Zwijnenstal
Bij Lucas 16,19-31
Verhaal
Burp is een enorm varken. Het grootste varken van de hele stal. Dat is hij niet zomaar geworden. Het komt omdat er zo goed voor hem wordt gezorgd. Elke dag vers stro. Een paar keer per dag een trog vol heerlijk varkenseten. Nou, daar wil je wel van groeien. Zijn broers trouwens ook. Weliswaar duwt Burp ze woest aan de kant, als de trog wordt gevuld. Hij knort met een diep basgeluid en bijt venijnig in hun oren. Voor zover hun pootjes hen nog kunnen dragen, rennen ze kwaaiig een rondje door de stal. Een waggelend dansje lijkt het. Maar als Burp zich barstensvol heeft gegeten, is er nog meer dan genoeg over voor zijn vijf broers.
Er zwerft ook een hond in de buurt, een hond met een buitengewoon gemene baas. Die schopt hem en slaat hem met zijn dronken kop en jaagt hem zonder eten naar buiten: ‘Rot op, Bello!’ Onder de wonden en de zweren loopt hij snuffelend iets eetbaars te zoeken langs de weg. Dan ruikt hij opeens een lekkere geur. ‘Is dat geen varkensvoer? Komt dat uit die stal?’ Hij wringt zich onder de staldeur door en ziet de grote roze varkens. En daar, daar is de trog die zo heerlijk ruikt. De hond sluipt likkebaardend dichterbij. Maar net als hij zijn kop in de trog wil steken, hoort hij een enorme knor. Scherpe tanden bijten het puntje van zijn linkeroor af. Jankend vlucht de hond onder de deur door naar buiten. Meer dood dan levend komt hij in het dorp aan en valt neer tegen de muur van de dorpsslagerij.
De volgende morgen vroeg stopt een vrachtwagen voor de stal. Burp moet erin. Hij is rijp voor de slacht. Bello ligt nog steeds uitgehongerd tegen de muur van de slagerij. De slager die druk aan het werk is, ziet hem liggen: ‘Arm beest! Hier heb je wat!’ En hij smijt hem zo een varkenspootje toe. Mmm, wat knapt hij daar van op! Grote kans dat hij in de komende tijd nog wel vijf keer een varkenspootje kan verwachten. Tevreden gaat de hond languit liggen in het ochtendzonnetje tegen de muur van de slagerij.
Vraag
Wie ben je liever, Burp of Bello? Waarom?
Liedsuggestie
J.D.van Laar, Bijbelliederen voor jonge kinderen III, 64: ‘Er was een rijke man’.
Bij Lucas 16:19-31