< Terug

Konijntje

Column: Intermezzo

Een eenzame oude vrouw heeft eigenlijk ‘geen puf meer’. Toch wordt ze ergens door getroffen.

Tjokvol staat haar kleine kamer, met allerlei snuisterijen, spulletjes, levensmiddelen. Met haar bed in het midden, vanwaaruit ze haar zelfgecreëerde wereldje goed overziet. Op de zich opstapelende etenswaren is ze niet trots, maar ze kan de verleiding niet weerstaan om steeds opnieuw een pak spaghetti of toiletpapier te kopen.

‘Mijn huishoudelijke hulp zegt dat ik zo een leegte in mezelf wil vullen.’

Ik besluit die psychologiserende kant in ons gesprek niet op te gaan, maar in te zoomen op de reden waarom zij mij als geestelijk verzorger gevraagd heeft te komen: haar euthanasiewens.

Al lange tijd heeft mevrouw ‘geen puf’ meer. Haar nieren en hart functioneren nog nauwelijks, wat haar afhankelijk maakt van thuiszorg. Die afhankelijkheid vindt ze nog het moeilijkst. Niet weten of en wanneer iemand komt. Daar almaar op wachten en als het dan zo ver is – naar haar zeggen – niet menswaardig behandeld worden.

‘Ik moet elke keer weer iets anders inleveren’

‘Als ik nog slechter word, wil ik naar een hospice met aandacht voor mijn situatie en zorg naar mijn wens.’

Mevrouw vertelt hoe haar actieradius steeds kleiner wordt. Eerst kon ze nog met haar scootmobiel hele einden rijden. Naar de kinderboerderij bijvoorbeeld, waar ze genoot van het kijken naar de dieren en het maken van een praatje met wie maar wilde.

‘Op de een of andere manier vertellen mensen mij veel. Ik denk dat mijn houding daartoe uitnodigt.’

Door haar toenemende gebrek aan energie zijn die ontmoetingen nu schaarser.

‘Ik ben moe, zó moe. Moet elke keer weer iets anders inleveren: eerst mijn vakanties, toen mijn woning, nu mijn bewegingsvrijheid. Het is wachten op het volgende verlies. Ik heb er gewoon geen zin meer in om te accepteren dat het verder bergafwaarts gaat. Daarom wil ik mijn wensen rond het levenseinde vastgelegd hebben. Voor het geval dat.’

‘Ik bleef maar kijken en kijken’

De trieste boosheid van mevrouw raakt me. Ik voel de diepte van haar eenzaamheid bij mij indalen. Ze heeft geen geloof en dus geen God om in haar nood aan te roepen. Ik kan me niet voorstellen hoe verlaten dat moet zijn. Ook heb ik geen weerwoord, geen oplossing. Eenzaamheid laat zich niet oplossen met woorden, al kunnen die soms wel wat verzachting brengen.

‘Weet u wat er onlangs gebeurde, toen ik mij ertoe had gezet om dan toch maar een tochtje hier vlak in de buurt te maken? Het was heel bijzonder. Ik stond eigenlijk al op het punt om weer terug naar huis te gaan, toen ik een konijntje bij een boom voorbij zag huppelen. Ik kon mijn ogen er niet vanaf halen, ik bleef maar kijken en kijken. Het leek wel alsof dat konijntje daar op dat moment speciaal voor mij aan het huppelen was. Om mij te troosten en te bemoedigen.’

(beeld: PxHere)

‘Dus om iets moois te beleven hoef je niet per se ver weg?’ vraag ik voorzichtig.

‘Inderdaad, nu u dat zo zegt. Toen ik dat konijntje zag, dacht ik: het leven is toch nog wel een beetje de moeite waard.’

Barbara Zwaan is theoloog, werkzaam als geestelijk verzorger en docent. Ze is redactielid van Herademing.


< Terug