< Terug

Kunst en literatuur als religieuze uitingen

Dat kunst en literatuur uiting kunnen zijn van religieuze ervaringen of theologische gedachten, krijgt meer en meer aandacht. In dit nummer zien wij daar een aantal verslagen van. Het artikel van Wessel Stoker laat zien dat de Canadese kunstschilderes Emily Carr (1871-1945) aanvankelijk geraakt is door de stijl van Lawren Harris’ theosofische mystiek, maar haar werk neemt door haar eigen religieuze opvattingen de wending naar een natuurmystiek waarin de natuur als manifestatie van een persoonlijke God wordt beleefd. Sabine Wolsink haalt Allard Piersons roman Adriaan de Mérival tevoorschijn. Uit dit boek, dat schatplichtig is aan fragmenten van Goethe, blijkt dat Pierson zijn modernistische theologische gedachten impliciet ook naar voren bracht in deze roman. Verderop in dit nummer geeft Eep Talstra een kritische bespreking van de recente roman Oer, een roman over schepping en evolutie die dezer dagen veel aandacht krijgt. Hij legt de vinger op de zere plek dat de auteurs te weinig rekening houden met de veelkleurigheid aan stemmen in de Bijbel en bovendien verwarring scheppen door het vertelperspectief van de alwetende verteller voortdurend ongemerkt af te wisselen met een personage dat deel is van het verhaal.

Daniël Drost praat ons bij over het thema van zijn recente dissertatie, namelijk over of en hoe de beschuldigingen van seksueel misbruik aan het adres van John Howard Yoder doorwerken in de receptie van zijn theologie. Actueel is het kerkordelijke artikel van de hand van Klaas-Willem de Jong over de wettelijke uitzonderingspositie van kerkdiensten binnen de overheidsregelgeving. Tot slot beschouwt Gert van Klinken de nieuwe biografie van de Hervormde theoloog Rasker als een rehabilitatie en zijn persoon en geëngageerde theologie.

In de week waarin dit nummer verschijnt, zal de nieuwe Amerikaanse president, Biden, worden geïnaugureerd. Binnen de vaste rubrieken van ons blad, verwijs ik u in dat verband graag naar de theologische kroniek* uit Amerika die Willemien Otten schreef, inmiddels traditiegetrouw maar altijd uiterst lezenswaardig, aan het einde van dit nummer. Deze keer gaat het over de plaats van christelijke overtuigingen in het politieke landschap van de Verenigde Staten.

*De bijdragen met een asterisk verschijnen enkel in de fysieke uitgave van Kerk & Theologie.

Oane Reitsma

Alle Kerk & Theologie 2021 nr. 1 (72) artikelen:

Zich schamen

Rein Brouwer

In de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen op 3 november jongstleden, en de dagen daarna, heb ik mij geschaamd christen te zijn. Nadat in 2016 de overgrote meerderheid van (protestantse) evangelicals Donald Trump toegang had verschaft tot het Witte Huis, probeerden ze dat in 2020 opnieuw.

[lees verder]

Idealisme als vraag

Daniël Drost

Afgelopen februari werd de wereld van christelijke woongemeenschappen opgeschud door het nieuws over Jean Vanier. Uit een eigen onderzoek van L’Arche, zoals de organisatie heet waar Vanier bij betrokken was, bleek dat hij vijfendertig jaar lang vrouwen misbruikt heeft. Er is vastgesteld dat hij tussen 1970 en 2005 ‘manipulatieve seksuele relaties’ heeft gehad met zes vrouwen. Het gedrag van Vanier zou beïnvloed zijn door de ‘mystieke seksuele praktijken’ van de Franse dominicaan Thomas Philippe.

[lees verder]

Het gelaat van God in de schepping

Wessel Stoker

De natuur wordt vanouds als Gods boek beschouwd. De Nederlandse landschapsschilderkunst van de zestiende en zeventiende eeuw heeft dan ook calvinistische wortels. Verschillende schilders hebben deze traditie, elk op eigen wijze, voortgezet, zoals Van Gogh en Emily Carr.

[lees verder]

Godsdienstvrijheid in lockdown?

Klaas-Willem de Jong

‘Ja, dank jullie wel. De ministeriële commissie crisisbeheersing heeft zich vandaag gebogen over een nieuw advies van het Outbreak Management Team’. Met deze woorden begon minister-president Mark Rutte op donderdag 12 maart jongstleden de persconferentie waarin een aantal nieuwe maatregelen in het kader van het terugdringen van het virus covid-19 werden toegelicht.

[lees verder]

Allard Pierson als theologisch literator

Sabine Wolsink

Allard Pierson (1831-1896) is tegenwoordig vooral bekend om zijn principiële aftreden als predikant, waarmee hij in 1865 de positie van de moderne theologen in de Nederlandse Hervormde Kerk onder druk zette.[1] Daarnaast zullen zijn Oudere Tijdgenooten (1888) en enkele andere werken nog niet vergeten zijn. Dat Pierson ook literair proza geschreven heeft, is minder bekend. Ook daarin komt zijn theologische denken tot uitdrukking. Dit artikel bekijkt middels een literaire analyse welke theologische lijnen naar voren komen in zijn roman Adriaan de Mérival. Een leerjaar (1866).

[lees verder]

< Terug