Menu

Premium

17.1. Bidden: oefening in dankbaarheid

Zie ook

Heidelbergse Catechismus

Zondag 45

Vraag 116: Waarom hebben de christenen het gebed nodig?

Antwoord: Omdat het gebed het voornaamste deel van de dankbaarheid is, die God van ons eist. En omdat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen wil geven aan hen die Hem met een innig verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Vraag 117: Wat behoort tot een gebed dat God aangenaam is en door Hem wordt verhoord?

Antwoord: Ten eerste, dat wij alleen de enige ware God, die Zich in Zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, van harte aanroepen om alles wat Hij ons geboden heeft Hem te vragen. Ten tweede dat wij onze nood en ellende goed en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht van Zijn majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij deze vaste grond hebben, dat God ons gebed, hoewel wij het niet waardig zijn, omwille van de Here Christus, zeker wil verhoren, zoals Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft.

Vraag 118: Wat heeft God ons bevolen Hem in het gebed te vragen?

Antwoord: Alles wat wij naar geest en lichaam nodig hebben, zoals de Here Christus dat heeft samengevat in het gebed dat Hijzelf ons geleerd heeft.

Vraag 119: Hoe luidt dat gebed?

Antwoord: Onze Vader, die in de hemelen zijt.
1. Uw naam worde geheiligd.
2. Uw rijk kome.
3. Uw wil geschiede, op de aarde, zoals in de hemel.
4. Geef ons heden ons dagelijks brood.
5. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
6. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

Amen (Mattheüs 6:9-13).

Relatie van het thema tot het hoofdthema

In deze schets gaat het om het bidden als diepste vorm van danken. Bidden is het kloppende hart van een aan God toegewijd leven. Wat ademen voor ons lichaam is, is bidden voor de praktijk van ons geloof. Hoe deze oefening in dankbaarheid inhoud en vorm kan krijgen, daarover gaat het in deze leerdienst.

De leefwereld van de hoorder

Als het erom gaat hoe de hoorders het bidden in hun eigen leven ervaren, kunnen we het beste spreken van ambivalentie. Allereerst betreft dat een ongelijkheid tussen de hoorders onderling. Voor de een betekent het bidden heel veel. Het dagelijks leven voltrekt zich op het ritme van de ademtocht van het bidden. Voor de ander is het bidden de vanzelfsprekendheid voorbij. Dat kan allerlei oorzaken hebben, waarbij het gemis van de tastbare aanwezigheid van God een diep knagend gevoel kan geven. Tegelijk is het goed er ook rekening mee te houden dat de ambivalentie in een en dezelfde hoorder aanwezig kan zijn: aan de ene kant is er een verlangen naar het contact met God, aan de andere kant is er een verlegen zoeken naar dat contact. Dit kan schuldgevoelens oproepen, vooral als men in de preek hoort dat bidden de diepste vorm van danken is en de eer van God dus in het geding is.

Met het oog op de tieners

De genoemde ambivalentie kan bij de jongeren van de gemeente in verhevigde vorm aanwezig zijn. Ze leven − om zo te zeggen − tussen biddeloosheid en aanbidding. Van belang is voor hen de peer group waarin ze leven. Jongeren kunnen zich, juist als het om bidden gaat, eenzaam voelen. Overigens is hier de gezinssituatie van de tieners van veel invloed.

Met het oog op de kinderen

Voor de meeste kinderen is bidden iets vanzelfsprekends, passend bij het klimaat waarin zij worden opgevoed. Bidden schenkt geborgenheid. Dat zijn kostbare dingen, waardoor kinderen zonder het te beseffen een voorbeeld voor de ouderen kunnen zijn.

Uitleg

In de Bijbel neemt het bidden een centrale plaats in in het leven van de gelovige en van de gemeente. Geloven zonder bidden is een irrealis.

Wat is bidden? We zouden het kunnen verwoorden als: het vertrouwelijk gesprek dat we met God, onze hemelse Vader, mogen voeren. Het initiatief ligt bij God. God spreekt tot ons door Zijn Woord en nodigt ons uit om te antwoorden. Als gevouwen handen op een opengeslagen bijbel. Wanneer we bidden, doen we datgene waartoe Hij ons zo vriendelijk, zo gul uitnodigt en oproept (K. Barth). In de gereformeerde traditie spreken we hierover graag als de verborgen omgang met God. Calvijn noemt het bidden de voornaamste oefening van het geloof (Institutie III.20.1). Het geloof kan niet leven zonder bidden, zoals ons lichaam niet kan leven zonder de zuurstof die onze longen in- en uitademen. Zou de catechismus daarom zeggen dat God wil dat we moeten bidden? Weet God als onze hemelse Vader dat onze geestelijke gezondheid ernstig wordt aangetast als wij niet bidden? Zo wordt het bidden het kloppende hart van het leven met God. Ons leven krijgt de trekken van dat van Henoch, die wandelde met God (Gen. 5:24).

Dat bidden het kloppende hart van het gelovig leven is, zien we aan allerlei uitdrukkingen in de Bijbel. Bijvoorbeeld waar het gaat om het volharden in het gebed (Hand. 2:42; 1 Thess. 5:17). Dat je zo kunt leven is een geschenk van God. Het is ten diepste de Heilige Geest die in onze harten bidt (Rom. 8:26). Hij leert ons bidden. Het hoort bij ons discipelschap van Jezus (Luk. 11:1).

Als het bidden een geïntegreerd onderdeel van ons dagelijkse leven wordt, krijgt het een functie in bijzondere situaties. Dan wordt bidden: God loven en aanbidden in tijden van vreugde, maar ook Hem smeken en de toevlucht tot Hem nemen in dagen van verdriet. Ook kent ons bidden de gestalte van de voorbede voor de nood van onze medemens en de wereld. Dat geeft aan ons bidden een missionaire gloed.

Een unieke leidraad voor ons bidden vormen de psalmen. Daarin horen we danken en zuchten, zonden belijden en God aanbidden. Bij het bidden kunnen verschillende gebedshoudingen worden aangenomen, zoals gevouwen handen en gesloten ogen, knielen, staan, opgegeven handen, open handen.

Vraag en antwoord 116: De catechismus legt vanuit vraag 115 allereerst het verband tussen dankbaarheid en bidden. Om dankbaar te zijn hebben we de Heilige Geest nodig. Daarom bidden we om Zijn hulp en leiding. Vervolgens leert de catechismus ons dat bidden het voornaamste deel van de dankbaarheid is. Dat klinkt vreemd. Is dankbaar zijn niet een kwestie van houding en daden? Van een manier van leven? Zeker, maar precies dat toegewijde leven kent een kloppend hart, en dat is het bidden. Bidden is zo bezien de binnenkant van dankbaarheid. Het is belijden dat God de Bron van genade is, ook van de genade van de dankbaarheid. In de omgang met God zit een cirkelgang. We bidden om de Heilige Geest om dankbaar te kunnen zijn en de door Hem geschonken dankbaarheid brengt ons tot het bidden. Zou de catechismus ook daaraan denken als hij zegt dat we zonder ophouden moeten bidden en danken? Bidden is de diepste vorm van danken, en danken is de hoogste vorm van bidden.

Vraag en antwoord 117: Als bidden de diepste vorm van danken is, wordt de vraag belangrijk hoe wij moeten bidden. De catechismus reikt ons drie aspecten als leidraad aan.

Het eerste aspect is: we bidden tot God, die Zich in de Bijbel als de enige, ware God geopenbaard heeft; de Vader van onze Heere Jezus Christus. De achtergrond hiervan is de rooms-katholieke praktijk dat mensen baden tot de heiligen, in het bijzonder tot Maria.

Het tweede aspect raakt onze zelfkennis. We moeten niet alleen weten wie God is, maar ook wie wij zelf zijn. ‘God enkel licht, wiens aangezicht zo blinkend is van luister, ziet ons onrein, ziet hoe wij zijn vervallen aan het duister’ (Gezang 449:1, LvdK). Zelfkennis snijdt hoogmoed af, maakt ootmoedig voor God en leert ons het als een wonder ervaren dat we zo dicht tot God mogen naderen dat we Zijn hart horen kloppen.

Het derde aspect is dat we erop mogen vertrouwen dat God ons hoort en verhoort. Niet omdat wij dat verdienen, maar we bidden in de naam van Jezus, gezeten aan Gods rechterhand. Hij pleit voor ons. Daarin ligt de grond van onze verhoring. Verhoren is dat God ons bidden volstrekt ernstig neemt. Zo ernstig dat Hij ons geeft wat goed voor ons is en ons onthoudt wat niet goed voor ons is. In dit leven is verhoring een zaak van geloof. Eenmaal in het Koninkrijk zullen wij de manier van Gods verhoring verstaan. Voor het verband tussen bidden en Gods voorzienigheid, zie de schetsen 7.1. en 7.2.

Vraag en antwoord 118: Wát moeten we bidden? De catechismus geeft op die vraag een eenvoudig antwoord: alles wat je naar geest en lichaam nodig hebt. In de woorden van Kohlbrugge: wij mogen bij God aanhouden, al is het om een spijker en een speld. Tegelijk brengt de catechismus een wijze beperking aan. ‘Alles wat we nodig hebben’ is wat anders dan ‘alles wat we nodig vinden’.

Vraag en antwoord 119: Het Onze Vader dat Jezus ons geleerd heeft, is de schoonste, hoogste en kortste samenvatting van al onze gebeden: vijf gebeden op een goudschaaltje. Ze vormen een leidraad voor al ons bidden en danken. In de Zondagen 46 tot en met 52 komt de inhoud ervan aan de orde. Dan blijkt dat het in de drie eerste gebeden gaat om onze betrokkenheid op God en in de drie laatste gebeden om Gods betrokkenheid op ons. Dit wordt voorafgegaan door de aanhef en gevolgd door de lofprijzing en het amen. Dat we niet in de ‘ik-vorm’ bidden maar in de ‘wij-vorm’ (onze Vader), laat zien dat bidden niet alleen een individueel gebeuren is, maar dat het ook om het bidden van de gemeente gaat.

Relevantie van het thema

Wie inzake de relevantie van bidden start bij de ervaring van mensen, heeft grote kans dat hij daarin blijft steken. We zullen aan de andere kant moeten beginnen, namelijk bij wat de Schriften ons leren over ons bidden. We bidden bijvoorbeeld niet omdat we voelen dat God ons hoort, maar omdat God dat belooft in Zijn Woord. Dat dit niet betekent dat er geen worstelingen zijn als het om bidden gaat, laten de psalmen wel zien. Denk bijvoorbeeld aan Psalm 22 − nota bene een messiaanse psalm − waarin de dichter zegt: ‘Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet’ (vs. 3). We bidden soms tegen al onze ervaringen en gevoelens in. Dat is een hele oefening. Bonhoeffer zegt: niet de armoede van je hart moet je gebed bepalen, maar de rijkdom van het Woord van God. Is het geen troost, dat we in ons bidden ook onze aanvechtingen en twijfels bij God mogen brengen?

Het is een zegen dat we in de christelijke gemeente samen bidden. We kunnen elkaar aansporen en bemoedigen. Laten we aan elkaar als kinderen van onze Vader ook vertellen van het wonder dat en hoe God een hoorder van onze gebeden is.

Met het oog op de tieners

Jongeren verkeren soms ineens in een situatie dat bidden heel belangrijk wordt. Vaak hebben ze hun (rationele en emotionele) twijfels door alles wat ze over geloof en bidden om zich heen horen en zien (vooral in de media), maar ineens wordt dat dan doorbroken door het verlangen naar Gods vaderhart. En wat kunnen ze naar Hem verlangen. Een van de kostbaarste ervaringen in de puberteit is dat je in de intimiteit van jouw relatie met God helemaal jezelf mag zijn. God kent jou en Hij luistert naar je.

Met het oog op de kinderen

Voor de kinderen van de gemeente hoeft bidden in de meeste gevallen niet relevant gemaakt te worden. Wel moeten zij leren te groeien in het bidden en danken, bijvoorbeeld door te leren dat Gods verhoring niet simpelweg betekent dat God altijd geeft waar ze om vragen. Als hier iets misgaat in de kindertijd, kan hun dat later opbreken.

Relevante bijbelgedeelten

Genesis 18:23-32 (gebed van Abraham); Exodus 32:30-35 (gebed van Mozes); Numeri 6:22-27 (de priesterlijke zegen); 1 Samuel 1 en 2:1-10 (gebed van Hanna); 1 Koningen 8:22-53 (gebed van Salomo); 1 Koningen 18:21-46 (‘gebed’ van Baälspriesters en gebeden van Elia); diverse psalmen als gebeden (boete-, dank/lof-, smeek-, leer-, aanbiddingspsalmen); Jeremia 20:7-18 (gebed van Jeremia); Daniël 9:4-19 (gebed van Daniël); Mattheüs 6:9-15 en Lukas 11:1-4 (Onze Vader); Mattheüs 7:7-12 (gebedsverhoring); Lukas 1:46-55 (lofzang van Maria); Johannes 17 (hogepriesterlijk gebed van Jezus); Handelingen 9:10 vv. (gebed van Saulus/Paulus); Handelingen 12:3-17 (voorbede van de gemeente voor Petrus); de vele aanwijzingen over het bidden in de Brieven; in Openbaring bijvoorbeeld 7:9-12 (lof- en danklied voor de troon van het Lam) of 22:17 en 20 (gebed om de wederkomst van Christus).

Aanwijzingen voor de leerdienst

Doelstelling

De gemeente heeft (opnieuw) geleerd hoe onmisbaar het bidden is als het kloppende hart van dankbaarheid, van wederliefde als antwoord op de liefde van God. Daarbij heeft zij gezien dat bidden niet alleen iets individueels is, maar ook een (heil)geheim van de gemeente. Ze voelt zich bevestigd in het vertrouwen dat God de hoorder der gebeden is. Maar zij weet zich ook begrepen in allerlei vormen van aanvechting.

Homiletische aanwijzingen

1. Als inleiding van de preek kan een voorbeeld uit de leefwereld van de hoorders worden benoemd. Bijvoorbeeld dit citaat uit een radio-uitzending van het Humanistisch Verbond: ‘Bad jij vroeger ook? Ja, dat deed bijna iedereen. En hielp het? Nee, natuurlijk niet. Waarom deed je het dan? Ja, je wist gewoon niet beter.’ Of een citaat van een hoogleraar, die in een interview gevraagd werd naar zijn gebedsleven: ‘Ik heb in een van mijn preken over het Onze Vader onlangs gezegd: “Ik neem aan, gemeente, dat u persoonlijk nauwelijks meer bidt.”’ Twee schokkende voorbeelden hoe in de wereld van vandaag en zelfs in de kerk het bidden elke vorm van vanzelfsprekendheid heeft verloren.

Het is begrijpelijk dat veel mensen door deze uitspraken in verwarring raken. Des te belangrijker is het samen (opnieuw) in te zien dat men zich hierdoor niet op sleeptouw moet laten nemen, maar daarentegen moet ontdekken hoe kostbaar het bidden is. Zoals voor de anesthesist Emily Chiwona in Malawi. Zij sprak in 2014 op de zendingsdag van de Gereformeerde Zendingsbond, en vertelde dat zij bidt met iedere patiënt die zij helpt voor de operatie.

2. Vervolgens wordt uitgelegd wat bidden is. Men kan daar diverse omschrijvingen voor vinden in de aangereikte literatuur. Kern ervan is het vertrouwelijk gesprek met God als onze hemelse Vader. God begint ermee in Zijn Woord en Hij nodigt ons uit om naar Hem te luisteren en erop te antwoorden. Enkele voorbeelden uit de Bijbel kunnen worden genoemd.

3. Dat bidden onmisbaar is in het leven van een gelovige, kan met beelden verduidelijkt worden. Wat de zuurstof is voor onze longen, is het bidden voor ons geloof. Waar niet meer gebeden wordt, sterft het geloof een langzame dood. Waar daarentegen het leven wordt doortrokken van de verborgen omgang met God, gedijt het geloof en mag ons leven iets krijgen van het leven van Henoch, die wandelde met God (Gen. 5:24).

4. De catechismus reikt ons in Zondag 45 veel aan wat ons kan helpen voor de praktijk van ons bidden. We leren dat bidden de diepste vorm van danken is. Het is de binnenkant, het kloppende hart van een dankbaar leven. Om dat dankbare leven als antwoord op de redding door Jezus Christus gaat het. Het is het herstel van het beeld van God. Bidden moeten we leren. Wat een zegen dat we als kind leerden bidden. De aard van ons bidden moet niet stilstaan, maar (mee)groeien in de diverse ‘seizoenen van het leven’. Bidden gaat niet vanzelf. Er is veel oefening voor nodig om te volharden in het gebed. Dwars door allerlei gebedsweerstanden en aanvechtingen heen mag het bidden een verborgen krachtbron worden in ons leven. De aard van de gebeden kan wisselen. Nu eens is het loven en prijzen, aanbidden zelfs, dan weer smeken om hulp, boete doen of verlangen naar God. Diverse psalmen kunnen hierin als voorbeeld worden genoemd.

5. Als bidden zo wezenlijk is in ons geloof, dan is het belangrijk hoe wij bidden. Hier kan de prediker ingaan op voorbeelden van hoe het niet moet en hoe het wel mag. De catechismus reikt aan: besef dat je bidt tot de Heere, de God van het verbond. Besef wie jij voor God bent. Ootmoed is het sieraad van ons bidden. Noem een voorbeeld uit de Bijbel, zoals het gebed van Daniël (Dan. 9). We moeten beseffen en geloven dat God ons gebed hoort en verhoort. (Over verhoring: zie onder ‘Uitleg’.) Het is van groot belang dat de pastorale antenne van de prediker hier in optima forma functioneert. Juist op dit punt van de verhoring kan het gebedsleven in een crisis terechtkomen, maar zo ook gelouterd worden. Zoals bij de man die weduwnaar werd en met een groot gezin in armoede achterbleef. Ondanks zijn vertrouwen op God kende hij tijden van diepe crisis. Hij vertelde: ‘Ik riep tot God om mij te antwoorden op de vraag: waarom nam U mijn vrouw weg? Ik kreeg geen antwoord. Ten einde raad smeekte ik God om de waaromvraag uit mijn hart weg te nemen. Dat heeft Hij gedaan.’

6. Het is niet goed om in de preek te blijven steken in de moeiten bij het bidden. Op gepaste wijze mogen voorbeelden van uitredding en verhoring verteld worden. Niet om daardoor schuldgevoelens op te roepen bij mensen die die voorbeelden zelf niet kennen, maar om elkaar te bemoedigen. Hier kan het ontroerend voorbeeld verteld worden van het kind dat naar de kerk ging voor een bidstond ten tijde van een periode van grote droogte in Engeland. De gemeente kwam samen om God aan te roepen Zich over hen te ontfermen. Het kind nam alvast de paraplu mee. Die had ze inderdaad nodig na de dienst.

7. Indien er tijd voor is, kan de gemeente verder geholpen worden bij de vraag waar we wel en niet om moeten bidden. Op vraag 118 geeft de catechismus een wijs antwoord. Mooi om dat praktisch uit te werken.

8. Vervolgens komt het volmaakte gebed dat Jezus ons geleerd heeft, het Onze Vader, ter sprake. De uitleg ervan komt in de volgende leerdiensten aan de orde. Nu kan alvast op de opbouw ervan ingegaan worden. Die vormt een opmaat en stemvork voor al onze gebeden. Ook biedt het Onze Vader de gelegenheid om het bidden als gave aan en opgave van de gemeente te bespreken. Lijnen kunnen getrokken worden naar de verschillende vormen van bidden in de eredienst, gebedskringen, gebedsteams, en andere onderwerpen die in de gemeente relevant zijn.

9. Tot slot kan worden vertolkt dat ons bidden een groot genadegeschenk is. Uiteindelijk gaat het niet om ons bidden, maar om het bidden van de Heilige Geest in ons (Rom. 8:26). Gedragen door het wonder dat God de Vader om Jezus’ wil − onze Voorbidder − onze gebeden hoort. Daarom besluiten we onze gebeden heel bewust in Jezus’ naam. Daarna kan en mag het ‘amen’ klinken. Mijn gebed is veel zekerder door God verhoord, dan ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem verlang (antwoord 129).

Met het oog op de tieners

Wanneer u een beamer gebruikt, zou u de tieners in deze dienst een aantal tips kunnen aanreiken voor een b(l)oeiend gebedsleven. Laat de tieners deze tips lezen en geef ze aan het einde van de dienst mee op een klein kaartje. Dat ook ouderen in de gemeente hiervan gebruikmaken is natuurlijk niet verboden.

Tips voor een ‘bloeiend’ gebedsleven:

1. Kies een vaste plaats om te bidden en uit de Bijbel te lezen.

2. Kies een vaste tijd (vaste momenten) op de dag om te bidden.

3. Concentreren is misschien wel het moeilijkste van bidden. Het kan helpen om alle dingen die je bezighouden op te schrijven, zodat je er wat meer orde in aanbrengt en ze vervolgens aan God kunt geven.

4. Als je erover nadenkt, zijn er heel veel dingen om voor te bidden. Het is lastig om iedere dag voor alles te bidden, maar misschien kun je wel een lijst met gebedsonderwerpen maken en die onderwerpen verdelen over de week.

5. Luisteren: vaak beginnen we met praten tegen God. Maar misschien wil Hij wel dingen tegen ons zeggen. Daarom kan het goed zijn om stil te zijn of enkele verzen uit de Bijbel te lezen en te bedenken wat God hierdoor tot ons zeggen wil.

6. Gebed is een gave van God. Geniet van de momenten dat je bewust samen bent met God.

7. Samen bidden. Het stimuleert om regelmatig samen met iemand te bidden.

Met het oog op de kinderen

Kinderen kunnen bij de leerdienst betrokken worden door (als het kan met visuele hulpmiddelen) in te gaan op de verschillende gebedshoudingen die er zijn. Wij zijn gewend om onze handen te vouwen en ogen te sluiten. Waarom doen we dat? En wat betekent bijvoorbeeld het knielen, het staan met opgeheven handen en andere houdingen?

Pastorale aanwijzingen

In het bovenstaande is voldoende gebleken dat een leerdienst over bidden heel gevoelig kan liggen. De een worstelt met ‘onverhoorde’ gebeden, de ander met schuldgevoelens om gebrek aan vertrouwen. Weer anderen verlangen naar meer intimiteit in de omgang met God. Laat de prediker vooral pastor zijn door te midden van allerlei onzekerheden in het gebedsleven te wijzen op het houvast in Gods beloften, die in Jezus Christus ja en amen zijn (2 Kor. 1:20). Laat dat vooral in de eigen gebeden als voorganger zichtbaar zijn. Ook kan de aanwezigheid van enkele mensen die na afloop van de dienst met gemeenteleden bidden, een goede functie hebben.

Met het oog op de tieners

Het bovenstaande geldt evenzeer voor de tieners van de gemeente. Wanneer er na de dienst de mogelijkheid is van persoonlijke voorbede, wijs hen er dan op dat ook zij welkom zijn.

Met het oog op de kinderen

Het is goed en belangrijk dat ouders beseffen dat zij hun kinderen al heel jong mogen leren bidden. Daarbij moeten ze hun kinderen niet alleen de bekende kindergebeden leren, maar hun ook doorgeven en voorleven dat zij alles wat hen bezighoudt aan God mogen vertellen.

Liturgische aanwijzingen

  • Er kan een ruime keuze gemaakt worden uit de Psalmen (OB of NB): bijvoorbeeld Psalm 6, 22, 51, 56, 77, 90, 103, 116, 123, 139.

  • Uit Enige Gezangen: 2, 3, 5, 9, 12.

  • Een selectie uit het Liedboek voor de Kerken: Gezang 44, 48, 78, 182, 231, 316, 383, 423, 449, 456, 473.

Helpende vormen

Waar mogelijk kan een getuigenis van een gemeentelid over het bidden in het eigen leven een plaats krijgen in de leerdienst. De voorganger kan dit getuigenis ook voorlezen. Verder is er ook nu de mogelijkheid om een schriftelijke samenvatting van de preek mee te geven, met enkele gespreksvragen voor thuis of in een gesprekskring. Daarbij kan ook aandacht besteed worden aan verschillende gebedsmogelijkheden, boekjes met gebeden, enzovoort. Het dankgebed in de leerdienst kan worden beëindigd met het (hardop) samen bidden of zingen van het Onze Vader.

Met het oog op de tieners

Geef aan tieners de opdracht om zelf een gebed te schrijven. Via digitale middelen kan hiervan verslag gedaan worden in kerkblad, jeugdblad of iets dergelijks. Kwetsbaar, maar kostbaar is het dat een tiener zelf een gebed uitspreekt in de dienst.

Een andere mogelijkheid is om via de social media tieners van de gemeente onderstaande vraag voor te leggen. Vertel daarbij dat u op hun antwoorden zult ingaan (uiteraard zonder namen te noemen).

Wat is jouw mening over bidden? Maak een keuze:

  • Ik bid zelf eigenlijk nooit.

  • Ik zou geen dag zonder mijn persoonlijk gebed kunnen.

  • Ik zou best wel zelf willen bidden, maar ik weet niet hoe dat moet.

  • Ik bid wel zelf, maar heb nog nooit gemerkt dat er ‘verbinding’ was.

  • God heeft mij nooit antwoord gegeven.

  • Nog anders: …………

Met het oog op de kinderen

De helpende vormen voor de tieners kunnen ook voor de kinderen worden gebruikt. Mooi is het als kinderen samen met de voorganger de vragen en antwoorden van Zondag 45 uit een kindercatechismus opzeggen. Ook kan men gebruikmaken van het voorbeeld dat iemand kinderen leerde bidden met de vingers, van duim naar pink. Duim (omhoog): God is zo! Wijsvinger (dingen aanwijzen): danken voor alles wat je ontvangt. Middelvinger (langste vinger): bidden voor anderen. Ringvinger (relatie-vinger): bidden om herstel van relaties. Pink (kleinste vinger): je persoonlijke zorgen aan God voorleggen.

Literatuur

  • J.H. van de Bank e.a. (red.), Kennen en vertrouwen. Handreiking bij de prediking van de Heidelbergse Catechismus. Zoetermeer, 1993, p. 399-406.

  • J. Calvijn, Institutie, III.20.

  • M. van Campen, ‘In gesprek met God. Over het gebed’, in: G. van den Brink e.a., Gegrond Geloof. Kernpunten uit de geloofsleer in bijbels, historisch en belijdend perspectief. Zoetermeer, 1996, p. 506-509.

  • B.J. van der Graaf, ‘Het gebed na de preek’, in: J. van der Graaf (red.), Ere Wie ere toekomt. Heerenveen, 2002, p. 61-75.

  • K.H. Miskotte, De weg van het gebed. ’s-Gravenhage, 1965.

  • M.J. Paul, ‘Gebed’, in: A. Noordegraaf e.a. (red.), Woordenboek voor bijbellezers. Zoetermeer, 2005, p. 155-159.

  • C. van der Wal, God hoort. Amersfoort, z.j.

  • B. Wentsel, Grote Protestantse Katholieke Catechismus. Vijftig gesprekken met en over God. Utrecht, 2012, p. 608-662.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken