Menu

Premium

5.2. Het vaste punt: Christus’ kruis en opstanding

Zie ook

Heidelbergse Catechismus

Vraag 29: Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Zaligmaker, genoemd?

Antwoord: Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost, en omdat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is.

Vraag 45: Welk nut heeft de opstanding van Christus voor ons?

Antwoord: Ten eerste heeft Hij door Zijn opstanding de dood overwonnen, om ons in de gerechtigheid te doen delen, die Hij door Zijn dood voor ons verworven had. Ten tweede worden wij ook door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is voor ons de opstanding van Christus een betrouwbaar onderpand van onze eigen opstanding in heerlijkheid.

Relatie van het thema tot het hoofdthema

Volgens het Nieuwe Testament staat of valt het christelijk geloof met het kruis en de opstanding van Christus. Want in kruis en opstanding openbaart God Zichzelf. Vervolgens wordt die boodschap door de verkondiging gecommuniceerd in een wereld die daar vreemd tegenover staat. Dat was toen in de Grieks-Romeinse wereld van de eerste eeuw, met haar eigen culturele en godsdienstige trekken. En dat is vandaag in de postmoderne, multireligieuze en seculiere Nederlandse samenleving, met haar nadruk op authenticiteit, zelfontplooiing en existentiële ervaring. En net als toen wil de Geest de verkondiging van het Evangelie gebruiken om weerstanden te overwinnen, twijfel te stillen en ons leven vaste grond onder de voeten te geven.

De leefwereld van de hoorder

Deze woorden uit de catechismus zullen veel trouwe kerkgangers vertrouwd in de oren klinken. Ze sluiten immers direct aan bij wat verschillende bijbelteksten zeggen over Christus’ kruis en opstanding. Ze zullen daarom herkend worden als een evangelische vertolking van het hart van de bijbelse boodschap. Hetzelfde geldt voor kinderen die een christelijke opvoeding krijgen. Voor hen zijn kruis en open graf werkelijkheden die ze zich op een kinderlijke manier in geloof eigen maken.

Tegelijk moet verdisconteerd worden dat veel gemeenteleden leven in een omgeving waarin het ongeloofwaardig wordt geacht dat een dode weer levend wordt. Dood is dood. ‘Ik geloof in het leven voor de dood’ (Humanistisch Verbond).

Opgroeiende tieners en leden die meer aan de rand van de gemeente verkeren, zullen wezenlijke vragen hebben bij dit thema, vragen naar de inhoud, waarheid, relevantie en exclusiviteit van deze belijdenis. Ook zullen woorden als ‘Zaligmaker’, ‘zaligheid’ en ‘gerechtigheid’ bij moderne hoorders nauwelijks meer overkomen. Dat plaatst de verkondiger van het Woord bij een preek over dit thema voor de spannende vraag hoe hij zowel recht kan doen aan de klassiek-christelijke vertolking van het heil dat in deze woorden van de catechismus doorklinkt, als aan de leefwereld van de hoorder op wie deze woorden bevreemdend kunnen overkomen.

Met het oog op de tieners

Voor tieners geldt eveneens dat ze in een omgeving leven waar de opstanding betwijfeld wordt. Los daarvan zijn er tieners die het feit van de opstanding wel geloven, maar vragen hebben bij de duiding ervan door christenen. Ook als het gaat over de duiding van de kruisdood van Jezus hebben ze vragen en moeiten. Kan het wel zo zijn dat schuld overdraagbaar is? Ook de exclusiviteit van het christendom is iets waar jongeren mee kunnen worstelen.

Met het oog op de kinderen

Alhoewel kinderen in eenzelfde atmosfeer leven als ouderen, nemen zij gemakkelijker aan wat hun door hun ouders, de dominee en anderen aangereikt wordt.

Uitleg

De Zoon van God, mens geworden om ons heil, draagt de naam Jezus (Jesjoea, Jèsous). In de tijd van het Nieuwe Testament was dat een gewone Joodse jongensnaam. De Zoon van God is waarlijk mens geworden, jood onder de joden (vgl. Luk. 2:21, besnijdenis en naamgeving). Deze naam is niet door mensen bedacht, maar door God Zelf gegeven. Calvijn: ‘Want omdat God wil dat Hij zo genoemd wordt, moet Hij het ook in waarheid zijn’ (Catechismus van Genève, vraag 33).

Vanuit het Oude Testament valt er licht op de betekenis van de naam Jezus. De oudtestamentische naam Jozua (Jehosjua of Jesjua) betekent: ‘JHWH redt’. Zoals de Here redding openbaarde door Jozua, de opvolger van Mozes, en door Jozua, de hogepriester die met Zerubbabel leiding gaf aan het godsdienstige leven na de terugkeer uit Babel (Zach. 4:6), zo openbaart de Here volkomen redding in de persoon en het werk van Jezus. Zoals Jezus heet, zo is Hij: Redder, Zaligmaker. En Hij is de enige Zaligmaker (Hand. 4:12). Zonder Hem is er geen redding. Met sterke woorden, te verklaren vanuit het conflict met Rome, belijdt de catechismus het unieke en exclusieve van het werk van Jezus. Met de belijdenis van de enige naam staan we voor een beslissende keuze. Het is belijden of verloochenen. (Zie ook HC vraag en antwoord 30.)

De catechismus spitst de betekenis toe op de twee polen van zonde en verlossing. Zaligmaken of redden is verlossen van de zonde. Het radicale karakter daarvan wordt onderstreept door de woorden ‘van al onze zonden’. Tegelijk raakt deze verlossing het hele bestaan van de mens. De soteriologische toespitsing van de catechismus mag daarom niet voorbijgaan aan andere aspecten die aan het kruis van Christus zijn verbonden.

In Zondag 17 wijst de catechismus op het nut van de opstanding van Christus voor de gelovigen. Aan de vraag naar de aard van de opstanding gaat de catechismus voorbij, omdat die vraag – anders dan in onze tijd – in de zestiende eeuw niet speelde en ook geen scheiding maakte tussen Reformatie en Rome. Elders in dit boek wordt aandacht geschonken aan de feitelijkheid van de opstanding, die tegenwoordig wel als problematisch wordt ervaren (zie schets 9.1 en 9.2).

Met de vraag naar het nut van de opstanding van Christus sluit de catechismus vrijwel naadloos aan bij het functionele denken van onze tijd, dat doorvraagt naar de praktisch-geestelijke betekenis van het Evangelie. De betekenis van Christus’ opstanding wordt vervolgens uitgelegd volgens de bekende drieslag: rechtvaardiging – vernieuwing – verheerlijking. Het valt op dat deze evangelische duiding van de opstanding niet direct aansluit bij de religieuze en algemeen-menselijke vraag naar de eindigheid en de problematiek van de dood. Het antwoord van de catechismus is meer theologisch dan antropologisch.

Het eerste accent in het antwoord is typisch reformatorisch: de nadruk ligt op de geschonken gerechtigheid. Door Zijn opstanding heeft Christus de dood als macht onttroond, al moet de uiteindelijke afrekening nog komen (1 Kor. 15:26). Daardoor doet Hij ons delen in het heil.

Het tweede accent mag verrassend genoemd worden, al is het voluit bijbels. De opstandingskracht van Christus toont zich in de vernieuwing van het leven van de gelovigen. Het nieuwe leven is niet alleen het werk van de Heilige Geest of een roeping (vgl. het klassieke doopformulier), maar evenzeer een activiteit van de Opgestane.

Het laatste accent raakt de toekomst. De opstanding van Christus is een waarborg en bewijsstuk van de opstanding in heerlijkheid. Zijn opstanding geeft ons de zekerheid dat ook wij eens zullen opstaan uit de dood.

Relevantie van het thema

Kruis en opstanding van Christus zijn voor veel mensen in onze samenleving thema’s die heel ver van hen af staan. Geldt dat in toenemende mate misschien ook voor leden van de christelijke gemeente? Toen een aantal jaren geleden een christelijke organisatie een poster liet aanbrengen op een aantal NS-stations met daarop in grote letters geschreven: Jezus leeft, schreef een voorbijganger er met rode viltstift doorheen: Nou en? Het geeft aan dat de kernboodschap van de Schrift door veel mensen als (vrijwel) irrelevant wordt gezien.

Toch staat of valt het christelijk geloof bijbels gezien met het kruis en de opstanding van Jezus Christus. Daarmee staat de verkondiging van dit thema voor een dubbele roeping: aan de ene kant om te volharden in het bijbelse principe dat de Here door de verkondiging van het Evangelie van de ene Naam geloof werkt en versterkt, en aan de andere kant om een scherp oog te hebben voor de situatie van de hoorder en de samenleving waarin we leven.

Uitgaande van de tekst van de catechismus – die door en door in de Schrift is geworteld – is het daarom goed de bijbels-theologische noties over kruis en opstanding voluit te verkondigen. Hoewel het geheim van Jezus’ leven en werk niet in één woord of beeld uitgelegd kan worden, brengt de duiding van antwoord 29 en 45 ons wel bij het hart van de zaak, bij de kern van het heil. Noties als humaniteit, zelfontplooiing, en strijd om gerechtigheid zijn waardevol, maar komen pas tot hun recht als ze verstaan worden vanuit het hart van het Evangelie: de verlossing uit de macht en de schuld van de zonde. Van hieruit kan duidelijk worden gemaakt wat de breedte en de reikwijdte van de nieuwtestamentische soteria omvat: heil en heling, verlossing en bevrijding, individu en gemeenschap, geloof en ervaring. Tegelijk ontstaat zo ruimte om allerlei actuele of persoonlijke vragen een stem te geven en van een bijbels antwoord te voorzien. Zoals bijvoorbeeld de vraag naar de verhouding tussen het christelijk geloof en de niet-christelijke godsdiensten. Is er werkelijk maar één weg tot het heil? Of de vraag hoe de christelijke gemeente in deze tijd het Evangelie kan uitdragen, zonder enige vorm van superioriteitsbesef of triomfalisme. Of de vraag naar de ervaringskant van het heil. Op welke manier wordt die heilsboodschap ons eigen? Welke plaats heeft die ervaring dan? Hoe komen we de twijfel te boven? Beslissend blijft daarbij de principiële betekenis van het geloof als de weg om in het heil te delen en in de gebrokenheid van het bestaan het heil ook ‘ten dele’ te beleven.

Met het oog op de tieners

Voor jongeren kan de relevantie van deze woorden uit de catechismus duidelijk gemaakt worden door te wijzen op de centrale plaats die kruis en opstanding van Jezus innemen in de boodschap van Gods Woord. Die boodschap is op zich breed en diep, soms moeilijk toegankelijk en bevreemdend. Dat kan voor jongeren zomaar afstotend werken. Maar de kern van het Evangelie is helder en duidelijk: door kruis en opstanding openbaart God verlossing. Ontmaskert Hij ons leven als een leeg en van God vervreemd bestaan. En roept Hij in de verkondiging de naam van Jezus over ons leven af om ons te overtuigen van Zijn genadige aanvaarding en verlossing van ons leven. Zo zijn kruis en opstanding het vaste fundament voor het geloof, ook in onze tijd.

Kruis en opstanding laten ook zien dat het christendom een godsdienst is met een historisch fundament. God komt in onze menselijke geschiedenis, er zijn goede aanwijzingen dat kruis en opstanding werkelijk gebeurd zijn. Dit kan helpen om sommige vormen van twijfel te overwinnen. Kruis en opstanding maken ook het unieke van de christelijke godsdienst duidelijk.

Met het oog op de kinderen

Voor de (jonge) kinderen zullen niet veel woorden nodig zijn om de relevantie van deze woorden uit de catechismus duidelijk te maken. Voor hen is Jezus de kern van het christelijk geloof, en zijn kruis en opstanding van de Heiland zekerheden. Het kan voor hen wel goed zijn nog eens te onderstrepen dat kruis en opstanding openbaring zijn van Gods liefde, en dat zij er vast op mogen vertrouwen dat die ook voor hen geldt.

Relevante bijbelgedeelten

  • Mattheüs 1:18-25: over openbaring en betekenis van de naam Jezus.

  • Handelingen 4:1-12: over de redding die in de naam Jezus gelegen is.

  • Romeinen 6:1-14: over de opstanding en het nieuwe leven.

  • 1 Korinthe 15:1-20: over de beslissende betekenis van de opstanding en het geloof in de Opgestane.

Aanwijzingen voor de leerdienst

Doelstelling

Na deze dienst is de gemeente zich opnieuw bewust geworden van de beslissende betekenis van het kruis en de opstanding van Christus, en is de gemeente bemoedigd met het oog op de concrete werkelijkheid van het leven, onder andere de werkelijkheid van twijfelvragen in allerlei variaties, omdat ze scherper is gaan zien dat ook in deze tijd kruis en opstanding het geestelijk fundament zijn onder het leven door het geloof.

Homiletische aanwijzingen

Bij een preek over deze twee bekende antwoorden dreigen verschillende gevaren. Bijvoorbeeld het gevaar van de voorspelbaarheid. De gemeente heeft deze boodschap immers al veel vaker gehoord. Dat kan voorkomen worden door de oude belijdenis in eigentijdse woorden te vertolken of door een specifieke invalshoek te kiezen (bijv. de confrontatie met de tijdgeest of de insteek bij twijfelvragen die in kerk en samenleving rond dit thema leven) en die als rode draad voor de verkondiging te gebruiken. Of het gevaar van overdosering. Dan krijgt de uitleg van de woorden uit de catechismus – met name van die woorden die bij de moderne hoorder nauwelijks meer overkomen – of het aanwijzen van de bijbelse fundering van deze woorden zo veel nadruk dat er voor het specifieke karakter van deze leerdienst (kruis en opstanding als een vast punt in tijden vol twijfelvragen) weinig ruimte meer overblijft. Dat kan ondervangen worden door de uitleg van de catechismus beknopt en helder te houden.

Maar die uitleg is wel nodig. Daar zou de preek – na een pakkende inleiding − dan ook mee kunnen beginnen. Voor een pakkende inleiding kan herinnerd worden aan de slogan van het Humanistisch Verbond (‘Ik geloof in het leven voor de dood’), of aan het eerdergenoemde voorbeeld ‘Jezus leeft! Nou en?’.

Men hoede zich in de uitleg voor al te veel polemiek. Dat is onvruchtbaar en leidt gemakkelijk tot zelfrechtvaardiging, en gaat voorbij aan de doelstelling van de preek. Laat de kern van dit deel vooral positief en wervend zijn. Door het geloof in Christus geeft God ons werkelijk vaste grond onder ons wankele bestaan.

Daarna kan de focus verlegd worden naar de relevantie van deze belijdenis voor vandaag. De mogelijkheden om te actualiseren en te concretiseren zijn legio. Zo kan de voorganger ten eerste dieper ingaan op bepaalde onderdelen uit de catechismusantwoorden (bijvoorbeeld zaligmaken, opwekken tot een nieuw leven, het onderpandkarakter van Christus’ opstanding). Ten tweede kan hij nadrukkelijk ingaan op het ontmaskerende aspect van de boodschap: kruis en opstanding onthullen de leegheid van een bestaan dat van God vervreemd is. Vervolgens kan deze kern van het bijbelse Evangelie worden afgezet tegen bijvoorbeeld de tijdgeest, andere wereldgodsdiensten of moderne interpretaties van kruis en opstanding. En tot slot kan, met het oog op het thema van dit hoofdstuk (twijfel), aan de preek een persoonlijke en praktisch-geestelijke toespitsing gegeven worden om daarmee leiding te geven aan het geestelijke leven van de gemeenteleden. De prediker kan daar zijn eigen keuze in maken. En dan is het breder uitwerken van een paar aspecten beter dan een lange opsomming waarbij de gemeente geen geestelijke leiding ontvangt.

Met het oog op de tieners

Met het oog op de tieners kan de voorganger wijzen op een tekst die jongeren elkaar via sms of whats-app weleens toesturen: ‘He died for me, I live for Him.’ Om dan te vragen wat zo’n bericht bij hen oproept en van daaruit in een paar zinnen kort en bondig de boodschap van de preek samen te vatten en iets te zeggen over de vraag hoe je dat geheim ontdekt.

Hierbij kan ook iets verteld worden over de vroege dooppraktijk. Door onderdompeling stierf de dopeling met Christus, om op te staan tot een nieuw leven. Hij kreeg na de doop een wit kleed dat het nieuwe leven (I live for Him) symboliseerde. Juist de opstanding en het daarmee verbonden eeuwige leven was voor de christenen uit de eerste eeuwen het punt waar alles om draaide, ook bij het gebruiken van de sacramenten.

Met het oog op de kinderen

De kinderen kunnen bij de preek betrokken worden door iets te zeggen over hun namen, en waarom ouders die kiezen, om daarna duidelijk te maken waarom Jezus zo heet en wat Zijn naam betekent.

Pastorale aanwijzingen

Bij een preek over deze antwoorden uit de catechismus zijn er talloze mogelijkheden om de gemeente geestelijk verder te leiden – zo veel, dat er een duidelijke keuze gemaakt moet worden. Omdat deze preek onderdeel is van een serie over de vraag ‘Is God er wel?’ zal er royaal aandacht besteed moeten worden aan allerlei twijfelvragen. Niet om daarin te blijven steken, maar om te laten zien hoe in de Schrift het geloof in kruis en opstanding als een vast ankerpunt functioneert in woelige tijden en situaties. En dat wil de Here ook vandaag geven.

Met het oog op de tieners

Naar tieners toe is het belangrijk om aan te geven dat twijfel op een bepaalde manier hoort bij deze fase van hun leven: ze zijn immers door de branding van de tienerjaren op weg naar de volle zee van de volwassenheid. Daar hoort vaak ook twijfel over de boodschap van kruis en opstanding bij. Wijs hen bijvoorbeeld op de reddende hand die Jezus naar een twijfelende Petrus uitstak (Mat. 14:31). Die hand is er vandaag nog. En geef als voorganger aan open te staan voor een pastoraal gesprek, ook met de jongeren van de gemeente.

Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk om niet alleen de twijfels van tieners serieus te nemen, maar waar mogelijk ook argumenten te geven die tegenover de twijfel gesteld kunnen worden. Met betrekking tot de opstanding kan bijvoorbeeld genoemd worden dat Paulus meer dan vijfhonderd ooggetuigen noemt. Hij daagt zijn lezers uit: ga het maar navragen; als het niet waar zou zijn, zou hij er niet mee wegkomen. Een ander argument is dat de apostelen − als Jezus niet echt is opgestaan − hun leven gegeven hebben voor een zaak waarvan ze zelf wisten dan het niet waar was. En dat er in de Evangeliën vrouwen ten tonele worden gevoerd bij het lege graf: bij een verzonnen verhaal zouden wellicht andere keuzes zijn gemaakt, omdat het getuigenis van vrouwen in die tijd niet geloofwaardig werd geacht. Jongeren zijn soms ook met dit soort argumenten geholpen. Zie hierover ook preekschets 9.1.

Met het oog op de kinderen

Voor de kinderen van de gemeente zal de preek zeker een paar warme en bemoedigende woorden mogen bevatten. In het kruis en de opstanding van Jezus laat de Here zien hoeveel Hij om ons geeft, ook om hen.

Liturgische aanwijzingen

  • Psalm 2:7 (OB), 30:1 en 2 (NB), 56:6 (OB), 68:10 (OB), 72:11 (OB), 73:9 (NB), 111:2, 5 en 6 (OB), 115:7 (NB).

  • Liedboek voor de kerken Gezang 182, 440, 446.

  • Opwekking 116.

Helpende vormen

Wie de preek positief wil beginnen, kan het begin van het kerklied ‘Ik heb de vaste grond gevonden’ citeren als een positieve geloofsbelijdenis. Wie de vraag naar de relevantie van kruis en opstanding als uitgangspunt wil nemen, kan het eerdergenoemde voorbeeld van de poster op het NS-station gebruiken. Ook is het mogelijk de preek te beginnen met een fictief pastoraal gesprek over twijfelvragen.

Een samenvatting van de preek maken en die – voorzien van vragen en opdrachten voor verdere doordenking – aan de gemeente meegeven, kan op een mooie manier vruchtbaar zijn voor de verwerking in gezin, kring en bijbelstudiegroep. Het thema kan ook door ouderlingen en predikant meegenomen worden in pastorale bezoeken in de weken na deze themapreek. De link tussen eredienst en catechese kan gestalte krijgen door in de week voor (als voorbereiding) of na deze themadienst (als uitwerking) het thema te behandelen.

Met het oog op de tieners

Wie als inleiding op de preek een beeldfragment wil gebruiken of een fragment zoekt dat jongeren aanspreekt, kan bij dit thema goed terecht op de portal Beam op www.eo.nl. Daar zijn aansprekende filmpjes te vinden over de betekenis van kruis en opstanding.

Met het oog op de kinderen

Een goede mogelijkheid om de kinderen te bereiken is te vragen naar hun naam en naar de reden waarom hun ouders die naam gekozen hebben. Van daaruit kan op een natuurlijke manier de preek op de naam Jezus gebracht worden.

Literatuur

  • J.H. van de Bank e.a. (red.), Kennen en vertrouwen. Handreiking bij de prediking van de Heidelbergse Catechismus. Zoetermeer, 1993, p. 89-94 en 153-158.

  • Stefan Paas en Rik Peels, God bewijzen. Argumenten voor en tegen geloof. Amsterdam, 2013.

  • G. van den Brink en C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek. Een inleiding. Zoetermeer, 2012, p. 78-81 (over de Bijbel en het leven van Jezus als toegangswegen tot het geloof).

  • Arnold Huijgen e.a. (red.), Handboek Heidelbergse Catechismus. Utrecht, 2013, p. 229-236 (over persoon en werk van Jezus Christus volgens de Heidelbergse Catechismus).

  • J. van Genderen en W.H. Velema, Beknopte gereformeerde dogmatiek. Kampen, 1992, p. 446-455 (over de opstanding en de betekenis daarvan).

Wellicht ook interessant

None

Echo’s van het goede nieuws op plek 44 van in de Bestseller60!

In zijn nieuwe boek Echo’s van het goede nieuws (verschenen op 18 december 2025) presenteert Geurt-Henk van Kooten een geheel nieuwe kijk op het vroegste christendom. De Cambrigde-hoogleraar werpt nieuw licht op de Evangeliën door ze te plaatsen in hun oorspronkelijke, historische context. Dat geeft een andere kijk op de zaak. Zo laat Van Kooten op overtuigende wijze zien hoe Jezus religie en politiek van elkaar scheidde en een innerlijke zoektocht naar waarheid opende. 

Nieuwe boeken