Alfa en omega
Het leermeesterschap van Ida Gerhardt
Uit haar bundeltje Sonnetten van een leraar blijkt wel dat het leraarschap voor Ida Gerhardt niet altijd een onverdeeld genoegen was. De rapportvergaderingen, streberige collega’s, een haveloos gebouw – zeer plastisch beschreven – , het dagelijks werk dat het dichterschap in de weg zat, het maakte allemaal deel uit van haar ‘hondse baan’. Maar het contact met de kinderen had ze lief, en ze heeft onvergetelijke miniatuurtjes getekend, van leerlingen, van stukjes les, van de onverwachte parallellen die ze zag tussen de boerse kinderen en de grote klassieken die ze hen moest bijbrengen. Het was niet alleen de dichter die die parallellen zag, maar eerst en vooral de toegewijde pedagoog, die oog én hart had voor haar leerlingen. Uit het volgende gedicht blijkt dat behalve de leerlingen en de (uiteindelijke) lesstof, ook de eenvoudig-ambachtelijke kant van het leraarschap haar aansprak en het vak aantrekkelijk maakte.