Bidden en vasten
Bij Matteüs 6,1-6.16-21
Verhaal
Het is krokusvakantie en Jort logeert bij opa en oma. Ze zitten aan tafel. Na het bidden vraagt Jort: ‘Opa, waarom bid jij elke keer voor het eten het Onze Vader? Het is steeds hetzelfde. Dat vind ik saai.’
‘Dat heb ik zo geleerd van mijn vader,’ zegt opa, ‘en die heeft het weer van zijn vader.’
‘Nou, als ik later opa ben,’ zegt Jort, ‘dan doe ik dat niet, hoor.’
‘Dat hoeft ook niet,’ zegt opa. ‘Je mag zelf je woorden kiezen.’
‘Wat zou jij willen bidden?’ vraagt oma.
‘Weet ik niet,’ zegt Jort.
‘Zullen we samen iets bedenken? Wat vond je fijn vandaag?’
‘Lang in mijn pyjama lopen en met opa een spelletje doen,’ zegt Jort.
‘Wat vond je lekker?’
‘Het gekookte eitje.’
‘En zijn er mensen die ziek zijn, of kinderen die verdriet hebben?’
Jort vertelt over zijn klas: dat Linde haar ouders gaan scheiden, dat Daan zijn arm heeft gebroken en dat de hond van Jasper is doodgegaan.
‘Dan kunnen we voor hen bidden,’ zegt opa. Hij vouwt zijn handen en bidt: ‘Dank U, Heer, voor het eten. En we vinden het fijn dat Jort bij ons logeert.’
‘Nu jij, Jort,’ fluistert opa.
Jort gaat verder: ‘Heer, ik eh… dank U voor mijn lieve opa en oma, en wilt U voor Linde zorgen en voor Daan met zijn gebroken arm en wilt U Jasper een nieuwe hond geven. Amen.’
‘Dat is een mooi gebed, Jort,’ zegt opa. ‘Dan kunnen we nu lekker gaan eten.’
Veertigdagentijd
Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de Veertigdagentijd. Dat is de tijd vóór Pasen. Het is een soort oefenperiode. Ook bidden kun je oefenen, net zoals Jort. Probeer maar. De Veertigdagentijd wordt ook wel vastentijd genoemd. Mensen eten dan minder en maken meer tijd om te bidden, om na te denken over hoe Jezus leefde en om goede dingen te doen. Jezus was veertig dagen in de woestijn, met heel weinig eten. Het was er eenzaam, maar bidden deed Hem goed.
Je kunt ook vasten door minder te snoepen of minder te gamen. Dan houd je tijd en geld over voor een goed doel. Hoe zou jij kunnen vasten, de komende veertig dagen?