< Terug

Bloemen

Bloemen worden hoog gewaardeerd. Reclameboodschappen laten daarover weinig twijfel bestaan. Een paar voorbeelden: ‘bloemen houden van mensen’; ‘zeg het met bloemen’ en ‘breng vaker een bloemetje mee’. Bloemen geven kleur aan de natuur en brengen – al is het soms maar even – fleur in het menselijk bestaan. Wie aankondigt ‘vanavond de bloemetjes te Jgaan buitenzetten’ doet dat met een lach op het gezicht. Hij/zij is in de allerbeste stemming. Er is een succes behaald en dat moet gevierd worden.

Grondtekst

Het bijbels Hebreeuws kent een aantal woorden die met bloem of bloesem vertaald kunnen worden: nitstsah (Job 15:33; Jes. 18:5); nitstsaniem (Hoogl. 2:12); pèrach (Ex. 25:31-34; 37:17-20; Num. 8:4; 1 Kon. 7:49; 2 Kron. 4:21) tsiets (Num. 17:8; Job 14:2; Ps. 103:15; Jes. 28:1; 40:6-8) en tsietsah (Jes. 28:4).

In het Nieuwe Testament komt tweemaal het Griekse woord anthos voor (Jak. 1:10-11; 1 Petr. 1:24). In de Bergrede wordt gesproken over de schoonheid van ta krina tou argou (‘de lelies op het veld’; Mat. 6:28-29; vgl. Luc. 12:27).

Letterlijk en concreet

Bloemen hebben in het land Israël een hard bestaan. Iedere oplettende reiziger zal het kunnen beamen. Het klimaat is niet gunstig. In het vroege voorjaar is de bloemenpracht op tal van plaatsen indrukwekkend te noemen. Helaas is de vreugde van korte duur. Al snel staat de zon zo hoog aan de hemel dat de verzengende hitte de schoonheid van de bloemen op het veld doet verwelken. In de lange, hete zomer bloeien alleen nog daar bloemen waar veel water en voldoende schaduw aanwezig is.

Beeldspraak en symboliek

a.Vanzelfsprekend worden ook in de bijbel bloemen in de allereerste plaats gezien als symbool van schoonheid. Dat blijkt uit de volgende passage uit de Bergrede: ‘En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. Maar ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen’ (Mat. 6:28-29). Ter verfraaiing waren ornamenten met bloemmotieven aangebracht in de tempel (1 Kon. 6:18,29,35), op de kandelaar (Ex. 25:31) en op ‘de koperen zee’, vermoedelijk een soort wasbekken in de tempel van Salomo (1 Kon. 7:23-26; 2 Kron. 4:2-5).

b.In verband met de klimatologische omstandigheden in het land Israël is het begrijpelijk dat in de bijbel bloemen niet alleen schoonheid maar ook vergankelijkheid symboliseren: ‘Alle mensen zijn gras en hun trouw is niets dan een veldbloem. Het gras verdort, de bloem verwelkt wanneer de adem van de Heer er over waait; zeker, dit volk is gras! Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt in eeuwigheid stand’ (Jes. 40:7; Jes. 5:24; Jes. 18:5).

c.In de nieuwtestamentische brieven klinken soortgelijke geluiden: ‘De broeder van geringe stand moet trots zijn op zijn hoge waarde, en de rijke op zijn geringheid. Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras. De zon komt op met haar verzengende hitte; zij laat het gras verdorren, de bloem valt af, en heel haar pracht is verdwenen. Zo zal ook de rijke vergaan met alles wat hij onderneemt’ (Jak. 1:9-11; vgl.1 Petr. 1:24).

Praxis

a Liederen:

Liedboek: Psalm 37; 90; 102; 103; 107; 110; Gezang 13; 39; 132; 157; 234; 323; 330; 397; 460; 463; 466; 479; 488; Bijbel III: 38; Eva I: 33; Gezegend: 40; Liefde: 54; Liturgie 447 (= Gezangen: 692); MAW: 33; Zingend I-II: 21; V: 47a; 47b; Zleven: 36.

b.Poëzie:

Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten, Amsterdam 19848, blz. 100: ‘Bloemen’; 309: ‘Bloei. Hans Bouma, Mens in weer en wind, Kampen 1998, blz. 39: ‘Vol licht’; Remco Campert, Dichter, Amsterdam 1995, blz. 350: ‘Gemompel. Michel van der Plas, De oevers bekennen kleur, Amsterdam 1993, blz. 15: ‘Het jongetje. Leo Vroman, 262 gedichten, Amsterdam 1976, blz. 93: ‘Bloem’. Elly de Waard, Anderling, Amsterdam 1998, blz. 62: ‘Hoe droef de bloemen…’

c.Verwerking:

De belangrijkste twee thema’s van de bloemsymboliek in de bijbel zijn schoonheid (grootheid van de schepping) en vergankelijkheid (betrekkelijkheid der dingen). Beide thema’s hangen met elkaar samen en tegelijkertijd sluiten zij elkaar min of meer uit. Het valt niet moeilijk schoonheid en vergankelijkheid uit te beelden. Bijvoorbeeld door het naast elkaar zetten van een bos verse bloemen en een bos verlepte bloemen; of door groen gras met verdord gras te vergelijken. Ook is het mogelijk te verwijzen naar het zogenaamde symbolisch bloemschikken, dat in veel kerken bij christelijke feestdagen wordt toegepast. Door de keuze van bepaalde kleuren en schikking van de bloemen wordt een ‘verhaal’ verteld.

Verwijzing

Zeer verwant is de bloem met ‘roos‘ en ‘gras‘. Verder zijn er raakvlakken met ‘boom‘ en ‘paradijs‘.

< Terug