Menu

Premium

3.1. Waarom Jezus?

Zie ook

Heidelbergse Catechismus

Zondag 5

Vraag 12: Aangezien wij dus naar Gods rechtvaardig oordeel nu en eeuwig straf verdiend hebben, bestaat er dan nog een middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en weer genade vinden?

Antwoord: God wil dat aan Zijn gerechtigheid voldaan wordt. Daarom moeten wij of zelf of door middel van een ander er volkomen aan voldoen.

Vraag 13: Maar kunnen wij daar zelf aan voldoen?

Antwoord: Volstrekt niet. Wij maken de schuld zelfs nog dagelijks groter.

Vraag 14: Is er ergens enig schepsel te vinden dat voor ons kan voldoen?

Antwoord: Nee. Want ten eerste wil God niet een ander schepsel voor de schuld straffen die de mens veroorzaakt heeft. Ten tweede kan ook geen enkel schepsel de last van Gods eeuwige toorn tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen.

Vraag 15: Wat voor een Middelaar en Verlosser moeten wij dan zoeken?

Antwoord: Een zodanige die waarachtig en rechtvaardig mens is, en toch krachtiger dan alle schepselen, dat wil zeggen, die tevens waarachtig God is.

Zondag 6

Vraag 16: Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn?

Antwoord: Omdat Gods gerechtigheid eist dat de menselijke natuur die gezondigd had, voor de zonde zou voldoen, en omdat een mens, daar hij zelf zondaar is, voor anderen niet kon voldoen.

Vraag 17: Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn?

Antwoord: Om krachtens Zijn goddelijke natuur in staat te zijn de last van Gods toorn in Zijn menselijke natuur te dragen, voor ons de gerechtigheid en het leven te verwerven en ons terug te geven.

Vraag 18: Maar wie is deze Middelaar, die tegelijk waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mens is?

Antwoord: Onze Here Jezus Christus, die ons door God tot wijsheid, gerechtigheid, heiliging en tot volkomen verlossing geworden is.

Vraag 19: Waaruit weet u dat?

Antwoord: Uit het heilig Evangelie, dat God Zelf eerst in het paradijs geopenbaard heeft, daarna door de heilige aartsvaders en profeten heeft laten verkondigen en door de offers en andere ceremoniën van de Wet afgebeeld, en dat Hij ten slotte door Zijn eniggeboren Zoon heeft vervuld.

Relatie van het thema tot het hoofdthema

De diepe ellende waarin wij mensen verkeren (Zondag 2 en 3), leidt tot de vraag of het tussen God en ons ooit nog goed kan komen. Is herstel van de verbroken relatie nog mogelijk? Het antwoord is ‘ja’! Er is een verlossingsplan en in dat plan is de persoon van Jezus cruciaal. Maar waarom eigenlijk? Waarom kunnen we onszelf niet verlossen? En als we onszelf niet kunnen verlossen, hoezo kan een ander mens dat wel doen? Of is Jezus soms meer dan een mens? En zo ja: welke rol vervult Hij dan precies in het verlossingsplan van God? Al deze vragen zijn van belang bij de behandeling van het thema ‘Waarom Jezus?’.

De leefwereld van de hoorder

De grote betekenis van Jezus in het verlossingsplan van God, is voor de meeste hoorders overbekend. Tegelijkertijd zal het begripsmatig nog niet meevallen om uit te leggen hoe Gods verlossingsplan ‘werkt’ en welke rol Jezus daarin speelt. Daarnaast is het goed om de vraag te stellen welke plaats de verlossing door Jezus inneemt in de hedendaagse spiritualiteit. Wordt geloven niet meer verbonden met steun en houvast, dan met redding uit onze verlorenheid?

Het tijdschrift Kontekstueel had al in 2005 een themanummer met de titel ‘Is Jezus uit beeld?’. Gaat het in de kerk niet vaker over God dan over Jezus? Het is ook te merken in allerlei (pastorale) gesprekken. Op de vraag wat mensen geloven, is het antwoord veel vaker ‘Dat God bij me is’, dan ‘Dat ik gered ben door Jezus Christus’. Het spreken en denken in onze gemeenten lijkt vaak meer algemeen religieus dan specifiek christelijk.

Met het oog op de tieners

Voor veel christelijke tieners is de persoon van Jezus belangrijk, ook in wat Hij van hen vraagt. Denk aan de wwjd-bandjes: What Would Jesus Do? De vraag stellen wat Jezus gedaan heeft, kan door hen als een open deur worden ervaren: ‘Dat weten we toch allang?’ Anderen aarzelen nog over hun antwoord op de vraag of de Here Jezus ook hun Middelaar is. Tegelijk zijn er ook tieners die vol overgave zingen over wat Jezus heeft gedaan. Dit wil overigens niet zeggen dat zij ook een helder antwoord hebben op de vraag van deze leerdienst.

Met het oog op de kinderen

Voor kinderen is Jezus vaak een heel concrete persoon, over wie ze veel verhalen hebben gehoord en die ze vertrouwen. Al kan hier een zekere ongelijkheid in zijn ontstaan vanwege grote verschillen in geloofsopvoeding tussen de basisscholen en de gezinnen. Op sommige basisscholen wordt de kruisiging van Jezus maar niet verteld, omdat het zo schokkend voor de kinderen zou zijn…

Uitleg

Zondag 5 en 6 kenmerken zich door een vorm van redeneren die niet door iedereen als behulpzaam zal worden gezien. Blijft de Bijbel hier niet te veel op de achtergrond? Wordt niet te veel de suggestie gewekt dat iemand die logisch nadenkt automatisch bij Jezus als Middelaar terechtkomt?

De opstellers ontkomen niet helemaal aan dit gevaar, maar uit het geheel van de catechismus wordt duidelijk dat het geloof in Christus niet al redenerend wordt gefundeerd. In antwoord 19 wordt ‘het heilig Evangelie’ als kenbron van de Middelaar genoemd. En denk ook aan de Zondagen die voorafgaan – in het bijzonder aan Zondag 1: de belijdenis dat we het eigendom zijn van Jezus Christus, die ‘met Zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald heeft’. Aan het redelijk betoog gaat dus het geloof vooraf. De kennis van Christus en Zijn heilswerk is verondersteld. ‘De bedoeling is veelmeer duidelijk te maken dat ook het verstand, het redelijk denken, betrokken is in de lofprijzing van Gods grote daden’ (KV, p. 49).

De leer van de verlossing is in de westerse theologie onlosmakelijk verbonden met de naam van Anselmus van Canterbury (1033-1109). De tekst van de catechismus is ook duidelijk diepgaand door hem beïnvloed. Kernwoord in zijn verzoeningsleer, beschreven in Cur deus homo, is het begrip satisfactio (voldoening of genoegdoening). De verzoening gebeurt door het plaatsvervangend offer van Christus voor de zonden van de mensheid.

In Zondag 5 wordt allereerst duidelijk gemaakt dat genoegdoening nodig is. God is vertoornd over onze zonden (zie antwoord 10) en er moet dus iets rechtgezet worden in de verhouding met God. De zonde wordt hier dus uiterst serieus genomen.

In het vervolg (antwoord 13-15) wordt duidelijk dat mensen die verstoorde verhouding niet kunnen rechtzetten. We kunnen het niet zelf, omdat we iedere dag weer zondigen (13). Anderen kunnen het ook niet voor ons, omdat God iedereen persoonlijk verantwoordelijk houdt. Bovendien is de toorn van God over de zonde zo groot dat geen mens die kan dragen, laat staan in de plaats van anderen (14).

Dit alles leidt tot de vraag, langs welke weg God herstel zal brengen. ‘Zal het zijn door de mens te straffen met de doodstraf (poena)? Of is het mogelijk dat de mens de schade herstelt en weer goedmaakt? Dat laatste noemt Anselmus satisfactio, genoegdoening. (…) Wie God aantast in Zijn eer, begaat een overtreding die door een gewoon sterveling nooit goedgemaakt kan worden. Daarom moet dit gedaan worden door iemand die zowel mens is alsook goddelijke kracht heeft. Dat is de God-mens Jezus Christus’ (CD, p. 421).

Belangrijke bijbelse noties die in dit gedeelte van de catechismus doorklinken, zijn:

– Zonde is niet zomaar iets. Het is een vernietiging van goede verhoudingen, die behalve om berouw ook om concrete rechtzetting en compensatie vraagt.

– Deze rechtzetting kan niet plaatsvinden door een zondig mens.

– Christus is de Middelaar, want Hij is werkelijk mens en werkelijk God. Hij heeft de rechtzetting voor ons gerealiseerd. Dat ligt opgesloten in het nieuwtestamentische getuigenis dat Christus ‘voor ons gestorven’ is (vgl. Rom. 3:23-28, 5:8-9; Gal. 3:13). Christus is tot een zoenoffer geworden, dat in de plaats van anderen de schuld bedekt en de macht van de dood tenietdoet.

Antwoord 18 maakt uitbundig de betekenis van Jezus’ werk duidelijk: Hij is voor ons ‘tot wijsheid, gerechtigheid, heiliging en tot volkomen verlossing geworden’ (1 Kor. 1:30). Ons behoud ligt geheel in Hem.

‘Fundamenteel is in elk geval de overtuiging dat het heil als relatieherstel iets is dat van buitenaf tot ons komt. Gerechtigheid voor God ontspringt niet in onszelf en ook goede wil is niet voldoende om de verhoudingen weer recht te trekken. Vergeving is een geschenk, een aanbod van voortgang, van nieuw leven, dat nimmer afgedwongen kan worden. Luther sprak van een vrolijke ruil. Christus draagt de straf, wij ontvangen vrijspraak. Christus ondergaat de dood, ons wordt de belofte van eeuwig leven geschonken’ (CD, p. 423-424).

Zie CD (p. 420-425) en KV (p. 48-55) voor een uitgebreide bespreking van dit thema, en ook van de kritiek die de eeuwen door op deze verzoeningsleer (‘verzoening door voldoening’) heeft geklonken.

Over de verzoening is uiteraard meer te zeggen dan de catechismus doet. In CD (§11.5-11.7) worden drie modellen van verzoening besproken: verzoening door overwinning, door voldoening en door omvorming. Een andere benadering gaat uit van de veelkleurigheid van bijbelse beelden die de heilsbetekenis van Jezus’ kruisdood laten oplichten. Denk, naast het beeld van het offer, bijvoorbeeld aan het beeld van het loskopen van slaven (Mark. 10:45), vrijspraak in de rechtbank (Joh. 3:18; Rom. 8:33), of overwinning op de macht van het kwaad (Kol. 2:14-15). Zie verder over deze verschillende beelden A. Noordegraaf, ‘De verzoening in het Nieuwe Testament’.

Relevantie van het thema

De leer van de verzoening is weerbarstig. De catechismus leert dat we schuldig staan tegenover God en straf verdienen, maar ook dat we die straf zelf niet kunnen dragen. We hebben voor ons behoud iemand anders nodig, namelijk Jezus Christus. Nu is het al niet prettig om te horen dat ons bestaan een verloren bestaan is en dat we redding nodig hebben. Het is nog moeilijker te beseffen dat we daar zelf niets aan kunnen bijdragen. In een tijd waarin we de touwtjes van ons leven het liefst stevig in handen houden, heeft het iets ergerlijks dat we iemand anders nodig hebben.

Tegelijkertijd zit juist hierin iets heel bevrijdends. Het meest wezenlijke hoef ik niet zelf te bewerken: het wordt me door God Zelf geschonken. Juist in een cultuur waarin we ons leven zelf moeten vormgeven en waarin velen op zoek zijn naar hun identiteit, is het van grote betekenis om te weten dat Christus Zich als Middelaar heeft gegeven. Hij redt ons, ook door onze identiteit aan te nemen.

Daarnaast kan het bevrijdende van het antwoord ook zijn dat het een genezend tegenwicht vormt tegen een ‘overspannen’ nadruk op een eenzijdige invulling van discipelschap. De nadruk op de heiliging van ons leven (‘What Would Jesus Do’) komt nooit los te staan van de rechtvaardiging (‘What Has Jesus Done’). Het is heilzaam om steeds te bedenken wat Jezus voor ons heeft gedaan. Ook het willen behoren tot Christus en het aan Zijn voeten zitten hoort bij discipelschap. De meeste gemeenteleden zullen van jongs af aan bekend zijn met Gods verlossingsplan en de rol van Jezus daarin. Tegelijk kan een preek over Zondag 5 en 6 heel goed een aantal tegenwerpingen wakker roepen. Denk aan vragen als:

– Wordt hier niet door een heel verstandelijke redenering geprobeerd om Gods handelen begrijpelijk te maken? Is het niet beter om ‘gewoon’ te geloven, en het allemaal niet zo ingewikkeld te maken?

– Als God liefde is, waarom kan Hij dan niet ‘zomaar’ vergeven? Is het niet wreed dat God het offer van Zijn Zoon nodig heeft om de zonden te vergeven?

– Is het niet oneerlijk dat iemand anders opdraait voor onze schuld?

– Is verzoening eigenlijk niet te ‘makkelijk’? Wat je ook verkeerd doet, Jezus knapt het wel op…

De beslissende betekenis van Jezus Christus in het reddingsplan van God vinden we in de Bijbel. Het is een uitdaging om de bijbelse lijnen in deze preek zó te laten oplichten dat de gemeente werkelijk verder geholpen wordt in haar vragen. Daarnaast is het ook apologetisch van belang om te kunnen verwoorden wat we geloven.

Met het oog op de tieners

Tieners zullen zich in sommige van de bovengenoemde vragen herkennen. De antwoorden die de catechismus geeft zullen voor sommige tieners behulpzaam zijn, maar de meesten zullen zich afvragen: ‘Wat kan ik hier nu praktisch mee?’ Het zou mooi zijn als ze in elk geval begrijpen dat in Jezus de volledige verlossing te vinden is, en dat niemand van hen zo veel of zo zwaar gezondigd heeft dat Jezus niet ook hun Middelaar zou willen zijn. Antwoord 18 kan helpen om te laten zien dat we over de persoon van Jezus nooit uitgedacht, uitgezongen en uitgesproken raken. In hoofdstuk 6 van Grond onder je voeten van ds. W. Markus wordt een mooie poging gedaan om dit dicht bij jongeren te brengen.

Met het oog op de kinderen

Kinderen zijn vaak diep onder de indruk van de diepte van Jezus’ lijden. Dat Hij voor hen de straf moest dragen, kan hen intens raken. Ze mogen opnieuw horen dat Jezus dit alles uit liefde voor hen heeft gedaan, en dat de Here daarom niet meer boos op hen is.

Relevante bijbelgedeelten

– Leviticus 16:10-14, over de betekenis van bloed in de offercultus. God zegt: ‘Ik heb dat bloed Zelf voor u op het altaar gegeven, om voor uw leven verzoening te doen’ (Lev. 16:11). Met andere woorden: het bloed van het offerdier is geen gave van de mens aan God, maar juist een gave van God aan de mens. God neemt het initiatief en Hij biedt de mens het offerdier als plaatsvervanger voor het zondige, menselijke leven.

– Verschillende gedeelten uit Hebreeën. Bijvoorbeeld 10:1-18, waar blijkt dat de eindeloze stroom van bloed die vloeide in de offers, geen duurzaam herstel van de gemeenschap bewerkte. De offers moesten steeds herhaald worden. Jezus heeft als dé priester hét offer gebracht: ‘Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt’ (Hebr. 10:11).

– Jesaja 53 kan worden gelezen om de plaatsbekleding aan de orde te stellen: ‘Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (vs. 5).

– Verschillende teksten uit Romeinen. Bijvoorbeeld 5:1-11: Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaren waren. Door Zijn dood zijn wij verzoend, door Zijn leven worden we behouden.

– Filippenzen 2:5-11, over de vernedering en de verhoging van Christus.

Aanwijzingen voor de leerdienst

Doelstelling

Het doel van de leerdienst is tweeledig. Na afloop van de dienst ziet de gemeente in dat God in Jezus voor verlossing zorgt en dat dat een kostbaar geschenk is. Dat zal ons tot verwondering en aanbidding brengen. Na deze dienst beseft de gemeente ook dat Gods verlossingsplan niet te begrijpen is, maar dat er wel al nadenkend over te spreken valt.

Homiletische aanwijzingen

Deze preek gaat over Gods plan om ons te verlossen van de zonde. Jezus Christus is de spil van dit plan – door Hem is er bevrijding van schuld. We staan niet langer schuldig tegenover God, want in Zijn Zoon draagt God Zelf onze schuld. Dat is echt ongehoord: God herstelt de relatie die wij hebben verbroken. Veel liederen bezingen hoe wonderlijk dit is: ‘Hoe vreemd dat voor de schapen zijner weide, de herder zelf ter slachtbank zich liet leiden’ (Gez. 181, LvdK).

Het wonderlijke van Gods verlossingsplan kunnen we makkelijk uit het oog verliezen. Een preek over dit thema kan de gedachte oproepen: ‘Moet het hier nu wéér over gaan? Dit weten we allemaal al.’ Bovendien zullen de woorden die in Zondag 5 en 6 worden gekozen, door velen niet als behulpzaam worden gezien. Wordt hier niet te verstandelijk geredeneerd over het geheimenis van de verzoening? Helpt het echt, om door middel van zo’n constructie inzichtelijk te maken hoe Gods verlossingsplan ‘werkt’?

Toch is het belangrijk om het verstand niet aan de kant te schuiven. Anselmus, de theoloog aan wie een belangrijk deel van de redeneringen van Zondag 5 en 6 zijn ontleend, gebruikte de spreuk: Credo ut intelligam, waarmee hij bedoelde dat het geloof ook zoekt naar inzicht. Ook Jezus roept ons op om God lief te hebben met ons verstand. Al denkend over Gods verlossingsplan en al zoekend naar wat de Bijbel hierover zegt, komen we onder de indruk van de wijsheid van God.

Antwoord 19 zegt dat Gods verlossingsplan wordt bekendgemaakt in de Bijbel. Dat is onze primaire bron. Het is belangrijk om vanuit enkele concrete bijbelteksten (zie de eerder genoemde relevante bijbelgedeelten) een aantal grondelementen van Gods verlossingsplan te laten oplichten. Zo wordt ook de schijn voorkomen dat wij Gods verlossingsplan wel zouden kunnen uitdenken.

1. Zonde is niet zomaar iets. Het is de vernietiging van goede verhoudingen die behalve berouw ook om concrete compensatie vraagt. We herkennen die gedachte uit de omgang tussen mensen. ‘Sorry’ zeggen is soms niet genoeg – er moet echt iets worden rechtgezet. Heel concreet kan dat bijvoorbeeld zijn: een rectificatie plaatsen, een boete betalen, een bloemetje geven.

2. In de verhouding tot God schieten de menselijke mogelijkheden om de relatie te herstellen tekort. Ten tijde van het Oude Testament voorzag God Zelf in de offers, maar die moesten steeds worden herhaald. En ook een leven in gehoorzaamheid aan God is niet voldoende om te herstellen wat al eerder is stukgemaakt (vergelijk ook Filp. 3:8, waar Paulus spreekt over de ontoereikendheid van zijn dienen van God).

3. God voorziet Zelf in een uitweg. Hij schenkt het offer dat Hij vraagt! Christus is de Middelaar. Hij heeft Zichzelf ontledigd, Zich vernederd door de gestalte van een slaaf aan te nemen en gehoorzaam te worden tot de dood (Filp. 2:6-8). Hij is werkelijk mens en werkelijk God. Hij heeft rechtzetting voor ons gerealiseerd. Christus is tot een zoenoffer geworden dat in de plaats van anderen de schuld bedekt en de macht van de dood tenietdoet.

Dit is werkelijk een bevrijdend Evangelie. Hét offer is door Christus gebracht, en dat is genoeg. Hierin ligt een grote troost als we twijfelen over de kwaliteit van ons geloof of over de vraag of we wel goed genoeg zijn om bij God te horen. Het antwoord is: ‘In Jezus Christus is een volkomen verlossing. Hij heeft alles volbracht aan het kruis.’

4. De preek mag uitlopen op een doxologie op het werk van God, bijvoorbeeld met de woorden van het slot van Romeinen 11: ‘O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.’

Met het oog op de tieners

Als samenvatting vooraf zou aan de tieners het volgende kunnen worden voorgelegd (op de beamer, anders op een afzonderlijk A4). ‘Argumenten brengen je niet tot geloof, maar kunnen wel helpen om het geloven vol te houden en om antwoorden te vinden op moeilijke vragen. Op het scherm (of: hieronder) staan dertien punten die samen het antwoord vormen op de vraag van deze leerdienst. In de preek zullen deze punten worden toegelicht. Lees deze punten nu met elkaar door, met in je achterhoofd deze leesvragen:

– Op welk punt begrijp je de redenering niet?

– Wat vind je zwak of misschien wel fout aan de redenering?

– Waar zou een moslim afhaken en waarom?’

1. Wereldwijd ervaren mensen ellende, pijn, tekort en schuld.

2. Met schuld en tekorten blijkt moeilijk te leven zijn.

3. Daarom is er een wereldwijde zoektocht naar verlossing.

4. De meest gekozen weg is: jezelf verlossen.

5. Het christelijk geloof zegt: alleen Jezus verlost.

6. Maar waarom en hoe verlost Jezus?

7. De grootste schuld is die ten opzichte van God.

8. Bij elke poging om die schuld zelf te ‘betalen’ blijft de vraag: wanneer heb je genoeg ‘betaald’?

9. Als jezelf verlossen niet lukt, moet iemand anders helpen: een bemiddelaar.

10. Aan welke vereisten moet zo’n bemiddelaar voldoen?

11. De vereisten voor een bemiddelaar tussen God en ons zijn:

– Vrije toegang tot God → dus God

– Eeuwige straf kunnen dragen → dus God

– Vrije toegang tot mensen → dus mens

12. Conclusie: een bemiddelaar moet tegelijk God en mens zijn.

13. Precies zo’n Middelaar is Jezus Christus.

Dus daarom Jezus!

Met het oog op de kinderen

Een kind dat iets verkeerd doet, heeft straf van zijn vader of moeder verdiend. Ter vergelijking met de verhouding tussen God en mens, zou gevraagd kunnen worden of het mogelijk is dat een kind niet gestraft wordt (‘deze straf zouden kunnen ontgaan’) en dat vader of moeder toch niet meer boos zijn (‘weer genade vinden’). De aanvankelijke reactie van een kind zou kunnen zijn dat het ‘poeslief’ reageert om vader of moeder gunstig te stemmen (zelfverlossing), terwijl het toch beseft dat dat niet lukt. Dat is een opstap naar de vergelijking met de relatie tussen God en mens, waarin God Zelf in Zijn menswording de Middelaar is geworden en de straf draagt die het kind heeft verdiend.

Pastorale aanwijzingen

De pastorale aanwijzingen (ook die voor kinderen en tieners) zijn verweven door de ‘Homiletische aanwijzingen’.

Liturgische aanwijzingen

  • Psalmen: 6, 51, 103, 111, 130, 143.

  • Gezangen: Evangelische liedbundel 119; Liedboek voor de kerken 173, 177, 182, 440, 446; Liedboek (2013) 562; Op Toonhoogte 103, 156.

  • Het zou mooi zijn om de doxologie aan het einde van de preek te laten volgen door een ‘blokje’ lofprijzing en aanbidding.

Helpende vormen

In het boek De christenreis van John Bunyan zeult iemand met een loodzwaar pak op zijn rug. Loodzwaar vanwege zijn schuld en de vloek. Maar dan komt hij bij het kruis, en hij ziet op het kruis, op Christus – en het pak glijdt zomaar van zijn schouders. ‘Nu werd Christen zeer vrolijk,’ zo vertelt de schrijver. ‘En hij was verrast dat het aanschouwen van het kruis hem zo van zijn last kon ontdoen. En hij aanschouwde het nog eens, en nog eens en nog eens!’

Het gedicht ‘Verzet’ van H. Marsman maakt op een aangrijpende manier duidelijk dat het aanvaarden van Gods verlossing en daarmee ook het loslaten van onze schuld, niet vanzelfsprekend is:

Toen zei de man: ik ben moe;
vijand, laat van mij af;
ik verweer mij niet meer;
ik lig nog maar wat en wacht af
of ik gehaald word vannacht. –
en de priester: ik breng u den Heer…

maar hij, met een laatsten slag
sloeg het kruisbeeld weg van zijn mond
en krijschte: ga weg –
neem mijn laatst bezit mij niet af:
mìjn zonden gaan mee in mìjn graf.

Met het oog op de tieners

Als aansprekend beeld kan de muurtekening gebruikt worden die in Rome werd ontdekt. Waarschijnlijk gaat het om een spotprent. De tekening verbeeldt een ezel aan een kruis, en het bijschrift luidt: ‘Alexamenos aanbidt zijn God.’ Dat God in Jezus Christus Zelf het oordeel draagt – dat blijft aanstootgevend. Tieners zullen dat ook herkennen in de omgang met niet-christenen. Het is niet eenvoudig om het belang van Jezus’ werk en de centrale rol van het kruis uit te leggen aan ongelovigen.

Met het oog op de kinderen

Een voorbeeld. ‘Als je met je vrienden aan het voetballen bent en je schiet een ruit kapot, dan moet die ruit betaald worden. Maar dat kun jij natuurlijk nooit. Die ruit kost wel honderd euro. Gelukkig wil je vader het voor jou betalen. Waarom? Omdat hij zo veel van jou houdt, en ook omdat hij weet dat jij het niet kunt betalen.

De Bijbel zegt dat ook onze relatie met God stuk is gegaan. We lopen steeds weer bij Hem vandaan door Hem ongehoorzaam te zijn. Nu moet er ook “betaald” worden: de relatie met God moet worden hersteld. Wij zouden dat zelf nooit kunnen. Maar het bijzondere is dat God Zelf ervoor zorgt dat het weer goed komt tussen Hem en ons. Hij geeft ons Jezus, die de prijs heeft betaald. Zó veel houdt Hij van ons.’

Literatuur

  • G. van den Brink en C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek. Een inleiding. Zoetermeer, 2012. (CD)

  • J.H. van de Bank e.a. (red.), Kennen en vertrouwen. Handreiking bij de prediking van de Heidelbergse Catechismus. Zoetermeer, 1993. (KV)

  • Kontekstueel. Tijdschrift voor gereformeerd belijden nú, jrg. 20, nr. 1 (oktober 2005), themanummer: ‘Is Jezus uit beeld?’. Beschikbaar via www.kontekstueel.nl.

  • Cornelis J. Haak, ‘De Heidelbergse Catechismus in missionaire contexten: het voorbeeld van Papoea (Indonesië), in: Arnold Huijgen, John v. Fesko, Aleida Siller (red.), Handboek Heidelbergse Catechismus. Utrecht, 2013.

  • G.C. den Hertog, ‘Verzoening’, in: A. Noordegraaf e.a. (red.), Woordenboek voor bijbellezers. Zoetermeer, 2005.

  • Tim Keller, Centrum kerk. Het evangelie middenin je stad. Franeker, 2014, p. 25-50, in het bijzonder p. 45-50.

  • Wim Markus, Grond onder je voeten. Omdat jouw geloven niet in de lucht hangt. Zoetermeer, 2012.

  • Noordegraaf, ‘De verzoening in het Nieuwe Testament’, in: Theologia Reformata, jrg. 41, nr. 1 (maart 1998).

  • Georg Plasger, Glauben heute mit dem Heidelberger Katechismus. Göttingen, 2012.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken