Het is de adel van Abraham dat hij werkelijk de ‘verheven vader’ is van gans Israël, van Dan tot Berseba Berseba. Afkomstig uit het Tweestromenland van Ur in het zuiden tot Haran in het noorden (Gen. 11:31) vertegenwoordigt hij de galoet, de ballingschap in het oosten. Maar hij is ook de vertegenwoordiger van de westerse ballingschap, de - in het bijzonder Egyptische - diaspora. Abraham is voorbeeldig omdat JHWH hem uit Ur der Chaldeeën (Gen. 15:7; de Neobabylonieërs, vgl. 1 Kon. 25:4 etc.) heeft doen uittrekken om het land Kanaän in bezit te krijgen. Velen volgen hem echter niet na,
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden