< Terug

De protestantse kathedraal

In dit Theologisch drieluik introduceert Cristina Pumplun je met kerk-zijn in de stad.

Deel 1: introductie
Deel 2: kwaliteit

Later verschijnt er een reactie op dit drieluik.

Cristina Pumplun

“Hoe houden we onze protestantse iconische kerken vast als kathedrale Huizen van God in de stad?”

Theologisch drieluik: kerk in de stad (deel 3)

“[…] Wat ik verlang dat ligt
dicht bij de Amstel, dat
is een kerk in de stad,
als een toevlucht, […]
een lichaam ademend,
een plek in het
bos van de binnenstad,
als een licht punt.”[1]

Zo dichtte kerklieddichter Willem Barnard onder zijn pseudoniem Guillaume van der Graft bijna 65 jaar geleden. Hoe zou het voor hem geweest zijn, vraag ik me af, als hij had geweten dat het zes decennia later van dat ‘lichte punt in het bos van de binnenstad’ gekomen is: dat de 400 jaar oude Westerkerk in het hart van Amsterdam open is voor wie maar binnen wil komen, zeven dagen in de week.

Het gedicht hangt op het prikbord achter mijn bureau in de Wester, de plek van waaruit ik uitkijk over de Prinsengracht. Het water in de gracht komt uit de Amstel en zal straks het IJ in stromen. Toeristen verdringen zich langs de kade en komen langs en door de open kerkdeur naar binnen. Ik vraag me wel af of Barnard kon bevroeden dat het ondanks de vervulling van zijn verlangen een klus van formaat zou zijn om die ‘plek in het bos van de binnenstad’ als een ‘licht punt’ open te houden.

Positieve reacties en hoge kosten

Er zijn in Nederland vele van deze ‘lichte punten’ in grotere en kleinere binnensteden en in dorpen: ruimten waar mensen even losgemaakt worden van het gedruis buiten, de waan van de dag, het geweld van de wereld, de oorverdovende stilte of de maalstroom van hun eigen bestaan. De deuren van kerken op centrale punten in stad of dorp staan steeds vaker op doordeweekse momenten en zondagen wagenwijd open. Dat levert in bijna honderd procent van de gevallen alleen maar positieve reacties op en biedt zo te zien alleen maar heel veel kansen voor het (missionaire) werk in dorp of stad.[2]

De bekostiging van restauratie en onderhoud vallen vaak volledig voor de rekening van de kerkelijke gemeente.

Maar er is een keerzijde aan de glanzende medaille van missionair kansenrijkdom. Evenredig aan de meestal hoge leeftijd van een historisch kerkgebouw zijn de kosten voor onderhoud en restauratie – laat staan de bemensing – van dat eeuwenoude gebouw gigantisch. Het gaat om specialistisch vakwerk en vanwege de historiciteit van het gebouw vindt de plaatselijke overheid er terecht het hare van, maar is zij niet of slechts via omwegen te vinden als het om bekostiging gaat. Die komt geheel voor de rekening van de kerkelijke gemeente, de gemeenschap voor wie deze bijzondere kerk vooral de plaats is waar zij bij elkaar komt voor de dienst tot eer van de Allerhoogste, maar die tegelijkertijd dat is, wat in het buitenland een ‘kathedraal’ heet: een historisch kerkgebouw in én voor de stad, open naar en voor de samenleving en de wijde wereld.

En omdat binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) de (wijk)gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de bekostiging en het beheer van hun kerk(gebouw) rust zo de bijzondere roeping om kathedrale kerk te zijn en de verantwoordelijkheid om dat naar beste kunnen te doen op de weliswaar nog wel sterke, maar wel steeds smaller wordende schouders van een hele gewone lokale gemeente.

Hoe houden we onze protestantse iconische kerken vast als kathedrale Huizen van God in de stad?

De vele rollen van de kathedraal

Vergeleken met de financiële mogelijkheden die kathedrale kerken in het buitenland en binnen een Anglicaanse of Rooms-Katholieke context krijgen, is het een wonder dat dit, af en toe nog, goed gaat. In de meeste gevallen is het voor grote iconische kerken in Nederland helaas ondoenlijk gebleken. Protestantse iconische kerken – kerken, die symbolische kracht en kwaliteit bevatten en ‘dragers zijn van collectieve emoties en betekenissen'[3] – vallen steeds vaker in handen van stichtingen, die aanspraak kunnen maken op financiering van seculiere (overheids)zijde. Helaas wil de secularisering zo nog wel eens het heilige gebouw binnen trekken en in een enkel geval vervreemdend werken.[4] Het is een brandende vraag: hoe houden we onze protestantse iconische kerken vast als kathedrale Huizen van God in de stad?[5]

Het kerkgebouw is een erfenis van steen en Woord

Allereerst door te erkennen dat een kerk, die eigenlijk kathedraal is, intrinsieke waarde heeft juist omdat zij heel veel verschillende betekenissen draagt en aan een diversiteit van verlangens tegemoetkomt. Ze is als gebouw dat boven de stad uit torent en ten hemel wijst bovenal een vierplek voor een christelijke gemeenschap op een aantal momenten van de dag en de week. Zij is concertzaal, huurlocatie, nationaal en soms ook internationaal toeristisch trekpleister. Ze heeft de stormen van de tijd doorstaan als historisch en architectonisch betekenisvol gebouw op zichtlocatie in het hart van de stad en de samenleving. Zij is een erfenis van steen en Woord: zij bergt de geschiedenis en de herinneringen van oudere generaties in zich en zij verbindt, enkel door hier en nu te zijn, heden en verleden met de toekomst.

Kwalitatief SMART-denken

Het is zaak om deze uiteenlopende functies en eigenschappen zodanig te waarderen dat de protestantse ‘kathedraal’ duurzaam kan voortbestaan en hier beleid voor te maken zonder het enkel op pragmatische (en dus financiële) gronden te baseren. In de vorige blog heb ik mij gekeerd tegen het SMART-management denken in de kerk, want, zoals de Engelse theoloog Martyn Percy het formuleert: daarmee verliest de kerk haar ziel.[6] De koster van de Wester, die een achtergrond heeft in marketing, bedacht een SMART-model dat kwalitatief en niet kwantitatief gemotiveerd is. Wie weet, inspireert het tot omdenken: kijken en waarderen wat is en dan hoop gronden op zegen.

De iconische kerk in de stad is een spirituele plek, ‘een lichaam ademend’ van de gebeden van wie de eeuwen door, en deze zelfde dag nog, hier heeft vertoefd.[7]

Door en voor medemensen worden de klokken wekelijks geluid als gebed om vrede samen met mensen uit de buurt en nood wordt gedeeld in woord en daad.

Aandacht is er voor de ander en bezinning op de vragen van het leven en het eigen bestaan.

In de rustgevende ruimte, die veiligheid en een thuis biedt voor wie op reis zijn, letterlijk of figuurlijk, verkeren mensen met al hun falen en hopen voor het aangezicht van God.

Traditie van Woord, muziek, gebed en stilte draagt hier in een spoor van eeuwen al het schoons waar mensen mens van worden de toekomst in.

Cristina Pumplun is de missionair-vicaris van de Westerkerk in Amsterdam. Zij is verantwoordelijk voor de externe presentatie van de kerk en de organisatie van activiteiten op het raakvlak van geloof, theologie en cultuur.

Noten

[1] Guillaume van der Graft, uit: Het oude land (1958).

[2] Gertjan de Pender, “Het kerkgebouw als cultuurhistorische en liturgische presentie,” in Laetare 37/1 (2021): 4-11.

[3] Matthias Kaljauw, “Waarom mag het niet wat meer onze kerk zijn? Spanningen bij meervoudig gebruik van monumentale stadskerken,” in Bestuurswetenschappen 74/3 (2020): 27-40.

[4] Zie de discussie rond het kunstproject ‘Poems for Earthlings’ van de Argentijnse kunstenaar Adrián Villar Rojas en de plaatsing van torenhoge stapels zandzakken in de Oude Kerk in Amsterdam in 2019-2020.

[5] Strikt gezien kan een protestantse kerkelijke gemeente geen kathedraal zijn, aangezien een kathedraal gebonden is aan de zetel van een bisschop. Dat een protestantste grote stadskerk echter wel ‘kathedraal’ genoemd kan worden vanwege een aantal kwaliteiten en kenmerken, is ook uitgangspunt van Inge Kirsner: “Erkundungen alter und neuer Kathedralen”, in Praktische Theologie 44/1 (2009): 66-74.

[6] Martyn Percy, “Anglican Cathedrals in a Secular Society: David Martin and the Society of English Religion,” in Society 57 (2020): 140-146.

[7] Een andere invulling van de letter “s” is ‘samen’. Het werk van de kathedrale kerk in de stad doe je samen als gemeenschap van professionals en vrijwilligers. Dank ook aan collega ds. Herman Koetsveld voor opmerkingen bij dit drieluik.

< Terug