< Terug

Geen mens staat op zichzelf

De mens leeft samen met andere mensen én met andere levende wezens: bomen, planten, dieren. Muziek maak je samen, met je spel open je voor je luisteraars een wereld. Met gastvrijheid en gulheid deel je wat er te geven valt. Wie vol is van zichzelf, maakt geen ruimte voor anderen. Je kunt jezelf oefenen om je plaats te kennen in het grote geheel dat samenleven heet: bedenk steeds wat je verbindt met het grotere geheel.

‘No man is an Island’ dichtte in 1632 John Donne. Zo nauw zijn we met elkaar verbonden dat telkens wanneer een mens sterft, we direct ook iets van onszelf kwijt zijn. Als ergens voor iemand een doodsklok luidt, slaat die klok dus evengoed voor ons. Universeel blijkt het gevoel dat Donne in zijn gedicht wist te vertolken: geen mens staat op zichzelf. Maar samen leven omvat meer dan leven met de mensen om ons heen. We leven ook met bomen, planten en dieren, en danken zelfs aan hen ons bestaan. De klimaatcrisis en de afname van de biodiversiteit drukken ons met de neus op deze waarheden. Als we doorgaan zoals we nu leven verwoesten we de schepping, ‘ons gemeenschappelijke huis’, zegt paus Franciscus in zijn encycliek Laudato si’. We moeten weer leren ons te gedragen als verantwoordelijke schepselen. In dit artikel volgen enkele lessen door over samenleven die ik in de loop der tijd opdeed.

Samen

Ruim veertig jaar geleden zond de NOS de televisieserie Zienswijze uit, gepresenteerd door Jack van Belle. In een aflevering interviewde hij drie kloosterlingen over hun leven. Van Belle stond uiteraard ook stil bij een veelgehoord bezwaar dat kloosterlingen het zich makkelijk maken door in strikte afzondering van de wereld te leven, al worden ze via hun gasten geconfronteerd met wat daarbuiten gebeurt. Van Belle legt dan de trappist Titus Keet de vraag voor: ‘Als u nu die problemen van de wereld hoort, hoe kijkt u dan weer naar die wereld? De mensen komen daar met hun problemen en brengen een stukje wereld in die afgezonderdheid van u binnen. Hoe ervaart u dat nu?’

Leven is samenleven

Titus Keet: ‘Maar nu spreekt u toch weer over een scheiding, alsof de wereld buiten de poort ligt. Maar als die mensen spreken over hun problemen en over hun wereld, dan is hun wereld ook mijn wereld en zijn hun problemen ook vaak mijn problemen. Het is niets anders dan dat, een samen, niet ik, maar samen praten over die problemen en als er en oplossing is, dan gebeurt dat samen.’

‘Hun wereld is ook mijn wereld en hun problemen zijn ook vaak mijn problemen.’
(beeld: PxHere)

Geen cynisme

Leven is samenleven. Niemand heeft zichzelf ter wereld gebracht; we zijn er dankzij anderen. Al mag je wensen dat elk mens geboren wordt uit liefdevolle ouders, er komt een moment dat we allemaal ons veilige thuis verlaten. Samenleven vraagt van ons dat we ook met anderen kunnen leven; dat we goed omgaan met weerstand en tegenslag. We zullen onszelf dus ook moeten ‘harden’. Maar tegelijk moeten we waken voor hardheid. Niemand wint iets bij louter bepantsering en opsluiten in eigen gelijk. We moeten ook leren de anderen in de ogen te zien, mee te leven, en de helpende hand te reiken.

Dirigent en pianist Benjamin Zander is een warme pleitbezorger voor samen musiceren. In zijn boek The Art of Possibility legt hij uit dat het symfonieorkest dat hij jarenlang dirigeert voor de helft bestaat uit professionals en voor de andere helft uit amateurs. De kracht van deze mix, stelt hij, is dat de professionals zich verantwoordelijk voelen en niet op routine gaan spelen, wat de dood in de pot is. De amateurs, die muziek maken als hobby, herinneren de professionals eraan dat muziek ook spel is. De amateurs leren van de professionals op hun beurt dat serieus met muziek bezigzijn veel inzet vraagt, dat je het beste mag geven wat je hebt.

Benjamin Zander is ook bekend om zijn masterclasses voor muziekstudenten. Daarin waarschuwt hij hen keer op keer voor egotisme en cynisme. Een van zijn lessen, die je op youtube kunt terugvinden, staat me nog goed bij. Een conservatoriumstudente komt met haar altviool het podium op om voor te spelen, maar straalt uit dat haar spel vast niet goed genoeg zal zijn. Nu ben je meer met jezelf bezig dan met de muziek, merkt Zander direct op nog voor ze een noot gespeeld heeft. ‘Weet je wat een cynicus is? Een cynicus is een gepassioneerd persoon die niet teleurgesteld wil worden.’

Hij spoort vervolgens alle aanwezige muziekstudenten aan om dat gepassioneerde, dat zij als kind hadden, nooit kwijt te raken. Je mag kritisch zijn op jezelf maar wees niet bang een fout te maken. Sta met heel je ziel in dienst van de muziek. Met je spel open je voor je luisteraars een wereld waarvan zij het bestaan vergeten waren. Een wereld van passie, belofte en liefde die we met elkaar delen mogen.

Sta met heel je ziel in dienst van de muziek.
(beeld: PxHere)

Gastvrij en gul

Enkele jaren geleden schreef ik het boek Zonder broederschap geen vrijheid en gelijkheid. Broederschap overigens ook aangevuld en ingevuld met zusterschap. Het boek begint met de vraag wat er na de Franse revolutie met broederschap was gebeurd. Voor ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap’ had men de barricades beklommen. Op het gebied van vrijheid en gelijkheid is veel bereikt, maar broederschap verdween geruisloos naar de achtergrond.

Iemand vroeg me na lezing van het boek of ik in plaats van naar broederschap niet naar solidariteit had moeten kijken. Dan zou ik moeten constateren dat het best wel meeviel. Broederschap werd misschien niet meer genoemd maar er waren toch wel veel bewijzen van solidariteit. Had inmiddels ook Rutger Bregman dat niet mooi beschreven in zijn sympathieke boek De meeste mensen deugen?

Broederschap verdween geruisloos naar de achtergrond

Als we echter kijken naar de groeiende kloof tussen armen en rijken, en hoe onze economische exploitatie de natuur verwoest, het milieu en de leefbaarheid aantast, dan mag er toch getwijfeld worden of we werkelijk genoeg voor de ander overhebben. Zijn we werkelijk zo solidair? Natuurlijk moeten we wel de nuance blijven zien en niet alleen somber worden. Er zijn ondanks de funeste aanslagen op de leefbaarheid ook voorbeelden van integer gedrag, van medemenselijkheid en zorgzaamheid. Van zulke tegenbeelden gaat een grote aantrekkingskracht uit. Een kind dat ziet hoe bij zijn oma iedereen altijd kan aanschuiven bij de maaltijd, leert al vroeg wat een weldaad het is als je gastvrij en gul bent. Zij zijn inspirerende wegwijzers voor wat werkelijk van waarde is.

Warmte van de haard

Zulke gidsen op het levenspad waren de tsaddikim voor de chassidische beweging in Oost-Europa. Zij hadden veel aanhang onder het arme deel van de joodse bevolking. Wie bij hen om raad kwam, vond een luisterend oor en voelde zich gekend. Deze leiders leerden hen dat ieders leven in Gods ogen kostbaar is. Elk mens is geroepen het leven te heiligen. Dat is het leven te herstellen in zijn oorspronkelijke, paradijselijke, staat. Elke goede daad kan de messiaanse verlossing van de wereld bespoedigen: bevrijding van armoe en onrecht, en herstel van Gods gerechtigheid op aarde. De tsaddikim waren voor hun aanhangers de schakels tussen hemel en aarde. Hun overtuigingskracht ontleenden zij vooral aan het feit dat zij voorleefden wat zij predikten, al was de realiteit natuurlijk weerbarstig. Reb Mendel van Kotsk (1787-1859) typeerde een collega als ‘een tsaddik in een bontjas’. Zijn leerlingen vroegen hem wat hij daarmee bedoelde. ‘De een koopt voor de winter een bontjas, een ander brandhout. De eerste wil alleen zichzelf verwarmen, de tweede ook anderen.’

Met een bontjas kun je alleen jezelf verwarmen, met brandhout ook anderen

Reb Mendel leerde dat wie vol is van zichzelf, geen ruimte maakt voor anderen. De ander is voor deze alleen nodig om zelf groter te lijken. Hoe het de ander gaat, laat hem wezenlijk koud. De ware chassied maakt andere keuzes, was Mendels boodschap. Beter is het je deur te openen voor een ander en samen te genieten van de warmte van de haard.

De aanwezigheid van bomen maakt mensen rustiger.
(beeld: PxHere)

Samen met bomen en dieren

Mag de deur nog wat wijder geopend worden? In veel religieuze tradities zijn verhalen overgeleverd van heiligen die in hun hart ook ruimte maakten voor dieren. In de eenzaamheid, ver van andere mensen, sloten deze kluizenaars vriendschap met de wilde beesten. Ze waren helemaal niet alleen. Ze waren omringd door het leven zelf in al zijn natuurlijke rijkdom. Wie over samenleven spreekt, mag deze dimensie niet uit het oog verliezen. Het besef dat we verbonden zijn met al wat leeft, moet onder de aandacht gebracht nu de biosfeer zo achteruitgaat en kwetsbaar is geworden. Die boodschap is nu actueler en urgenter dan ooit nu ‘ons gemeenschappelijk thuis’ (paus Franciscus) in zijn bestaan bedreigd wordt.

Voor velen is de natuur ver weg, voorbij hun horizon. Steeds meer mensen wonen in steden. Velen leven tussen steen en beton en zien nauwelijks meer groen. Zij vervreemden daardoor van de natuur waarvan ze nota bene zelf deel van uitmaken. Velen zien zelfs niet dat die vervreemding hun geestelijke gezondheid ondermijnt. Het gemis aan groen tast het leven en samenleven aan. Door het gebrek aan kennis van de levende natuur blijken mensen een grotere kans te maken om de zin en betekenis van hun leven kwijt te raken. Daar is onderzoek naar gedaan en meer en meer begint men in te zien dat het dagelijkse contact met de natuur van vitaal belang is voor een gezonde samenleving. In zogenaamde probleemwijken blijkt het planten van bomen een directe positieve uitwerking te hebben op het welzijn van de bewoners. De aanwezigheid van bomen maakt mensen rustiger. Er wordt minder rotzooi gemaakt, er wordt meer geslenterd, men gaat zich er meer thuis voelen en voelt zich veiliger. Ook wil men meer doen voor de buurt. De kwaliteit van het leven in de wijk verbetert.

Dagelijks contact met de natuur is van vitaal belang voor een gezonde samenleving

Daar waar we van de natuur vervreemden, gaan we ons misdragen. We raken uit balans, en verliezen het besef dat we onderdeel zijn van de kringloop van het leven. Als we dat niet meer weten, nemen we meer dan ons toekomt, vergrijpen we ons aan moeder aarde. Door het verdwijnen van planten en diersoorten hebben we ons eigen overleven op het spel gezet. Het is geen wonder dat we nu in grote problemen zijn geraakt. We zijn in het Westen sinds de Renaissance met een wereldbeeld opgescheept waarin de mens zichzelf als het belangrijkste schepsel is gaan zien, met fatale gevolgen, zoals we inmiddels moeten erkennen. Is er nog een weg terug? Hoe creëren we weer een gezonde relatie met de aarde? Het antwoord op de vraag hoe we verder willen, zal in de eerste plaats gezocht moeten worden in een reëler besef van wie we zijn. Vervolgens zullen we respectvoller moeten omgaan met al wat leeft, om vandaaruit ondubbelzinnig anders te leven en samen te leven.

Als je een boek openslaat, moet je bedenken dat het boek je verbindt.
(beeld: PxHere)

Het boek in je hand

Zenmonnik Thich Nhat Hanh leert hoe je door een simpele gedachtereeks jezelf kunt oefenen om je plaats te kennen in het grote geheel dat samenleven heet. Hij neemt als voorbeeld een boek. Als je een boek openslaat, moet je bedenken dat het boek je verbindt met degene die het boek geschreven heeft en met hen die het boek hebben uitgegeven. De minuscule oneffenheden van de bladzijden tonen je dat houtpulp de basis is van papier. Het hout komt van bomen die tijdens hun groei zuurstof produceren zodat wij kunnen ademen. Bomen groeien weer dankzij de aanwezigheid van water, grond en het licht van de zon. Heel zijn leven heeft Thich Nhat Hanh gewezen op deze connecties die ons met respect moeten vervullen voor het grote geschenk dat leven en samenleven heet. Het bewaren van dit geschenk moeten we als een heilige taak op ons nemen.

Ieders inzet telt. Geen mens is een eiland.

Wim Reedijk is theoloog en oud-redacteur van Herademing.

Literatuur

Wim Reedijk, Zonder broederschap geen vrijheid en gelijkheid. Essays over bewogenheid, Kok/Boekencentrum, Utrecht, 2019.

Martin Buber, Chassidische vertellingen, Servire, Katwijk, 1973. (Over Menachem Mendel van Kotzk, p. 528-547.)

Rosamund Stone Zander en Benjamin Zander, The Art of Possibility, Penguin, Londen, 2006.


< Terug