André Groenendijk vertaalde Against the Machine/Tegen de machine van Paul Kingsnorth. Gedoopt in het anti-tech-universum van Kingsnorth reflecteert Groenendijk in dit essay op het ambacht van vertalen. Wie is de ideale vertaler als kunstmatige intelligentie dat niet is? En wat bedoelen we met ‘intelligentie’ als het gaat om vertalen?
Fulco Timmers maakt zich zorgen. Terwijl hij AI eerst nog zag als een geavanceerde rekenmachine, blijkt het niet alleen een reflectie te zijn van de verlangens en de wil van diens programmeurs. AI-systemen zijn niet deterministisch en hun gedrag is niet volledig vast te leggen. Het is daarom naïef om te veronderstellen, betoogt Fulco, dat de plannen van AI samenvallen met onze eigen plannen – zoals ook onze plannen niet op één lijn zaten met die van onze Schepper.
Denken in doelgroepen is alomtegenwoordig in allerlei sectoren, profit en non-profit. Doelgroepen in beeld hebben is nuttige basiskennis. Je moet weten wie je voor je hebt voor een doeltreffende aanpak. Ook als predikant heb ik daar wat van mee. Als ik ergens als gastvoorganger ga komen, vraag ik vooraf aan de contactpersoon: wie komen er zoal bij jullie in de kerk: hoogopgeleiden, ouderen, gezinnen, mensen van andere culturen, vluchtelingen? En wat voor strekkingen zijn er bij jullie vertegenwoordigd: reformatorischen, evangelischen, vrijzinnigen, midden-orthodoxie? Oh ja, ook kerkelijk hebben we véél “soorten mensen”. Daar wil je rekening mee houden, toch?