Menu

Premium

8.4. Vanaf de moederschoot

Zie ook

Heidelbergse Catechismus

Vraag 35: Wat betekent: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria?

Antwoord: Dat de eeuwige Zoon van God, die waarachtig en eeuwig God is en blijft, door de werking van de Heilige Geest de ware menselijke natuur uit het vlees en bloed van de maagd Maria heeft aangenomen om werkelijk de nakomeling van David te zijn, Zijn broeders in alles gelijk, maar zonder zonde.

Vraag 36: Welk nut hebben de heilige ontvangenis en geboorte van Christus voor ons?

Antwoord: Dat Hij onze Middelaar is en met Zijn onschuld en volkomen heiligheid mijn zonden, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht bedekt.

NB. De uitgave Belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk in Nederland vermeldt bij antwoord 36: ‘Het meervoud “zonden” van de editie 1611 is gehandhaafd, hoewel het in het antwoord over de erfzonde gaat en de Duitse tekst het bij het enkelvoud “zonde” houdt.’

Relatie van het thema tot het hoofdthema

Niets in het leven van Jezus is zonder reden, dus ook Zijn maagdelijke geboorte niet. Deze wordt door de catechismus vanuit soteriologisch perspectief belicht: vanaf de moederschoot reinigt Hij ons. Hij neemt het niet alleen aan als een historische grond voor ons geloof, alsof dat het enige is wat erover te zeggen valt, maar vertelt ons over het ‘waarom’.

De leefwereld van de hoorder

Voor de moderne mens behoort de maagdelijke geboorte al snel tot een achterhaald wereldbeeld. Het verhaal is prachtig en nog steeds een grond voor romantische gevoelens rond het Kerstfeest, maar kan niet feitelijk zo gebeurd zijn. Op internet en in romans wordt bijvoorbeeld beweerd dat de leer van de maagdelijke geboorte een christelijke poging is om iets rondom de geboorte van Jezus te verdoezelen wat belastend voor Hem zou kunnen zijn, of om Hem op te hemelen en een goddelijke status te verlenen. Ook is er moeite met de vooronderstelling dat wij in zonde ontvangen en geboren zouden zijn en daarom de neiging hebben te zondigen. Dat het kwaad niet in onszelf maar vaak buiten onszelf wordt gelokaliseerd, in bijvoorbeeld instituties, individuen en culturen, versterkt dit nog eens. Vanuit heel andere hoek – vooral vanuit de islam – worden de nodige vraagtekens bij dit onderdeel van onze belijdenis geplaatst. Het heeft voor moslims de klank van een biologische verwekking: God zou bij Maria een kind hebben verwekt, en uit deze zwangerschap is Jezus geboren. Hoewel dit niet is wat met dit geloofsartikel bedoeld wordt, zit deze gedachte wel diep in de islam verankerd. Onderschat ook niet hoeveel christenen zich soms verlegen voelen bij deze belijdenis over de geboorte van Jezus. De rijkdom van dit geloofsartikel vraagt om een heldere, actuele en troostvolle vertolking.

Met het oog op de tieners

Waarom vieren we Kerst? Veel Nederlanders hebben hier geen weet meer van. Daarom is het goed als de jongeren dit op een verantwoorde en begrijpelijke wijze kunnen uitleggen aan hun niet-christelijke vrienden.

Met het oog op de kinderen

In de beleving van jonge kinderen is God iemand die boven de wolken in de hemel is. Ook als ze weten wie Jezus is, is het nog niet altijd evident dat ze ook het verband kunnen leggen met God in de hemel. Ook aan hen mag het wonder worden uitgelegd dat de Heere Jezus tegelijk God én mens is.

Uitleg

De dogmen geschiedenis laat zien dat er door alle eeuwen heen de nodige denkproblemen zijn geweest rondom de incarnatie. De voornaamste vorm van kritiek komt van de stroming die het docetisme wordt genoemd. Kenmerkend voor deze stroming is dat de menswording van Christus (heel Zijn leven of alleen in Zijn lijden) schijn was. De Christus van God had slechts een schijnlichaam. Hij is niet werkelijk mens en is dus op een bepaald moment verschenen in de persoon van Jezus.

In de vroege kerk speelde deze discussie vooral rondom Jesaja 7:14: ‘Daarom zal de Heere u zelf een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.’ Was het nu een jonge vrouw of een maagd? Het Hebreeuws laat ruimte voor beide opties, maar de Septuaginta gebruikt duidelijk het woord ‘maagd’ (Grieks: hè parthenos). In Mattheüs 1:23 wordt Jesaja geciteerd met gebruik van het woord parthenos. Joods-christelijke bronnen pleitten voor de lezing van het woord ‘maagd’, wat bij andere joden op weerstand stuitte. Zij hielden vast aan een vertaling in de zin van ‘jonge vrouw’. De tegengestelde lezing van deze tekst door joden en (joodse) christenen heeft volgens recent onderzoek mede geleid tot het in onbruik raken van de Septuaginta binnen het jodendom. Zie hiervoor het boek Jews and Christians van James D.G. Dunn.

Voor christelijke lezers wordt de link tussen Jesaja 7 en Mattheüs 1 ook niet zonder kanttekeningen gelegd. Bij Jesaja kan het nog gaan om een koninklijk kind in algemene zin, maar bij Mattheüs wordt het nader toegespitst op de geboorte van Jezus. De profetie wordt hiermee op een wonderlijke wijze vervuld. Door de natuurlijke geboorte uit Maria is Jezus afkomstig uit het geslacht van David. Het verschil schuilt soms in een klein woordje. Er staat bewust ‘uit Maria’ en niet ‘in Maria’ of ‘door Maria’. De laatste twee mogelijkheden zouden betekenen dat Maria het kindje wel droeg, maar dat ze enkel het kanaal was waardoor de Zoon van God naar de aarde kwam. Met het belijden dat Jezus ‘uit Maria’ geboren is, benadrukken we dat Jezus werd gevormd uit het vlees en bloed van Maria. Hij was echt een mens als wij, inclusief het geboren worden uit een zwangerschap. Hij kwam als een Joods jongetje ter wereld, kind van het volk waaraan zo veel beloften verbonden waren, in het bijzonder over de Messias die uit het geslacht van David komen zou. Het Oude Testament, vooral ook de messiaanse psalmen (bijv. Ps. 1, 45, 72, 89, 110 en 132) geven hier uiting aan. Een andere belangrijke tekst in dezen is Romeinen 1:3: ‘(…) Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David.’ Misschien is ons beeld van Jezus soms te veel verwesterd. Die tendens ligt telkens weer op de loer. De nadruk op Zijn Jood-zijn is in dit geval een waardevolle correctie en voorkomt een christelijk geloof dat de band met Israël niet meer op het netvlies heeft staan.

In het Nieuwe Testament vinden we plaatsen waar het mens-zijn van Jezus wordt benadrukt, bijvoorbeeld in Galaten 4:4: ‘Geboren uit een vrouw, geboren onder de wet.’ Hij is een mens, Hij eet en drinkt, heeft slaap nodig en heeft allerlei emoties. Hij is zelfs verzocht geweest als wij, ‘maar zonder zonde’ (Hebr. 4:15). Dit laatste is belangrijk in de nieuwtestamentische getuigenissen en komt regelmatig terug. Jezus heeft enkel en alleen vanwege Zijn goddelijke afkomst de zonde kunnen weerstaan. Hij is ons echt in alles gelijk geworden, inclusief de lasten die onze menselijke psyche soms te dragen heeft, maar was vanwege Zijn vlekkeloze heiligheid als enige in staat om het kwaad te weerstaan en te overwinnen en onze zonde te verzoenen. Door ons gelijk te worden in alle dingen, neemt Hij ons complete leven over en verlost Hij het (vraag en antwoord 36). Niets is daarvan uitgezonderd! Zelfs de neiging tot zondigen die we ‘in de genen’ hebben, neemt Hij op Zich en verzoent Hij.

Dat Jezus in Zijn menswording God is en blijft, komt duidelijk naar voren in een tekst als Romeinen 8:3: ‘Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees.’ Ook wijzen we hier op het Johannesevangelie, waar de proloog (Joh. 1:1-18) al inzet bij de goddelijke afkomst van Jezus, en het door kruis en opstanding heen uitloopt op de belijdenis van Thomas aangaande Hem: ‘Mijn Heere en mijn God!’ (Joh. 20:28).

In de dialoog met de islam is vooral de maagdelijke geboorte van Jezus als Zoon van God een belangrijk thema. In de dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi (p. 107-109) wordt in het kader van de triniteitsleer helder uiteengezet wat hier de achtergrond van is, en dat het veel te maken heeft met een begripsverwarring over wat we ermee bedoelen wanneer we Jezus de Zoon van God noemen.

Relevantie van het thema

De kracht van de catechismus is zijn hoge inzet. Hij problematiseert niet, maar hij poneert. Zo heeft al ons belijden iets stellends in zich. Door de eeuwen heen is er door christenen geprobeerd om dit geloofsartikel begrijpelijker (of meer aanvaardbaar) te maken, maar dit ging vaak niet zonder de christologie naar beneden bij te stellen of de soteriologie zijn ernst te ontnemen. Een goed overzicht hiervan vinden we in Kennen en vertrouwen (p. 125-128). En was dit geloofsartikel in eerdere eeuwen dan wel eenvoudig te begrijpen? We nemen het daarom over uit de handen van de gelovigen vóór ons en belijden het mee. Maar als we dat doen, moeten we het wel beargumenteren en de vertaalslag naar onze tijd te maken. Zo geeft de catechismus een goede insteek die duidelijk de belijdende kaders aangeeft, en is de rest aan de uitlegger.

Met het oog op de tieners

Niet alle tieners kunnen het geloof betrekken op hun dagelijkse leven. Sommigen kunnen dat al op relatief jonge leeftijd, maar zij vormen zeker geen meerderheid. Vanaf het moment dat het abstracte denken op gang komt, komen de lijnen van wie God is en ons persoonlijke leven bij elkaar. Toch zijn er altijd aspecten van hun leven waarvan jongeren intuïtief denken dat de Heere Jezus daar niet mee van doen heeft gehad. Zo zijn bijvoorbeeld de seksuele ontwikkeling, verleiding tot zonde, verdrietige gevoelens en het loskomen van de ouders bij het zelfstandig worden, zaken die ze niet (durven te) linken aan Gods Zoon. Zonder in banaliteiten te vervallen, kan dit in de preek een plek krijgen, zodat ze zien dat de heilige God werkelijk in hun bestaan gekomen is om hen te dragen, te verlossen en de weg te wijzen.

Met het oog op de kinderen

Is dit onderwerp niet te moeilijk voor kinderen? We kunnen het ook anders zeggen: maken wij het niet moeilijker dan het is? Een kind kan zonder problemen geloven in de Heere Jezus die geboren werd en tegelijkertijd praten over de Heere Jezus die in de hemel is. Laten we de kinderen in dat opzicht niet onderschatten. Het gevaar bij dit onderwerp is dat we ons stuk staren op de vraag of dit nu wel of niet mogelijk is. Gelukkig doen kinderen dit meestal (nog) niet. De belangrijkste vraag is of we geloven dat God op deze wonderlijke manier naar ons mensen hier op aarde gekomen is. Is er werkelijk iets bijzonders met Jezus aan de hand of niet? Was Hij zomaar iemand in de geschiedenis, of zou Hij werkelijk de Zoon van God zijn? Voor de meeste kinderen die in een christelijke omgeving opgroeien, staat vast dat Jezus de Zoon van God is. Voor hen kan het juist een verrijking zijn dat Jezus ook als mens op aarde geleefd heeft, en net als zij met allerlei leuke én verdrietige dingen te maken heeft gehad. Daarom kan Hij ons ook zo goed begrijpen en kan Hij ons voorbeeld zijn in dit leven.

Relevante bijbelgedeelten

  • Jesaja 7:14 is een kerntekst over de maagdelijke geboorte van de eeuwige Zoon van God. In de preek kan dan ruimte gegeven worden aan de andere denkwijze binnen het jodendom, vanuit de verdrietige splitsing tussen kerk en synagoge en de bewogen geschiedenis die deze tekst in de eerste eeuwen heeft gehad.

  • Lukas 1:26-38 beschrijft de vraag van Maria, hoe het kan gebeuren dat ze zwanger zal worden en een zoon zal baren, terwijl ze geen omgang heeft met een man. Zelfs de moeder van Jezus vroeg zich al af hoe het mogelijk zou zijn. Dat geeft ruimte voor het stellen van onze vragen. Maria antwoordde ondanks haar vragen in geloof. Wij mogen haar daarin volgen.

  • Hebreeën 4:15 biedt ruimte om thematisch aandacht te geven aan ons grondprobleem (de zonde) en het eigene van Jezus (Zijn zondeloosheid), terwijl Hij op dezelfde wijze als wij verzocht is geweest. Daarom is Hij de grote hogepriester, door wie wij toegang hebben tot de troon van de genade en door wie we in het dagelijkse leven geholpen worden in de strijd tegen de zonde en de duivel, totdat we eenmaal zullen overwinnen.

Aanwijzingen voor de leerdienst

Doelstelling

De gemeente heeft aan het einde van de dienst geleerd dat het nodig was dat Gods Zoon via de weg van de geboorte mens werd, en kan in eigentijdse taal de reden ervoor uitleggen.

Homiletische aanwijzingen

Om het bovenstaande doel te bereiken wordt in deze preekschets geprobeerd om met behulp van één centraal beeld – de zonde als virus – vanuit soteriologisch perspectief de noodzakelijke menswording van de Zoon van God uit te leggen. Andere (dogmatische) elementen, zoals hierboven beschreven, kunnen desgewenst hieraan worden toegevoegd. Het is aan de prediker of hij dit beeld kiest als een Leitmotiv, of het inkort tot slechts een illustratie.

Met het geloofsartikel ‘ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria’ gaat het over de geestelijke werkelijkheid achter Kerst, want waarom wordt Jezus geboren uit een maagd? Dat heeft te maken met de noodzakelijke overwinning op de zonde die het Kind zal gaan brengen, ook in ons leven. De ernst van de zonde maakt het nodig dat Gods Zoon onze menselijke natuur aanneemt.

Om dit duidelijk te maken gebruiken we een hedendaags beeld: dat van de zonde als een dodelijk virus. Een heftig maar geoorloofd beeld, omdat zonde een ernstig probleem is, het grondprobleem van deze wereld, dat de dood in deze wereld heeft gebracht. De zonde is als een virus dat de eerste mensen hebben opgelopen en dat sindsdien van generatie op generatie is overgedragen. Het ‘virus’ uit zich in een natuurlijke afkeer tegen God. We zien Hem als een bedreiging voor ons leven. C.S. Lewis geeft er een heldere omschrijving van: ‘Het natuurlijke leven in ieder mens is egocentrisch, wil vertroeteld en bewonderd worden, voordeel trekken van andere levens, het hele universum uitbuiten. En vooral wil het eigen baas blijven – ver uit de buurt blijven van alles wat sterker of hoger is, alles waardoor het zich klein zou kunnen voelen’ (Onversneden christendom, Kampen, 2002, p. 174). Niemand is resistent, en bij behandeling zal het virus hooguit onderdrukt worden, maar nooit genezen. Dat is wat we bedoelen met het woord ‘erfzonde’.

Vanuit het beeld van het virus zien we de belijdenis ‘geboren uit de maagd Maria’ in een ander licht. De noodlottige cyclus, waarbij elke generatie opnieuw ‘besmet’ is met zonde, wordt in Jezus doorbroken! Hij komt niet uit de gewone lijn der geslachten, maar is de Zoon van God. Bij Mattheüs en Lukas, die vertellen over de geboorte van Jezus, wordt de nadruk op de maagdelijkheid van Maria gelegd. Dit is een vervulling van Jesaja 7, waar wordt gesproken over een maagd of jonge vrouw die zwanger zal worden. Jezus komt dus zondeloos ter wereld, en is daarmee anders dan alle andere mensen. Hij zal echter in Zijn leven wel aangevochten worden en heeft gedeeld in onze zwakheden, maar de zonde heeft Hij tot de laatste dag weerstaan.

De zondeloze Jezus riep heftige reacties op bij zondaren. Het virus van het kwaad ging zich uiten als Hij in de buurt was. Er werd op twee manieren op Jezus gereageerd: met geloof of ongeloof. De komst van de Zoon van God bracht een grote antireactie teweeg. Hij mocht geen plek onder ons hebben. Hij werd gekruisigd.

Door het lijden heen heeft Jezus deze strijd gewonnen. De zonde en de dood kregen geen vat op Hem. Het was voor Hem een moeilijke strijd, tot in Gethsemane, maar Hij bleef Zijn Vader gehoorzaam en overwon aan het kruis. Hij nam onze zonden op Zich en droeg ze weg, hoezeer Hij ook aangevochten werd. Zo leefde Hij ons leven om ons te verlossen. Zo is Hij onze Middelaar die onze schuld bedekt (antwoord 36).

Met het oog op de tieners

Het onderwerp kan aan actualiteit winnen door de tieners te vragen: ‘Stel, je islamitische klasgenoot of collega vraagt je hoe het toch zit met jouw geloof in Jezus als de Zoon van God. Want dat kan toch helemaal niet, dat God gemeenschap heeft met een vrouw en dat daaruit een kind geboren wordt? Wat zou je antwoorden?’ Geef een moment stilte om hen over deze vraag te laten nadenken, en voeg er vervolgens aan toe: ‘Deze preek wil je helpen om op deze vragen een antwoord te kunnen geven.’

Met het oog op de kinderen

Elk kind heeft weleens griep gehad, of misschien zelfs de mazelen. Dat zijn geen leuke ziektes die je zomaar van anderen krijgt. Dan ben je dankbaar als er iemand anders wél gezond is en voor je kan zorgen. De Heere Jezus kan zelfs nog meer dan dat. Hij neemt onze ziekte en zonde helemaal over. Dan zullen we misschien nog niet meteen beter zijn of nooit meer verkeerde dingen doen, maar we mogen weten dat Hij heel dicht bij ons is en onze straf op Zich genomen heeft.

Pastorale aanwijzingen

In de gemeente kunnen mensen ernstig lijden onder ziektes. Hun moet recht gedaan worden bij het beeld van het dodelijk virus. Het is goed om te benoemen dat dit beeld niet wordt gebruikt om hun ziekte te bagatelliseren, maar eerder om de ernst van ons zondige bestaan aan de kaak te stellen.

Dat Jezus ons leven vanaf de ontvangenis heeft overgedaan en met Zijn zuiverheid voor God bedekt, kan pastoraal gezien ook een troost zijn voor ouders die een ongeboren kindje hebben verloren. Christus’ plaatsbekleding begint niet bij Zijn geboorte, maar bij Zijn menswording in het eerste prille stadium.

Een ander pastoraal aspect is het volgende. Veel kerkgangers geloven in de vergeving van zonden, maar lopen toch (in stilte) met allerlei zaken rond die bewust of onbewust buiten hun beleving van de vergeving blijven, alsof er een scheidingswand tussen zit. Het belijden en de beleving liggen dan ver uiteen. De zondelast blijft wegen. Een voorbeeld van zo’n scheidingswand is dat men gelooft dat er voor concrete zonden wel vergeving is, terwijl men blijft tobben met de voortdurende neiging tot (een bepaalde) zonde. Voor de zonde is dan vergeving mogelijk, maar met de neiging om de zonde te doen hebben we zelf te stellen. Terwijl voor beide geldt dat Jezus het reeds bij Zijn ontvangenis op Zich genomen heeft. Het is uitermate heilzaam als deze gelovigen het bevrijdende van vraag en antwoord 35 en 36 ontdekken.

Met het oog op de tieners

Als de vertaalslag naar de tieners wordt gemaakt door de persoon van Jezus dicht bij hun persoonlijke ontwikkeling te houden, pas dan op dat bijvoorbeeld de seksuele ontwikkeling en het loskomen van de ouders niet als zonde worden gepresenteerd. Het zijn processen die horen bij het volwassen worden. Hun Heiland weet ervan en wil hun de weg wijzen. Ook hiervoor geldt: ‘What would Jesus do?’

Met het oog op de kinderen

Het komt voor dat kinderen een fobische angst hebben voor ziek worden.

Vooral bij autistische kinderen kan een beeld ook verwarrend werken, want voor je het weet vallen zonde en ziek zijn onder dezelfde noemer. Als u weet dat er zulke kinderen onder uw gehoor zitten, is het extra noodzakelijk om het beeld en de eigenlijke zaak duidelijk te onderscheiden.

Liturgische aanwijzingen

Bij dit thema passen advents- en kerstliederen die in elk jaargetijde te zingen zijn, zoals Liedboek voor de kerken Gezang 116, 117, 122, 135, 139, en Liedboek (2013) lied 434, 440, 441, 478, 481. Ook messiaanse psalmen als Psalm 2, 72, 89, 110 en 132 passen er goed bij. Verder valt nog te denken aan de Lofzang van Maria.

Helpende vormen

Een gedicht spreekt tot de verbeelding. Het kan de dingen soms net zó verwoorden dat je het voor je gaat zien. Bij deze preek zou het gedicht ‘De mens gelijk geworden’ van E. IJskes-Kooger (Als glas in de zon, Amsterdam, 1974, p. 33) deze functie kunnen vervullen. Een ander gedicht is ‘Kerstmis voorbij’ van Anton van Duinkerken. U zou het gedicht of een fragment daaruit vooraf in het kerkblad of de nieuwsbrief kunnen zetten, als een prikkelende voorbereiding op de dienst.

Een ander idee is het meegeven van een samenvatting van de preek. Deze kan ook voorafgaande aan de dienst aan de kerkgangers gegeven worden. Dit helpt de gemeente om tijdens het luisteren bij de les te blijven. Mensen die gewend zijn om aantekeningen te maken, kunnen dan hiervoor de samenvatting gebruiken.

Met het oog op de tieners

Indien de preek aan het einde van het kalenderjaar wordt gehouden, kunnen de jongeren op de website www.waaromkerst.nl gewezen worden. Deze site bevat tips om in gesprek te gaan met hun ongelovige of andersgelovige bekenden. De site wordt jaarlijks opnieuw bijgewerkt.

Met het oog op de kinderen

De kinderen zouden de vraag kunnen krijgen: ‘Toen de Heere Jezus een baby was, kon je toen zien dat Hij de Zoon van God was? Zag Hij er anders uit dan jij?’ Daar kunnen verrassende antwoorden op komen. De conclusie mag zijn dat we het niet aan Zijn uiterlijk gezien zouden hebben. De lichtglans om Zijn hoofd zoals we die op veel schilderijen zien, was in het echt niet te zien. Indien er ruimte voor is, kan het schilderij ‘De Heilige Familie’ van Rembrandt getoond worden. Hier is het kind Jezus geschilderd in een alledaagse context, terwijl Maria aan de hand van de bijbel in haar handen ziet wie het Kind is dat in de wieg ligt.

Een vervolgvraag kan zijn: ‘Stel, de Heere Jezus was net zo oud als jij nu. Zou Hij veel op jou lijken? Dat hebben we gezien: Hij was als kind een gewoon Joods jongetje. Maar toch is Hij ook anders. Wat zou er volgens jou anders zijn?’ Dat opent de ruimte om zo eenvoudig mogelijk uit te leggen wie Hij is en waarom Hij mens moest worden.

Literatuur

  • J.H. van de Bank e.a. (red.), Kennen en vertrouwen. Handreiking bij de prediking van de Heidelbergse Catechismus. Zoetermeer, 1993, p. 125-128.

  • G. van den Brink en C. van der Kooi, Christelijke dogmatiek. Een inleiding. Zoetermeer, 2012, p. 347-384.

  • J. van Genderen en W.H. Velema, Beknopte gereformeerde dogmatiek. Kampen, 1992, p. 433-440.

  • James D.G. Dunn, Jews and Christians. The parting of the ways, A.D. 70 to 135. Grand Rapids/Cambridge, 1999, p. 50-55.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken