Preekschets 2 Samuël 14:21 – 8e zondag van de zomer
8e zondag van de zomer
Zo waar de HEER leeft, uw zoon zal geen haar worden gekrenkt.
2 Samuël 14: 21
Schriftlezing: 2 Samuël 14: 1-24
Het eigene van de zondag
De zomermaanden zijn geschikt om eens wat anders te lezen, aan de hand van een thema of een verhalend boek uit het Oude Testament. Deze verhalen kunnen in de zomer dan heel goed op zichzelf staan, zonder bij de uitleg in de richting van een liturgische tijd te moeten gaan, zoals in Advent of de Veertigdagentijd.
Vrouwen in het leven van David is een thema waar je een aantal zondagen mee aan de slag kunt gaan. De wijze vrouw uit Tekoa is één van de vrouwen die invloed heeft op de loop der gebeurtenissen in het leven van David. De aansluitende preekschetsen zijn:
Uitleg
David is Absalom vijandig gezind – vertaalt de NBV. Of treurt de koning om hem, zoals de NB heeft vertaald (kijk ook hoe verschillend NB en NBV 13:39 vertalen)? Het hart van de koning is bij Absalom, zo weet in elk geval opperbevelhebber Joab.
Absalom heeft zijn halfbroer Amnon gedood, omdat Amnon zijn zus Tamar verkracht en verstoten heeft. Een broedermoord mag niet ongestraft blijven, daarom wil David tegen Absalom ten strijde trekken. Al drie jaar woont Absalom in Gesur. Maar Joab, de opperbevelhebber, grijpt in. Hij laat een wijze vrouw uit Tekoa komen, en geeft haar woorden om tegen de koning te spreken.
Ze vertelt met veel pathos en beeldende taal over haar twee zonen die slaande ruzie krijgen (6). De familie heeft zich tegen haar gekeerd. Als haar tweede zoon ook nog gedood wordt, dan doven ze op die manier het laatste kooltje dat er van haar leven over is (7). Het gaat blijkbaar niet om het leven van die zoon als zodanig, maar om háár leven en haar toekomst. David antwoordt dat ze naar huis kan gaan en dat hij het in orde zal maken (8). Dat antwoord had voldoende kunnen zijn, maar de vrouw vraagt hem om God als getuige aan te roepen, dat er niet door bloedwraak nog meer kwaad wordt aangericht. Ook daar gaat David op in: ‘Zo waar de HEER leeft, uw zoon zal geen haar worden gekrenkt (11).’ Daarmee heeft ze, heel goochem van haar, voldoende munitie om Davids eigen manier van doen te bekritiseren. Ze wil dat David zijn balling terugroept. Ze prijst David in zijn kennis, hij is als een engel of bode van God, zoals hij goed en kwaad kan onderscheiden (17 en 20). Dat lijkt me een tikkeltje over de rand, om David zo min of meer aan God gelijk te stellen. Wellicht vindt David dat zelf ook, want het doet hem vermoeden dat zij dit alles niet uit zichzelf komt vertellen. Inderdaad, desgevraagd bevestigt zij dat Joab hier de hand in had. Hij deed dat om ‘het aanschijn van het woord (lifne hadabar) om te draaien’.
Dat is gelukt. David laat Joab Absalom terug halen naar Jeruzalem. Maar het ‘aanschijn van het woord’ is dan wel omgekeerd, het aanschijn van David krijgt Absalom vooralsnog niet te zien (24). Hij moet naar zijn eigen huis.
Aanwijzingen voor de prediking
Met het verhaal van de vrouw uit Tekoa stappen we midden in een familiedrama. De ene broer verkracht een zus, daarop wordt de ene broer door de andere broer vermoord. En kan een broedermoord onbestraft blijven? Moet David dan zijn eigen zoon ombrengen? De situatie lijkt onoplosbaar.
Hoewel in Westerse contreien zo’n broedermoord en eerwraak onacceptabel zijn, zullen er voor veel hoorders aanknopingspunten zijn. Een kind kwijtraken aan de dood, een kind kwijtraken aan het leven, hoe blijf je dan staande? En vanuit het kind: het contact met je ouders kwijtraken omdat die in hun verdriet verdrinken, komt dat nog goed? Het raakt je tot in je hart.
Maar het is nog ingewikkelder zelfs. Immers, Absalom had een reden om Amnon te doden: Amnon had zijn zus verkracht. David heeft daar niets aan gedaan. Vader en zoon vinden beide dat ze terecht kwaad zijn. David omdat Absalom Amnon heeft gedood. Absalom omdat zijn vader dat heeft laten gebeuren. Je hebt drie kinderen die onderling heftig ruzie hebben – wat doe je dan als ouder? Kun je dat oplossen?
Joab hoopt dat hulp van buitenaf de impasse doorbreken kan.
Maar als ze een wijze vrouw is, deze vrouw uit Tekoa, waarom moeten haar dan woorden in de mond gelegd worden? Had zij dit dan niet zelf kunnen invullen? Of denkt Joab dat een vrouw net even een andere toon weet te raken bij David? Het was hem zelf blijkbaar niet gelukt om David van het strijdplan af te brengen.
De vrouw treedt op een vergelijkbare manier op als de profeet Natan, die David een spiegel voor houdt als hij Uria heeft laten sneuvelen in de strijd en Batseba tot zich neemt. Dat hier juist een vrouw aan het woord is, die spreekt over wat wijs is, legt ook een link met de verpersoonlijking van wijsheid. De chochma van God, vertolkt door een wijze vrouw. Tegelijk is het ook wrang dat in de woorden van deze vrouw die andere vrouw ongenoemd blijft: Tamar. David moet vergeten wat er gebeurd is en zich op de toekomst richten. Hij moet de keten van geweld stoppen. Is dat wijsheid? Of had de vrouw David moeten herinneren aan zijn aandeel? David is ook schuldig: hij heeft Amnon niet terecht gewezen. Wat is wijsheid: wederzijds je fouten erkennen – als dat lukt, want zal Absalom erkennen dat hij te ver is gegaan? – en dan verdergaan? Of het verleden vergeten en je op de toekomst richten, omdat het verleden onherstelbaar is?
David neemt de wijsheid van de vrouw over. Onbewust spreekt hij een wijs woord als hij tegen de vrouw over haar zoon die moet blijven leven zegt: ‘Geen haar van hem zal ter aarde vallen.’
Want slaat dat niet ook op zijn eigen zoon Absalom, met zijn glanzende lokken?
Want ook van Davids zoon Absalom, ook hij moet blijven leven, zal geen haar op de grond vallen. Of toch juist wel? In hoofdstuk 18 wordt Absalom gedood. Rijdend op een muildier blijft hij met zijn haren hangen in de takken van een terebint. En zo kan hij geen kant meer op want het muildier loopt onder hem weg. Daar wordt hij doorstoken en geslagen. Ook van Absalom zal geen haar op de grond vallen, maar zwevend tussen hemel en aarde vindt hij de dood.
De redding van Absaloms leven door toedoen van de wijze vrouw uit Tekoa blijkt dus van tijdelijke aard.
Het verhaal heeft al met al geen happy end als Joab Absalom naar Jeruzalem laat terugkomen. Het duurt een paar jaar voordat Absalom weer het aanschijn van David zal zien. Joab vroeg om genade voor Absalom en genade ontvangt hij. De schuld is daarmee misschien weggenomen, de relatie is er nog niet mee hersteld. Het is troostrijk voor de hoorders dat ook iemand als David tijd nodig heeft om iets te goed te maken. En sommige conflicten komen nooit goed. De zaak blijft sudderen en laait weer op als Absalom de macht probeert te grijpen. Blijkbaar was het dan toch niet vergeten en vergeven…
Liturgische aanwijzingen
De tekst laat zich eenvoudig in twee gedeelten splitsen. Na 14: 1-11 kan een couplet van een lied gezongen worden, na 14: 12-24 nog een of twee coupletten.
NLB 942 sluit aan bij het gemis, ‘onvindbaar zijn uw wegen.’ Ook treffend is een lied over de verschillende tijden in een mensenleven, NLB 845, ‘tijd van hopen dat nog ooit.’ Ook uit de categorie Schriftliederen is een keuze te maken, zoals NLB 313 of NLB 316.
Geraadpleegd
-
B. Siertsema (red.), Er was een koning…David voor altijd, Kampen 1999.
-
K. Deurloo/K. Eijkman (red.), Sjofele koning. David en Saul in profetisch perspectief, Baarn 1984.
-
Th.J.M. Naastepad, Verborgen midden. Uitleg van de boeken Samuël, deel 1 en deel 2, Kampen 2004.