Binnen, buiten
Het volledige Premium-artikel lezen?
Log in om verder te lezen.
Nog geen lid? Ontdek Theologie.nl Premium.
De 1e maand is gratis met actiecode PW202604.
Daarna € 11,99 per maand. Maandelijks opzegbaar.
Probeer nu.
Log in om verder te lezen.
Nog geen lid? Ontdek Theologie.nl Premium.
De 1e maand is gratis met actiecode PW202604.
Daarna € 11,99 per maand. Maandelijks opzegbaar.
Probeer nu.
De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.
“Wij zijn een open kerk….” Het is één van de meest voorkomende openingszinnen op kerkelijke websites en in vacatureteksten voor het zoeken van een nieuwe predikant. Dit is hoe de meeste kerken zichzelf willen zien of op z’n minst willen presenteren. De hamvraag is: hoe open zijn we echt? Die zullen anderen voor ons het beste kunnen beantwoorden…
Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.