< Terug

De maagd die zwanger wordt

Wat is de theologische betekenis van die zin uit de apostolische geloofsbelijdenis: geboren uit de maagd Maria? Arnold Huijgen legt verband met Matteüs’ verwijzing naar Jesaja: het gaat niet in de eerste plaats om maagdelijkheid.

Naast Pontius Pilatus is Maria de enige mens die in de apostolische geloofsbelijdenis genoemd wordt. De oorspronkelijke bedoeling waarmee beide namen werden opgenomen, is waarschijnlijk antidocetisch. In de vroege kerk draaide de strijd immers om de vraag of Jezus wel echt mens was. Hij is echt geboren uit de maagd Maria en zo is hij werkelijk een van ons. Dat is cruciaal voor de verlossing, immers: wat niet is aangenomen, is niet verlost (Gregorius van Nazianze; 329–389). Toch kan het lijken alsof Jezus’ geboorte uit de maagd Maria meer afstand tussen hem en ons aanduidt dan nabijheid. Behalve Jezus is er immers niemand geboren uit een maagd. Die maagdelijke geboorte heeft al heel wat discussiestof gegeven. Ze is ook veel bespot, als een biologische onmogelijkheid, als een stuk mythologie en als een onderdeel van de christelijke leer dat ook gemist kan worden. Van de weeromstuit gingen Amerikaanse fundamentalisten het leerstuk van de maagdelijke geboorte hanteren als de lakmoesproef om na te gaan of een theoloog wel orthodox mocht heten.

Matteüs’ geboortegeschiedenis draait meer om Jozef dan om Maria

Intussen werd de vraag naar de theologische zin en betekenis van de maagdelijke geboorte veel minder gesteld. In de geschiedenis van de kerk werd de maagdelijke geboorte verbonden aan een ideaal van het maagdelijke, ongetrouwde leven, toegewijd aan God. De bijbelse betekenis van de maagdelijke geboorte is gaandeweg onder het stof geraakt.

Teken van Gods trouw

De evangelist Matteüs spreekt er het meest uitgebreid over. Dat komt niet uit overdadige interesse voor Maria voort. Matteüs’ geboortegeschiedenis draait meer om Jozef dan om Maria: hij ontvangt dromen en hij handelt. Voor Matteüs is dat belangrijk omdat Jozef de Davidide, de afstammeling van David is, en dus de garant dat Jezus daadwerkelijk de zoon van David is. Dat Jozef het juridisch vaderschap accepteert door Jezus als zijn zoon te erkennen, is fundamenteel, zeker voor het Joodse lezerspubliek dat Matteüs voor ogen heeft.

In dat verband past Matteüs’ verwijzing naar het teken van de maagd die zwanger zal worden. De evangelist zet hier voor de eerste keer zijn geliefde middel van het vervullingscitaat in: ‘Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd.’ (Matteüs 1:22)

De context van de oudtestamentische tekst waar Matteüs naar verwijst, doet ertoe. In Jesaja 7 wordt de profeet naar koning Achaz van Juda gestuurd, die in het nauw zit omdat de twee buurvolken Israël en Aram hem samen aanvallen. Jesaja moet Achaz verkondigen dat hij niet bang hoeft te zijn, omdat de levende God aan zijn kant staat. Dat is een moeilijk te geloven boodschap en daarom mag Achaz een teken vragen aan God. Hij doet dat echter niet. Ten minste is dat een uiting van desinteresse, maar waarschijnlijk ook van ongeloof.

Daarom geeft God zelf een teken: een meisje zal zwanger worden en voordat haar zoon, die de naam Immanuël (God met ons) zal dragen, verstandige beslissingen weet te maken, zal het land van de twee agressors verlaten zijn. Het gaat hier dus om een teken van Gods trouw aan het huis van David door middel van verlossing uit een benauwde situatie.

Zoals bekend ging het bij Jesaja niet om een maagdelijke conceptie: het Hebreeuwse woord duidt niet per se op maagdelijkheid, maar enkel op een jonge vrouw. Zelfs als ze maagd geweest zou zijn vóór de daad die tot conceptie leidt, is dat niet het punt van het teken bij Jesaja. Matteüs doet enkele aanpassingen ten opzichte van de tekst bij Jesaja. Het opgroeien van het kind (bij Jesaja het moment waarop het teken duidelijk wordt) laat hij weg en hij haalt de maagdelijkheid van de jonge vrouw naar voren: die is op Maria van toepassing. Matteüs kan dat doen, omdat hij exact hetzelfde punt wil maken als Jesaja in zijn tijd: God toont zijn trouw aan Israël door op een cruciaal moment te verlossen.

Voorbereiding op het ongelooflijke

Het is wel bijzonder wrang dat in latere interpretaties in de loop van de kerkgeschiedenis maagdelijkheid tot een grootheid op zich werd en Gods trouw aan Israël buiten beeld raakte. Het draait immers om Jezus als zoon van David. Als de kerk vandaag belijdt ‘geboren uit de maagd Maria’, moet dat een uiting van de onopgeefbare verbondenheid met Israël zijn. We leven van het evangelie van de zoon van David; vandaar de geslachtslijst die Matteüs al geeft. Daarmee zijn we ver verwijderd van de romantiek die tegenwoordig vaak van kerst wordt gemaakt. God verlost, door de onmogelijkheid heen. Was Jesaja’s
teken in de tijd van Achaz wonderlijk en onwaarschijnlijk, de maagdelijke conceptie is ronduit onmogelijk en daarom een wonder. Het ontbreekt er nog maar aan dat doden worden opgewekt en het koninkrijk van God aanbreekt. Op dat ongelooflijke bereidt de maagdelijke geboorte al voor.

Ze stond aan de verkeerde kant van elke maatschappelijke scheidslijn

Volgens een traditie uit de vroege kerk was Jezus’ kruis van hetzelfde hout gemaakt als zijn kribbe. Dat is historisch natuurlijk hoogst onwaarschijnlijk, maar theologisch is het raak. Over de kribbe valt alleen iets zinnigs te zeggen in de schaduw van het kruis. Jezus is een geboren verlosser. Maria staat dus in de geloofsbelijdenis genoemd om het volle licht te laten vallen op Jezus Christus.

Dat heeft met achterstelling van haar niets te maken, integendeel. Zij wás achtergesteld, maar zij wordt in het evangelie juist naar voren gehaald. Maria stond aan de verkeerde kant van elke maatschappelijke scheidslijn in die tijd: ze was vrouw, jong en leefde in het perifere Nazareth. Maar anders dan haar contrastfiguur Zacharias (man, oud, priester in de tempel) gelooft zij het evangelie direct en voluit. De onaanzienlijke wordt rijk gezegend, en daar zingt ze dan ook van in haar lied: ‘heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.’ (Lucas 1:52)

Ik hoop dat met Kerstmis 2021 de bevrijdende kracht van het evangelie opnieuw tot klinken komt: voor Israël en de volken, voor vrouwen en mannen, voor armen en rijken. Zonder accent op de revolutionaire kracht van Gods genade wordt het evangelie al te burgerlijk en romantisch. Nu zelfs een maagd zwanger wordt en een zoon baart, is de vernieuwing van alle dingen voorgoed begonnen.

Arnold Huijgen is hoogleraar Systematische Theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij publiceerde onlangs het boek Maria: Icoon van genade.

< Terug