Menu

Premium

Preekschets Handelingen 18:7

Handelingen 18:7

En hij vertrok vandaar en kwam in het huis van iemand, genaamd Titius Justus, die God vereerde, wiens huis naast de synagoge stond.

Schriftlezingen: Deut. 30:10-20; Hand. 18:1-11; Rom. 11:11-36.

Serie

Dit is het vierde en laatste deel van een serie preekschetsen over Handelingen van de hand van A. Noordegraaf. Zie ook:

Het eigene van de zondag

Na de ontmoeting met de heidense religiositeit komt in deze vierde en laatste schets het gesprek met de synagoge aan de orde over de uitleg van het Eerste Testament in het geding om de Messianiteit van Jezus. de weg die de Geest na Pinksteren gaat, begint bij Israël als Gods eerste adres. dat thema mogen we niet reserveren alleen voor de Israël-zondag. De gekozen kerntekst, vers 7, geeft trefzeker de verhouding met Israël aan. ‘Ik ken weinig zinnetjes die, schijnbaar informatief, in feite zo geladen zijn met hoog theologisch voltage als dit zinnetje.(…) De hele kerk en heel Paulus’ levenswerk kan men daarin herkennen’ (W. Barnard, Stille Omgang, Brasschaat 1993, p. 432). Vandaar dat we naast Handelingen ook Romeinen 11 lezen.

Uitleg

In tegenstelling tot Athene was Korinte een nieuwe stad zonder traditie, een kleurrijke, welvarende en multireligieuze havenstad van internationale faam met een bevolking die uit vele windstreken afkomstig was. Te midden van allerlei religieuze ‘verenigingen’ leefde de joodse gemeenschap. Paulus komt in contact – hij vond hen, vers 2 – met een joods echtpaar, slachtoffer van het edict van keizer Claudius tegen de joden in Rome. Volgens de geschiedschrijver Suetonius had de keizer de joden uit Rome verbannen omdat zij ‘op aandrijven van Chrestus voortdurend onrust veroorzaakten’. Gewoonlijk interpreteert men deze uitspraak als een aanwijzing voor een ruzie binnen de joodse gemeenschap in Rome over de vraag of Jezus de Messias was (Chrestus zou een verbastering zijn van Christus en door Suetonius opgevat zijn als naam voor een slaaf).

Naar rabbijnse gewoonte beoefent Paulus een vak, het maken van tenten uit leer, terwijl hij op sabbat in de synagoge te vinden is. Het gesprek met zijn broeders gaat blijkens vers 5 over de vraag of de Messias, de aan Israël beloofde Jezus is. Uit andere plaatsen in Handelingen (b.v. 2:22vv.; 3:13vv.; 4:10vv.; 13:14vv.; 17:3) is af te leiden dat het in dit getuigend gesprek rondom de Schriften vooral ging om de dood en de opstanding van de Messias Jezus.

Paulus probeert zijn gehoor te overtuigen. Maar zijn volksgenoten verzetten zich. Evenals in 13:45 ontkennen ze dat een gekruisigde Jezus de Messias kan zijn. Ontkenning van de messiaanse aanspraken van Jezus is blasfèmia, smaad, laster (vgl. ook Mar. 15:29; Luc.22:64v.; 23:39; 1 Tim. 1:13). Zie ThWNT, Band I, S. 621v. In een symbolisch gebaar (vgl. 13:51) wordt de breuk voltrokken, waarbij de apostel de verantwoordelijkheid bij zijn hoorders legt. Calvijn onderstreept dat Paulus’ handelwijze in de lijn van Israëls profeten ligt (b.v. Ez. 3:18).

Paulus gaat weg uit de synagoge en vindt een nieuwe plek voor zijn missionaire arbeid in het huis van een van de sebomenoi, naast de synagoge. Een plek die een uitdaging vormt voor de joden en een uitnodiging is voor de randbewoners (Stählin). Nota bene: Synagoge en Messiasbelijdende huisgemeente naast elkaar! Men stelle zich voor ogen wat dat in die conflictueuze sfeer betekent. Het gaat op het scherp van de snede in de confrontatie van het evangelie met IsraëI. De ergernis aan een lijdende Messias betekent afwijzing. Daaruit te concluderen dat Lucas Israël definitief afschrijft, lijkt me niet gewettigd. Er is ondanks de breuk sprake van grensverkeer. De leider van de synagoge komt tot geloof en laat zich met zijn huis dopen.

In een nachtelijke verschijning bemoedigt de Heer Paulus. In het ‘Ik ben met u’ klinkt de Naam JHWH door. De woorden herinneren aan de beloften van Exodus 3:12 voor het verdrukte volk Israël in Egypte (vgl. ook Joz. 7:5,9) en aan de profetenwoorden uit Jesaja 41:10 en 43:5 aan het adres van het volk in ballingschap. De Israëliet Paulus wordt getroost met de belofte van de trouw van de God van Israël jegens zijn volk. Hij heeft in Korinte veel volk. Laos is in het Oude Testament de aanduiding voor Israël als volk van Gods verbond. De grenzen worden opengebroken naar de volkenwereld (vgl. 15:14), maar Israël wordt niet afgeschreven.

God handhaaft de heilshistorische voorrangspositie van Israël (vgl. 3:26). De klop op de deur van de synagoge blijft tot in Handelingen 28 hoorbaar. Israëls verharding opent de weg voor het evangelie naar de volken (vgl. Rom. 1 1).

Aanwijzingen voor de prediking

Een christelijke (huis)gemeente naast de synagoge… Wat betekent dat vandaag? Het luistert nauw hoe we in een preek over deze perikoop de relatie van de christelijke gemeente tot Israël ter sprake brengen. Een eeuwenlange anti-judaïstische uitleg van woorden als Handelingen 18:6 moet ons behoedzaam maken.

Anderzijds bewijzen we het gesprek met Israël geen dienst als we de ergernis van het evangelie van het kruis verzwijgen. Voor mij is een belangrijk hermeneutisch gegeven dat we als christelijke gemeente in de spiegel van Israëls verzet ons eigen beeld aanschouwen. We kunnen alleen in vrees en beven (Rom. 11:20) over de weg van God met Israël, de oudste broeder in het verbond spreken.

  • We doen er goed aan de gekozen kerntekst te plaatsen in het geheel van het verhaal en dat verhaal ook te vertellen. De Korintische situatie is herkenbaar: een stad, waar economie, handel, genot en vertier de toon aangeven. De ‘secular city’, multicultureel en multireligieus. Vaak afgeschreven gebied. Maar God heeft de steden lief, moet bisschop Ignatius eens gezegd hebben. Hij is een God van mensen.

  • Het is een zegen als God je in zo’n wereld in contact brengt met mensen die willen delen in de vreugden en zorgen van het apostolaat.

  • De kerk deelt in de aan Israël geschonken verwachting, getuige de Schriften. Maar de gemeente leest de Schriften in het licht van de vervulling in kruis en opstanding. Daarom staat het gesprek op scherp en is het bepaald niet vrijblijvend. ‘Waar we in contact komen met het evangelie gaat het er om dat we tot geloof komen!

  • Het joodse ‘nee’ tegen een gekruisigde Messias is geen reden tot een hoogmoedig superieur oordeel. Integendeel, we herkennen het als onze eigen aanvechting. Immers ondanks kruis en opstanding is de wereld nog niet verlost. Het evangelie van de Messias Jezus staat altijd weer haaks op onze dromen val verlossing en vrede.

  • Afwijzing van het evangelie is geen onschuldige zaak. De profetische handelwijze van Paulus is een vraag aan ons adres. En tegelijk een indringende waarschuwing. Je kunt niet straffeloos nee blijven zeggen.

  • Toch overwint de genade. De Heer heeft veel volk in Korinte, in deze wereld. Een schare die niemand tellen kan (vgl. Gen. 12:3). In het missionaire werk mogen we inzamelen wat van de Here Jezus is. Daarom kunnen we doorgaan en behoeven we niet te berusten in sprakeloosheid.

  • Naast het huis van de kerk is er de synagoge. Er lijkt een blinde muur tussen te staan, die in een proces van eeuwenlange vervreemding en vijandschap, vooral ook van de kant van de christenheid, is opgericht. Maar er blijkt toch grensverkeer te zijn. Toen en vandaag. De ontmoeting staat onder een belofte. Want de Heer van Handelingen 18 is de God van Israël.

Liturgische aanwijzingen

  • Psalm 87; 122 135

  • Gezang (LB) 7; 23; 38; 304

Literatuur

Zie over de plaats van Israël in Handelingen: H. Baarlink, ‘Lukas’, in: Vervulling en voleinding, Kampen 1984, 203-220.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken