Menu

Basis

Classicale colleges in de Protestantse Kerk in Nederland

Foutmeldingsteken die zakenlieden verbiedt om te passeren
(Beeld: z_wei via iStock)

Kerkenraden staan er niet alleen voor! Op tal van gebieden wordt hulp geboden – in de vorm van toestemming verlenen, bezoeken, toezicht houden en oordelen bij conflicten. De classicale colleges, die hiermee doende zijn, worden in deze bijdrage op een rijtje gezet.

Inleiding: de classis, classicale vergadering en classicale colleges

Dit artikel gaat in op het werk van de verschillende colleges in de classes van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN kent, zoals bekend, drie ‘bestuurslagen’, die bestaan uit bijna 1.500 gemeenten, 11 classes (meervoud van ‘classis’), en één landelijke kerk.

De classicale vergadering geeft leiding aan het leven en werken van de classis. Daarnaast zijn op het niveau van de classis ook classicale colleges actief:

  • Het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken (CCBB);
  • Het classicaal college voor de visitatie (CCV);
  • Het classicaal college voor het opzicht (CCO);
  • Het classicaal college voor de behandeling van bezwaren en geschillen (CCBG).

De kerkorde regelt voor al deze colleges de samenstelling en de werkwijze (voorzitter, secretaris, moderamen e.d.). De classicale colleges brengen van hun werkzaamheden verslag uit aan de classicale vergadering.

De gemeenten binnen een classis staan in de eerste plaats onder leiding van hun kerkenraad, college van kerkrentmeesters (CvK) en college van diakenen (CvD). Daarnaast functioneren zij binnen een groter geheel van relaties, waaronder die van de classis. Op die manier staan de gemeenten er ook niet alleen voor.

Gemeenten hebben hun eigen leiding, maar functioneren ook in een groter geheel van relaties

Tegelijk werken ook de classicale colleges binnen een groter geheel. Voor elk van de colleges bestaan (landelijke) generale colleges die door middel van hoger beroep (CCBG, CCO), klachtprocedures (CCV) en modellen en richtlijnen (GCBB) leiding geven aan het werk van de classicale colleges.

Taken classicale colleges in het kort

In dit artikel is er te weinig ruimte om uitvoerig in te gaan op alle aspecten van de taken van deze colleges. Wie meer wil weten kan de diverse toelichtingen op de kerkorde raadplegen. Toch geven we een korte karakteristiek:

  1. Het CCBB heeft de taak toe te zien op (aspecten van) het beheer door de gemeenten en diaconieën van hun materiële aangelegenheden (geld en goed). Primair verantwoordelijk zijn kerkenraad, CvK en CvD zelf, maar om de kwaliteit van het beheer en daarmee de belangen van de gemeenten en diaconieën te waarborgen, wordt er toegezien.
  2. Visitatie geldt eigenlijk hetzelfde, maar nu voor de immateriële zaken, het (geestelijk) leven en werken van de gemeenten. Ook dit valt onder de eerste verantwoordelijkheid van de gemeente zelf, en van haar kerkenraad. Het wordt tevens ondersteund vanuit het bredere verband, de classis, en haar classispredikant, en – indien er spanningen zijn – het CCV.
  3. Het opzicht over gemeenteleden wordt gehouden door de eigen kerkenraad, in het bijzonder het college van predikant en ouderlingen, maar het opzicht over ambtsdragers is opgedragen aan het CCO. In het opzicht gaat het om belijdenis en gedrag van leden van de kerk, dat niet ‘door de christelijke beugel kan’.
  4. Bij het CCBG gaat het om besluiten genomen door de beslissingsbevoegde instanties (kerkenraad, CvK en CvD). Wie binnen de kerk door zo’n besluit geraakt wordt in zijn belang, of in zijn kerkelijke verantwoordelijkheid, kan een bezwaar indienen. Het CCBG zal altijd de bevoegdheid van de instantie respecteren, maar wel bezien of – kort gezegd – het besluit niet in strijd is met de regels en redelijk is.

Na deze korte karakteristiek geven we nog wat meer details.

Classicaal college voor de behandeling van beheerszaken

Het CCBB is betrokken bij beheerszaken, dus de vermogensrechtelijke aangelegenheden van een gemeente of diaconie. Taken van het CCBB die aparte vermelding verdienen, zijn het beoordelen van de financiële situatie van de gemeente, voordat een predikant wordt beroepen en het goedkeuren van de begroting en de jaarrekening van de gemeente en diaconie. (ord.11-7, voor de classis 11-13)

Als een gemeente haar verplichtingen niet nakomt, bijvoorbeeld geen verantwoorde begroting opstelt, kan het CCBB het toezien opschalen tot ‘verscherpt toezien’. Er zijn dan verschillende mogelijkheden. In de eerste plaats kan het CCBB aanwijzingen geven aan het CvK of CvD die dienen te worden opgevolgd.

In de tweede plaats kan het CCBB bij de aanwijzing bepalen, dat voor sommige rechtshandelingen – zoals de verkoop van de kerk of het aangaan van een arbeidsovereenkomst – voorafgaande toestemming van het CCBB is vereist. Ten derde kan het CCBB ook bepalen, dat alleen beslissingen genomen mogen worden na instemming van door het CCBB aangewezen personen (’gedelegeerden’). (ord.11-8 en gen. reg.12-3)

Het CCBB heeft nog andere taken: het adviseert als het gaat om gemeenten met te kleine bestuurskracht (gen.reg.12-2) of om samenwerking, samengaan of juist opheffen van gemeenten. (ord.2-10-2) Verder heeft het CCBB op een beperkt terrein een rechtsprekende taak. (ord.11-9)

Classicaal college voor de visitatie

Een gemeente is geroepen te blijven in de weg van het belijden van de kerk. Om de gemeente hierbij te bewaren, is er het opzicht over de gemeenten. Visitatie wordt uitgeoefend door de classicale vergadering, door middel van de classispredikant. In bijzondere situaties (spanningen) wordt het CCV ingeschakeld.

Visitatoren komen in dat geval op bezoek in een gemeente, op verzoek van de classispredikant of de kerkenraad. Zij maken een schriftelijk verslag en sturen daarvan een afschrift aan de betrokken kerkenraad en het breed moderamen van de classicale vergadering (BMCV). Die kan vervolgens een beslissing nemen over te nemen maatregelen. (vgl. ord.3-16 en 10-5) In een enkel geval dient het CCV vooraf gehoord te worden; dat is het geval als het gaat om de losmaking van een predikant bij spanningen. (ord.3-20-1)

Classicaal college voor het opzicht

Visitatie is opzicht over de gemeenten, het opzicht door het CCO betreft de belijdenis en wandel van individuele personen. Het CCO is bevoegd om van een ambtsdrager de belijdenis en wandel, dan wel de vervulling van ambt of bediening te onderzoeken. Dit kan uitlopen op het toepassen van een middel van kerkelijke tucht, bijvoorbeeld door het geven van een terechtwijzing. Waar het gaat om misbruik van het ambt kan het bijvoorbeeld ook komen tot een schorsing van het ambt. (ord.10-9)

In bijzondere situaties komen visitatoren op bezoek in een gemeente

Sinds kort is er het interclassicale college voor het opzicht. Dit college behandelt bezwaren over misbruik van een pastorale relatie of gezagsrelatie. (ord.10-7-2 en gen.reg.11-17)

Het CCO en het CCBG worden wel aangeduid als ‘rechtsprekende colleges’, hun primaire taak is niet het bemiddelen, maar het doen van een uitspraak.

Om een indruk te geven bespreken we hier drie willekeurige zaken:

A. Een ambtsdrager is van de echt gescheiden, en een lid van de kerk (niet behorende tot de gemeente van de ambtsdrager) dient een klacht in omdat hij meent, dat dit in de kerk niet hoort. Het CCO oordeelt dat, hoewel echtscheiding verdrietig en pijnlijk is, het geen reden is voor een tuchtmaatregel jegens een ambtsdrager. Dat zou anders kunnen zijn indien betrokkene het ambtswerk vanwege de echtscheiding niet goed kan verrichten, of zich in de echtscheiding tuchtwaardig gedraagt.

B. In verband met een conflict in een gemeente wil een klager dat het CCO een onderzoek instelt, zonder echter zelf aan te geven wat precies haar klachten zijn. Zij geeft aan dat zij een onbestemd gevoel heeft dat er dingen niet goed gaan. Het CCO oordeelt dat er duidelijke klachten moeten zijn, gericht tegen individuele personen (ambtsdragers of gemeenteleden), zodat het CCO die verwijten kan onderzoeken en kan beoordelen of er sprake is van tuchtwaardig gedrag.

De bedoeling is ‘dat alles wordt gericht op de gehoorzaamheid aan Christus’

C. Een gemeentelid is van mening, dat een ander gemeentelid (X) niet bevestigd kan worden als ouderling, omdat de laatste hem in de werkgever-werknemer-relatie niet juist heeft behandeld. Het CCO bemoeit zich niet met het arbeidsconflict, maar beziet wel of de opstelling van X in dat conflict zich verdraagt met het dragen van het ambt.

Classicaal college voor de behandeling van bezwaren en geschillen

Het CCBG heeft – zoals hiervoor reeds aangegeven – een rechtsprekende rol bij de behandeling van bezwaren en geschillen. Ook hier geven we daarvan drie voorbeelden:

A. Een persoon dient een bezwaar in tegen een besluit van de kerkenraad in een bepaalde gemeente. In zijn uitspraak constateert het CCBG dat deze persoon geen ambtsdrager is van die gemeente en daarvan ook geen lid of functiedrager is. Het CCBG oordeelt daarom dat deze persoon niet-ontvankelijk was in zijn bezwaar.

B. Een gemeentelid kan een bezwaar indienen tegen de vaststelling van de begroting of jaarrekening door de kerkenraad. In een bepaald geval maakte een gemeentelid daar veel gebruik van. Het werd duidelijk, dat hij dit eigenlijk deed uit (ongegrond) wantrouwen jegens de kerkenraad en wegens onvrede met bepaalde beslissingen. Dat is niet wat de kerkorde verstaat onder een werkelijk belang of een kerkelijke verantwoordelijkheid en het gemeentelid werd daarom nietontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.

C. Iemand voert een functie uit in een gemeente en klaagt bij het CCBG over het handelen van de kerkenraad. Het CCBG constateert echter, dat de kerkenraad geen besluit heeft genomen. Verder oordeelt het college dat, wil er van een verzuim sprake zijn, iemand de kerkenraad gevraagd moet hebben om een besluit te nemen en dat de kerkenraad dat dan weigert. Het CCBG stelt tenslotte dat niet elk handelen van een kerkenraad vatbaar is voor bezwaar: het moet gaan om een handelen waar rechtsgevolgen aan verbonden zijn. De conclusie is dan ook dat het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk is.

Conclusie

Tot zover deze bespreking van enkele aspecten van de taken en het functioneren van de classicale colleges. Gemeenten staan er dus niet alleen voor, maar zijn (gelukkig) op tal van manieren verbonden met de classis waarbinnen zij zijn gelegen. De bedoeling is uiteindelijk, zoals de kerkorde het zo treffend en gelovig zegt, dat ‘alles wordt gericht op de gehoorzaamheid aan Christus, het Hoofd van de Kerk. (art.VI-1)

Gijs de Jong, Thomas Hoekstra en Huibert Logmans zijn als kerkjuristen werkzaam bij de Dienstenorganisatie van de PKN.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken