Twee keer twee vrouwen
Bij 1 Samuel 1,1-20, Psalm 15 en Lucas 10,38-42 Beide lezingen gaan over twee vrouwen: in 1 Samuel 1 zijn dat Hanna en Peninna, en in Lucas 10 Marta en […]
Bij 1 Samuel 1,1-20, Psalm 15 en Lucas 10,38-42 Beide lezingen gaan over twee vrouwen: in 1 Samuel 1 zijn dat Hanna en Peninna, en in Lucas 10 Marta en […]
Hieronder bespreek ik de gelijkenis van de twee kinderen (Matteüs 21:28-32). Achtereenvolgens komen ter sprake de eigenaar van de wijngaard (= God), de wijngaard en de twee kinderen.
Alle bijbelvertalingen die ik erop nagekeken heb, spreken van de ‘intocht’ in Jeruzalem, behalve de Naardense Bijbel, die nergens tussenkopjes of opschriften heeft, en de Bijbel in Gewone Taal. De BGT heeft als opschrift: ‘Twee leerlingen gaan een ezel halen’. Dat is heel aardig, nauwelijks interpretatief, wél een bepaalde focus, maar deze is descriptief. Misschien is dit wel beter dan te spreken van ‘intocht’. Dat woord lijkt op het eerste gezicht te groot voor wat zich afspeelt. Wat voor gebeurtenis is dit nu helemaal: een ongeveer dertigjarige man die door een groep volgelingen op een ezel wordt gezet en zo Jeruzalem binnengaat. Wat nou, intocht? Dat woord wordt gebruikt bij officiële staatsbezoeken door hoge ambtenaren, vorsten en bestuurders in het Romeinse Rijk. Dit gebeuren lijkt daar in de verste verte niet op. Waarom beschrijft Lucas dit dan toch als een soort intocht? En waarom schrijft Lucas dit zó, veertig jaar na dato, na de verwoesting van stad en tempel?
Wat voor profeet is Mohammed? Daaraan vooraf gaat de vraag: Is Mohammed een profeet? Die vraag wordt ons door de Bijbel en de Koran aangereikt. Je kunt namelijk ook jezelf […]
Bij 1 Koningen 17:17-24 en Lucas 7:11-17(23) Twee stoeten komen elkaar in de evangelieperikoop tegen. De eerste stoet is die rond de weduwe en haar dode kind. Een weduwe herinnert […]
Bij Lucas 1,39-56 Maria maakt zich op. Het Griekse woord anhistemi, zich opmaken, signaleert iets nieuws (Luc. 1,39). Niet pas met de geboorte van de kinderen of hun openbaar optreden, […]
Bij Jesaja 3:25-4,6, Psalm 119:9-16 (Ps. 30) (2 Kor. 8:9-15) en Marcus 5:22-43 Het wonderlijke begin van Marcus 5 (1-20) was de samenstellers van het nieuwe leesrooster blijkbaar te machtig […]
Niet voor de eerste keer staan ze tegenover elkaar: God en Farao. Een titanenstrijd. Farao, aan de top van de piramide; zoon van de RaRa’s, de goden van Egypte; de godenzoon die hemel en aarde verbindt en de maatschappij aan zijn voeten heeft. Daartegenover een God die geen naam heeft dan een onuitsprekelijke, JHWH, de Ene, die van zichzelf zegt: Ik ben reddend tegenwoordig. En naast die onuitsprekelijke nog onuitgesproken God staat zijn vertrouweling, die zegt: Ik kan niet spreken. Spreken tegenover niet kunnen (willen?) spreken én niet (kunnen? willen?) horen.
Twijfel heeft een negatieve lading, maar is juist de moeite waard, ook in ons geloofsdenken. Het kan ons nieuwe inzichten brengen en verrassende ervaringen. Dat blijkt ook in de Bijbel, die vol staat met verhalen over mensen die in de spanning leven van geloven en twijfelen.