Menu

Premium

De klacht van Job

De eerste twee hoofdstukken van het boek Job vertellen over een hemels beraad en over het gruwelijke experiment met Job dat daaruit voortvloeit. Als Job berooid en ziek in zak en as zit, houden drie vrienden hem gezelschap, aanvankelijk in stilte. Na zeven dagen doorbreekt Job de stilte met zijn klacht. Dat is de opening van een reeks poëtische toespraken die veertig hoofdstukken beslaat.

Hoofdstuk 10 is een schijnbaar willekeurige greep uit die reeks: de tweede helft van Jobs repliek op het eerste betoog van de tweede vriend, Bildad. Tegelijkertijd is het een van de meest intense en persoonlijke stukken in het boek, en als poëtische eenheid knap geanalyseerd door Jan Fokkelman.[1] Fokkelman merkt op dat het bestaat uit 49 cola (versdelen, ademzinnen), maar dat deze niet in zeven strofen van zeven cola geordend zijn. Hij telt negen stukken met wisselende aantallen cola, waarbij pas het laatste precies zeven cola heeft, alsof het gedicht pas daar zijn balans vindt: in de smeekbede om met rust gelaten te worden.

Gelooft God in mensen?

Inhoudelijk bijzonder is dat Job hier klaagt over de manier waarop hij zich door de Eeuwige bespied voelt. Hij lijkt bijna te vermoeden wat wij als lezers wél weten, maar hij als personage niet: dat hij slachtoffer is van een wreed experiment. Hij vindt het onverdraaglijk dat God, die geen deel heeft aan onze beperkingen (Job 10,4-5), een zwak schepsel probeert te betrappen op onvolkomenheden. Waar heeft God dat voor nodig? Waarom kan Hij Job niet gewoon met rust laten in dat kleine beetje tijd dat hij te leven heeft?
Rabbijn Jonathan Sacks wijdt in zijn boek Een gebroken wereld heel maken bijna heel hoofdstuk 14 aan het boek Job.[2] Hij wijst er met klem op dat daarin niet Job op de proef wordt gesteld, maar God zelf, of preciezer: Gods geloof in mensen. Satan betoogt in de hemel dat mensen alleen trouw aan God zijn als ze ervoor worden beloond (Job 1,9-10). Belangeloze trouw bestaat niet bij de mensen die God heeft geschapen. De grote vraag is dus: durft God de geloofssprong aan, het doodserieuze en wrede experiment, met het risico dat satan gelijk krijgt? Want als Job zijn verbondenheid met God opgeeft, zal God de grote verliezer zijn. De schepping van de mens – die Hem volgens de midrasj door alle engelen is ontraden – is dan een mislukt project.

Job roept God ter verantwoording

Voor Sacks is het dan ook essentieel om te zien dat Job zich tot de hemel richt met zijn klacht: daarmee houdt hij de relatie vol, hoe bitter gestemd hij ook is. Want inderdaad, Job richt zich met deze klacht niet tot Bildad, die heeft betoogd dat God heus niet onrechtvaardig is, maar tot God zelf. Fokkelman heeft voor ons geteld dat in dit kleine hoofdstuk 52 woorden in de ik/mij-vorm staan en 43 in de U/uw-vorm. Job theoretiseert niet over God en het lijden, hij spreekt zijn Schepper aan en lucht zijn hart. Die vorm kan geloofsverbondenheid in zware tijden aannemen. Hij zegt God niet vaarwel, maar roept Hem ter verantwoording. Hij beseft terdege dat God hem geen verantwoording verschuldigd is, maar de relatie is zodanig dat dit geen reden is om te zwijgen. Zijn pijn móét aan God geadresseerd worden, kome wat er komt.

‘Voltooid leven’?

Misschien is het de moeite waard om ons af te vragen hoe Job 10 klinkt in het kader van het publieke debat over ‘voltooid leven’. In onze dagen zou Job iemand kunnen zijn die zowel psychisch als fysiek ondraaglijk lijdt en wiens leven alle zin heeft verloren, maar die ‘nog te goed’ is om in aanmerking te komen voor stervenshulp. Maar wil Job wel sterven? Hij beklaagt zich tegenover de Eeuwige dat hij beter niet geboren had kunnen worden en als ongeborene had kunnen sterven (Job 10,18-19). Maar hij verlangt niet naar de dood, want dat is in zijn visie een gebied van slagschaduw, schemer, donkerheid en duisternis (Job 10,21-22). Wat hij verlangt is om vóór zijn dood nog even gevrijwaard te zijn van Gods oordelende ogen: niet langs de meetlat te liggen, niet in de schijnwerpers te staan.
Dat is voor ons wellicht een vreemde visie, omdat we niet zo’n donker beeld hebben van wat ons over de doodsgrens heen wacht, of juist omdat we Gods oordeel traditioneel pas over die grens heen verwachten. Maar het helpt om alle aandacht te vragen voor de tijd die de lijdende mens nog heeft.

Geloofsdaad

Het zijn misschien wel vooral de vrienden met hun toespraken over de rechtvaardige God die de priemende ogen van de Eeuwige belichamen. Hoe goedbedoeld ook, met hun woorden nemen ze Job telkens weer de maat. De klemmende vraag voor ons, als wij lijdende mensen nabij willen zijn, is: bieden we hun comfort, oordeelsvrije ruimte om het te laten zijn zoals het is, of is er ook in onze woorden altijd weer allerlei impliciet oordeel?

De orthodoxe rabbijn Jonathan Sacks stemt in met de Talmoed en met Maimonides: Job heeft nooit bestaan, het boek is een allegorie waarin Gods geloof in zijn liefste mens op de proef wordt gesteld. Als dit echt gebeurd zou zijn, zou de mens een speelbal van de goden zijn, de inzet van een weddenschap die zich boven zijn hoofd afspeelt. Maar de woorden van deze denkbeeldige mens kunnen zomaar de onze zijn. En de klacht van Job is niet te ondervangen met wetgeving en niet te pareren met een vroom antwoord: het is zijn geloofsdaad, zijn ragdunne lijn met de hemel, zijn raison d’être.

Wellicht ook interessant

None

Preview: God. Naar een andere filosofie

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

None

Nicea voor Nu; hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen

Drie initiatiefnemers – Jelle Huismans, Margriet Westes en Arnold Smeets – hebben ervoor gezorgd dat 32 schrijvers samen 47 korte, puntige bijdragen schreven over de Geloofsbelijdenis van Nicea. Steeds namen de auteurs een paar woorden uit de belijdenis voor hun rekening, waarover zij twee à drie pagina’s schreven. Dat maakt het tot een zeer toegankelijk boek. Met dank daarvoor: ik heb het met plezier gelezen en hier en daar zinnen onderstreept en smileys of kruisjes gezet bij uitspraken die mij boeiden of juist tegenstonden.

Basis

Boekrecensie Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel door Ludy Fabriek

Het boek Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel is een geweldige uitdaging om je innerlijke relatie met God als je hemelse Vader meer en meer te verdiepen. Het beeld van de ziel als een burcht met zeven verblijven spreekt heel erg tot de verbeelding. Zeker om de ontwikkeling van je geestelijke leven te zien als een reis door die verblijven op weg naar het hart van de burcht: de troonzaal. Het uiteindelijke doel van een kind van God is om zó dicht bij Hem te zijn, dat we volkomen één met Hem zijn. Vandaar dat de subtitel van het boek ook treffend gekozen is: De innerlijke reis naar het hart van God.

Nieuwe boeken