< Terug

Waarheidsverwarring

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Jan Martijn Abrahamse de week met een reflectie op waarheid in de hedendaagse samenleving. Vaak wordt er gesproken van een post-truth maatschappij; is het niet juist post-trust?

Jan Martijn Abrahamse

Waarheid is dát wat mijn identiteit bevestigt.”

De vierde uitdaging voor de kerk en theologie waar ik het over moet hebben is de hedendaagse ‘waarheidverwarring.’ Wie ‘vroeger’ wat wilde weten, moest actief op zoek; vandaag hebben we juist moeite om ons af te sluiten van alle informatieprikkels. Informatiestress en infobesitas zijn symptomen van onze tijd. Waarheid is niet meer verhelderend, maar eerder verwarrend. In de grote en fragmentarische informatiestroom – de zogenaamde ‘data smog’ – is het voor de gemiddelde burger steeds lastiger om feit van fictie te onderscheiden. Desinformatie en fake news alom.

Toch is de huidige ‘waarheidsverwarring’ volgens mij niet zozeer een overvloedprobleem, maar een vertrouwensprobleem. Juist in een tijd van informatieovervloed wordt waarheid nog afhankelijker van de degene die spreekt. Waarheid is onderdeel geworden van onze identiteit en daarmee van identiteitsstrijd.

Alsof men vrij van agenda, van ideologie en biografie de wereld kan beschrijven en sturen

‘Waarheid’ als gelaagd begrip

Het verlichtingsparadigma heeft een wereld voortgebracht waar, in plaats van God als Finis Ultimus en Summum Bonum,de veelheid aan concurrerende aanspraken op waarheid onderworpen werden aan het overstijgende verhaal van de rationele neutraliteit. Waarheid werd vooral gerelateerd aan meetbare indicatoren. Denkers als Nietzsche hebben deze veronderstelde rationele objectiviteit op meesterlijke wijze ontmanteld. ‘Rationele neutraliteit’ krijgt immers al snel iets totalitairs; het impliceert een algemene geldigheid waaraan niemand kan ontkomen. Alsof men vrij van agenda, van ideologie en biografie de wereld kan beschrijven en sturen.

Maar ‘waarheid,’ zo liet Nietzsche zien, is niet los te zien van iemands plek in het leven. Zelfs als we feiten noemen, dan is het de vraag waarom we die feiten noemen en niet andere. We gebruiken het begrip waarheid niet alleen in neutrale zin, als representatie van de werkelijkheid, maar ook om deze te evalueren en te sturen.

‘Waarheid’ is dus een gelaagd begrip. Immers we duiden er feiten mee aan, dat wat bijvoorbeeld empirisch waarneembaar en meetbaar is (‘ik ben 183 cm’), en we duiden er ook waardenevaluaties mee aan (‘ik ben lang,’ ‘goed eten, dan word je een grote knul!’). Dat kan ook impliciet. Wie stelt dat ‘een temperatuurstijging op aarde met meer dan 1,5 °C grote gevolgen heeft voor de mens en diens leefomgeving’ spreekt niet alleen feitelijke waarheid, maar doet ook appel op basis van een morele waarheid om anders met de wereld om te gaan.

‘Post-truth’ of ‘post-trust’?

Elke aanspraak op waarheid, zo blijkt, kan niet worden losgezien van de morele en zingevende narratieven waarin en waaruit we leven. Elk feit is onderdeel van een positie over wat geldt als waarheid en hoe dit de wereld moet vormgeven. Daar zit denk ik de voedingsbodem van de huidige waarheidsverwarring. Want elke aanspraak op objectiviteit en neutrale rationaliteit is niet langer inherent geloofwaardig. Deze is bovendien te vaak gelogenstraft. Te vaak blijken de klassieke instituten die vanouds garant stonden voor onze waarachtige democratische samenleving (politiek, politie, rechtspraak, wetenschap, de professionele journalistiek) door allerhande schandalen en doofpotten, bevooroordeeld en onbetrouwbaar.

Waarheidsverwarring impliceert dat we niet zozeer ‘post-truth’ zijn, maar ‘post-trust’. In deze brede maatschappelijke scepsis kan het populisme van politici als Trump en Poetin, alternatieve media zoals Ongehoord Nederland, en allerhande online influencers, makkelijk aarden. Deze doen immers geen aanspraak op een universele rationaliteit en controleerbare feitelijkheid, maar deze zijn klip en klaar over hun agenda: zij spreken op basis van particuliere belangen.

De waarheid die populisten zeggen te spreken is voor hun ‘true enough,’ schrijven Nancy L. Rosenblum en Russell Muirhead in hun studie A Lot of People Are Saying. Belangrijker dan feitelijkheid is ‘belonging,’ het ‘wij’ waarmee bepaalde waarheidsclaims worden gedaan. [1] Populisten wekken vertrouwen omdat ze partijdig zijn en daarom zijn mensen ook bereid hun woorden voor waarheid te slikken. Zoals Hannah Arendt schreef naar aanleiding van de Pentagon Papers in 1971 (zie hierover de film The Post): het probleem is dat mensen leugens willen horen omdat leugens beter aansluiten bij hun verlangens.[2] Kortom, waarheid is in een post-trust samenleving ‘identitair’ geworden. Waarheid is dát wat mijn identiteit bevestigt.

Wantrouwen en groepsdenken

Omdat ‘waarheid’ vandaag de dag zo sterk gekoppeld is aan groepsidentiteit, wordt het gesprek over waarheid steeds vaker langs de lijnen van de ‘identitaire intenties’ gevoerd; vaker dan op basis van de feitelijkheid of houdbaarheid van een bewering. Een interessant ‘binnenkerkelijk’ voorbeeld is de reactie van stichting Bijbels Beraad M/V op de publicatie van de wetenschapsbijbel in het Reformatorisch Dagblad afgelopen 17 november.[3]

Waarheidsverwarring kun je zaaien door wantrouwen aan te wakkeren en groepsdenken te versterken

In deze reactie gaat men niet het gesprek aan op basis van de redelijkheid, toegankelijkheid, en volledigheid van de bijdragen, maar wordt subtiel de vraag gesteld of de redactie van de wetenschapsbijbel wel te vertrouwen is. Zo wordt een serie recente publicaties van diverse auteurs gepresenteerd als een gezamenlijke poging ‘veel ter discussie stellen’ met als doel om een ‘een nieuwe manier van Bijbellezen, de evolutietheorie, vrouwen in het ambt, homoseksuele relaties, [en] genderideologie’ geaccepteerd te krijgen.
En wordt er kritiek uitgeoefend op de samenstelling van de redactie met een suggestieve vraag: “Wat zit er achter het ontbreken van namen als prof. dr. M. J. de Vries en prof. dr. M. J. Paul?” En het minst subtiel is nog wel de opmerking dat de bijdrage over het thema ‘vrouw en ambt’ niet zorgvuldig kan zijn omdat deze door een vrouwelijke predikant is geschreven. Waarheidsverwarring kun je dus zaaien. Door wantrouwen aan te wakkeren en groepsdenken te versterken.

Rechtdoen aan Gods woorden

In Psalm 12 wordt gesproken over een wereld als de onze. Een wereld waarin onwaarheid aan de orde van de dag is en polarisatie de samenleving onmogelijk maakt. Waar de waarheidsclaim een wapen is geworden om anderen geweld aan te doen. Het lied corrigeert de twee wanpraktijken die we vandaag zien, het reduceren van de waarheid tot neutrale objectiviteit of het relativeren van waarheid tot identitaire belangen. Psalm 12 wijst naar een omgang met waarheid die vorm krijgt in een oprechte relatie tot de werkelijkheid en tot anderen.

In zijn commentaar op dit lied schrijft Martin Buber dat liegen niet anders is dan ‘vervalsen van jezelf in relatie tot anderen.’[4] Want, schrijft hij: “… de waarheid is alleen van God, maar er is één menselijke waarheid en dat is: toegewijd zijn aan de waarheid.”[5] Waarheidsbetrachting in een tijd van waarheidsverwarring vraagt om toewijding om recht te doen aan onze relaties met heel de geschapen werkelijkheid, bovenal aan de woorden van God, die ons in een rechte verhouding daartoe zetten. Woorden die vertrouwen wekken en gemeenschap stichten, door onze ogen te openen voor de belangen van anderen.

Jan Martijn Abrahamse is docent-onderzoeker systematische theologie en ethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en aan het Baptisten Seminarium in Amsterdam. Van hem verschenen bij KokBoekencentrum Breekbaar halleluja (2018) en samen met Adriaan Baan, Stanley Hauerwas (2022).

Noten

[1] Nancy L. Rosenblum, Russell Muirhead, A Lot of People Are Saying: The New Conspiracism and the Assault on Democracy (Princeton/Oxford: Princeton University Press, 2019),50-51.

[2] Hannah Arendt, “Lying in Politics: Reflections on The Pentagon Papers,” New York Review of Books 17/8, November 18 (1971).

[3] Zie https://www.rd.nl/artikel/998989-antwoord-nodig-op-zogenaamde-wetenschap, of de website van Bijbels Beraad M/V: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/11/18/wetenschap-of-schriftgezag/.

[4] Martin Buber, Recht und Unrecht: Deuting einiger Psalmen (Klosterberg/Basel: Verlag Benno Schwabe & Co, 1952),13.

[5] Buber, Recht und Unrecht, 17.

In een gemeente kunnen scheidslijnen zichtbaar worden tussen verschillende sociale milieus. Afgelopen zomer gebeurde dat bijvoorbeeld toen langs de randen van de wegen vlaggen op de kop kwamen te hangen, en een deel van de gemeenteleden met de trekker de weg op ging. Zo kan er ook een wens ontstaan om een uitspraak van de kerk; een keuze voor het één of ander. Maar wordt daarmee recht gedaan aan de verschlilende sociale milieus die zich ook in een kerk bevinden; en aan hoe die samen één kerk vormen?

In dit boek maken we kennis met het nieuwe complotdenken. In klare taal maakt Cees Zweistra duidelijk waar het nieuwe complotdenken vandaan komt en welke rol technologie heeft in het ontstaan en verspreiden van complottheorieën. Via aansprekende beelden neemt hij een stevige positie in. Want is het nieuwe complotdenken een vorm van kritiek, een on - schuldig tijdverdrijf of een alarmerend signaal van een technologische cultuur die dreigt te ontsporen?

< Terug