Kan de schuldige opstaan?

Een analyse van de rol van Judas en Pilatus in de evangeliën en in The Passion 2019

Op Witte Donderdag 18 april 2019 werd in Dordrecht voor de negende keer The Passion (TP) uitgevoerd.[2] Het wordt jaarlijks georganiseerd door een tv-producent, christelijke omroepen, verschillende kerken en anderen.[3] Een groep bekende Nederlanders speelt het passieverhaal met vijf hoofdrollen (Maria, Jezus, Pilatus, Petrus, Judas) en een aantal bijrollen op een populaire manier met onder andere een tiental hedendaagse Nederlandstalige hits. De verteller neemt het aanwezige publiek en de kijker thuis mee in het verhaal. Bijna duizend mensen lopen mee in de processie, waarbij een groot lichtgevend kruis naar het podium wordt gebracht.

Elk jaar staat een ander thema centraal in TP; in 2019 was dat ‘je bent niet alleen’. De dialogen tussen de acteurs bestaan voor het overgrote deel uit letterlijke citaten uit de Bijbel in Gewone Taal.[4] De citaten komen uit alle vier evangeliën. Omdat er zo één verhaal verteld wordt op basis van de vier evangeliën is er in TP sprake van een evangeliënharmonie; dat is van belang omdat er bij een harmonisatie altijd interpretatieve keuzes gemaakt worden – lang niet ieder evangelie duidt ieder aspect van ‘het’ passieverhaal op dezelfde wijze!

In eerder onderzoek naar TP is gewezen op het belang van persoonlijke opvattingen en ervaringen van de acteurs in relatie tot de manier waarop zij hun rol vormgeven. Zo werd de moordenaar Barabbas in 2015 gespeeld door Dave Roelvink die zelf vervolgd was voor diefstal en heling,[5] acteerde zangeres Simone Kleinsma als moeder Maria in 2014 terwijl ze openlijk vertelde over haar eigen kind dat ze had verloren,[6] en was er discussie over de gesloten manier waarop artiest Jim de Groot de rol van Jezus invulde in 2015.[7] Ook is er in eerder onderzoek op gewezen dat er in TP sprake is van theologiseren in de publieke ruimte, zoals de aandacht die wordt gegeven aan de manier waarop de opgestane Jezus verschijnt: op het plein van de stad midden tussen de mensen of boven op de kerktoren met zegende handen.[8] Net zoals de Bijbel tekst bevat, maar omgeven is door paratekst, waaronder versnummering en perikoopindeling,[9] zo functioneert het publieke karakter van TP om de performance zelf heen. Daarom willen we niet alleen kijken naar de uitvoering van TP19, maar ook naar zaken daaromheen, zoals interpretatie van de rollen door de acteurs en de uitwerking van het jaarlijkse thema.

In dit artikel willen wij een antwoord geven op de vraag wat in TP19 de wisselwerking is tussen evangeliecitaten, interpretatie van de rollen door de acteurs, en de uitwerking van het thema ‘je bent niet alleen’. Om deze wisselwerking op het spoor te komen, analyseren we de twee hoofdrollen die over het algemeen een negatieve bijklank hebben. Dat zijn die van Judas, die Jezus verraadt, en van Pilatus, die Jezus veroordeelt. In beide gevallen, die voor zover wij weten nog niet eerder onderzocht zijn, is het de vraag hoe er wordt omgegaan met de thema’s van hun schuld en verantwoordelijkheid. Dit kan een sleutel zijn tot de hermeneutiek van TP en daarmee een beeld geven van de manier waarop TP de evangeliën interpreteert.

In het navolgende schetsen we vanuit de nieuwtestamentische wetenschap eerst de rol en de negatieve interpretatie van Judas en Pilatus in de bronteksten (1), dan bestuderen we de twee acteurs en hun performance in TP19 (2), daarna gaan wij op zoek naar de wisselwerking tussen beide perspectieven (3) en we sluiten af met een conclusie en een evaluatie van de keuzes die in TP19 zijn gemaakt (4).

1. Judas en Pilatus in de evangeliën

Judas

In de evangeliën speelt Judas een bijzondere rol onder de discipelen. Hij wordt vrij vaak genoemd, namelijk vijf keer in Matteüs,[10] drie keer in Marcus,[11] drie keer in Lucas,[12] en zeven keer in Johannes.[13] De synoptische evangeliën maken melding van Judas in de lijst van discipelen en van het uiteindelijke verraad van Jezus door Judas. Zij noemen ook alledrie het overleg tussen Judas en de priesters over het verraad. Het extra materiaal in Matteüs is de dialoog tussen Jezus en Judas bij het laatste avondmaal en het berouw van Judas.[14] Hoewel Judas in het evangelie van Johannes een grote plaats krijgt toebedeeld, gebeurt dat bij hem vaak door middel van redactionele opmerkingen tussendoor. Daarnaast vermeldt Johannes een verhaal, waarin Judas een unieke plaats krijg. Hij is namelijk boos op Maria, de zus van Lazarus, omdat zij veel geld uitgeeft aan olie.[15] Zowel in de interpolaties als in dit verhaal wordt er negatief geoordeeld over Judas.

Arie Zwiep geeft in zijn onderzoek naar Judas een mogelijke verklaring voor deze verschillende rollen.[16] Hij stelt dat Judas in Marcus, het oudste evangelie, ‘een twijfelachtige rol heeft,’ maar nog niet uitdrukkelijk als verrader wordt neergezet. In Matteüs en Lucas-Handelingen, evangeliën die zich waarschijnlijk op Marcus baseren, wordt Judas getekend als opponent van Jezus die Jezus bewust aan de leiders van het volk uitlevert, al is nog niet zo duidelijk wat zijn motivatie was. Lucas is de enige evangelist die Judas expliciet een verrader noemt. In Johannes, het laatste evangelie, is Judas een dief en duidelijk een handlanger van de duivel (net als bij Lucas). Hierin is een ontwikkeling zichtbaar, die zich in de eeuwen daarna heeft voortgezet, mede omdat men de behoefte had om de leemtes die er waren op te vullen en men Judas meer en meer zag als belichaming van het ultieme kwaad.[17] We zien dus dat men op zoek is naar een verklaring voor Judas’ verraad, om zo de schuld een plaats te geven: is het Judas zelf, de duivel in hem of was het Gods plan? Jezus’ tragische dood moet zo een reden krijgen, hetzij in het kwaad, hetzij in het goede, hetzij in beide, waarin het kwade (Judas) uiteindelijk ten dienste staat van het goede (Gods verlossende werken in Jezus).

Een opvallende en unieke perikoop die de stijl van Matteüs kenmerkt en ook terugkomt in TP19, is die over het berouw van Judas (27:3-10). Daarin is volgens Ulrich Luz sprake van een subtiele overdracht van de schuld. De hogepriesters en de oudsten reageren namelijk eerst op Judas door te zeggen: ‘Dat is niet ons probleem. Zoek dat zelf maar uit’ (27:4b). Judas hangt zichzelf dan op, maar later in het verhaal reageert Pilatus op de hogepriesters en de oudsten door zijn handen in onschuld te wassen en te zeggen: ‘Jullie zijn verantwoordelijk.’ (27:24b). Hij geeft hen in bepaalde zin de schuld weer terug die ze eerst hadden afgekocht. Daarmee ontstaat er een driehoek tussen Pilatus, de Joodse leiders en Judas.[18]

Richard Carlson merkt daarnaast op dat het opvallend is dat Judas zowel Jezus verraadt aan de religieuze leiders als spijt aan hen betuigt van die daad. Daardoor lijkt hij geen onderdeel meer te zijn van de groep rondom Jezus.[19] Ook hier zien we een worsteling met het verraad van Judas: Is het gedeeltelijk de schuld van Pilatus of van de hogepriesters? Of is het Judas zelf die door zijn plaats buiten de groep de schuld krijgt? Matteüs laat zo zien op welk punt de evangelisten het over Judas eens zijn: zijn rol en zijn verraad moeten een plek krijgen – welke rol dat is, verschilt per evangelie. Andere vroegchristelijke literatuur, met name niet canoniek geworden teksten, laat zien hoe deze worsteling verder ging, wat ook geldt voor de receptie van de vier canonieke evangeliën. Voor de analyse van TP is dit van belang, want wat in TP gebeurt sluit aan bij een dynamiek die zijn wortels al heeft in de vroegchristelijke getuigenissen zelf, daar zij met soortgelijke vragen worstelen.

Pilatus

Hoewel de persoon van Judas volgens de meeste bijbelwetenschappers in ieder geval negatieve kenmerken heeft, is er over de persoon van Pilatus veel discussie. Die discussie bestaat al binnen de canon, want de perspectieven van de evangeliën zijn, net zoals bij Judas, verschillend.[20] Wat echter opvalt is dat ook binnen één evangelie, in dit geval Matteüs, de rol van Pilatus verschillende geïnterpreteerd wordt. Robert Gundry stelt bijvoorbeeld dat Matteüs een positief perspectief heeft op de persoon van Pilatus, onder andere omdat Pilatus Jezus probeert vrij te laten door het volk een keuze te bieden tussen Hem en Barabbas en omdat hij zijn handen wast in onschuld.[21] Daarentegen beargumenteert Callie Callon dat Matteüs niet positief over Pilatus kon zijn vanwege zijn opvattingen over de Joodse wet.[22] Daarnaast leidt een negatief portret van Pilatus in zijn visie tot een hogere waardering voor Jezus in verhouding tot de Joodse leiders.

Andrew Simmonds pleit voor een synthese tussen deze twee posities, waarbij er een algemeen toegankelijke laag is, waarin de evangelietekst pro-Romeins en anti-Joods lijkt, iets wat in de loop van de geschiedenis vaak is beargumenteerd.[23] Daaronder ligt volgens hem dan een tweede laag, waarin de tekst juist pro-Joods is en anti-Romeins. Dit zien we terug in de scène rondom de handwassing in Matteüs 27:24b, een scène die ook een onderdeel is van TP19. Pilatus zou namelijk, volgens de lezing van Simmonds, waarbij hij zich baseert op rabbijnse exegese, met zijn handeling kunnen verwijzen naar het offer in Deuteronomium 21:6-7 dat plaatsvindt wanneer er een dood lichaam wordt gevonden zonder dat de dader bekend is. Dat ritueel is volgens Simmonds het tegenovergestelde van het offer van het paaslam, waarvoor hij niet minder dan twintig argumenten noemt.[24] Daarmee laat Matteüs zien dat Pilatus slim probeert te zijn, maar dat dat precies verkeerd uitpakt, of dat hij, zoals zowel toen als nu gebruikelijk is, spreekt met zijn handen zonder een verdere bedoeling.

Cruciaal voor het verschil tussen een positieve en een negatieve visie op Pilatus is de uitleg van Matteüs 27:19b, de droom van de vrouw van Pilatus. Omdat ook deze scène volgens ons een rol speelt in TP19, analyseren we deze in meer detail. Al in de vroege kerk was er discussie over de vraag of deze droom een goddelijke oorsprong had.[25] Sommige uitleggers stellen dat Pilatus luisterde naar het advies van zijn vrouw en daarom niet schuldig is, terwijl anderen beweren dat hij juist niet naar haar luisterde.[26] Simmonds ziet de droom als mogelijk verwant aan een droom van de vrouw van Caesar en dat zou de schuld van Pilatus als typische Romein juist bevestigen.[27] De vraag is dus, vergelijkbaar met die bij Judas, of Pilatus als schuldig kan worden beschouwd.

Balans

Judas en Pilatus zijn in het Nieuwe Testament interessante figuren omdat je aan hen ziet hoe er in de vroegste getuigenissen, waar TP sterkt op leunt, geworsteld wordt met schuld aan en de verantwoordelijkheid voor Jezus’ dood. Omdat er vrijwel geen informatie is over de historische Jezus buiten de evangeliën, zijn de verschillende evangeliën zelf al de neerslag van een ‘dynamisch interpretatief proces’.[28] Elke opvolgende receptie, zoals ook TP, doet in dat interpretatieve proces mee en moet daarom keuzes maken. De lezer die een meerduidige evangelietekst interpreteert, is in die zin vergelijkbaar met het publiek dat een meerduidig passiespel interpreteert.[29] De vraag is nu hoe dit wordt geactualiseerd in TP19 en van welke hermeneutiek hun keuzes getuigen.

2. Judas en Pilatus in TP19

Judas

De eerste keer dat Judas op de voorgrond treedt in TP19 is hij de discipel die kinderen wegstuurt op de schaatsbaan en aan Jezus vraagt wie het belangrijkste is in Gods nieuwe wereld.[30] In de evangeliën staat niet welke discipel de kinderen wegstuurde en deze vraag stelde,[31] maar in TP19 onderneemt Judas beide handelingen. Daarmee wordt Judas als onsympathiek en ambitieus neergezet, namelijk als iemand die niet goed omgaat met kinderen en als de persoon die Jezus’ status bevraagt en met Hem wil concurreren. Ook in de evangeliën zelf worden lege plekken vaak ingevuld en daarmee geactualiseerd, zoals het toegevoegde slot van het Markusevangelie. Hoewel de dialogen in de scène met de kinderen vooral bestaan uit letterlijke citaten uit het evangelie van Matteüs, dat pas bij het uiteindelijke verraad van Jezus negatief over Judas oordeelt, komt hij voor de tocht naar het podium al in een negatief licht te staan.

In de scène rondom het berouw van Judas zien we dat de Joodse leiders geen rol spelen in TP19.[32] Judas betuigt zijn spijt aan Pilatus vanuit een boom, een mogelijke verwijzing naar de manier waarop Judas zichzelf van het leven heeft beroofd volgens Matteüs 27:5, waarbij hij geld uitstrooit over het publiek. Judas en Jezus brengen nog een duet ten gehore, namelijk een bewerking van ‘De weg terug’ van Marco Borsato. Door dit duet komt Judas niet volledig buiten de groep rondom Jezus te staan, zoals dat in de evangeliën wel het geval is. Maar in de dialoog is alleen een Romein, de vijand van het volk, zijn gesprekspartner. Daarmee is de eenzaamheid na zijn berouw nog duidelijker weergegeven. Vlak na het berouw van Judas zegt Jezus tegen Pilatus (terwijl Judas voor de kijker in beeld wordt gebracht): ‘Daarom heeft degene die mij aan u heeft overgeleverd de grootste schuld.’ (Joh. 19:11) Dit is de meest negatieve uitspraak die in het evangelie over Judas te vinden is na zijn berouw, en door deze uitspraak te citeren, is een gedeelte van de spanning rondom de schuldvraag verdwenen.

In TP19 speelt rockartiest Lucas Hamming de rol van Judas. Vanuit zijn muzikale achtergrond herkent hij bij Judas een ‘rauw randje’ in verhouding tot de andere leerlingen.[33] Daarnaast ziet hij Judas als ‘een competitieve, jaloerse gast’, die liever zelf de leider was geweest, in plaats van Jezus. De acteur legt zijn eigen identiteit als musicus in de rol die hij speelt. Juist de zanger die het ‘rauwe’ waardeert, stuurt in zijn rol als Judas de kinderen weg. Daarnaast is hij degene die Jezus vraagt wie de belangrijkste is, waarmee de acteur Judas interpreteert als degene die zelf de belangrijkste wil zijn. Vervolgens zien we dat in de manier waarop het berouw van Judas is vormgegeven het thema van TP19, ‘je bent niet alleen’ duidelijk terugkomen. Daarna ontstaat er een dialoog tussen Pilatus en Judas, waarbij de Joodse leiders geen rol spelen, die ze wel hebben in het evangelie van Matteüs. Pilatus kan daarom de schuld niet ‘teruggeven’ aan de Joodse leiders, waardoor de schuldvraag opnieuw minder complex wordt.

Na het besluit van Judas om Jezus te verraden, concludeert verteller Martijn Krabbé dat ‘Judas heeft gekozen voor de eenzaamheid.’[34] Daarmee lijkt er een verband te worden gesuggereerd tussen de onsympathieke en ambitieuze houding van Judas en zijn uiteindelijke verraad van Jezus. Dat eerste, de relatie tussen onsympathiek en eenzaam, lijkt niet in lijn met hoe in onze samenleving eenzaamheid wordt ervaren. De eenzaamheid van Judas lijkt zijn eigen schuld te zijn, maar voor veel mensen in onze samenleving is eenzaamheid geen keuze en niet iets wat ze zelf doelbewust opgezocht hebben.[35] Het tweede, de relatie tussen ambitie en eenzaamheid, leidt ertoe dat de rol van Judas eenduidiger wordt: zijn verraad wordt verklaard door zijn ambitie en het verraad leidt daarna tot eenzaamheid. Dit patroon herkennen wij wel in onze samenleving: het is immers lonely at the top. Wel is hierdoor de schuld van Judas verklaard en dus is er geen worsteling meer met zijn verantwoordelijkheid.

Pilatus

Vlak voordat Pilatus het volk de keuze geeft tussen Jezus en Barabbas, kijkt hij eerst kort op zijn smartphone.[36] Wij interpreteren dat als het ontvangen van een bericht van zijn vrouw (Matt. 27:19b). De voornaamste reden hiervoor is het feit dat hij na de korte blik op zijn smartphone nogal verward kijkt. Doordat de boodschapper in Matteüs wordt geactualiseerd door middel van een smartphone, komt in deze scène het thema van eenzaamheid opnieuw naar voren. Hoewel veel van onze relaties heden ten dage digitaal zijn, en hoewel er ook mensen zijn die door middel van digitale communicatie juist uit hun isolement raken, geven veel mensen toch de voorkeur aan persoonlijk contact. Pilatus staat er dus nog meer alleen voor en heeft alleen digitale ondersteuning.

Terwijl Pilatus op zijn smartphone kijkt, zingen Jezus en Petrus een bewerking van ‘Wat is dan liefde’ van André Hazes. Twee minuten later zegt Pilatus dat Jezus onschuldig is en vraagt hij het volk of ze willen dat hij Jezus of dat hij Barabbas loslaat. Daarna wast Pilatus uitgebreid zijn handen.[37] Ook in Matteüs, het enige evangelie waarin zowel de droom van Pilatus’ vrouw als het wassen van de handen voorkomt, is het de vraag of er een causaal verband is tussen de boodschap van zijn vrouw en keuze van Pilatus. Luistert hij naar haar, was hij dit toch al van plan of doet hij iets wat zij niet gewild had?[38]

In TP19 speelt acteur Porgy Franssen de rol van Pilatus.[39] Hij ziet Pilatus aan de ene kant als een schurk, maar aan de andere kant heeft hij ook iets menselijks en herkenbaars.[40] Dat menselijke komt volgens hem tot uitdrukking in het wassen van de handen in onschuld, want Pilatus heeft wel degelijk schuld, zoals volgens Franssen ieder mens schuld met zich meedraagt. De manier waarop Pilatus omgaat met de schuld is te karakteriseren als een ‘verontschuldigingsmechanisme’. Hij kiest ervoor om niet zelf de schuld te dragen of om Jezus de schuld te geven, maar hij geeft de schuld aan het volk. Dit doet hij zowel op een symbolische manier door zijn handen te wassen als op een letterlijke manier door het volk om zijn keuze te vragen. Het is daarom opvallend dat in TP19 de acceptatie van de schuld niet terugkomt, zoals wel in Matteüs 27:25: ‘Ja, zijn dood is de zaak van ons en onze kinderen.’[41] Deze tekst heeft echter in de loop van de geschiedenis een sterke antisemitische lading gekregen en mogelijk is dat de oorzaak dat deze tekst niet wordt gebruikt.

De uitdrukking zegt dat Pilatus zijn handen wast ‘in onschuld’. Toch hebben we gezien dat in de nieuwtestamentische wetenschap de vraag gesteld is of dat handenwassen wel zo onschuldig was. Is deze actie van Pilatus een bewuste, maar verkeerde verwijzing naar de offerdienst, of is het eerder een symbolische handeling van een typische, Romeinse retor? Franssen geeft eigenlijk een tussenoplossing: het was een herkenbare, menselijke handeling. Daarmee erkent hij Pilatus als schuldige, maar relativeert dat tegelijkertijd. Daarmee komt Pilatus inderdaad dichter bij het publiek dan in het evangelie, waar hij als Romein toch vooral op afstand blijft staan.

3. Wisselwerking tussen evangelie en performance

Daar waar de evangeliën verschillen in hun negatieve duiding van Judas en Pilatus en subtiel omgaan met het voortdurend herinterpreteren van de schuldvraag, zien we dat TP19 kenmerken van verschillende evangeliën combineert en sommige elementen ervan niet gebruikt. Dergelijke keuzes horen, zoals gezegd, bij iedere ‘harmonisatie’ van de evangeliën. In het geval van Judas leidt de actualisering in TP19 tot een eenduidiger negatiever invulling van de rol, met name omdat het berouw van Judas uit het evangelie van Matteüs wordt aangevuld door een uitspraak van Jezus uit het evangelie van Johannes over de schuld van Judas. In het geval van Pilatus zijn er in TP19 vergelijkbare dilemma’s over zijn schuld als in de evangeliën.

TP19 gebruikt de evangeliën dus op zo’n manier dat veel van dezelfde vragen een plaats krijgen. Daarnaast worden die vragen op zo’n manier geactualiseerd, dat ze onder andere passen bij de persoonlijke overtuigingen van de acteurs, wat bijvoorbeeld te zien is aan de vraag die Judas stelt over wie de belangrijkste is, en aan het moment dat Pilatus op zijn smartphone kijkt als een herkenbare menselijke handeling. TP19 sluit dus aan bij de letterlijke tekst van de evangeliën, maar door het kiezen voor, het weglaten van of actualiseren van bepaalde passages, geeft het er een eigen betekenis aan.

Op andere momenten worden de teksten geactualiseerd in het licht van het thema van eenzaamheid, zoals in de manier waarop Judas alleen nog maar contact heeft met een vijand van het volk, terwijl Pilatus geen persoonlijke boodschapper ontvangt, maar een bericht op zijn smartphone. Is deze manier waarop eenzaamheid wordt voorgesteld herkenbaar, zoals wij die in onze maatschappij kennen? Zoals gezegd is het maar de vraag in hoeverre eenzaamheid altijd een keuze is. De boodschap lijkt te worden samengevat in ‘een leven zonder Jezus (zoals Judas) maakt je eenzaam, maar een leven met Jezus is dat juist niet.’ Toch kennen ook gelovigen momenten van eenzaamheid en zijn er mensen die zonder Jezus zich niet eenzaam voelen. De vraag is of eenzaamheid niet een complexer fenomeen is dan hier wordt gesuggereerd.[42]

Zoals gezegd hebben de makers van TP19 ervoor gekozen om bepaalde lijnen in de evangeliën te volgen en andere lijnen niet. Daarbij valt op dat zowel Judas als Pilatus op een vergelijkbare manier worden neergezet als schuldig, namelijk door ze te isoleren. Allereerst is Judas (samen met Petrus) de enige discipel met een naam en een significante rol in TP. Dat betekent dat op zijn positie de nadruk komt te liggen, maar zijn positie is nogal ambigu vanwege het verraad. Daardoor zou er een beeld kunnen ontstaan van Jezus’ discipelen waarin die ambiguïteit centraal staat, alsof een ‘echte’ leerling van Jezus eigenlijk niet goed weet hoe die met Hem om moet gaan. Juist doordat Judas en Jezus nog een duet zingen, waarin ze elkaars tekst herhalen, komt Jezus naar voren als de onbegrepene die daardoor onterecht wordt veroordeeld.

Er gebeurt iets vergelijkbaars met Pilatus, omdat zijn ‘medebestuurders’ van het land, de hogepriester en koning Herodes Antipas, geen rol spelen in TP. Daarbij valt op dat Pilatus niet wordt gepresenteerd als een buitenstaander, wat hij in verhouding tot de andere twee zeker wel is. Pilatus functioneert als een overheidsbestuurder en neemt niet de rol van religieuze bestuurder over van de Joodse leiders. Dat element, dat Jezus niet alleen door de bestuurlijke overheid niet begrepen en veroordeeld wordt, maar ook door de religieuze leiders van zijn eigen volk, ontbreekt dus in TP19. Daardoor speelt ook de interpretatie van het Oude Testament, wat bij de veroordeling door de hogepriesters bepalend was, geen rol. Jezus wordt in TP meer geschetst als een onbegrepen zonderling met een goed hart voor de wereld, dan als een religieuze fanaticus die tegen heilige huisjes aanschopt.

Deze nadruk op de onbegrepen Jezus zou de schuld van Judas en Pilatus kunnen verklaren vanuit de idee van een ‘misverstand’: Judas en Pilatus hadden wel goede bedoelingen, maar door omstandigheden kwamen die niet uit de verf. Het is de vraag in hoeverre deze gedachtegang aan de evangeliën ontleend kan worden. Deze gedachtegang impliceert dat Judas en Pilatus in een vergelijkbare positie staan, maar eerstgenoemde is een Jood en leerling van Jezus, terwijl de ander een Romein en vijand van het volk is. Daarnaast zou het de vraag zijn of het wassen van de handen in onschuld ook op een ‘misverstand’ berust, omdat Pilatus in het evangelie van Matteüs zou verwijzen naar het verkeerde ritueel.

4. Conclusie en evaluatie

In dit artikel hebben we de wisselwerking tussen de evangeliecitaten en zowel de acteurs als het thema van TP19 onderzocht. In de evangeliën wordt er, zoals we hebben gezien in de tussenbalans, geworsteld met schuld aan en verantwoordelijkheid voor Jezus’ dood van zowel Judas als Pilatus. In TP19 leidt de actualisering van de rol van Pilatus tot eenzelfde dilemma, terwijl Judas een eenduidiger en negatiever rol krijgt, omdat TP19 sterkt leunt op bepaalde stemmen uit de vroege getuigenissen. In de actualisering van de evangeliën komt in TP19 het thema van de eenzaamheid duidelijk terug in de rol van zowel Judas als Pilatus.

Uit ons onderzoek blijkt dat TP19 duidelijk een harmonisatie is van de verschillende evangeliën. Dat is niets nieuws: de evangeliën zelf zijn samengesteld uit meerdere bronnen en door de kerkgeschiedenis heen zijn er veel pogingen gedaan om een evangeliënharmonie op te stellen. Die harmonieën zijn een actualisering en daarmee ook automatisch verbonden met hun eigen contexten. In TP kiest men expliciet voor een thema dat de actualisering kleurt. Andere aspecten die inherent zijn aan de inhoud van het passieverhaal, zoals de schuldvraag, komen ook terug in TP19. Zowel het thema van eenzaamheid als dat van de schuldvraag worden in TP19 als algemeen menselijk gepresenteerd: ieder individu kan eenzaam zijn en iedereen heeft in zekere zin schuld. Maar de nadruk op de keuze van Judas voor eenzaamheid lijkt minder recht te doen aan zowel de evangeliën als aan de hedendaagse ervaring ervan. Het is namelijk niet pastoraal om eenzame mensen de schuld te geven van hun eigen eenzaamheid. Dat is volgens ons niet wat Jezus heeft gedaan en ‘zou doen’ (what would Jesus do?).

Ook ten aanzien van de rol van Pilatus zijn specifieke keuzes gemaakt in TP19. We hebben gezien dat de Joodse religieuze leiders niet voorkomen in deze performance. Daarmee komt aan de ene kant Pilatus als politiek bestuurder meer naar voren dan in de evangeliën, terwijl aan de andere kant de gehele Joodse inbedding en mogelijk antisemitische uitleg van het evangelie onbelicht blijft. Door de sterke nadruk op actualisering in TP19 is de laag van de tekst waarin er sprake is van een Joods-religieus conflict in de eerste eeuw grotendeels achterwege gelaten. Pilatus is daarnaast een eenvoudige ‘bad guy’, omdat het Romeinse Rijk niet meer bestaat, maar het Joodse volk nog wel. Mogelijk is deze keuze om het Joodse karakter van de evangeliën in TP19 achterwege te laten in een setting van religieuze ongeletterdheid een wijze keuze. In TP wordt er namelijk weinig uitleg gegeven aan de letterlijke Bijbelcitaten en daarom zou het gebruik van bijvoorbeeld Matteüs 27:25: ‘Ja, zijn dood is de zaak van ons en onze kinderen,’ gemakkelijk kunnen leiden tot verkeerde interpretaties. Met deze keuze voorkomt men dus een discussie over antisemitisme in de evangeliën, wat overigens, zoals blijkt uit onder andere de analyse van Simmonds, een genuanceerder fenomeen is dan het op het eerste gezicht lijkt. Opvallend is dat deze hermeneutische positie wordt gekoppeld aan letterlijke citaten uit de Bijbel in Gewone Taal, waarmee juist wel naar de oudste laag van het verhaal wordt verwezen. Zo blijken ook de keuzes van TP zelf niet geheel eenduidig te zijn.

Noten

[1] De eerste auteur is student theologie en schreef onder begeleiding van beide andere, alfabetisch genoemde auteurs, respectievelijk liturgiewetenschapper en nieuwtestamenticus, dit artikel.

[2] TP19 is digitaal terug te kijken via https://www.npostart.nl/the-passion/18-04-2019/ VPWON_1302836. In de verdere bronvermelding verwijzen we terug naar deze uitzending.

[3] Mirella Klomp, ‘Staging the Resurrection: The Public Theology of Dutch Production and Broadcasting Companies’, International Journal of Public Theology 9:4 (2015), 446-464, 446-447.

[4] Klomp, ‘Staging the Resurrection’, 447. De Bijbel in Gewone Taal sluit aan bij mensen die de Bijbel lezen ‘als een boek dat dicht op hun leven staat’: Matthijs de Jong, Hoe vertaal je de Bijbel in Gewone Taal? Uitgangspunten, keuzes, dilemma’s, Heerenveen: Royal Jongbloed, 18. Dit past bij het concept van TP, waarin de Bijbel ook dichterbij wordt gebracht.

[5] Mirella Klomp, Marten van der Meulen, Erin Wilson & Anita Zijdemans, ‘The Passion as Public Reflexivity: How the Dutch in a Ritual Musical Event Reflect on Religious and Moral Discussions in Society’, Journal of Religion in Europe 11:2-3 (2018), 195-221, 213 en Mirella Klomp & Marten van der Meulen, ‘The Passion as Ludic Practice – Understanding Public Ritual Performances in Late Modern Society: A Case study from the Netherlands’, Journal of Contemporary Religion 32:3 (2017), 387-401, 395-396.

[6] Mirella Klomp & Marcel Barnard, ‘Sacro-Soundscapes: Interpreting Contemporary Ritual Performances of Sacred Music through the Case of The Passion in the Netherlands’, International Journal for Practical Theology 21:2 (2017), 240-258, 248.

[7] Klomp e.a., ‘The Passion as Public Reflexivity’, 207.

[8] Klomp, ‘Staging the Resurrection’, 459. Klomp & Barnard, ‘Sacro-Soundscapes’, 249.

[9] Zie voor een analyse van de mogelijke boodschap van een perikoopindeling: Robin B. ten Hoopen & Mart Jan Luteijn, ‘Reading Between the Lines: An Analysis of the Text Division in the Genealogies of the Book of Genesis in Three Dutch Translations’, in: G. Bady and M.C.A. Korpel (eds.), Les délimitations éditoriales des Écritures des bibles anciennes aux lectures modernes, Leuven: Peeters, forthcoming (2020).

[10] Matt. 10:4, 26:14-16, 26:25, 26:46-49 en 27:3-5.

[11] Marc. 3:18-19, 14:10-11 en 14:42-45.

[12] Luc. 6:16, 22:1-6 en 22:47-48.

[13] Joh. 6:71, 12:4-7, 13:2, 13:11, 13:26-30, 17:2 en 18:2-5.

[14] Matt. 26:25 en 27:3-5.

[15] Joh. 12:4-7

[16] Arie Zwiep, ‘Judas and the Jews: Anti-Semitic Interpretation of Judas Iscariot (Past and Present)’, in: idem, Christ, the Spirit and the Community of God: Essays on the Acts of the Apostles, Tübingen: Mohr Siebeck, 2010, 77-99, 79-81, voortbouwend op A.W. Zwiep, Judas and the Choice of Matthias: A Study on Context and Concern of Acts 1:15-26, Tübingen: Mohr Siebeck, 2004. Zie ook zijn artikel in het vorige nummer van dit tijdschrift: ‘Judas Iskariot: de rare sprongen van een kat met (minstens) negen levens’, Kerk en Theologie 71:1 (2020), 37-54. Zie verder het overzicht vaan Bert Aalders in Judas, een van de twaalf: een exegetische-hermeneutische studie over Judas Iskariot in het Nieuwe Testament met speciale aandacht voor het fenomeen beeldvorming, Enschede: Febodruk, 2001, 383-414.

[17] Zwiep, ‘Judas and the Jews’, 82-83.

[18] Ulrich Luz, The Theology of the Gospel of Matthew, Cambridge: University Press, 1995, 132-135.

[19] Richard Carlson, ‘From Villain to Tragic Figure: The Characterization of Judas in Matthew’, Currents in Theology and Mission 37:6 (2010), 472-478, 478.

[20] Helen Bond, Pontius Pilate in history and interpretation, Cambridge: University Press, 1998, 203-207.

[21] Robert Gundry, Matthew: A Commentary on His Literary and Theological Art, Grand Rapids: Eerdmans, 1982, 561.

[22] Callie Callon, ‘Pilate the Villain: An Alternative Reading of Matthew’s Portrayal of Pilate’, Biblical Theology Bulletin: Journal of Bible and Culture 36:2 (2006), 62-71.

[23] Andrew Simmonds, ‘Mark’s and Matthew’s “Sub Rosa” Message in the Scene of Pilate and the Crowd’, Journal of Biblical Literature 131:4 (2012), 733-754, 737-738.

[24] Simmonds, ‘Mark’s and Matthew’s “Sub Rosa” Message’, 748-753.

[25] Ronald van der Bergh, ‘The Reception of Matthew 27:19B (Pilate’s Wife’s Dream) in the Early Church’, Journal of Early Christian History 2:1 (2012), 70-85, 70-71.

[26] Van der Bergh, ‘The Reception of Matthew 27:19B’, 79 en Callon, ‘Pilate the Villain’, 68.

[27] Simmonds, ‘Mark’s and Matthew’s “Sub Rosa” Message’, 748.

[28] Francis Watson, Gospel Writing: A Canonical Perspective, Grand Rapids: Eerdmans, 2013, 604-607.

[29] Klomp, ‘Staging the Resurrection’, 451.

[30] Van minuut 17:02 tot 17:24.

[31] De vraag komt terug in Matt. 18:1, het wegsturen in Matt. 19:13, Marc. 10:13 en Luc. 18:15. Ook hier is dus sprake van harmonisatie.

[32] Van minuut 1:07:41 tot 1:07:58.

[33] Hamming geeft dit aan in een interview: https://www.thepassion.nl/cast-van-the-passion-2019/judas (geraadpleegd 23 januari 2020).

[34] Van minuut 42:26 tot 43:11.

[35] Mirella Klomp, Facebook, 18 april 2019.

[36] Van minuut 1:11:55 tot 1:11:58.

[37] Van minuut 1:15:28 tot 1:15:39.

[38] Opvallend is de uitleg van Frans Breukelman, die focust op de compositie van het hele lijdensverhaal in Matteüs. Volgens hem geeft het intermezzo van de droom aan de Joodse leiders precies de tijd geeft om het volk tegen Jezus op te zetten en om Barabbas te vragen (Matt. 27:20). Bijbelse Theologie I,1, Kampen: Kok, 1980, 151-155.

[39] Interessant in dit kader is het citaat van Porgy Franssen in Bert Aalbers, De ware Judas: nieuw licht op een duister figuur, Kampen: Kok, 2006, 30: ’Als ik een van de apostelen zou moeten verbeelden, kwam ik akelig dicht in de buurt van Judas. Het is verschrikkelijk om van jezelf te zeggen, maar ik geloof dat ik laf van aard ben ik acht mijzelf dus ook in staat tot het verraden van mijn naaste.’ De rol van Judas had, door een wisseling van de acteurs, er dus anders uitgezien.

[40] Franssen geeft dit aan in een interview, zie https://www.thepassion.nl/cast-van-the-passion-2019/ pilatus (laatst geraadpleegd 23 januari 2020).

[41] Luz, The Theology of the Gospel of Matthew, 135.

[42] Een vraag die overblijft is of TP19 bij de rollen van Petrus, Maria en Jezus ook het thema van eenzaamheid naar voren brengt. Petrus is degene die Jezus verloochent en die daarmee, net als Judas, buiten de groep rondom Jezus lijkt te komen te staan, maar die na de opstanding gerehabiliteerd wordt (Joh. 21:15-19). Maria ziet haar eigen kind sterven en in het Johannesevangelie krijgt de discipel Johannes de opdracht om Maria tot steun te zijn (Joh. 19:21). Beide evangelieverhalen worden echter niet gebruikt in TP19. Verderop in deze paragraaf concluderen wij dat Jezus ten minste gedeeltelijk als zonderling wordt gepresenteerd en daarmee de eenzaamheid van dichtbij zou kennen. Zou het daarom zo kunnen zijn dat Maria met het lied ‘Je bent niet alleen’ van Thomas Berge de eenzaamheid van Jezus probeert weg te zingen?

Tags:

Meer Bijbel en exegese & Liturgie