< Terug

De ontmoeting in het midden

Theologisch drieluik

Dit is deel 3 van een drieluik over kerk en vergrijzing, geschreven door Hans de Waal.

Delen ook over het 'grijze spiegelbeeld' (dl. 1) en nuance bij vergrijzing (dl. 2). Later verschijnt er een reactie op dit drieluik.

Hans de Waal

“De roeping van de kerk, en het beantwoorden van die roeping, gaan aan dit alles vooraf, en blijven als laatste over.”

Theologisch drieluik: kerk en vergrijzing (deel 3)

Als vergrijzing eenmaal op de agenda staat – niet als probleem maar als nuchtere constatering – (deel 1), en als we met een diaconale blik de gezichten zien van de mensen om wie het gaat (deel 2), dan rijst als vanzelf de vraag: “Wat nu?” Daarom nog een laatste deel van dit drieluik, gericht op de praktijk. Met aandachtspunten en aanbevelingen voor kerkelijke gemeenten, parochies en werkers in de kerk die met het thema aan de slag willen.

Ook het praktische is echter fundamenteel. Het loont – lokaal, concreet, in de ontwikkeling van beleid en activiteiten – om stil te staan bij fundamentele vragen, en samen te zoeken naar antwoorden. Recht doen aan degene die je ontmoet, is geen bijzaak. In de kerk draait het om de ontmoeting, die staat fier in het midden: de ontmoeting met elkaar, met God en met anderen om ons heen. Dat verandert niet als de kerk kleiner wordt, of als de gemiddelde leeftijd stijgt. En als dit met het diaconaat van de kerk te maken heeft – en dat heeft het – dan is ook ‘diaconaal gemeente-zijn’ niet iets voor liefhebbers alleen maar raakt het aan de kern van de zaak.

De roeping van de kerk, en het beantwoorden van die roeping, gaan aan dit alles vooraf, en blijven als laatste over.

Het doel en de roeping van de kerk

Het doel van de kerk, de reden voor haar bestaan, is niet haar voortbestaan, maar het beantwoorden van haar roeping, schreven we eerder. Uiteraard bekommert de kerk zich bij tijd en wijle om haar voortbestaan, lokaal en landelijk. Al is het wel opvallend dat dit vooral gebeurt als er een nieuw beleidsplan geschreven moet worden: in de dagelijkse, zondagse praktijk valt het wel mee. Of als er spannende rapporten verschijnen, zoals recent dat van het SCP, over de ontkerkelijking in Nederland.[1]

Soms is – of lijkt – die zorg meer dan terecht. Zoals ook het proces van vergrijzing consequenties zal hebben voor de nabije toekomst. Maar de roeping van de kerk, en het beantwoorden van die roeping, gaan aan dit alles vooraf, en blijven als laatste over. Dat besef spreekt overigens ook uit de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland, waar de noties ‘roeping’ en ‘geroepen zijn’ een prominente plek innemen.[2]

Roeping: binnen en buiten

Het bijzondere van het woord ‘roeping’ in dit verband (de receptiegeschiedenis laten we maar rusten) is dat het een binnen- en een buitenkant heeft. De binnenkant van de roeping raakt aan de ervaring van mensen die zich ‘geroepen weten’. Persoonlijk, maar ook gezamenlijk, als kerkelijke gemeente of parochie. Vanuit het Nieuwe Testament mag de kerk zich bij uitstek een ‘gemeenschap van geroepenen’ noemen. Hoe jong, van gemiddelde leeftijd, of hoe oud die gemeenschap ook is.

Er zijn inderdaad anderen die deze roeping die deze roeping met ons delen: groepen van mensen, gemeenten en parochies, verspreid over het hele land

De ervaring van het ‘zich geroepen weten’ is een spirituele ervaring, het geeft te denken, het is een krachtbron. Wie zich geroepen weet, weet zich ook gezien, aangesproken, ingeschakeld. Onderdeel van iets groters. Soms zelfs: uitgekozen. Met als goed-Bijbelse, eerste reactie: verwondering. Aarzeling ook. Waarom ik? Vervolgens: sta ik hierin alleen, of zijn er nog anderen? En tenslotte: wat mag of wat moet ik nu gaan doen?

De eerste vraag – die naar het waarom – kunnen wij niet beantwoorden. De tweede en derde wel. Want er zijn inderdaad anderen, die deze roeping met ons delen. Er zijn groepen van mensen, gemeenten en parochies, verspreid door het hele land – met hier en daar zelfs gelieerde, professionele, diaconale organisaties – die in heel verschillende contexten proberen te leven met en vanuit dezelfde bron. Zij zijn er, net als wij, net als ik, om de roeping te beantwoorden.

Voel je geroepen om van betekenis te zijn voor iedereen die deelt in je roeping, en evengoed voor iedereen die in je omgeving verkeert en wellicht wacht op ontmoeting.

En daar dient dan de buitenkant van de roeping zich aan: het antwoorden, doen, handelen, organiseren. Het op gang brengen van een proces van bewustwording, aangestoken door je eigen ontdekking, ervaring, (on)rust. Ten aanzien van de omgang met ouderen, ouder worden en de thematiek van vergrijzing zijn daarbij voor kerken en diaconieën in ieder geval de volgende aandachtspunten en aanbevelingen van belang.

Aandachtspunten rond kerk en vergrijzing

  • ‘De ouderen’ bestaan niet; er zijn alleen heel verschillende mensen, die samen ‘niet jong meer zijn’, maar die verder in niets verschillen van alle anderen
  • Negatieve stereotypen van ouderen, ouder worden en vergrijzing zijn er daarom om te worden weersproken.
  • Aandacht, achting, waardering en respect zijn adequate (terechte) antwoorden op de waardigheid van ouderen – zo goed als anderen.
  • Het is goed om alert te zijn op signalen van eenzaamheid, sociaal isolement, armoede en andere sociaal-maatschappelijke nood; niet alleen om (pastorale) zorg te kunnen bieden, maar ook om instanties, bondgenoten en overheden te informeren.
  • Beproef de mogelijkheden om als gemeenschap eenvoudige sociale en praktische ondersteuning te bieden aan ouderen die dat behoeven.
  • Indien ontmoeting fier in het midden staat, tref dan ook voorzieningen die deze ontmoeting mogelijk maken: in kerk- en wijkgebouw, in mobiliteit (vervoer), toegankelijkheid, vrijwilligersbeleid, &c.
  • Besteed de beschikbare menskracht en middelen aan het actief faciliteren van ontmoetingen: tussen ouderen onderling, oudere en jongere generaties, gemeenteleden en buurtgenoten, ouderen in de kerk en ouderen aan de rand of buiten de kerk, &c.
  • Spreek allen ‘die niet jong meer zijn’ aan op hun mogelijkheden en talenten en stel hen mede in staat om deze te benutten en te ontwikkelen (empowerment).
  • Wees bereikbaar voor, en participeer in, interkerkelijke en maatschappelijke initiatieven, platforms, commissies en adviesraden rond ouderenwelzijn, activering, eenzaamheidsbestrijding, mantelzorgondersteuning, verborgen armoede en meer.

Kortom: wees als geroepen – ouder en kleiner wordende kerkelijke gemeenschap, lokaal en landelijk – om van betekenis te zijn voor allen die delen in die roeping, en evengoed voor allen die in je nabijheid verkeren en wellicht wachten om ontmoet te worden.

Hans de Waal is theoloog en predikant. Hij promoveerde in 2021 op het proefschrift Diaconaat en ouderen. Over de diaconale roeping van de kerk in de context van vergrijzing (Utrecht: Eburon, ISBN 9789463013871).

Noten

[1] Sociaal Cultureel Planbureau (SCP): ‘Buiten Kerk en Moskee’, 24 maart 2022, via: www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/03/24/buiten-kerk-en-moskee.

[2] Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland, Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland, Utrecht 2019, vgl. de titel van het eerste deel (artikelen I t/m IV): ‘De roeping van kerk en gemeenten’.

< Terug