vertellen hoe ze moet leven. En ook door niet constant bezig te zijn met hoeveel volgers en likes je op sociale media hebt. Ik denk niet dat God aan het tellen is. Gods criteria staan opgeschreven in Galaten 5 (liefde, vreugde, vrede…), Mattheus 5 (gelukkig de treurenden, gelukkig de vredestichters…) en Matheus 25 (Want ik had honger en u hebt mij te eten gegeven…). Wanneer we hiernaar gaan leven, gaan we steeds meer lijken op die ene heilige algemene christelijke kerk. Dat is zoveel makkelijker wanneer we een David zijn en niet een Goliath. Goliath is bezig met personeelskosten, ziektekosten en pensioenen. De kerk moet afslanken, wendbaarder worden. En tja, dat betekent ook dat sommigen van ons moeten leren om op een andere manier ons inkomen te verdienen. We moeten ons eigen bedrijf gaan runnen, consultant worden of freelancer. Ik denk dat het ons goed zal doen.”

En met ‘ons’ bedoel je…

“De clergy, mensen met een betaalde functie in de kerk.”

Maar is St. Martin-in-the-Fields niet ook een soort Goliath? Ik zie een gigantisch gebouw voor me…  

“Wanneer je St. Martin-in-the-Fields ziet als een Goliath, dan zie je vooral die kant van de kerk die zich voegt binnen de gevestigde orde. We zitten aan Trafalgar Square, in hartje Londen, het is de koninklijke kerk en het gebouw is duizenden keren nagebouwd, overal ter wereld. Dus we ogen als de gevestigde orde. Ik denk dat de kerk zichzelf eerder ziet als een organisatie die zich tegen de gevestigde orde verzet, of tenminste tegen de onrechtvaardige kanten ervan. We hebben een cruciale rol gespeeld in de afschaffing van de Apartheid in Zuid-Afrika, bijvoorbeeld, en stonden aan de voorhoede van de oprichting van Amnesty International. Zelf zie ik St. Martin als een kerk die wil inspireren, een alternatief systeem wil creëren. Het doel is niet om het land te besturen, om prime minister te worden, maar om te laten zien hoe het anders kan.”

Moet de Nederlandse kerk een St. Martin-in-the-Fields worden, volgens jou? Is dat eigenlijk wel haalbaar? Ik denk even aan kleine dorpskerken, die ver verwijderd zijn van de culturele centra in het land, of aan mijn eigen kerk, die helemaal geen kerkgebouw bezit maar in een schoolgebouw bij elkaar komt.  

“In één zin: Zwitserland heeft geen natuurlijke hulpbronnen, dus werd ze goed in bankieren en het maken van horloges. Je moet groeien daar waar je gepland bent. Gebruik je verbeeldingskracht. Het grootste sociale probleem van dit moment, zeker na covid, is vereenzaming. Tijdens covid verhuisden mensen massaal naar het platteland om vanuit huis te werken, maar in 2023 werden ze wakker met het besef dat ze zich geïsoleerd voelden. Dus hoe kan je als dorpskerk de toenemende eenzaamheid bestrijden? Daar heb je echt niet veel geld of middelen voor nodig. Je verwijdert een paar stoelen en banken in de kerk en richt daar een gezellige zithoek in, voor mensen die gedurende de week even willen pauzeren. Maak er iets moois van, iets chics. Zet aardewerk neer en bekleed de meubels met mooie bedrukte stoffen. Maar als je zelf koffie gaat serveren, zorg er dan wel voor dat het hele goede koffie is!”

“Creëer schaarste, wanneer je een gemeenschap wil opbouwen. Doe de kerk niet de hele dag open, maar op bepaalde vaste momenten gedurende de dag, rond koffietijd bijvoorbeeld. Op die momenten kunnen mensen even langs wippen om te pauzeren en een praatje te maken. Komen ze later, dan is de kerk dicht. En na een paar maanden nodig je deze mensen een keer uit om een cursus te volgen of laat je ze weten dat ze welkom zijn om samen met de dominee de hond uit te laten, die dat iedere zondag om twee uur doet. Vanuit koffiemomenten bouw je de gemeenschap dus verder uit.”

Ik noteer: predikanten hebben een hond nodig…

“Ja, absoluut, want dit is side-by-side. Dit is niet: ‘Jij bent behoeftig en ik zal mijn kostbare tijd aan jou geven om je te helpen.’ Dit is: ‘Ik vind het leuk om de hond uit te laten en kan wel wat gezelschap gebruiken.’ Het is een laagdrempelige, vriendelijke manier om een gemeenschap op te bouwen.”

Side-by-side, dat is een ander onderwerp waar je veel over hebt geschreven. Je schrijft dat we met elkaar moeten zijn – being with –  eerder dan dat we onszelf in een helpende rol plaatsen. Wat is het probleem met helpen?

“Negentig procent van de interacties met hulpbehoevenden neemt de vorm aan van working for: iemand zet zijn of haar aangeleerde vaardigheden in om iemand in een achterstandspositie te helpen. Het probleem is echter dat in dit model de hulpbehoevendheid van de één en de goedheid van de ander geaccentueerd wordt. En dat vergroot weer de schaamte van de hulpbehoevende. Het is heel gênant om niet je rekeningen te kunnen betalen, om hulp te moeten vragen.”

Being with is ook anders dan working with. In het laatste geval werken verschillende mensen aan het oplossen van een bepaald probleem. Bijvoorbeeld hondenpoep op straat of dakloosheid. Wat hier mooi aan is, is dat je het samen probeert op te lossen, maar het leven is zoveel meer dan het oplossen van problemen. Samenwerken is nog niet hetzelfde als zijn-met.”

“Tot slot heb je ook nog being for, wanneer je op sociale media bijvoorbeeld laat weten dat je het verschrikkelijk vindt wat Israël in Gaza allemaal doet. Helpt jouw uitspraak de situatie? Wat is jouw relatie met de mensen daar? Mijns inziens gaat het hier vooral om virtue signaling: aan anderen laten zien dat je ‘aan de goede kant’ staat, dat jij deugdzaam bent.”

Maar wat houdt het in, zijn-met?

“Zijn-met doe je wanneer je aan het bed gaat zitten van iemand die ernstig ziek of stervende is. Je zoekt niet de hele tijd afleiding in huishoudelijke taken. Toen mijn moeder stervende was, ik was vijftien, heb ik allerlei maaltijden gekookt die ze nooit heeft gegeten. Koken gaf me een nuttig gevoel, het was working for… Maar ik had gewoon naast haar moeten gaan zitten, ook al sliep ze de helft van de tijd, en ook al vond ik dat saai en voelde ik me hulpeloos. Dat is wat het betekent om een stervende ouder te hebben. Deal with it. Niet dat ik het mijn vijftienjarige zelf kwalijk neem, trouwens.”

“Mijn punt is dat het uiteindelijke doel van alles is om te zijn-met: zijn met God, zijn met onszelf, zijn met elkaar en ook zijn met de schepping. Om weer even terug te komen op je eerdere vraag over het belang van een kerkgebouw: als het bezitten van zo’n gebouw het doel van zijn-met niet dient, dan heb je het niet nodig. Soms is het beter om vier keer per jaar met de gemeente een week naar het strand te gaan, dan elkaar iedere zondag in de kerk te treffen. Dat is ook maar gewoon een conventie, die wekelijkse zondagdienst. Als er betere manieren bestaan om met elkaar te zijn, probeer dat dan eens.”

Is being with niet het moeilijkste dat er is? Er zit vaak zoveel geschiedenis, karakter en trauma tussen mensen. Is dat niet juist de tragiek van het mens-zijn, ons onvermogen om met elkaar te zijn? En is dat niet het gevolg van de zondeval?

“Wat ik je hoor zeggen, is dat isolatie het fundamentele probleem is van de mens. De pijnlijke ironie is vaak ook, dit schrijf ik in het Nazaret Manifest, dat onze pogingen om de eenzaamheid te overbruggen vaak onbedoeld de eenzaamheid vergroten. Weet je, in mijn omschrijving van being with belicht ik verschillende aspecten, en één van die aspecten is het vieren van wat iemand wél kan geven. Iemand kan emotioneel onbereikbaar zijn, bijvoorbeeld, waardoor er altijd een bepaalde afstand blijft bestaan, maar deze persoon kan tegelijkertijd ook heel grappig zijn of hele goede leestips geven. Vier dat, richt daar de aandacht op. Dat omschrijf ik als delight.”

“Maar, over de zondeval gesproken… is zonde het juiste woord om de tragiek te beschrijven die je zojuist noemde? Dat mensen wel met elkaar willen zijn maar niet dichtbij elkaar kunnen komen?”

Hmm… het voelt niet helemaal passend, inderdaad.

“Het is een onbevredigend begrip voor dit verhaal, vind ik.”

Is er sprake van een tekortkoming?

“Een unfulfillment misschien. Kijk, in 1 Timotheüs 1 vers 15 staat geschreven dat Jezus naar de wereld is gekomen om zondaars hun zonden te vergeven. Dit staat er letterlijk. Maar als je de hele Bijbel baseert op één zin, wat heb je daar dan aan? Dat is geen goed nieuws voor jou, wanneer je aan het sterfbed zit van een dierbare en voelt dat er ondanks alles een zekere afstand bestaat. Het begrip zonde zorg ervoor dat je het jezelf gaat kwalijk nemen dat het niet lukt om verbonden met elkaar te zijn. Het neemt de ander ook niet serieus, die waarschijnlijk van alles heeft meegemaakt in zijn of haar leven waardoor een emotionele verbinding ingewikkeld wordt. En het verbetert de relatie niet. Het is gewoon té oppervlakkig, het begrip zonde. Er is veel mis met de mensheid, maar het drama van onze relatie met God centreert zich niet op onze tekortkomingen en op het feit dat God ons gaat fixen.”

Ik moet denken aan een van onze eigen theologen die een boek geschreven heeft over de hel. Als ik hem goed heb begrepen, dan omschrijft hij de hel als een being without – het gevolg van buitensluiting en eenzaamheid. Hij zegt zelfs dat we in onze pogingen om de hemel op aarde gestalte te geven, we onbewust een hel voor anderen kunnen creëren. Hoe kijk jij hiernaar, aangezien je begrippen als zonde en hel niet centraal wil stellen in de theologie – iets waar je ook wel voor bekritiseerd wordt.”

“Ik denk eigenlijk dat conventionele theologie, met haar obsessie voor het overleven van de dood, een hel voor mensen kan creëren. Het gaat te veel over ‘bevrijding van…’ en zegt amper iets over ‘bevrijding tot…’ Ik bekritiseer een antropocentrische theologie waarin de mens in het verhaal centraal staat en God geïnstrumentaliseerd wordt. In dit verhaal heeft de mens een probleem, want wij zijn zondig en gaan dood, en dat moet gefixt worden. En Jezus is de fixer. Maar als we een loodgieter inschakelen om ons probleem op te lossen, dan noteren we zelden zijn telefoonnummer met de intentie om in contact te blijven. De loodgieter is er eenvoudigweg om een probleem op te lossen.”

“Conventionele theologie gaat met Jezus om alsof hij een loodgieter is. Maar ik geloof dat being with de rode draad vormt, door alles heen, vanaf de schepping tot in de eeuwigheid. God heeft de wereld geschapen met als doel om met ons te zijn, in Christus. Dus ik neem Jezus serieuzer dan de zonde en plaats Hém op de centrale plek in het verhaal. Conventionele theologie lijkt de zonde echter serieuzer te nemen dan Jezus, en daar ga ik gewoonweg niet in mee. I am not backing down, ondanks de kritiek.”

Gezien de tijd, mag ik nog één slotvraag stellen? Eigenlijk zijn het er twee. De hedendaagse kerk staat voor grote uitdagingen. Enerzijds wordt het christendom toegeëigend door extreemrechtse figuren en anderzijds bereiden we ons voor op een crisissituatie – in Nederland tenminste. Hoe moet de kerk omgaan met deze uitdagingen?

“Ik kan beide vragen kort beantwoorden. Met betrekking tot de toe-eigening van het christelijke geloof door extreemrechts: laat je hierdoor inspireren. Wat figuren als Tommy Robinson in Engeland goed hebben begrepen, is dat er een kracht schuilgaat in de christelijke symboliek. Hij gelooft in de kracht van het kruis – en daar kunnen wij wat van leren. Niet dat ik geloof dat hij ook maar enig besef heeft van de theologie achter het symbool, maar hij herinnert ons er wel aan dat het kruis mensen in beweging kan zetten. Laten wij dit serieus nemen en vervolgens het kruis inzetten voor het goede.”

“En wat betreft de voorbereiding op crisis: ook daar kan ik kort over zijn. Stel je eens voor dat Nederland bezet zou worden door troepen uit het oosten – niet Bulgarije, overigens. Dat leger trekt van Maastricht helemaal naar het noorden en zal verschillende vormen van verzet tegenkomen: militair verzet maar ook verzet vanuit veerkrachtige gemeenschappen. Wat deze gemeenschappen veerkrachtig maakt, is hun diepgaande kennis van zaken en liefdevolle relaties. Verzet vanuit deze hoek kan je niet breken met bommen. Dat kan alleen met martelingen, want martelen breekt de wil. Dus ik zou geloofsgemeenschappen in Nederland willen uitdagen om zichzelf de volgende vraag te stellen: zijn wij het waard om gemarteld te worden? En zo niet, dan hebben we nog even tijd om dat wel te worden.”

Krina Huisman

Krina Huisman (1986) is literatuurwetenschapper en gepromoveerd op het onderwerp narratieve zingeving bij rouw. Ze is momenteel redacteur ‘Levensvragen’ en ‘Opinie’ bij Theologie.nl.


Meer lezen over Samuel Wells’ visie op kerk en geloof?

Cover De toekomst die groter is dan het verleden
Cover Kleiner geloof grotere God
Cover Oog in oog.
Cover Hoe zullen we leven?
Cover van De gewonde God

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken