< Terug

Melk

Het is niet verbazingwekkend dat in ons land en in onze taal het woord ‘melk’ een belangrijke rol speelt. Ooit werd het product aangeprezen met de slogan: Melk – de witte motor. Het leven begint met melk – in veel gevallen moedermelk. Daarom kunnen we zeggen dat we iets met de moedermelk hebben ingedronken. We bedoelen daarmee dat we bepaalde zaken van jongs af aan kennen en ermee vertrouwd zijn geraakt. Voor het jonge kind is de (moeder)melk van het allergrootste belang. Ook voor latere perioden in ons leven blijft melk – in welke vorm dan ook, bijvoorbeeld als boter en kaas – een essentieel bestanddeel van ons voedsel.

Grondtekst

Het Hebreeuws kent voor ‘melk’ het woord cha-lav (o.a. Ex. 23:19; 34:26; Deut. 14:21; 32:14; Spr. 27:27; Hoogl. 4:11; 5:1; Jes. 55:1).

In het Nieuwe Testament komt vijfmaal het Griekse woord gala voor (1 Kor. 3:2; 9:7; Hebr. 5:12-13; 1 Petr. 2:2).

Letterlijk en concreet

a.De wijze Spreukendichter geeft zijn lezer(es) een verstandige raad: ‘voldoende geitenmelk als voedsel, als voedsel voor jezelf en voor je huis en als levensonderhoud voor je dienstmaagden’ (Spr. 27:27). Een andere wijsheidsleraar, Jezus Sirach, levend in de tweede eeuw voor het begin van de jaartelling, geeft een opsomming van de eerste levensbehoeften van de mens: ‘water, vuur, ijzer, zout en tarwebloem, melk en honing, het bloed van de druif, olijfolie en kleding’ (Sir. 39:26). Geiten werden gemolken, maar ook schapen en koeien (Deut. 32:14).

b.In bijbelse tijden was het een probleem de melk zo te bereiden dat ze niet onmiddellijk opgedronken behoefde te worden, maar enige tijd bewaard kon worden. Het grootste deel van het jaar is de temperatuur immers in Israël zo hoog dat de pas gemolken melk spoedig zou bederven. Regelmatig wordt in bijbelteksten dan ook gesproken over boter (Gen. 18:8; Deut. 32:14) en kaas (1 Sam. 17:18). Wat daarmee precies bedoeld werd, is moeilijk met zekerheid te zeggen. Is boter bijvoorbeeld de gestremde room?

c.Opmerkelijk is het volgende gebod uit de Tora: ‘U mag een lammetje (bokje in de vertaling NBG-1951) niet koken in de melk van zijn moeder’ (Deut. 14:21; vgl. Ex. 23:19; 34:26). Het vermoeden bestaat dat dit wel gebeurde in de cultus van heidenvolken die Israël omringden. In de joodse traditie heeft dit gebod ertoe geleiddat het niet kosjer is melkspijzen en vleesspijzen met elkaar te combineren. Als consequentie hebben orthodox-joodse gezinnen twee keukens die zoveel mogelijk van elkaar gescheiden dienen te blijven.

Beeldspraak en symboliek

a.Melk als kindervoedsel – de moedermelk – is beeld van het eerste onderricht. Zo schrijft Paulus aan de gemeente van Korinte: ‘Melk moest ik u geven, geen vast voedsel; dat kon u niet verdragen. Zelfs nu kunt u het niet, want u leidt nog altijd een zondig leven’ (1 Kor. 3:2). In dezelfde geest uit zich de auteur van de brief aan de Hebreeën: ‘Na zoveel tijd had u reeds leermeesters moeten zijn, terwijl u weer iemand nodig hebt om u te onderrichten in de eerste beginselen van het woord van God. Het is zover gekomen dat u melk nodig hebt in plaats van vaste spijs. Wie van melk leeft, heeft nog geen weet van de rechte leer (prediking in NBG), want hij is een zuigeling’ (Hebr. 5:12-13). Een positievere betekenis heeft hetzelfde beeld in een ander nieuwtestamentisch geschrift: ‘Wees als pasgeboren kinderen begerig naar de zuivere, geestelijke melk waardoor u zult groeien en gered worden. U hebt immers al geproefd van de zoetheid van de Heer’ (1 Petr. 2:2).

b.Melk symboliseert de witte kleur. Wij kennen ook de uitdrukking melkwit: In de zegen van Jakob wordt over Juda onder meer het volgende gezegd: ‘Zijn ogen zijn donkerder dan wijn, zijn tanden witter dan melk’ (Gen. 49:12). Wie zijn gasten melk te drinken aanbiedt, is een goede gastheer of -vrouw. In het lied van Debora wordt Jaël als volgt geprezen: ‘Hij vroeg haar water, zij gaf hem melk; zij bracht hem room in een feestschaal’ (Richt. 6:25); niet minder gastvrij blijkt Abraham wanneer hij drie geheimzinnige gasten op bezoek krijgt (Gen. 18:8).

c.Melk is niet minder kostbaar dan wijn (Jes. 55:11). Er is dan ook alle reden het te betrekken in de lofzang op de geliefde: ‘Hoe heerlijk zijn je liefkozingen, mijn zuster, mijn bruid! Hoeveel zoeter zijn je liefkozingen dan wijn; de geur van je zalven gaat alle reukwerk te boven! Je lippen druipen van honing, mijn bruid, honing en melk onder je tong’ (Hoogl. 4:11); en even verder: ‘Ik ben al in mijn tuin, mijn zuster, mijn bruid, ik vergaar er mijn mirre en balsem, ik eet er mijn honingraat, ik drink er mijn wijn en mijn melk. Eet en drink vrienden en word dronken van de liefde!’ (Hoogl. 5:1).

d.Het beloofde land wordt gekarakteriseerd als ‘een land dat goed en ruim is, een land dat overvloeit van melk en honing’ (Ex. 3:8; vgl. Joz. 5:6). In de profetische literatuur wordt herhaaldelijk aan die oude belofte herinnerd (Jer. 11:5; 32:22; Ez. 20:6) en dat geldt ook voor de vroeg-joodse wijsheidsliteratuur (Sir. 46:8).

e.Over de zoon die de jonge vrouw (jonkvrouw in NBG-1951) ter wereld zal brengen -Immanuël – wordt gezegd: ‘boter en honing zal hij eten’ (Jes. 7:15), de toekomst is rooskleurig geworden: ‘Op die dag houdt ieder een vaars en een paar geiten en dankzij de overvloed aan melk die ze geven zal hij boter eten, want boter en honing eten zal iedereen die in het land is overgebleven’ (Jes. 7:21-22). De profeet Joël ziet een vergelijkbaar, hoopvol toekomstperspectief: ‘En op die dag zal het gebeuren, dat de bergen van druivennat druipen, dat de heuvels stromen van melk, dat al de waterlopen van Juda een overvloed aan water hebben, want uit het huis van de Heer zal een bron ontspringen, die het dal van acacia’s bevloeit’ (Joël 3:18).

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 89; Gezang 25; 33; 34; 38; 112; 157; 261; 265; 284; 302; 305; 366; Gezegend: 28; ZAD II: 22; Zing: 64; Zingend IV: 57.

b.Poëzie:

Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten, Amsterdam 19724, blz. 101: ‘De dichter is een koe’. Van der Graft,Mythologisch, Baarn 1997, blz. 632-634: ‘De witte eenvoud en het breekbare’. J.C. Schagen,Wat dit blijfsel overbleef, Baarn 1985, blz. 192: ‘Voor een kalfje’.

c.Verwerking:

We noemen drie mogelijkheden om het begrip melk in te leiden. De eerste is die van het kosjer eten, zoals de joodse traditie dat huldigt. Wat is de zin van kosjer eten en wat is de achtergrond en betekenis van het scheiden van vlees- en melkproducten? De tweede invalshoek is de liefdespoëzie van Hooglied, waar driemaal het beeld van melk wordt gebruikt (5:1; 5:12; 4:11). Wat zegt dit beeld over de bruid (vriendin) en bruidegom (vriend)? Als derde mogelijkheid noemen we de uitdrukking ‘land van melk en honing’, die we vinden in de meeste bovengenoemde liederen. We stellen de vraag: welke trekken heeft een land van melk en honing voor ons? Waar vind je zo’n land? De volgende thema’s komen op bij het bespreken van het bijbelse begrip melk: schoonheid, reinheid, onderricht, liefde, toekomst, het beloofde land. In dit verband merken we op dat hier en daar bij de doop het kind een lepeltje melk vermengd met honing krijgt toegediend. Deze symbolische handeling zegt dat het kind, ondanks mogelijke tegenslagen en moeilijkheden, mag rekenen op het Beloofde Land, dat wil zeggen, op de bescherming van de Heer.

Verwijzing

Melk heeft raakvlakken met ‘honing‘ (vanwege de uitdrukking ‘land van melk en honing’), ‘wijn‘ en ‘kleur‘ (wit).

< Terug