< Terug

Terugkijkend op Maria

Ruim vier maanden geleden kwam mijn boek Maria: Icoon van genade op de markt. Het weekend van Hervormingsdag, Allerheiligen en Allerzielen was een mooi moment om een voorlopige balans op te maken en terug te kijken op enkele reacties. Ik deel ze hier graag.

Ik ben blij verrast en dankbaar dat het boek zoveel weerklank heeft gevonden in de breedte van christelijk Nederland. Natuurlijk hoopte ik daar wel op, maar ik rekende er niet mee. Inmiddels is er ook een mooie studiedag geweest op 8 september, volgens de traditie de geboortedag van Maria. De bijdragen worden in het blad Kontekstueel gepubliceerd. Uiteraard was er niet alleen gejuich te horen. Vanuit reformatorische kring had ik niet direct op applaus gerekend, maar de manier waarop mijn boek nota bene ongelezen werd afgeserveerd door een drietal predikanten tartte wel de verbeelding. Anderzijds kreeg ik ook reacties van mensen die overwegen om op 25 maart een muzikale viering te organiseren in oecumenisch licht.

Oecumene

De meeste beweging kwam er, als ik me niet vergis, op het oecumenische vlak. Ik raakte in gesprek met rooms-katholieke theologen en gaf ook een enkele lezing in rooms-katholieke kring. Telkens spitsten die gesprekken zich toe op de twee mariale dogma’s die ik in mijn boek als kerkelijke en theologische ‘bedrijfsongevallen’ had getypeerd: dat van Maria’s onbevlekte ontvangenis (1854) en van haar tenhemelopneming (1950). Typisch protestants gezegd: deze beide dogma’s zijn evident niet Bijbels te funderen. Overigens noemde ik deze dogma’s ‘bedrijfsongevallen’ tegen de achtergrond van het Tweede Vaticaans Concilie, dat wat mij betreft veel betere lijnen heeft getrokken in de mariologie.

Intussen heb ik wel geleerd hoe je deze dogma’s ook positief kunt interpreteren. Katholieke collega’s benadrukten dat Maria’s onbevlekte ontvangenis eigenlijk draait om de totaliteit van de genade die God schenkt. Daarmee zou het juist een protestants accent zetten. En Maria’s tenhemelneming zou vooral betekenen dat zij als eerste gelovige (zo noem ik haar ten slotte) dan ook als eerste is opgenomen in de hemel. Haar tenhemelopneming zou een illustratie zijn van de zekerheid van Gods ultieme ontferming over alle gelovigen.

Maria’s onbevlekte ontvangenis draait eigenlijk om de totaliteit van de genade die God schenkt en haar tehemelopneming betekent vooral dat zij als eerste gelovige, als eerste in de hemel is opgenomen

Ik zet het gesprek over deze dogma’s graag voort, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de interpretaties die ik net noemde, niet gemakkelijk sporen met de historische gang van zaken rond de afkondiging van het dogma en dat ze niet per se de hoofdlijn in rooms-katholieke theologie vertegenwoordigen. Niettemin is er reden om het gesprek voort te zetten.

Terugkijkend had ik in mijn boek meer willen doen met de oecumenische gesprekken die her en der gevoerd zijn en die ook resultaten hebben opgeleverd. Te denken is aan de zogenaamde Groupe des Dombes in het Franse taalgebied, maar ook aan de ontmoeting van anglicanen en rooms-katholieken in Arcic, en zo is er wel meer. Meerdere collega’s wezen me op deze omissie. Ik had sommige van deze documenten wel gezien, maar achteraf had ik ze ook graag uitdrukkelijk een plek gegeven in mijn boek. Er is al zoveel inspanning geleverd en dat is bij het grotere publiek – en soms ook bij theologen – te weinig bekend.

Europa

Een tweede punt dat weerklank vond en waarop verder gedacht moet worden, is de theologische waardering van de plaats: zowel de plaats van de kerk(dienst) als die van Europa in Gods weg door de wereld. Het is een dunne lijn. Enerzijds is er de kosmopolitische positie van de anywheres – mensen die het niet uitmaakt of ze in Amersfoort, Barcelona of Sjanghai wonen en werken. Dat zijn vaak de rijken van de wereld, die een uniforme levensstijl laten zien, waarbij lokale eigenheden naar de achtergrond verdwijnen. Anderzijds zijn er de somewheres: mensen die sterk geworteld zijn op de plaats waar ze wonen en werken. Het gevaar van nationalisme en xenofobie ligt dan gemakkelijk op de loer.

Ben ik onvoldoende kritisch in een tijd van Black Lives Matter, als ik Europa zie als continent van Gods bijzondere bemoeienis?

Ik heb geprobeerd een weg te wijzen naar een theologische waardering van Europa als continent van Gods bijzondere bemoeienis. Dat riep (en roept) wel de vraag op of de uitkomst niet toch weer koloniaal is. Ben ik voldoende kritisch in een tijd van Black Lives Matter? Ik denk dat het tweede gebod hier helpt: nooit kan een fenomeen (ruimtelijk of tijdelijk) zonder reserve geïdentificeerd worden met God zelf. Er moet altijd een kritische distantie blijven. Maar die distantie betekent niet dat alle plaatsen dan irrelevant worden. Volgens mij kun je Gods grote daden in Europa waarderen, zonder te impliceren dat andere continenten minder waard zijn. Als we Maria vereren, betekent dat toch ook niet dat we Paulus naar beneden halen?

Gender

Eerlijk gezegd had ik vooral veel reactie verwacht op wat ik schrijf over gender, maar op dat front bleef het nogal stil. Achteraf kan ik dat misschien wel verklaren, aangezien wijsheden achteraf voor het oprapen liggen. In de paragraaf over gender manoeuvreer ik voorzichtig tussen enerzijds gnostiek (het gaat niet om je lichaam, maar om je geest en dus kun je met je lichaam doen wat je wilt) en anderzijds natuurlijke theologie (de biologie dicteert wat Gods wil is, dus je mag de biologische gegevenheden niet veranderen). Misschien was ik wel té voorzichtig en genuanceerd, want tussen gnostiek en natuurlijke theologie zit nog een flinke ruimte. Een enkele collega attendeerde me nog wel op een artikel over de revolutionaire potentie van Maria, in feministische zin, maar verder bleef het op dit punt redelijk stil. 

En verder

Voor de komende tijd heb ik een aantal spreekbeurten staan, waaronder ook sessies met collega-theologen die reageren. Heet van de naald: op 9 december in de avond, waarschijnlijk in Utrecht én online, reageren enkele collega’s van de Tilburg School of Catholic Theology op mijn boek en gaan we in gesprek. De bedoeling is echt om stappen te zetten richting een vervolg. En zo is er meer. Voor een bijeenkomst op 25 maart volgend jaar ben ik al geboekt. Ik ben benieuwd hoe de balans er een jaar na verschijning van het boek uitziet.

Arnold Huijgen is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

< Terug