< Terug

Pacifisme tussen ideaal en werkelijkheid?

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Thomas Quartier, die schrijft over vasthouden aan principes, ook wanneer ze onder druk komen te staan.

Thomas Quartier

(foto: Dick Maes Broekema)

Zonder de werkelijkheid is het ideaal blind, maar zonder het ideaal is de werkelijkheid leeg.”

Het is niet gemakkelijk om in tijden van oorlog vast te houden aan heilige principes. Kun je vanuit christelijk perspectief nog wel met goed fatsoen spreken over pacifisme en geweldloosheid? Wordt je niet door de werkelijkheid leugen gestraft? Ondanks alles wil ik als theoloog toch vasthouden aan wat heilig voor mij is: de andere wang en de liefde voor de vijand, al kan je daar best hoofdpijn van krijgen.

Toen ik twee dagen na het begin van de oorlog in Oekraïne een opiniestuk over christelijk geïnspireerd pacifisme schreef (ND, 24 februari 2022), realiseerde ik me nog niet hoe heikel het was om zo’n – wellicht utopisch – ideaal te verwoorden. In dat stuk probeerde ik de vraag te stellen of enige vorm van tegengeweld ten eerste gerechtvaardigd kon zijn, en ten tweede een heilzaam effect zou kunnen hebben. Ik probeerde bewust geen antwoorden te geven maar de taak te vervullen die ik mij als Theoloog des Vaderlands heb gesteld: radicale vragen stellen.

Wikken en wegen

Er kwamen – en komen – heel veel reacties, publiekelijk in kranten of via sociale media, en persoonlijk via email of in persoonlijke ontmoetingen. Grofweg gingen de publieke reacties bijna allemaal in de richting van naïef, eenzijdig, onrealistisch of – erger nog – wereldvreemd, onverantwoord. Bijvoorbeeld: Geweldloosheid zou het grotere kwaad kunnen zijn, je zou ‘hoofdpijn krijgen’ van dat te laten gebeuren. En ik zou ‘theologisch onzuiver’ argumenteren omdat er in de geschiedenis van het christendom lang niet altijd sprake was geweest van geweldloosheid.

Ik stelde allereerst de vraag of enige vorm van tegengeweld gerechtvaardigd kon zijn, en ten tweede of het een heilzaam effect kan hebben.

Dat riep dan bij mij weer vragen op. Stel dat het daadwerkelijk tot meer schade zou leiden als je geweldloos bent, betekent die utilistische afweging dan dat je principe verkeerd is? Ook ik kreeg ‘hoofdpijn’, maar die ging niet weg door een schijnbaar realistische afweging te maken. En stel dat het waar is dat al in de vroege kerk geen radicale geweldloosheid werd geleefd, is dat dan een reden om haar te laten varen? Een ‘zuivere’ theologie die dat aantoont, geeft mij een raar gevoel in mijn maag. Na veel wikken en wegen blijf ik erbij: Nee!

Een principieel ‘nee’ tegen geweld lokt kennelijk verzet uit. Waarom ontkom je er toch bijna niet aan om mee te gaan in het vocabulaire van afweer en verdediging? Moet je als theoloog niet het ideaal blijven verwoorden – in al z’n radicaliteit – hoe schrijnend de werkelijkheid ook is? In de Schrift staat het toch echt duidelijk:

“Tegen jullie die naar Mij luisteren zeg Ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.” (Lucas 6:26-28)

Dat laatste was in mijn opiniestuk ook mijn pleidooi: vorm een biddend netwerk van vrede, laat een stil protest ontstaan – bid voor je vijanden, ook voor de ergste agressor, en weiger je mee te laten voeren in de taal en logica van oorlog en geweld.

Waarom ontkom je er toch bijna niet aan om mee te gaan in het vocabulaire van afweer en verdediging?

Nutteloos

Het bezwaar waar ik zelf het meeste mee zit, is dat de mensen die het slachtoffer worden van de vreselijke misdaden die we dagelijks in het nieuws zien, weinig hebben aan je gebed. Al weet je dat natuurlijk niet, is het toch zo dat er veel lijden is dat verholpen en voorkomen móét worden. Toch ben ik ervan overtuigd dat de kwetsbaarheid van de schijnbaar zinloze stilte tegen het geweld wel degelijk nut heeft, in kerken maar ook op vredesdemonstraties die gelukkig de afgelopen weken massaal plaatsvonden over de hele wereld.

Ten eerste bemoedigt het beleven van geweldloosheid je om mensen in nood te helpen. De onbaatzuchtige inzet van ontelbaar velen voor slachtoffers en vluchtelingen heeft een contemplatieve basis nodig. Ten tweede geeft het ook iedereen afzonderlijk kracht en moed om vol te houden waar hij of zij ten diepste in gelooft: doe nooit hetzelfde terug en laat ook dat klimaat in je eigen omgeving niet ontstaan.

In de Bijbel is dit radicaal geformuleerd:

“Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt ook je onderkleed niet. Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt.” (Lucas 6:29-30)

Ik lees dit als een oproep tot compassie met de noodlijdenden. Niet alleen degenen die onrecht aangedaan wordt, maar ook de misdadigers die gevangen zitten in hun verblinding. Tegengeweld maakt het lijden alleen maar groter, en in de meeste gevallen wordt ook een oorlog niet door meer wapens beëindigd. Het schijnbaar nutteloze, stille vredesengagement is de humus om er ondanks alles op te vertrouwen dat er een goede toekomst kan zijn. Het ophitsen van het debat bewerkt het tegendeel.

Dilemma

Natuurlijk weet ik ook wel dat de werkelijkheid niet zo simpel is. Moet je de agressor dan gewoon maar z’n gang laten gaan? Moet je op de koop toe nemen dat onschuldige mensen en wellicht jezelf leed wordt aangedaan? Dat is een duivels dilemma waar ik ook niet uitkom. Maar welke keuze je ook maakt, een gemakkelijke oplossing is er voor niemand. Ik zie het als mijn taak om midden in de worsteling met dit dilemma het ideaal te blijven verwoorden. Compromissen en afwegingen zijn uiteraard nodig, maar wanneer je al met de afweging begint, verdwijnt het ideaal volledig uit het zicht.

Veel van die afwegingen kan ik begrijpen, sommigen met respect, anderen eerder tandenknarsend. Wanneer ik oproep om ze in je innerlijk niet tot grondhouding te maken, is dat een pleidooi om de spirituele drijfveer voor je handelen en de positie die je inneemt zuiver te houden.

Welke keuze je ook maakt, een gemakkelijke oplossing is er voor niemand.

Het deed me in de ‘strijd’ voor het pacifisme goed dat ik, naast al vermeldde reacties, veel persoonlijke berichten ontving. Mensen die het ‘dapper’ vonden in een verhit debat toch ‘de stem van grote persoonlijkheden als Gandhi en Martin Luther King te laten klinken’. Ik hoop en bid dat dit op brede schaal gebeurt! Laat je idealisme niet de kop indrukken door de werkelijkheid en durf op te komen voor de slachtoffers in Oekraïne, Rusland en waar dan ook! Pacifisme beweegt zicht altijd tussen ideaal en werkelijkheid: zonder de werkelijkheid is het ideaal blind, maar zonder het ideaal is de werkelijkheid leeg. Een theologische stem moet in mijn optiek vooral dat laatste zien te voorkomen.

Laatst preekte ik bij een huwelijk over 1 Korintiërs 13. Ik wilde de overwegend ongelovige luisteraars graag verrassen met iets wat ze niet zo bij het christelijk geloof zouden zoeken. Die missionaire kans werd me in de schoot geworpen, aangezien de bruidegom dol was op zijn oldtimer trekker en de bruid wiskunde gaf. Voordat ik het wist werden het voetsporen naar God en ‘de liefde die blijft’. ‘Vergezocht,’ zei een eigentijds stemmetje in mij. ‘Toch maar doen,’ fluisterde Bonaventura. Ja, misschien wil Hij het gebruiken, tegen alle kansberekening in.

Stabiliteit, regelmaat, stilte, liefde, deemoed, contemplatie en eeuwigheid. Dat zijn de zeven waarden uit het kloosterleven die centraal staan in de verhalen van deze nieuwe bundel van Thomas Quartier. Het is zijn eerste boek als theoloog des vaderlands. En hij gaat hierin terug naar zijn diepste wortels, want deze bevlogen monnik is op de eerste plaats benedictijn die leeft met de Regel van Benedictus. 

blijven thomas quartier

< Terug