Preekschets 1 Samuël 25:28 – 6e zondag van de zomer
6e zondag van de zomer
Ik weet zeker dat de HEER uw huis zal laten voortbestaan.
1 Samuël 25: 28
lezing: 1 Samuël 25
Het eigene van de zondag
De zomermaanden zijn geschikt om eens wat anders te lezen, aan de hand van een thema of een verhalend boek uit het Oude Testament. Deze verhalen kunnen in de zomer dan heel goed op zichzelf staan, zonder bij de uitleg in de richting van een liturgische tijd te moeten gaan, zoals in Advent of de Veertigdagentijd.
Vrouwen in het leven van David is een thema waar je een aantal zondagen mee aan de slag kunt gaan. Abigaïl is één van de vrouwen die invloed heeft op de loop der gebeurtenissen in het leven van David.
De bijbehorende preekschetsen uit deze serie:
Uitleg
Hoe gaat het verder met David als de profeet Samuël is gestorven en begraven? De omzwervingen die David maakt op zijn vlucht voor Saul komen in hoofdstuk 25 op scherp te staan. Neemt hij het recht in eigen hand of weet hij bloedschuld te vermijden en blijft de weg naar het koningschap open? Door het wijs en doortastend optreden van Abigaïl gaat het verhaal van David verder, de toekomst is open. Zijn (konings)huis blijft voortbestaan.
De goddeloze Nabal
Het verhaal begint met een tegenstelling tussen de rijke Nabal met vele bezittingen en de van giften afhankelijke David. Zelfs zijn manschappen zijn ‘restmensen’ (zie 22:2). Nabal betekent dwaas. Dom is hij ongetwijfeld ook, maar wijst zijn naam er de lezer niet vooral op dat hij toonbeeld van de goddeloze is, die zich stoort aan God noch gebod? Nabal is een Kalebiet, dus een zoon van Kaleb. Naastepad noemt hem een karikatuur van Kaleb, de goede verspieder, want ‘hij geeft van het goede land een kwaad gerucht’ (Naastepad, 330).
De vrouw van Nabal daarentegen is goed van verstand en nog mooi om te zien ook. Haar naam is Abigaïl.
David wil om voedsel vragen, als dank voor de bescherming die hij de knechten van Nabal biedt. Is het een vorm van afpersen wat David hier doet (7-8) of kunnen we het ook positiever bekijken? Nabal gaat in elk geval niet in op het verzoek. De knechten van David die hem driemaal ‘vrede’ kwam bezorgen, worden met lege handen weggestuurd. Driemaal shalom, dat komt er in de NBV niet helemaal uit `Ik wens u en uw familie en uw bedrijf alle goeds (6).’
Nabal wil niks delen van wat hij heeft aan brood, water en vee. Daarop gaat David met 400 mannen op weg naar Nabal. Wat hij wil doen wordt niet expliciet gemeld, hoewel het driemaal ‘zwaard’ het reisdoel doet vermoeden: strijd!
Aan Abigaïl wordt gemeld dat David onderweg is en subiet stuurt zij een enorme hoeveelheid proviand vooruit en vertrekt ook zelf.
De profetische Abigaïl
Als lezer raak je op dit punt nieuwsgierig naar haar optreden – immers, zij is slim en mooi, dus hoe zet ze dat in? De verteller maakt het spannend door nog even terug te schakelen naar David, en er een kat- en muisachtige scène van te maken (20-24). Treffen ze elkaar op tijd?
Abigaïl ziet David, daalt van haar ezel af en knielt neer voor David. Laag genoeg is dat nog niet. Ze gaat diep door het stof, tot haar neusgaten de grond raken (23).
Ze verlaagt zichzelf in daad en woord, want ze neemt alle schuld op zich. Ze ‘verlaagt’ ook Nabal. David ‘verhoogt’ ze, door hem te herinneren aan de belofte van de HEER aan David. Abigaïls betoog is vurig en ze schuwt het dramatische niet (29). Moge de HEER uw leven sparen had ze kortweg kunnen zeggen. In plaats daarvan spreekt ze over Davids ziel die gebundeld zal zijn in de bundel van de levenden en van de HEER. De NBV vult dit wat in, wat het begrip ten goede komt, maar niet noodzakelijk is.
De toespraak van Abigaïl werkt. Heel slim van Abigaïl: ze heeft David gevraagd haar niet te vergeten.
En dan volgen er drie zegenbedes van de kant van David: gezegend de HEER omdat hij haar gestuurd heeft, gezegend haar verstand en gezegend Abigaïl zelf. Door haar heeft hij niet met eigen hand bevrijding gebracht (33). Zij kan in vrede huiswaarts gaan.
Tot slot vertelt de verteller hoe het met Nabal is afgelopen. Slecht, dat laat zich raden. Zijn hart staat stil en na tien dagen als een ‘steen’ geleefd te hebben sterft hij. Opnieuw zegent David de HEER. Dit keer niet óók Abigaïl, hoewel zij toch een aandeel lijkt te hebben in Nabals dood, omdat de hartstilstand volgt op haar woorden. Maar zijn dood wordt haar niet als daad aangerekend, de ‘genadeklap’ komt immers van de HEER zelf. Ook Abigaïl neemt de bevrijding niet in eigen hand.
Als Abigaïl vervolgens door David ten huwelijk wordt gevraagd, lijkt zij weer die nederige vrouw van hun eerste ontmoeting. Wederom buigt zij tot in het stof. Maar in haar antwoord klinkt door dat zij David erkent als koning (41).
Aanwijzingen voor de prediking
Namen in de Bijbel, altijd een goed begin om de rollen in het verhaal helder te krijgen. Zeker als er mensen zijn die hun zoon ‘Dwaas’ noemen.
En wat de ‘Vreugde van de vader’ is horen we pas als zij de berg afdaalt (20) en op een kruispunt van wegen David treft. ‘Wijsheid heeft zich opgesteld op en heuvel langs de weg, bij het kruispunt van de wegen.’ De Wijsheid zelve, dat is Abigaïl.
Wie het verhaal uit de NBV voorleest zal aandacht willen besteden aan het driemaal vrede en driemaal zwaard, die herhaling raakt in de NBV op de achtergrond en zwakt het Hebreeuws af.
David, Nabal, Abigaïl en de HEER. Hoe komen zij voor in dit verhaal? Dat uitlichten is al voldoende voor de preek.
Hoe doet David het nu de profeet Samuël er niet meer is? Als het aan hem en zijn ‘restmannen’ lag ging hij zijn eigen goddelijke gang. Door Abigaïl blijft hij op het koninklijke, messiaanse pad.
Juist omdat het aantal vrouwen dat een belangrijke rol speelt in de bijbel aanzienlijk kleiner is dan het aantal mannen, is dat iets om breed uit te meten. Haar wijsheid, doortastendheid en zelfstandig handelen zijn echt opmerkelijk te noemen. Maar haar heldenstatus groter maken dan die is, zou geen recht doen aan het geheel. Ze wordt toch weer ‘vrouw van’, ook al is het van koning David zelf. Abigaïl wordt één van zijn echtgenotes, maar voor de doorgaande lijn speelt haar zoon (2 Sam 3:3, Kileab is Davids tweede zoon) geen rol van betekenis. De troonopvolger komt uiteindelijk via Batseba. Dat neemt niet weg dat David eerst goed en wel op die troon moet komen, en die weg bleef begaanbaar door Abigaïls wijze optreden.
Hoe komt God, Adonai, voor in dit verhaal?
Het enige moment dat de HEER actief voorkomt in dit hoofdstuk, is wanneer hij Nabal zodanig ‘slaat’ dat hij sterft. Er zullen hoorders zijn die moeite hebben met het feit dat God Nabal ter dood brengt. Maar kwaad is wat zijn gerechtigheid weerstaat, en kan dus alleen door God zelf worden weersproken (Naastepad 353).
Abigaïl spreekt driemaal over de bevrijding die David niet door eigen hand moet bewerken. Zij wijst er zo op dat bevrijding en recht een zaak van God is. Leven wij ook met dat idee, laten wij bevrijding en recht over aan God? Dat is geen gemakkelijke vraag, want wat als jíj wacht op recht? Hoe houd je het uit, als jouw dierbaren in de MH17 zaten – om slechts één voorbeeld te noemen?
De HEER gaat de meest ongekende wegen om bevrijding te brengen. Dus ook aan de handen van Abigaïl kleeft geen bloed. Het idee van Meir Shalev (zie Siertsema) dat Abigaïl Nabal vergiftigt is volstrekt onnodig. Haar woorden waren als gif – dat dan weer wel.
Liturgische aanwijzingen
Wil je recht doen aan dit verhaal, dan zul je heel 1 Samuel 25 moeten lezen. De tekst kan goed in twee lezingen verdeeld worden, 1-19 en 20-44 (of 42). Is dit voor de hoorders toch nog te lang, dan kan eventueel 1-20 samengevat worden als inleiding, de nadruk komt dan nog meer op Abigaïl te liggen. Dan kunnen 20-31 en 32-44 (of 42) als twee gedeeltes gelezen worden. Lezen en zingen kan afgewisseld worden met lied 172 ‘Een rijke man, een man van niets. Ballade van de dwaze man en de rijke vrouw.’ Dit lied is ongetwijfeld niet erg bekend maar goed zingbaar, ook voor één keer.
Het ligt voor de hand om na de preek een lied te kiezen dat wijsheid bezingt. Heel bekend is 313, en voor vakantiegangers altijd leuk met dat ‘Heb moed gij die op reis zijt.’
Geraadpleegd
-
B. Siertsema (red.), Er was een koning…David voor altijd, Kampen 1999.
-
K. Deurloo/K. Eijkman (red.), Sjofele koning. David en Saul in profetisch perspectief, Baarn 1984.
-
Th.J.M. Naastepad, Verborgen midden. Uitleg van de boeken Samuël, deel 1 en deel 2, Kampen 2004