Kringviering: Groot onderhoud
Boogde datum: 4-3-2018
Beoogd gebruik: kringviering of huiskamerviering
Bij Johannes 2: 13-33 en Exodus 20:1-17
Downloads
Uitgangspunten bij het thema
Oculi is de naam van deze zondag: ogen. Het woord is ontleend aan Psalm 25. “Mijn ogen zijn gevestigd op de Heer, of hij mij redt.”
In het evangelie wordt verteld hoe Jezus de bestaande situatie omkeert.
De evangelist Johannes voegt daar het Bijbelcitaat aan toe: “De ijver voor uw huis zal mij verteren.” (Psalm 69: 10)
Jezus schept nieuwe ruimte voor God. Het huis van mijn Vader moet geen rovershol zijn, zegt hij.
Hij schept ruimte voor God hier, in deze schriftlezing, maar ten diepste nog bij zijn kruis en opstanding. Johannes verwijst in zijn woordgebruik naar de dood en opstanding van de Heer.
Met de evangelielezing, krijgt de lezing uit het eerste (het oude) testament de betekenis van een verbondsvernieuwing.
Liturgie
Teksten die de voorganger (of liturg) uitspreekt staan cursief.
-
Muziek
-
Welkom
-
Zingen NLB 547: 1, 2, 3, 6
-
Votum en groet
Onze hulp is in de naam van de Eeuwige,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Amen.
Genade zij U en vrede
van God, onze Vader
door Jezus Christus,
zijn eniggeborene,
in de gemeenschap met de heilige Geest.
Amen.
-
Drempelgebed
God, hier zijn wij,
ons leven is gevuld,
met verplichtingen en plezier,
met werk en vrije tijd,
vakantie en gezin.
We doen, Eeuwige, wat we moeten doen;
onze agenda’s zijn nooit leeg.
Maar vinden wij in al onze bezigheden
wat ertoe doet?
Wat blijft?
Vinden wij U?
God, hier zijn wij.
Voor sommigen van ons
zijn de agenda’s niet vol.
Sommigen zijn alleen,
kunnen niet meer wat zij willen.
Het leven lijkt zinloos
als wij ons niet nuttig kunnen maken.
Zult Gij onze zin zijn?
Zult Gij ons leven dragen?
Zult Gij zijn alles in allen?
Wij vragen U (dat)
in Jezus naam,
Amen.
Zingen als kyriëlied: Opwekking 350
-
Een moment met de kinderen
Ik heb altijd een grote berg boeken en papieren in de lezenaar liggen. Je zou de kinderen kunnen vragen of zij weleens iets kwijt zijn. Na een kort gesprekje zeg je: “Ik ben ook iets kwijt” (bouw de spanning een beetje op). Vertel dat je de bijbel nergens kunt vinden. Terwijl je er zo dadelijk uit moet lezen! Vraag de kinderen om mee te helpen zoeken. Als de bijbel gevonden is, vraag eventueel waar ze hem aan herkenden.
Op dat moment staat een gemeentelid op (of de koster. Dit moet je natuurlijk even voorbereiden) en die zegt: “Als je nu je tafel eens zou opruimen, dan zou je vinden wat je nodig hebt.”
Vertel daarna dat Jezus de tempel binnenging om God te aanbidden, maar dat hij niet God vond maar… “Dat horen jullie in het verhaal dat wordt verteld in de kindernevendienst.”
-
Zingen: NLB 320: 1, 2, 3, 4
-
Gebed om de heilige Geest
Wij bidden U,
liefdevolle, barmhartige
getrouwe God,
beadem de woorden van de bijbel.
Dat ze levend worden.
Dat zij worden tot woorden-voor-ons,
woorden-van-mij.
Spreek met ons van aangezicht tot aangezicht
In Jezus naam, die met u leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
-
Lezen: Exodus 20: 1-17
-
Zingen: NLB 25: 1, 2
-
Lezen: Johannes 2: 13-22
-
Zingen: NLB 891
-
Preek (zie onder)
-
Zingen: NLB 695
-
Dank- en voorbeden
Wij danken U,
Vader, Moeder
voor Uw aanwezigheid.
Waar U bent
daar verdwijnt de zinloosheid.
Waar U bent
komen mensen tot hun recht.
Wij danken U
om Jezus, de Zoon,
kind van U.
Hij brengt zin in ons bestaan.
Hij zet ons op onze voeten.
Wij danken U voor zijn leven.
Wij danken U voor zijn sterven.
Zijn dood zet ons leven op scherp.
Wat doet ertoe?
Wat verwaait?
Wij danken U
en wij bidden U om Uw Geest,
dat zij ons zo zal vervullen
dat wij worden tot zonen en dochters van de Allerhoogste;
dat wij Uw kinderen worden.
Voor de jongeren bidden wij U.
Er staan zo veel mogelijkheden voor hen open,
schenk hen wijsheid en geduld.
Voor de grote mensen bidden wij U;
hun levens lijken soms zo uitgestippeld,
zo vastgelegd,
alsof een programma moet worden gevolgd.
Maak hen vrij in U.
Voor de ouderen bidden wij U;
dat zij weten: zij kunnen niet gemist worden,
hun ervaring zegent allen.
Zij doen ertoe.
Wij bidden U voor deze wereld;
dat zij komt tot vrede en waarheid,
tot vriendschap en vreugde –
al die grote woorden die van U zijn.
Wij bidden U voor allen die verantwoordelijkheid dragen:
presidenten, regeringen,
managers, ontwerpers,
bankdirecteuren;
dat zij wijsheid ontvangen
om te dienen.
(Gebed in stilte)
(Gebed van de Heer)
Onze Vader die in de hemelen zijt,
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede,
gelijk in de hemel als ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.
-
Collecte
-
Zingen: NLB 653: 1, 3, 7
-
Zegen
De Aanwezige geve ons de kracht
dichtbij Hem te blijven.
De Aanwezige geve ons de kracht
te ontlopen wat ons afleidt.
De Aanwezige zegene ons
en behoede ons;
nu en altijd,
Amen.
Preek
Geliefden van God,
Hij deed alles voor zijn gezin.
Voordat hij naar zijn werk ging, kleedde hij elke dag zijn kinderen aan.
Hij had de taken goed met zijn vrouw verdeeld.
De ene dag haalde zij de kinderen van school, de andere dag hij.
Op het werk was hij gewaardeerd om wat hij deed.
Hij had overal oog op.
Hij vergat zelden iets.
Het leek allemaal goed, evenwichtig en noodzakelijk.
Op een dag reed hij naar huis en dacht:
Is dit het nou?
Een pijnlijke gedachte.
Onverwacht werd hem duidelijk dat hij, in alle bezigheden, verloren was waar het om ging.
De bezieling was weg.
Tenminste: die was er nog wel, maar de goede organisatie van zijn leven maakte dat hij de kern,
dat waar het eigenlijk om draaide,
niet meer kon terugvinden.
Geliefden,
soms kun je alles doen wat nodig is
en toch kwijt zijn wat het ware is –
dat ene dat zo moeilijk onder woorden te brengen is.
Dat ene dat we – de schriften napratend-
God noemen
Het ontroerende in Johannes is dit:
als Jezus de tempel betreedt,
dan treft hij daar alles aan wat voor de tempeldienst nodig is.
De wisselaars wisselen het heidense, romeinse geld in voor geheiligd, Joods, tempelgeld.
Daar kun je offerdieren mee kopen.
De offerdieren zijn nodig om je offers getrouw aan de schrift te kunnen brengen.
Er gebeuren geen erge dingen daar op het plein.
De handelaren zijn niet vals of oneerlijk.
Tenminste, geen enkele evangelist die dáár iets over zegt.
Het is een mooi, vroom bedrijf, daar op het plein.
Maar het grote punt is wel dit-
als Jezus het tempelplein betreedt –
dan ontmoet hij daar Gód niet.
Het is een aangrijpend zinnetje in de bijbelvertaling van het NBG uit 1951: en hij vond in de tempel de verkopers van runderen en schapen en duiven, en de wisselaars die daar zaten.
Je zou verwachten dat Johannes zou schrijven: en hij vond in de tempel God.
Hij vond er Gods aanwezigheid; hij vond er de kern.
Maar die vindt hij dus niet!
Hij vindt er randverschijnselen.
En die zijn niet dienstbaar; ze staan in de weg.
Je kunt ontzettend druk zijn
en het eigenlijke kwijt zijn –
in je eigen leven,
in je geestelijk leven,
in de kerk.
Misschien is dit een van de geheimzinnigste leegtes in het kerkelijk werk:
we doen heel veel met elkaar,
we bezoeken mensen,
we bedenken naar wie de bloemen op zondag zullen gaan.
We maken ons zorgen over de financiële situatie.
We zijn druk om nieuwe ambtsdragers te vinden
of we kunnen ze helemaal niet vinden.
We zeggen benauwd tegen elkaar: er komen steeds minder mensen in de kerk
Allemaal waar en allemaal nodig.
Maar –
soms ontdek je:
in al die bezigheden
zijn we God kwijtgeraakt
Ik las onlangs van een dominee
die een half jaar in zijn eerste gemeente stond.
De dominee vurig en jong –
de gemeente actief
maar ook enigszins sleets.
Hij vroeg:
Waarom doen jullie dit? En voor wie?
En de mensen bleven stil:
Ja, waarom doen we dit?
Nou, omdat het moet,
omdat de Kerkorde het zegt,
omdat we het altijd al zo gedaan hebben.
Jezus komt de tempel binnen,
hij ‘vond daar de kopers en verkoper, hij vond daar de wisselaars’
en hij kiept het hele zaakje om.
Hij zweept de mensen het plein af.
Wie dacht dat Jezus lief was
en altijd lief,
wordt hier ontnuchterd.
Soms zijn duidelijke maatregelen nodig
die pijn doen.
Die jonge dominee in zijn eerste gemeente, zei:
“We stoppen ermee,
voorlopig voor twee maanden
en dan zien we wel weer.”
“Ik had geen idee wat we zouden moeten gaan doen”,
zei hij er later over,
“maar ik dacht: dat laat de Geest wel zien.”
Stoppen met de dingen
waarin je God bent kwijtgeraakt.
Stoppen met de dingen
waarin je jezelf bent kwijt geraakt.
Stoppen
en opnieuw beginnen.
Dit is een huis van gebed,
geen rovershol.
Als ik naar de tien woorden kijk uit Exodus,
dan valt mij op
dat de meeste woorden beginnen met
‘niet’ – lo in het Hebreeuws.
In het Hebreeuws staat dat woord voorop:
Niet vreemde goden aanbidden,
niet maak je beelden,
niet moord je.
Niet, niet, niet.
Niet helemaal toevallig, zeven keer niet.
Het getal dat vraagt
hoe deze aarde goede aarde wordt;
hoe jouw leven goed leven wordt.
De woorden kappen weg wat je moet loslaten.
“Jij doet dat niet” –
om tevoorschijn te laten komen wat er wèl moet zijn.
Of, beter gezegd:
Je kapt weg wat schadelijk en overbodig is
om tevoorschijn te laten komen wie er wel moet zijn:
God,
IK,
Ik, de Heer jouw God.
Je moet stil gezet worden
om te midden van al je bezigheden tot het eigenlijke terug te keren;
om te midden van al je bezigheden bij God terug te keren.
Nog één keer Johannes.
Deze evangelist vertelt nooit één ding tegelijk, altijd op z’n minst twee
en op verschillende plekken vertelt hij zelfs drie dingen tegelijk.
Hier beschrijft hij hoe Jezus de handelaren uit de tempel verjaagt,
maar tegelijk, als twee kanten van dezelfde spiegel,
vertelt hij, hoe Jezus door zijn dood
alles zal verdrijven wat onzinnig is en van God weghoudt.
Zijn dood, zo beschrijft Johannes, richt ons weer op God.
Hij is om wie het draait.
Hoe?
Johannes zegt: je kunt er zelf niets voor doen. God zal het doen.
Alles wat jij kunt doen, is:
stil worden, ruimte maken, wachten.
Kerkvaders zouden zeggen:
Stilstaan bij het lijden van Jezus, zuivert onze ziel.
Je zóu jezelf de vraag kunnen stellen:
Als Jezus Gods grote liefde aan mij geeft, in zijn dood,
en ik laat dat aan mij toe:
wat blijft er in mijn leven dan van waarde?
Als wij stilstaan bij Gods grote liefde in Jezus,
dan begint God een grote schoonmaak in ons.
Die man, in het begin van deze preek,
die naar huis reed en dacht:
ik ben kwijt wat er werkelijk toe doet.
Ik denk dat hij, toen hij thuis kwam,
een diepgaand gesprek moest voeren met zijn vrouw.
Hoe ontdekken wij samen weer wat belangrijk is?
En ik denk dat zijn vrouw heeft gezegd: Laten we daar tijd en ruimte voor maken.
Zo moge het zijn: dat wij tijd en ruimte maken voor God.
Amen.