< Terug

Tomas

Ten geleide

‘Hoe kunnen we de weg weten?’ Dit citaat uit Johannes 14,5 is een toepasselijke openingszin aangezien het een uitspraak betreft van de enigmatische figuur die in dit nummer van Schrift centraal staat: de apostel Tomas.

'De ongelovige Tomas', Caravaggio (1601-1602) (beeld Sanssouci, Potsdam)
‘De ongelovige Tomas’, Caravaggio (1601-1602). (beeld Sanssouci, Potsdam)

De vraag is ook onverhoopt relevant omdat we met Schrift in de toekomst een nieuwe weg zullen inslaan, waarvan we nog niet precies weten hoe die eruit zal zien. Zoals onze hoofdredacteur Klaas Spronk uitlegt in zijn redactionele bijdrage, gaat Schrift mee in de vaart der volkeren en die volkeren tonen vandaag de dag steeds minder interesse in reguliere tijdschriften en spenderen steeds meer tijd op het internet. Ook onze toekomst wordt daarom digitaal. Hoe dat er precies uit gaat zien voor ons geliefde tijdschrift en voor u als abonnee, daarover zal in de zeer nabije toekomst meer duidelijkheid komen. Schrift gaat in ieder geval door. Tomas’ eerdere uitspraak in het Johannesevangelie ‘laten ook wij gaan opdat wij zullen sterven’ (Johannes 11,16) is voorlopig gelukkig niet van toepassing op Schrift.

De hoofdpersoon van dit nummer is in de loop der eeuwen een zeer invloedrijk figuur gebleken. Dat is een opvallende prestatie voor een figuur die in de oudste christelijke bronnen nauwelijks een rol van betekenis heeft. In dit nummer kijken we naar de fascinerende tradities rondom Tomas binnen en buiten de canon van het Nieuwe Testament en proberen we antwoorden te vinden op de vraag wie Tomas nu eigenlijk was en waarom hij zo’n bekende christelijke naam is geworden. Alhoewel het niet zo gepland was, is Tomas wellicht bij uitstek een geschikte figuur om op dit punt in de geschiedenis van Schrift te bespreken. Als geen ander belichaamt hij namelijk ambiguïteit, twijfel en onzekerheid. Veel is onduidelijk met betrekking tot Tomas. Het eerste artikel, van de hand van ondergetekende, gaat hier nader op in en biedt in vogelvlucht een overzicht van de verschillende teksten en tradities met betrekking tot Tomas die uit de oudheid bewaard zijn gebleven. We zullen zien dat de afwezigheid van Tomas in het prille begin ruimschoots goedgemaakt werd in de daaropvolgende decennia en eeuwen. Voor sommige christenen werd Tomas zelfs de belangrijkste apostel van allemaal.

Wellicht de oudste tekst waarin Tomas een enigszins belangrijke rol speelt is het Johannesevangelie. Gerard van Broekhuizen staat in zijn bijdrage stil bij de manier waarop Tomas in dit evangelie wordt weergegeven en met name bij de passage tegen het einde van het evangelie waarmee hij de bijnaam ‘ongelovige Tomas’ verdiende. Dat is ten onrechte, zo betoogt Van Broekhuizen, die Tomas niet als een ongelovige, maar eerder als een ‘dubbel’ figuur interpreteert. Dit artikel wordt gevolgd door een bespreking van een zeer belangwekkende tekst die qua datering het Evangelie van Johannes niet zoveel ontloopt, het Evangelie van Tomas, dat pas in de twintigste eeuw is herontdekt. Riemer Roukema gaat in zijn artikel in op twee cruciale vragen met betrekking tot dit document: (1) Hebben we te maken met een gnostisch geschrift? en (2) Gaan de uitspraken in deze tekst terug op de historische Jezus?

Tomas of Thomas?

Bijbelvertalingen geven de naam van de apostel verschillend weer. Zo heet hij in de (Herziene) Statenvertaling Thomas, maar in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is het Tomas. In het Grieks zijn er twee verschillende letters die als ‘t’ kunnen worden uitgesproken. De letter waarmee de naam van de apostel begint (de thèta) wordt vaak onderscheiden van de andere t-klank (de tau), door deze eerste meer als ‘th’ uit te spreken. Vandaar dus de weergave Thomas. In Schrift houden we om verwarring te voorkomen altijd de spelling aan van de NBV, de meest gebruikte vertaling in het Nederlands taalgebied. Onze Tomas heeft daarom geen ‘h’. Vanuit de Semitische achtergrond van deze naam valt overigens ook iets voor het weglaten van de ‘h’ te zeggen (zie het volgende artikel).

Er volgen twee artikelen over een andere buitenbijbelse tekst, de Handelingen van Tomas. Het eerste, van de hand van Karin Neutel, bespreekt de inhoud van dit vermakelijke document en wijst op verschillende parallellen, maar ook belangrijke verschillen met antieke romans, een genre dat in de periode dat de Handelingen van Tomas geschreven zijn nogal wat populariteit genoot. Ton Hilhorst kijkt vervolgens naar de lotgevallen van de Handelingen van Tomas in een latere periode middels een analyse van de verschillende versies waarin dit verhaal de ronde deed in het Latijnse westen. In diverse opzichten wijken deze versies af en Hilhorsts bespreking biedt een fascinerend inkijkje in de ideeën omtrent de apostel Tomas in het westen en de verschillende manieren waarop de legenden omtrent zijn persoon zich ontwikkelden.

Met het artikel van Frank Bosman keren we terug naar de scène uit Johannes 20 waarin Tomas zegt niet te geloven in Jezus’ opstanding, tenzij hij de wonden kan zien en aanraken. Interessant genoeg noemt de bijbelse tekst wel deze eis van Tomas, maar niet dat hij ook daadwerkelijk Jezus’ wonden aanraakte, laat staan hoe die aanraking dan precies in zijn werk ging. Met name vanaf de vijftiende eeuw was Tomas’ ‘bekering’ een geliefd onderwerp voor kunstenaars en Bosman laat zien welke keuzes Carravagio, Rubens, Carl Bloch en Tomas Ribble gemaakt hebben in hun weergaves van deze beroemde scène.

Ondanks zijn dubieuze status als ‘ongelovige Tomas’, is de apostel in kwestie een heilige volgens alle kerken die heiligen erkennen. Marian Geurtsen schrijft over de feestdag van de heilige Tomas apostel met de daarbij behorende tradities en gebruiken. Ze gaat ook in op de rol van Tomas in de traditie van de tenhemelopneming van Maria. Ten slotte brengt Geurtsen de intrigerende lotgevallen van de (vermeende) relieken van Tomas in kaart, een tocht die van Mosul tot Maastricht voert.

We sluiten het nummer af met het stuk van Klaas Spronk over de toekomst van Schrift waar ik in het begin al aan refereerde, gevolgd door een boekbespreking van zijn hand over de biografie van Frans de Liagre Böhl, een belangrijke wetenschapper op het gebied van de Assyriologie en de bijbelwetenschappen. Het naschrift is, zoals u gewend bent, van de hand van Gerard van Broekhuizen, die deze keer schrijft over een twaalfde-eeuws sculptuur van de apostelen, met daarbij uiteraard bijzondere aandacht voor Tomas.

Matthijs den Dulk is universitair docent Bronteksten jodendom en christendom aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

'De apostel Tomas', Peter Paul Rubens (1612-1613). (beeld Museo del Prado, Madrid)
‘De apostel Tomas’, Peter Paul Rubens (1612-1613). (beeld Museo del Prado, Madrid)

Inhoudsopgave

De apostel Tomas
Geschiedenis en legende
Matthijs den Dulk

De gelovige Tomas
Tomas in het Johannesevangelie
Gerard van Broekhuizen

Het Evangelie van Tomas in 75 jaar
Riemer Roukema

De Handelingen van Tomas
Kuisheid in en buiten het huwelijk
Karin Neutel

Tomas bij de Latijnen
Ton Hilhorst

De ongelovige Tomas
Verbazing en schaamte
Frank Bosman

Tomas apostel
Spoorzoeken in de traditie
Marian Geurtsen

Schrift gaat digitaal
Klaas Spronk

De Liagre Böhl – Bijbel en Babel
Boekbespreking
Klaas Spronk

Verder kijken met Tomas
Naschrift
Gerard van Broekhuizen


Tomas
Schrift 2021, nr. 4

< Terug