< Terug

Tomas apostel

Spoorzoeken in de traditie

Wie op speurtocht gaat naar plaatsen en gebruiken verbonden met de heilige apostel Tomas, moet ver reizen en veel lezen. Zijn feestdag is verplaatst van 21 december naar 3 juli, een verschuiving waar volksgebruiken moeilijk tegen kunnen. Maar onverwacht treedt hij op bij het ontslapen van de heilige maagd Maria, waar hij, de ongelovige apostel, de andere apostelen voorgaat in geloof. Gelukkig zijn daarvan nog vele relieken, verspreid van India tot Maastricht.

Het is 21 december, het feest van Sint Thomas, anno 1935. De vader komt thuis na een dag lang werken, maar vindt de voordeur gebarricadeerd. Door de deur heen hoort hij gestommel en gegniffel van kinderen. O ja, denkt hij nog, het is weer Sint Thomas. Dan volgt de vraag, zoals ieder jaar op deze dag: ‘Thomas, wat belooft gij?’ De goede man moet wel met iets overtuigends komen, anders zal de deur gesloten blijven en is hij gedwongen de nacht door te brengen op straat. Nu heeft deze vader – mijn grootvader – een groothandel in snoepen suikerwaren; voor hem is het niet zo moeilijk om iets lekkers te beloven. De schavuiten van kinderen, mijn moeder en haar broertjes en grote zus, vallen er ieder jaar weer voor. De vader mag naar binnen. Mijn moeder noemt het Thomassen, dit gebruik om een volwassene buiten te sluiten. Het wordt ook wel sluiterkensdag genoemd.

Niets is dodelijker voor het voortbestaan van volksgebruiken dan het verplaatsen van een feestdag op de kalender. Bij de hervorming van de heiligenkalender in 1969 is het feest van Tomas Apostel verplaatst van 21 december naar 3 juli. Hoe verantwoord deze verplaatsing theologisch ook zal zijn, vanuit het perspectief van de volksgebruiken is een dergelijke verschuiving rampzalig. Veel tradities die bij het feest van Sint Tomas horen zijn eigenlijk onderdeel van de kerstcyclus. 21 december is immers ook midwinter, het begin van de Yuletide (Engels) of in het Duits de Rauhnächte. Thema’s ontleend aan midwinter, het terugkeren van het licht, kerst en jaarwisseling hebben dan ook de overhand in de volksgebruiken voor Sint Tomas. Dat is merkbaar in de traditie van het Sint-Thomasluiden, een traditie die nog leeft in Katlijk en Oudehorne, twee dorpjes in Friesland. Vanaf 21 december tot 1 januari wordt liefst doorlopend een vrijstaande klok geluid. Lawaai maken in de midwinterperiode of joeltijd geldt als een manier om boze geesten af te schrikken; we kennen dit nog in de vorm van vuurwerk afsteken in de oudejaarsnacht.

Ook deze traditie heeft met de apostel Tomas weinig te maken. Tomas is geen belangrijke heilige in Europa. Er zijn geen bedevaartsplaatsen voor hem in Nederland en weinig in West-Europa. Als men al een heilige Tomas tegenkomt, dan betreft het eerder Thomas Becket (meer bekend als Thomas van Canterbury) die ook populair is in Normandië, of Thomas van Aquino. Maar we komen Tomas tegen op een onverwachte plaats in de legende van de ontslapenis van Maria. Volgens oude legenden sterft Maria, de moeder van Jezus, niet dezelfde dood als andere stervelingen. Als haar tijd daar is, wordt Maria rechtstreeks opgenomen ten hemel. Soms door haar zoon, soms door engelen gedragen. In een klein zijlijntje van deze legende, de transitu-mariae-legenden genoemd, komt Tomas de ongelovige op een onverwachte manier voor. Daarom eerst in grote lijn het verhaal van de legende.

'Tenhemelopneming van Maria', Palma Vecchio. Zij laat aan Tomas, die op de achtergrond komt aangesneld, haar gordel. (beeld onbekend)
‘Tenhemelopneming van Maria’, Palma Vecchio. Zij laat aan Tomas, die op de achtergrond komt aangesneld, haar gordel. (beeld onbekend)

Tomas en de tenhemelopneming van Maria

Na de dood en verrijzenis van haar zoon blijft Maria in Jeruzalem wonen. Iedere dag bezoekt ze het graf van haar zoon en bidt tot hem dat het gauw haar tijd mag zijn, zodat ze met haar zoon verenigd wordt. Maar het is haar tijd nog niet. Ze vervult een belangrijke rol als moeder van alle apostelen, die bij haar kind aan huis zijn. Zo gaan jaren voorbij. Dan, als Maria oud is, kondigt een engel haar aan dat haar grote wens in vervulling zal gaan. Terwijl Maria zich klaarmaakt voor de hereniging met haar geliefde zoon, stuurt de engel alle apostelen naar haar toe om afscheid van haar te kunnen nemen. Dat heeft wel wat voeten in de aarde, want de apostelen zijn immers verspreid over de hele wereld het evangelie gaan verkondigen. De apostelen die ver weg zijn, zoals Johannes in Efese, worden op een wolk naar Jeruzalem gevlogen. Jakobus is al gestorven en wordt even uit het graf gehaald zodat hij alsnog Maria’s ontslapen kan meemaken. Zo zijn alle apostelen verzameld rondom Maria, samen met Maria Magdalena en een groep maagden.

Alle twaalf apostelen? Nee, één is er niet bij: het is Tomas, de ongelovige. Weer is hij te laat, net als die andere keer, toen Jezus voor het eerst aan de apostelen verscheen na zijn dood. Tomas is dan ook misschien wel het verst weg van alle apostelen: hij moet helemaal uit India komen waar hij het evangelie is gaan verkondigen. Maria kondigt aan dat ze sterven gaat. De apostelen treuren om haar verscheiden, en brengen haar naar een nieuw graf op de Olijfberg in de buurt van het graf van haar zoon.

Als Tomas zich dan een dag later meldt, vertellen de andere apostelen hem dat Maria dood en begraven is. ‘Weten jullie zeker dat ze daar ligt?’, vraagt Tomas. En alsof het een herhaling is van het eerdere verhaal, zo pushen de andere apostelen hem: wees niet opnieuw zo dom om niet te geloven wat wij hebben gezien.

Op aandringen van Tomas gaan de apostelen toch naar het graf van Maria om het te openen. En – o, wonder – daarin vinden zij niet het lichaam van Maria, maar de zoete geur van bloemen komt hen tegemoet. Maria zelf is naar de hemel. En Tomas kan het weten, want hij kruiste haar in haar vlucht terwijl hij zelf op een wolk vanuit India naar Jeruzalem vloog. Als bewijs dat hij het niet verzonnen had, liet Tomas de andere apostelen de gordel van Maria zien, die zij op haar hemelreis nog snel afgegord had en voor hem laten vallen. Zo wordt recht gedaan aan de ongelovige Tomas, nu Tomas als eerste geloofde in de ten hemelopname van Maria, terwijl de andere apostelen eerst de gordel moesten zien voordat zij geloofden.

Een van de graven van Tomas. India. (beeld Mathen Payyappilly Palakkappilly)
Een van de graven van Tomas. India. (beeld Mathen Payyappilly Palakkappilly)

Verschillende varianten

De vele varianten van deze legende maken het ingewikkeld om de historie ervan goed in beeld te krijgen. Stephen J. Shoemaker schreef een studie over de vroegste dormitio-legendes waarin hij aantoont dat er drie grote tradities zijn: een Koptische verzameling, een Syrische en een Griekse lijn van legendes. De Griekse legendes zijn mogelijk de oudste, mogelijk vierde eeuw (Shoemaker vindt de argumentatie niet overtuigend dat het tweede-eeuws zou zijn). De Syrische en de Koptische traditie van legendes kan niet vroeger gedateerd worden dan de vijfde of zesde eeuw.

De oudste Latijnse legende is een vertaling en bewerking van de Griekse legende over de dormitio van Maria. Deze Latijnse dormitio wordt toegeschreven aan Melito van Sardes, een bisschop uit de tweede eeuw van wie men zegt dat hij een rechtstreekse leerling van Johannes de evangelist was. Zo wordt de authenticiteit van de overlevering rechtstreeks van Johannes gesuggereerd. In werkelijkheid is dit document niet eerder bekend dan eind vijfde, mogelijk zesde eeuw. Het is op basis van deze legende dat Jacobus de Voragine in de Legenda Aurea het verhaal van Tomas opnieuw beschrijft. En via deze Legenda Aurea is de legende bekend geworden in het Westen.

Op zoek naar de verering van de apostel Tomas ben ik het spoor gaan volgen van de relieken van Tomas en van de reliek van de gordel van de Maagd Maria. Het eerste spoor betreft de verspreiding van de relieken van de apostel Tomas zelf. Daarna kijken we naar de weg die de gordel van Maria heeft afgelegd in de geschiedenis.

Relieken van Tomas Apostel

Volgens de Syrische traditie stierf Tomas de marteldood op 3 juli van het jaar 72 na Christus. Oorspronkelijk is 3 juli zijn feestdag geweest, zo staat het ook in het martyrologium van Hiëronymus (vijfde eeuw). Pas in de negende eeuw is het feest van Tomas in het Westen op 21 december terecht gekomen. In de Oosters-Orthodoxe kerk werd het 10 oktober. De hervorming van de liturgische kalender in 1969 heeft de feestdag dus teruggeplaatst naar de meer oorspronkelijke feestdag 3 juli. Ongetwijfeld is deze verplaatsing ingegeven door de wens om de viering van deze belangrijke apostel uit de schaduw van de kerstcyclus te halen en meer eigen ruimte te geven.

De geschiedenis van de relieken van Tomas is verweven met de geschiedenis van het Midden-Oosten. Tomas zou immers op weg naar India door Syrië en het huidige Irak zijn gekomen. Volgens de Thomaschristenen van India ligt Tomas begraven in de Basiliek van Sint Tomas in Mylapore, Zuid-India. Maar de Syrische christenen zijn daar niet zeker van. Volgens Efrem de Syriër (306-373) werd zijn lichaam na zijn dood overgebracht naar Edessa om daar begraven te worden, zo dicht hij in een hymne over de dood van Tomas. Ook Egeria beschrijft in de vierde eeuw dat zij op haar pelgrimsreis in Edessa het graf van de heilige Tomas bezocht. Lange tijd is Edessa, centrum voor de Syrische christenen, de meest gezaghebbende plaats voor de relieken van Tomas. Wanneer in 1146 de kruisvaarders verjaagd worden door de Turken, nemen zij de relieken van de heilige Tomas mee naar het Westen. Eerst vonden de relieken een veilige plek op het Griekse eiland Chios. Daarna raakten zij verspreid. De schedel van de heilige Tomas ligt in het klooster van Johannes de evangelist op Patmos. Een deel van de relieken is in 1258 naar Ortona in Italië verhuisd, naar wat nu de kathedraal van Sint Tomas apostel is. Ortona viert haar patroonheilige San Tomasso sinds 1479 met een festivalweekend in het eerste weekend van mei, rond de datum van de translatie (overbrenging) van de relieken van Sint Tomas.

Relieken van de apostel Tomas zijn verspreid geraakt over de hele wereld. Vooral zijn rechterhand en vingers waren populair, want zij zouden immers de wond van Jezus na de verrijzenis aangeraakt hebben. Zo zijn er in Mosul, Irak, relieken gevonden van de vingerbotjes van Sint Tomas. In Mosul staat al sinds 770 een Sint-Tomaskerk, gebouwd op de plaats van een huis waar Sint Tomas gewoond zou hebben. De relieken werden in 1964 teruggevonden tijdens restauratiewerkzaamheden. Recent werden deze relieken overgebracht naar het Mattheusklooster in de bergen. Tijdens de bezetting van Mosul door IS-strijders werd de kerk namelijk zwaar beschadigd en later door IS-strijders als gevangenis in gebruik genomen, onder andere voor Yezidi vrouwen die mogelijk als seksslavinnen moesten dienen voor de strijders. In 2014 zijn de relieken in een plechtige translatieliturgie in het klooster overgebracht door de Syrische aartsbisschop van Mosul en de aartsbisschop van Nineve waar het klooster onder valt. Hoewel IS alweer enkele jaren verdreven is uit Mosul, ligt de Tomaskerk er als een ruïne bij en verblijven de relieken nog steeds in het Mattheusklooster van Nineve.

Gordel van de Maagd Maria

De tweede lijn verbonden met de apostel Tomas is de cultus van de reliek van de gordel van Maria. Zoals wel vaker claimen ook hier verschillende kerken de originele gordel te bezitten, en daarnaast zijn er ook nog kerken die een fragment van de gordel van Maria bezitten.

Maria heeft de gordel zelf gemaakt van kameelhaar, zegt de Syrische traditie, zoals dat gebruikelijk was in de eerste eeuw. De gordel komt voor het eerst in beeld eind vierde eeuw, wanneer keizer Arcadius (keizer van het Byzantijnse Rijk van 395 tot 408) de gordel cadeau krijgt en hem naar Constantinopel brengt. Volgens deze overlevering zou de gordel al die eeuwen in Jeruzalem zijn gebleven. De heilige gordel werd bewaard in de kerk van Chalcoprateia, Constantinopel. In de veertiende eeuw is hij aan het Griekse Vatopediklooster in het Athosgebergte geschonken, waar hij nog steeds bewaard wordt. Maar kleine delen van de gordel zijn doorgegeven als cadeau en verspreid geraakt over West-Europa. In 2011 is de heilige gordel op tournee geweest in Rusland, waar duizenden gelovigen de gordel even konden zien.

Volgens de Syrische kerk werd de gordel helemaal niet in Jeruzalem bewaard, maar nam Tomas hem mee op zijn reizen naar India. Hij zou liggen in de Jacobitisch Syrisch-Orthodoxe kathedraal Mettuguda van Secundurabad in India. Een andere traditie vertelt dat de gordel samen met de kist van Tomas in 394 naar Uraha in het huidige Turkije verplaatst werd om hem te bewaren voor vervolgingen, en vandaar naar Homs, waar men een Onze-Lieve-Vrouwe-gordelkerk heeft. Men verloor de gordel uit het oog. In 1953 werd de gordel gevonden in een pot die verborgen was in een altaarsteen. Dit altaar was in de negentiende eeuw uit Homs naar Turkije gebracht omdat de Onze-Lieve-Vrouwe-gordelkerk in Homs verbouwd werd. De gordel is weer teruggebracht naar Homs. Ieder jaar in september op de laatste dag van de achtdaagse vasten voor Maria wordt de heilige gordel getoond. In West-Europa is de bekendste gordel van Maria de sacra cintola in de Italiaanse stad Prato. De sacra cintola is niet van kameelhaar zoals de oosterse varianten, maar bestaat uit een dunne strook van fijn geitenhaar, zo’n 87 centimeter lang. Tomas had, voordat hij naar Indië vertrok, de heilige gordel toevertrouwd aan een orthodoxe priester in Jeruzalem. Eeuwen later trouwde de dochter van koopman Michele Dagomari die in Jeruzalem woonde, met een priester. Deze orthodoxe priester had de heilige gordel geërfd en gaf hem als bruidsschat aan zijn vrouw, de dochter van de koopman. Toen Dagomari weer naar Prato verhuisde, nam hij de gordel mee. Bij zijn dood in 1173 schonk hij de gordel aan de kerk van Prato. Vijfmaal per jaar wordt de sacra cintola getoond aan het publiek: op de feestdag van Maria Tenhemelopneming, met Kerstmis en met Pasen, en op 1 mei en 8 september, het feest van de geboorte van de Maagd Maria. Vooral de ‘ostentazione’ op 8 september is belangrijk voor de inwoners van Prato, belangrijker nog dan die van 15 augustus, Maria Tenhemelopneming. Steeds waar men de gordel bewaart, wordt ook het verhaal van de gelovige Tomas verteld of verbeeld. Maar vanzelfsprekend staat de gordel zelf meer in de belangstelling dan de apostel.

Maastricht

Ligt India of Homs niet binnen de mogelijkheden en wil je toch de gordel van Maria zien? Dan kun je hem opzoeken in de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht. In 1286 wordt voor het eerst melding gemaakt van de reliek van de gordel van Maria. Hoe deze gordel in Maastricht terecht gekomen is, is niet bekend. Het betreft een deel van een gordel, mogelijk van dezelfde gordel waarvan een ander deel in de dom van Aken ligt. Deze gordel is van textiel gemaakt. De reliek leidt een onzichtbaar bestaan in de schaduw van het genadebeeld van Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee, dat sinds de negentiende eeuw alle andere vormen van devotie voor Maria verdrongen heeft in Maastricht en wijde omgeving.

Als je dan toch in Maastricht bent, kun je in de concurrent van de Onze Lieve Vrouwebasiliek de reliek van de arm van de heilige Tomas bewonderen. Van deze reliek wordt gezegd dat hij omstreeks 1100 door Godfried van Bouillon uit Edessa zou zijn meegenomen na de eerste kruistocht. Historische gegevens gaan evenwel niet verder terug dan de 14e eeuw. De zogenoemde ‘Thomasarm’ wordt bewaard in de Sint-Servaasbasiliek. In de middeleeuwen toen de heiligdomsvaart van de Sint-Servaas en die van de Onze-Lieve-Vrouw elkaar beconcurreerden, zullen de beide relieken zelden samen te zien zijn geweest. Vandaag de dag zijn beide relieken onderdeel van de heiligdomsvaart die iedere zeven jaar gehouden wordt. Een mooie manier om Tomas en zijn wonderen samen te zien.

Marian Geurtsen is theologe en heeft zich gespecialiseerd in liturgie en rituelen.

Literatuur

Stephen J. Shoemaker, The Ancient Traditions of the Virgin Mary’s Dormition and Assumption. (Oxford: Oxford Early Christian Studies, 2003).


< Terug