Terwijl dromen volgens moderne inzichten voortkomen uit ons eigen innerlijk en gezien kunnen worden als een product van het onderbewustzijn, werden ze in de oudheid beschouwd als een middel waarmee de goddelijke sfeer met de mensen kon communiceren. Dromen en visioenen worden in de literatuur van de periode van het Nieuwe Testament dan ook niet strikt van elkaar onderscheiden. In feite vertegenwoordigen beide een openbaring in de vorm van visuele of auditieve ervaringen. In deze bijdrage gaan we in op dromen en visioenen in het verhaal over de geboorte van Jezus in de canonieke en de apocriefe evangeliën. De leidende
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Al vanaf € 5,83 per maand heb je toegang tot dit artikel en veel meer op Theologie.nl.
InloggenLid worden