Moeilijke menselijke trekjes

In het gewone dagelijkse leven kunnen we elkaar soms behoorlijk onder druk zetten. We willen gelijk hebben of iets van iemand gedaan krijgen. Vaak hebben we zelf niet door dat we de ander te weinig ruimte geven. Hoe kunnen we overheersend gedrag voorkomen en veranderen?

‘Machtsmisbruik’ is een sterk en groot woord. ‘Macht’ lijkt te verwijzen naar iets wat zich aan de ‘top’ voordoet, bij mensen die een invloedrijke positie hebben. Het woord ‘misbruik’ roept gedachten op aan ernstige overschrijdingen, zoals uitbuiting, corruptie, seksueel misbruik… Machtsmisbruik speelt echter niet alleen bij hooggeplaatste personen en heeft niet enkel te maken met strafbare feiten. Ook in de dagelijkse omgang met elkaar vinden we vormen van machtsmisbruik. Bijvoorbeeld door emotionele druk op iemand uit te oefenen, door dominant gedrag, door geen rekening te houden met grenzen van de ander… In de praktijk van het kerkenwerk zien we hier ook regelmatig voorbeelden van. Hieronder volgen er een paar. Waarschijnlijk herkent u ze wel, ook al zijn de voorbeeldsituaties en namen verzonnen.

Voorbeeld 1: Vastgegroeid

Willem is twintig jaar voorzitter van het College van Kerkrentmeesters. Vorig jaar heeft de commissie een nieuw lid, Jan, gekregen. Jan heeft onlangs voorgesteld om meer te investeren in duurzaamheid van het kerkgebouw. Willem voelt daar niets voor. Dat plan gaat veel geld kosten. Er is wel spaargeld, maar dat is nodig voor de toekomst van de gemeente. Willem heeft het voorstel snel van tafel geveegd. Wat hem betreft zijn ze erover uitgepraat.

Regels en goede gebruiken

De kerkorde biedt concrete regels voor allerlei bestuurlijke zaken in de gemeente. Zij geven onder andere aan welke taak bepaalde ambtsdragers hebben, hoe besluiten genomen moeten worden, en hoe lang men maximaal ambtsdrager mag zijn. Deze regels zijn een belangrijk hulpmiddel voor het werk in de gemeente. Door ze zorgvuldig in acht te nemen kunnen verschillende problemen voorkomen worden.

Spreek op een eerlijke en vriendelijke manier uit waar je moeite mee hebt

Een ambtsdrager mag volgens de kerkorde maximaal 12 jaar aanblijven. Een ambtstermijn (2 tot 4 jaar) mag een aantal keren verlengd worden tot dit maximum. Aan het eind van iedere ambtstermijn kan men dus samen kijken en kiezen of de ambtsdrager doorgaat. Het is goed om die momenten te gebruiken om met elkaar te evalueren: hoe is het gegaan in de afgelopen jaren? Wat zijn de ervaringen van de ambtsdragers zelf, hoe ervaren andere college-/kerkenraadsleden de samenwerking? Met elkaar bespreken hoe het gaat kan ook op andere vaste momenten, bijvoorbeeld aan het eind van een kerkelijk seizoen. Wat ging er goed dit jaar? Wat liep stroef? Hoe kan het beter? Met tijdige feedback, in de groep of onder vier ogen, kunnen we elkaar bijsturen en helpen.

Een eerlijk gesprek

In de praktijk gebeurt het natuurlijk toch dat dingen misgaan en irritaties opleveren. Als er tijdens een vergadering iets gebeurt dat niet correct is, is het goed om meteen aan de bel te trekken. In bovengenoemd voorbeeld zou een van de collegeleden bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Wacht even, Willem, dit gaat me te snel. Ik wil graag nog wat verder over dit voorstel doorpraten.’ De kans dat Jan, als nieuweling, dit meteen durft te zeggen is klein, maar een ander collegelid kan ook ingrijpen.

Mocht het tijdens de vergadering niet lukken om Willem tot de orde te roepen, dan kan dat ook op een later moment. In een persoonlijk gesprek, of bij het begin van de volgende vergadering. Spreek op een eerlijke en vriendelijke manier uit waar je moeite mee hebt. Geef ook aan hoe het beter zou kunnen.

Het kerkelijke college in het voorbeeld heeft al twintig jaar dezelfde voorzitter. Het is hoog tijd dat iemand met Willem gaat praten over stoppen. Dat gesprek vraagt fijngevoeligheid. Bekijk wie dit het beste zou kunnen doen. Zorg er in ieder geval ook voor dat Willem bedankt wordt voor het vele goede werk dat hij heeft gedaan. En blijf na het aftreden met hem in contact.

Voorbeeld 2: Veeleisend

Karin woont alleen en heeft veel lichamelijke klachten. Ouderling Iris gaat regelmatig bij haar op bezoek. Eerst één keer per maand, de laatste tijd twee keer per week. Karin vraagt steeds meer van Iris: of ze even boodschappen voor haar wil doen, of ze haar naar een ziekenhuisafspraak wil rijden, etc. Karin klaagt dat ze vooral in de weekenden zo eenzaam is. Kan Iris dan ook niet eens langskomen? Iris ziet steeds meer op tegen het contact met Karin.

Nooit genoeg

Sommige mensen vragen veel aandacht. Hun behoefte aan contact en hulp lijkt haast oeverloos. Geleidelijk aan vragen ze steeds meer van de mensen om hen heen. Dat ‘vragen’ kan het karakter van ‘eisen’ en ‘claimen’ krijgen. Ze vinden het vanzelfsprekend dat de ander op ieder moment voor hen klaarstaat.

Claimend gedrag kan voortkomen uit een tekort in de kinderen jeugdjaren. De eerste levensjaren zijn heel belangrijk voor de emotionele en sociale ontwikkeling. Als mensen zich toen niet veilig hebben gevoeld of te weinig aandacht hebben gekregen, breekt dat later vaak op. Het tekort moet alsnog ingehaald worden. Het kan ook zijn dat er op een ander moment iets scheef is gegroeid bij de persoon. Door lichamelijke of psychische problemen, of door andere omstandigheden.

Om de zorg voor een naaste vol te houden moet je ook goed voor jezelf zorgen

Het trieste is dat mensen die hun omgeving overvragen en claimen meestal het tegenovergestelde bereiken. Degenen die om hen heen staan krijgen het benauwd door de oplopende druk. Het gevolg is dat zij zich uit zelfbescherming terugtrekken en de ander gaan ontwijken. De persoon die aandacht nodig heeft raakt op die manier steeds eenzamer.

Grenzen aangeven

Om te voorkomen dat we opgebrand raken is het nodig dat we tijdig onze grenzen aangeven. Maar daar zijn we in de kerk over het algemeen niet zo goed in. Naastenliefde staat hoog in ons vaandel. Ook hebben we een sterk verantwoordelijkheidsbesef. Om de zorg voor een naaste te kunnen volhouden is het echter nodig dat we ook goed voor onszelf zorgen. Dat betekent dat we niet altijd aan de verwachtingen of dwingende wensen van een ander kunnen voldoen. Soms moeten we zeggen: ‘nee, dat lukt helaas niet.’ Wel kunnen we samen met de betreffende persoon naar andere oplossingen zoeken. Waar heeft Karin hulp bij nodig? Wat gebeurt er al aan hulp en bezoek? Welke mogelijkheden zijn er nog meer? Het is handig om een paar ‘taken’ op een rijtje te zetten, bijvoorbeeld: 1 keer per week boodschappen doen, 1 middag per week samen spelletjes doen, af en toe rijden naar een medische afspraak… Probeer een netwerkje om Karin heen te vormen. Zoek enkele mensen die ieder een kleine taak op zich willen nemen. Zo raakt niemand overbelast. Bespreek ook met Karin wat zij zelf kan doen. Neem haar verantwoordelijkheid niet te snel over.

Voorbeeld 3: Protestpartij

De kerkenraad heeft besloten om één keer per maand een gezamenlijke ochtenddienst te houden met de naburige wijkgemeente. In deze buurgemeente is de liturgie wat vrijer dan in de eigen gemeente. Nog voordat er een gezamenlijke dienst is gehouden, heeft zich al een groep fanatieke tegenstanders gevormd. Deze groep bestookt de kerkenraad met boze brieven. ‘Als jullie dit plan gaan uitvoeren, zetten wij onze kerkelijke bijdrage stop’, dreigt de leider van de protestgroep.

Besluitvorming

Veranderingen in de gemeente doorvoeren valt niet mee. Er zijn altijd mensen die alles graag bij het oude willen laten. Het kost moeite om vertrouwde gewoontes los te laten en om ruimte te maken voor iets nieuws. Als het tijd wordt om bepaalde zaken in het kerkelijk gebeuren te veranderen, is het dan ook belangrijk om dat zorgvuldig voor te bereiden.

… presenteer dan een voorstel en ga er samen over in gesprek

Door de gemeente in een vroeg stadium bij een verandering te betrekken hebben de gemeenteleden tijd om aan een nieuw idee te wennen. Als je als kerkenraad of commissie iets wilt veranderen, presenteer dan een voorstel. Leg uit hoe je tot het idee gekomen bent en waarom je dit belangrijk vindt. Laat gemeenteleden meedenken en hun mening geven. Ga er samen over in gesprek, tijdens een gemeenteavond en/of tijdens een bezoek. Misschien kan het plan door alle inbreng nog wat bijgesteld worden, zodat de scherpste kantjes eraf zijn. In ieder geval komt een vernieuwing of verandering nu niet uit de lucht vallen. Ook voorkom je op deze manier dat je als kerkenraad of commissie bepaalde zaken van bovenaf oplegt.

Confrontatie

Toch lukt het vaak niet om het iedereen naar de zin te maken. Als er iets gaat veranderen zullen er altijd mensen zijn die daar moeite mee hebben. Opvattingen en belevingen kunnen sterk uiteenlopen. Dat vormt geen probleem zolang er in de gemeente een sterk gevoel van verbondenheid is. Bij verschil van mening probeer je daar samen uit te komen. Ook als dat betekent dat je zelf wat zult moeten toegeven of inleveren.

Verschil van mening kan in de praktijk helaas ook tot een heftig conflict leiden. Mensen gaan persoonlijk of als groep de strijd aan om hun zin te krijgen. Het is goed om na te gaan of de mensen die protesteren genoeg gehoord zijn. Hebben zij de kans gekregen om uit te leggen waarom zij tegen zijn? Ondanks inhoudelijke gesprekken kunnen degenen die protesteren zich verharden en gaan dreigen. Dan is het nodig om hen aan te spreken op hun houding en gedrag. Hoe kijken zij zelf aan tegen hun opstelling in de gemeente? Wie denken zij hiermee te dienen? Zo’n gesprek is confronterend, maar het kan wel een ommekeer teweegbrengen.

Tot slot

Dit zijn zomaar enkele voorbeelden van alledaags machtsmisbruik in de kerk. Er zijn er nog veel meer te noemen. Het is goed om ons regelmatig te spiegelen aan Gods Woord en te onderzoeken waar wij zelf de fout in gaan. Ook kunnen we elkaar een spiegel voorhouden. Zo helpen we elkaar om in het spoor van Christus te blijven.

Gerry (mw. drs. G) Kramer-Hasselaar is bezoekmedewerkster in de kerk en psychologe. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

Verdiepingsvragen namens de redactie

  • Hoe ga jij persoonlijk om met feedback geven en feedback ontvangen? Hoe gaat dat in de kerkenraad of in de commissie waar je deel van uitmaakt?
  • De filosoof Levinas zegt ergens dat ‘ik verantwoordelijk ben voor de verantwoordelijkheid van de ander’. Wat zou hij daarmee bedoelen?
  • Welk beeld van een veranderproces heeft jouw voorkeur: een ‘verzorgde reis’ of een ‘gezamenlijke trektocht’? Praat er eens met elkaar over door wat de ene of de andere benadering betekent voor de deelnemers en het proces (vgl. het boek Samenspel van Bert Bakker).

Tags:

Meer Kerkopbouw