Menu

Premium

Paasnacht – suggesties voor een hand-out voor de kinderen

Een dienst voor kinderen

Een avond vol lezen en zingen, vol symboliek. Een prachtige dienst voor kinderen. Als je hen een beetje helpt, kunnen ze er prima bij zijn. Maak, samen met de kindernevendienstleiding, een hand-out met opdrachten en geef deze, met kleurpotloden en voldoende papier, aan ieder kind. Wij gaan hier uit van oudere kinderen. Voor de kleinsten is deze dienst vaak te laat en te veel.

Jouw Paasnacht

Lof van het licht

De paaskaars wordt binnengedragen en de dominee zingt.

  • Hoe heet de grote kaars?

  • Waar denken we aan bij het licht van die kaars?

  • De dominee zingt en wij antwoorden. Dan zingen we steeds een toontje hoger/lager/hetzelfde (streep door wat niet van toepassing is).

Lezingen

Genesis 1,1-2,3:
Maak een invullijst waarop de kinderen in moeten vullen wat op welke dag werd geschapen. Als ze goed luisteren, kunnen ze het horen.

Genesis 5-8:
Verzin welke dieren op de ark waren en schrijf die op volgorde op: de laatste letter van het ene dier is de eerste letter van het andere dier. Dus: olifanT, TortelduiF, FazanT, ToekaN, NeushoorN… etc.

Of: Teken het uitzicht van Noach toen hij aan land stapte.

Genesis 22,1-1:
Teken de emoticons die bij het verhaal horen:

  • Abraham denkt dat God hem vraagt om zijn zoon Isaak te offeren.

  • Hij gaat de berg op om dat te doen.

  • God is niet blij en stuurt een ram om te offeren, want Hij wil geen kinderoffers.

  • God is wel blij omdat Abraham hem zo trouw en gehoorzaam is.

Exodus 12,1-11:
Het volk Israël ging weg uit Egypte. Daar waren ze slaven geweest. Het was dus fijn dat ze weggingen, maar ook spannend, want hoe zou het verder gaan?

Elk jaar herdenken joodse mensen dat vertrek uit Egypte. Ze eten een symbolische maaltijd (de Pesachmaaltijd). Een symbool is een plaatje of vorm voor iets groters: bijvoorbeeld een hartje voor liefde, een kruis voor geloof. Zo hebben de joden platte, ongerezen broden (matzes), omdat ze die nacht haast hadden om weg te komen – symbool voor haast dus. En ze proeven bittere kruiden, omdat het niet fijn was om weg te gaan – symbool voor bittere tijden. Ze proeven ook een beetje zout water, omdat dat smaakt als tranen – symbool voor tranen.

Wat vind jij het mooiste symbool? Teken dat.

Exodus 14,24-15,1:
God laat de Egyptenaren (de vijanden) verdrinken en redt zo de Israëlieten. Dat is ook een symbool: God helpt je om alles wat moeilijk is te overleven.

Welke dingen / mensen / situaties wil jij (symbolisch) ‘laten verdrinken’?

Jesaja 54,17-55,11: Jesaja beschrijft een droomwereld: zo zal het zijn als God op aarde woont.

Teken jouw droomwereld.

Baruch 3,9-38(-4,4):
Deze tekst gaat over wijsheid.

Wat is wijsheid? Ken jij wijze mensen?

Ezechiël 37,1-14:
Dit klinkt als een verhaal voor Halloween. Toch staat het in de Bijbel. Ezechiel ziet een dal vol botten. God blaast er zijn adem in (net als bij Adam in het begin) en dan worden het weer levende mensen. In het Hebreeuws, de taal van het Oude Testament, is er één woord dat ‘adem’ betekent, maar ook ‘wind’ en ‘geest’. ‘Ruach’ is dat woord. Als iets heel saai is, kan God er een frisse wind door laten waaien om het leuk maken. Als je denkt dat iets nóóit kan veranderen, kan het door Gods Geest soms toch. Zo komt er door Gods adem leven in de brouwerij.

Schrijf het woord Ruach en de drie betekenissen op.

Jesaja 4,1-6:
Jesaja, die kennen we nog van net. Ga verder met je tekening van je droomwereld. Wat kan er nog bij? Heb je jezelf al getekend in die wereld?

Jona 3,1-10:
Jona gaat naar Ninevé om de mensen te vertellen dat ze niet goed leven. Als Jona hen aanspreekt, krijgen ze spijt van alles wat ze niet goed hebben gedaan. Ze gaan vasten en anders leven.

Luister goed naar de tekst. Wat vindt God ervan? Vindt Hij het goed of juist niet?

Deuteronomium 31,22-30:
Mozes leert het volk hoe ze zich moeten gedragen volgens God. Hij doet dat door hun een liedje te leren.

Welk lied heb jij vaak in je hoofd?

Daniël 3,1-24:
Nebukadnezzar laat een megagroot beeld bouwen. Hij zegt dat iedereen voor dat beeld moet buigen en niet voor God. Daniël is het er niet mee eens en buigt niet voor het beeld. Hij wil alleen voor God buigen. Nebukadnezzar laat Daniël in een gloeiend hete oven gooien.

Wat zou jij doen als je Daniël was?

Heb jij weleens iets moeilijks gedaan voor je geloof?

Liedboek 42:1-3:
Dit is een heel blij lied. Mensen moeten zingen en juichen. Doen de mensen in jouw kerk dat? Klinkt het lied vrolijk en blij?

Kolossenzen 3,1-4:
Denk aan God en aan Jezus, dat is goed. (Korte tekst, hè.)

Matteüs 28,1-7(20):
Luister goed naar dit verhaal. Wat vind je ervan? Heb je er vragen bij? Schrijf dat op en bespreek het thuis, of met de dominee.

Doop, belijdenis en doopgedachtenis

Als je aan de beurt bent, mag je naar voren lopen. Je kunt het water aanraken en een kruisje maken op je voorhoofd / een kruisje halen bij de dominee.
Mensen denken aan hun eigen doop en wat dat nu voor hen betekent. Veel mensen denken dan aan Jezus of aan hoe goed het is dat ze erbij mogen horen. Waar ga jij aan denken?

Teken jullie doopvont na en schrijf er woorden bij die voor jou bij de doop horen.

Maaltijd van de Heer

Jezus is opgestaan. Dat moet gevierd worden. Telkens weer.

Stel je voor dat Jezus echt langskomt. Hoe zou je het dan vieren? Wie moeten erbij zijn? Wat gaan jullie doen? Schrijf of teken dat.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken