< Terug

Titus Brandsma’s benadering van waarheidsgetrouwe journalistiek en nepnieuws

Handreiking

Handreiking om teksten van Titus Brandsma te lezen en te overdenken. Titus Brandsma overleed in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van zijn inzet voor waarheidsgetrouwe journalistiek en zijn verzet tegen discriminatie.

Wie was Titus Brandsma?
Titus Brandsma werd geboren als Anno Sjoerd Brandsma in Oegeklooster, in Friesland. Hij trad in het karmelietenklooster in Boxmeer in (1898) en nam de naam Titus aan. Na zijn studie theologie en filosofie werd hij tot priester gewijd. In Rome promoveerde hij in de wijsbegeerte (1909) en hij werd aangesteld als docent filosofie aan het studiehuis van de karmelieten in Oss. Daarna werd hij benoemd tot hoogleraar aan de juist opgerichte Katholieke Universiteit Nijmegen met een brede opdracht in de wijsbegeerte en de Nederlandse mystiek. In het studiejaar 1932-1933 was hij rector magnificus aan deze Universiteit en sprak hij zijn beroemde diesrede Godsbegrip uit. Daarnaast was hij betrokken bij de katholieke emancipatie, ijverde hij voor persvrijheid en werd hij geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereniging (1935). Hij verzette zich tegen het verwijderen van joodse leerlingen van middelbare scholen en maakte een rondgang langs katholieke dagbladdirecteuren om het verbod tegen het opnemen van NSB-advertenties toe te lichten. Dit leidde tot zijn arrestatie (januari 1942). Via de Scheveningse gevangenis kwam hij in kamp Amersfoort, de strafgevangenis in Kleef en het concentratiekamp Dachau , waar hij – inmiddels sterk verzwakt – met een dodelijke injectie werd vermoord (26 juli 1942).

Op 15 mei wordt Titus Brandsma (1881-1942) heilig verklaard. Zijn heiligheid dankt hij mede aan zijn keuze voor een journalistiek die waarachtig is en trouw aan de werkelijkheid. Hij verzette zich tegen het nepnieuws van de Duitse bezetter dat het Nederlandse volk moest beïnvloeden. Hij had de moed de strijd voor een vrije pers aan te gaan en zette daarmee zijn leven op het spel. In zijn strijd toonde hij zich een voorbeeld. In deze Handreiking beschrijf ik zijn inzet en strijd aan de hand van enkele mystieke teksten van zijn hand. Daarin reik u een werkwijze voor een contemplatieve dialoog aan.

Titus Brandsma

Titus’ inzet voor waarheidsgetrouwe journalistiek

Titus Brandsma zette zich in voor een journalistiek die ernaar streefde de werkelijkheid zo getrouw mogelijk weer te geven. Hij keerde zich tegen de misleidende informatie van de NSB en verdedigde de persvrijheid in Nederland tegen de nazi’s. Toen de bezetters de Nederlandse pers dwongen advertenties van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op te nemen (eind 1941 en begin 1942), ging hij deze strijd aan. In nauw overleg met de aartsbisschop van Utrecht, Mgr. J. de Jong, bezocht Brandsma begin 1942 alle directies van katholieke dagbladen om hen ervan te overtuigen dat de NSB-advertenties principieel niet geplaatst konden worden. Zijn rondgang langs de kranten werd gezien als een daad van openlijk verzet. Voor dit ongewoon krachtdadige optreden lieten de Duitsers de geestelijke adviseur van de pers boeten. Een ‘gevaarlijke’ man noemde S.S.-Hauptführer Hardegen hem:

‘Brandsma en aartsbisschop De Jong zijn de drijvende krachten, die onze inspanningen om het Nederlandse volk door de pers in één richting te stuwen en te beïnvloeden, saboteren. De maatregelen van de Duitse autoriteiten worden door de ondermijnende arbeid van professor Brandsma op het terrein van de perspolitiek in belangrijke mate gestoord. Zijn activiteit heeft de bedoeling het aanzien van het Duitse Rijk en van het nationaal-socialisme in gevaar te brengen en de eenheid van het Nederlandse volk te ondergraven. Een langdurige gevangenschap van professor Brandsma schijnt het enige en noodzakelijk antwoord hierop te zijn.’

Titus Brandsma werd gevangen genomen en uiteindelijk afgevoerd naar concentratiekamp Dachau. Daar stierf hij op 16 juli 1942 als gevolg van ontberingen, marteling en fysieke uitputting. Vanwege zijn verdediging van de persvrijheid werd hij in 1985 als martelaar zalig verklaard.

Dilemma: opkomen voor de waarheid of de waarheid verzwijgen

Vandaag de dag verkeren journalisten in tal van landen in soortgelijke situaties. Zij doen hun journalistiek werk vaak onder extreem moeilijke en gevaarlijke omstandigheden. Sommigen worden bedreigd, vervolgd, gevangen genomen, gemarteld en vermoord. Dit alles omdat zij geconfronteerd worden met hetzelfde dilemma als Titus Brandsma. Dit dilemma is heeft alles te maken met de tegenstelling tussen waarheid en leugen:

Ofwel: met gevaar voor eigen leven opkomen voor de waarheid, door onderdrukking, onrecht en geweld te ontmaskeren en bekend te maken.

Ofwel: de waarheid vertekenen door feiten achterhouden en kiezen voor de leugen: de werkelijkheid verzwijgen, dictatoren naar de mond te praten, gehoorzaam de politieke en militaire autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor onderdrukking en geweld volgen.

Om te overwegen

Herkent u het dilemma tussen het opkomen voor waarheid en de waarheid vertekenen en verzwijgen? Door welke waarden laat u zich bepalen bij het maken van deze keuze?

Brandsma zette zich in voor persvrijheid.
(beeld: Michael J. M. Lang, Pixabay)

Bewogen door het gelaat van de ander

Het welzijn van mensen en kinderen in nood ging Titus Brandsma ter harte. Hij was onverzettelijk toen de nazi’s discriminerende maatregelen namen tegen de joodse leerlingen die werden geweerd van de middelbare scholen. In zijn toespraak Heldhaftigheid hield hij een pleidooi voor menswaardigheid. Hij riep zijn zusters en broeders op zich te laten raken door de nood van de ander. Hij deed een beroep op de persoonlijke betrokkenheid die het karakter heeft van een ontmoeting:

Gewoon helpen
‘Je moet je broeder helpen. Zonder dralen. Zonder dubbelzinnigheid.
Je moet het gelaat van Christus in hem eren.
Achter al de verborgenheden van grootsteedse nood,
achter al de wildheid van grootsteedse decadentie,
achter al de waanzin van deze heidense steden staat,
het allerdiepst, toch het beeld van de Heer.
Lichtend, gebiedend, vervullend.
Kniel neer voor het gelaat van God in je broeder.
Ben ik hoeder van mijn broeder?
Ik ken hem toch niet. Ik heb geen contact met hem …
Ja, je bent de hoeder van je broeder. Schep contact.
Christenen reiken elkaar de hand en pakken aan … Charitas.
Niet vragen. Niet omzien.
Niet oordelen. Gewoon helpen.’

Uit: Heldhaftigheid 1935

Dilemma: opkomen voor de broeder en zuster of hen negeren

In dit fragment komt de bewogenheid van Titus Brandsma voor zijn zusters en broeders tot uitdrukking. Zijn bewogenheid wordt opgeroepen door het gelaat van de ander. Daar kunnen we niet omheen. Dit roept associaties op met het gedachtegoed van de filosoof Levinas:

‘Als de ander tegenover je staat en iets van je vraagt, dan kun je de verantwoordelijkheid voor die vraag niet ontlopen.’

Wanneer we niet ingaan op dit appèl, handelen we niet menswaardig. In de woorden van Titus Brandsma: heldhaftig. In zijn heldhaftigheid bleef hij in medemensen Gods gelaat zoeken om hen welwillend tegemoet te komen.

Om te overwegen

Kent u de ervaring dat het gelaat van de ander zich aan u toont? Welk beroep deed dit gelaat op u? Hoe bent u in beweging gekomen?
Kent u de ervaring dat u een ander bent ontlopen? Wat heeft u deze keuze doen maken? Hoe ben u tot dit handelen gekomen?

Gewoon helpen.
(beeld: madsmith33, Pixabay)

Mystieke bron

Aan het handelen van Titus Brandsma lag zijn fundamentele relatie met God ten grondslag. Dat was de Bron van waaruit hij leefde en handelde. Dit goddelijke geheim ging hem zeer ter harte. Hij maakte zich zorgen over onze cultuur. Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen zich van de Bron afkeren? Deze vraag hield hem intens bezig. Hij zocht het antwoord in de mystieke traditie: de goddelijke bron waaruit alle leven voortvloeit. Vanuit deze Bron kan ieder van ons leven.

Over zijn persoonlijke relatie met God schreef Titus Brandsma in het dagblad De Gelderlander:

‘In het diepst van ons wezen komen wij aan bij de werking van God, waardoor Hij ons in stand houdt en wij door Hem worden geleid en gericht. Tot die diepste oorsprong moeten we gaan om in God onszelf terug te vinden. Daar in het binnenste van onze ziel komen we op de grond, waarin ons wezen zijn wortels heeft. Op die grond, die niets anders is dan de erkenning van ons met God verbonden zijn, moeten wij leven. Daar is ons vaderland, daar komen wij in  het rijk van God dat ons is toegezegd en waartoe wij zijn uitgenodigd, waar God ons een plaats heeft bereid, reeds hier op aarde. In het meest innerlijke van onze geest moeten wij God aanbidden, met Hem spreken, onszelf met God verenigen, onszelf in God verliezen en doen opgaan om ons wezen geheel naar God te hervormen en te herbeelden, geheel in overeenstemming met Gods beeld van ons. Daarbij moeten we ons stellen in Gods hand, omdat Hij meer dan wijzelf het hervormingswerk in ons kan verrichten.’

Fragment uit: De Gelderlander, mei 1939

Om bij stil te staan

In dit fragment spreekt Titus Brandsma over ons bewustzijn van ons diepste wezen, het besef wie wij zijn in relatie met God. In deze relatie komt God ons tegemoet waarbij wij zijn werking ondergaan. Dit gebeurt in het diepst van ons wezen. Hier vinden wij onze diepste identiteit: wie wij zijn in Gods ogen.

Contemplatieve dialoog

Hier volgt een leeswijze van deze mystieke tekst die gebaseerd is op de contemplatieve dialoog uit de monastieke traditie. Deze leeswijze is bedoeld voor persoonlijke bezinning en een bezinning in een groep. In mijn beschrijving ga ik uit van een groepsbijeenkomst.

Methode van de contemplatieve dialoog:
We lezen de tekst op een beschouwende, luisterende manier (dus niet om argumenten uit te wisselen, gelijk te krijgen, of meningsverschillen uit te diepen).
We volgen de innerlijke dynamiek van de tekst, en verwoorden hoe een enkele zin erin ons raakt, en hoe dat aansluit bij ons eigen leven.
We luisteren met respect naar de manier waarop de tekst ánderen raakt, en verrijken daarmee ons eigen inzicht en onze beleving. We durven ons eigen geestelijke leven onder woorden te brengen.
Iedereen is vrij, vrij om met anderen iets persoonlijks te delen, en vrij om niet te delen. Vrij om te spreken en vrij om te zwijgen, al naar gelang het uitkomt of opkomt. Alle manieren van deelname, ook de zwijgende, worden beschouwd als actieve deelname.

Werkwijze van de contemplatieve dialoog:
De tekst wordt hardop voorgelezen.
We herlezen en overwegen de tekst in stilte gedurende tenminste vijf minuten, onderstrepen eventueel de voor ons belangrijkste woorden of zinnen.
Voor iedereen is er gelegenheid om uit te spreken wat hem of haar in de tekst persoonlijk heeft geraakt of bezig heeft gehouden. De anderen luisteren actief en stellen geen vragen.
Dan is er opnieuw stilte.
In een tweede ronde kunnen we uitspreken wat ons trof in wat anderen zeiden.

In de nabijheid van Jezus

Tot slot reik ik u het gedicht aan dat Titus Brandsma in de gevangenis van Scheveningen schreef (12-13 februari 1942), u kent het vast wel. In zijn cel had hij een soort altaar gemaakt van een kleine klaptafel tegen de muur. Daarop lag de afbeelding van de gekruisigde Christus. Via deze afbeelding kwam Christus hem tegemoet met zijn liefde. Deze genade gaf Titus de ervaring dat God hem in zijn gevangenschap nabij was:

‘O, Jezus, als ik U aanschouw,
dan leeft weer, dat ik van U houd
en dat ook Uw hart mij bemint,
nog wel als Uw bijzondere vriend.

Al vraagt mij dat meer lijdensmoed,
och, alle lijden is mij goed,
omdat ik daardoor aan U gelijk
en dit de weg is naar Uw Rijk.

Ik ben gelukkig in mijn leed,
omdat ik het geen leed meer weet,
maar ’t alleruitverkorenst lot,
dat mij vereent met U, o God.

O, laat mij hier maar stil alleen,
het kil en koud zijn om mij heen,
en laat geen mensen bij mij toe:
’t alleen zijn word ik hier niet moe.

Want Gij, o Jezus, zijt bij mij.
Ik was U nimmer zo nabij.
Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet,
Uw bijzijn maakt mij alles goed.

Kitty Bouwman is hoofdredacteur van Herademing. Ze is onderzoeker en docent spiritualiteitstudies, gelieerd aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Ze heeft een praktijk voor geestelijke begeleiding en werkt als geestelijk verzorger in de Hartekamp Groep.

Literatuur

Joan Hemels, ‘Als het goed maar gebeurt’; Titus Brandsma, Adviseur in vrijheid en verzet. Kampen, 2008.

Chistoph Lüthy e.a. (red.). Titus Brandma, van held tot heilige. Faculteit der Filosofie, Baarn: Theologie en Religiewetenschappen, Radboud Universiteit, 2021. www.titusbrandsmateksten.nl

< Terug