Dromen en dromers

Ten geleide

Tussen de wereld van de Bijbel en onze tijd zijn grote verschillen. Vaak hebben we de uitleg van historici en bijbelwetenschappers nodig om te begrijpen hoe mensen toen leefden en wat ze meemaakten. Maar sommige ervaringen zijn van alle tijden en lijken dus direct door ons mee te voelen. Dit nummer van Schrift gaat over zo’n algemeen menselijk verschijnsel: dromen. Vrijwel iedereen weet wat het is om te dromen; we zijn allemaal dromers, bij dag of nacht.

Dromen spreken tot de verbeelding, toen en nu. Dat blijkt alleen al uit de liedteksten waarin dromen voorkomen, waarvan een aantal door verschillende auteurs in dit nummer aangehaald wordt. Dromen stijgen boven de alledaagse werkelijkheid uit en lenen zich daarom bij uitstek voor zingeving, romantiek en poëzie. De opvatting dat dromen niets meer is dan het wegwerken van nutteloze herinneringen en informatie door de hersenen, heeft zijn aanhangers. Toch is het moeilijk de verleiding te weerstaan van het eeuwenoude idee dat ze meer betekenis bevatten.

Door de hele Bijbel heen, van Genesis tot Openbaring, wordt er gedroomd: voorspellende en verklarende dromen, dagdromen, nachtmerries, en visioenen. Bijbelse verhalen over dromen horen bij de klassiekers, die in iedere kinderbijbel voorkomen. De vertrouwdheid van dromen in en buiten de Bijbel kan ons echter op het verkeerde been zetten. Dat iedereen droomt, betekent niet dat aan het verschijnsel dat we dromen altijd dezelfde betekenis wordt toegekend. Dit nummer kijkt daarom met aandacht naar de rol die dromen spelen in Bijbelse verhalen: wie droomt er, wat en waar wordt er gedroomd, en waarom? We nemen het begrip dromen daarbij breed en kijken zowel naar dromen tijdens de slaap, als naar visioenen en andere droomervaringen.

Klaas Spronk begint met een verkenning van dromen in het Oude Testament en de bijzondere dromen die vreemdelingen daar hebben. Waarom krijgen juist zij op deze manier contact met God? Willien van Wieringen neemt ons vervolgens mee naar het Hooglied en de lichamelijke dromen van geliefden. Dat niet alleen wie droomt relevant is, maar dat ook de plaats waar gedroomd wordt van belang kan zijn, blijkt in de bijdrage van Michaël van der Meer. Aan de hand van inscripties en teksten op potscherven en papyrus bespreekt hij de rol van tempels als plek waar dromen bijzondere, ook politieke, betekenis kunnen krijgen.

Bart Koet gaat vervolgens in op de manier waarop bepaald wordt welke dromen betrouwbaar zijn en welke niet. In de Tweede Tempelperiode werd het verband met de Schrift een belangrijk criterium om te beargumenteren of een droom al dan niet goddelijk geïnspireerd was. Over de betrouwbaarheid van het boek Openbaring bestaan al heel lang verschillende opvattingen. Bert Jan Lietaert Peerbolte gaat in op de visionaire en visuele aspecten van deze apocalyptische tekst: wat gebeurt er wanneer het onzienlijke zichtbaar wordt? De dromen en visioenen die in verhalen rondom de geboorte van Jezus voorkomen, zijn voor veel bijbellezers vertrouwd. Susanne Luther neemt ons mee naar een minder bekend, maar fascinerend verhaal over Jozef, uit het Proto-evangelie van Jakobus. Daar lijkt de tijd op het moment van Jezus’ geboorte even helemaal stil te staan.

De andere Bijbelse droom-Jozef komt aan bod in de bijdrage van Frank Bosman. Hij bespreekt hoe de droomuitleg van Jozef in de gevangenis wordt verbeeld in moderne film- en televisieversies van dit verhaal. De sympathie van de kijker voor de schenker en de bakker wordt met visuele middelen gestuurd, maar veel aspecten van het verhaal blijven ook in deze hervertellingen open. Barbara Koning kijkt vanuit godsdienstpsychologisch perspectief naar de verbanden tussen geloofsleven en droomleven. Ze bespreekt daarbij zowel dromen in de Bijbel, als die van hedendaagse dromers. Deze aflevering sluit af met de recensie van een boeiend boek over gelijkenissen, Parabels: Onderricht van Jezus en de Rabbijnen, onder redactie van Eric Ottenheijm en Martijn Stoutjesdijk, en het Naschrift Gerard van Broekhuizen, over de complexiteit van dromen. Genoeg dus om voor op te blijven!

Alle Schrift 2021 nr. 1 (Dromen en dromers) artikelen:


In veel culturen wordt belang gehecht aan dromen. Ook in Joodse en christelijke tradities is lang aandacht besteed aan dromen, omdat God zich daarin zou kunnen openbaren. In dit artikel wordt geschetst hoe in de Tweede Tempelperiode en dus in de tijd dat het Nieuwe Testament ontstond, nagedacht werd over dromen als mogelijkheid tot goddelijke communicatie.

[lees verder]

Klaas Spronk


Net als in de meeste godsdiensten kent men in jodendom en christendom het fenomeen van goddelijke openbaring via dromen. God spreekt daarbij, direct of via beelden, opvallend vaak tot andersgelovigen. Die lijken er soms ook meer voor open te staan dan sommige aanbidders van de God van Israël. God gaat zo nodig vreemde wegen om gehoor te vinden.

[lees verder]

Terwijl dromen volgens moderne inzichten voortkomen uit ons eigen innerlijk en gezien kunnen worden als een product van het onderbewustzijn, werden ze in de oudheid beschouwd als een middel waarmee de goddelijke sfeer met de mensen kon communiceren. Dromen en visioenen worden in de literatuur van de periode van het Nieuwe Testament dan ook niet strikt van elkaar onderscheiden. In feite vertegenwoordigen beide een openbaring in de vorm van visuele of auditieve ervaringen. In deze bijdrage gaan we in op dromen en visioenen in het verhaal over de geboorte van Jezus in de canonieke en de apocriefe evangeliën. De leidende vraag is: welke betekenis en functie hebben dromen en visioenen in deze vroeg-christelijke teksten?

[lees verder]

Dromen zijn van alle tijden. Niet alleen in bijbelverhalen, maar ook nu, anno 2021, kunnen dromers geraakt worden door boodschappen die zij in hun dromen ontvangen; afkomstig van een mysterieuze bron van ‘een ander weten’. In dit artikel kijken we vanuit de empirische godsdienstpsychologie naar de verbanden tussen geloofsleven en droomleven.

[lees verder]

Michaël van der Meer


Tempeldromen en hun interpretaties in de wereld van de Bijbel Hoe functioneerden dromen en droomuitleg in de wereld waarin het Oude en Nieuwe Testament zijn ontstaan? Dit artikel geeft aan de hand van vondsten van kleitabletten, inscripties en documenten op papyrus en perkament een beeld van de manier waarop mensen goddelijke dromen ontvingen en interpreteerden. [lees verder]

Frank Bosman


Jozef staat bekend als de oudtestamentische dromenuitlegger bij uitstek. Hij analyseert dromen en al zijn voorspellingen komen uit, soms met dodelijke precisie. Dat geldt zeker voor de bakker aan het Egyptisch hof: hij verliest zijn leven. Maar waarom eigenlijk? En waarom blijft de wijnschenker wel in leven? Dit artikel kijkt hoe moderne verbeeldingen van het verhaal van Jozef omgaan met zijn droomuitleg.

[lees verder]

Karin Neutel


Tussen de wereld van de Bijbel en onze tijd zijn grote verschillen. Vaak hebben we de uitleg van historici en bijbelwetenschappers nodig om te begrijpen hoe mensen toen leefden en wat ze meemaakten. Maar sommige ervaringen zijn van alle tijden en lijken dus direct door ons mee te voelen. Dit nummer van Schrift gaat over zo’n algemeen menselijk verschijnsel: dromen. Vrijwel iedereen weet wat het is om te dromen; we zijn allemaal dromers, bij dag of nacht.

[lees verder]

In apocalyptische literatuur spelen dromen en visioenen een belangrijke rol. De twee canonieke teksten die tot het genre van de apocalyptiek gerekend mogen worden, het boek Daniël en het boek Openbaring, maken bij uitstek gebruik van dit middel. Hier zal het laatstgenoemde boek centraal staan en het zal de moeite waard blijken eens naar Openbaring te kijken vanuit het perspectief van de ziener: Johannes ziet en hoort van alles en schrijft zijn ervaringen neer.

[lees verder]

Meer Bijbel en exegese