Het beroepingswerk in de praktijk
Elke gemeente heeft van tijd tot tijd te maken met het vertrek van haar predikant en het zoeken van een nieuwe voorganger. Beroepingswerk is aan de orde. Een belangrijke, wellicht bepalende, en ook nog eens veel tijd en moeite vergende taak. Hoe gaat dat in z’n werk? In deze bijdrage een stap-voor-stap verslag van de procedure.
Inleiding
Voor dit artikel heb ik een aantal voorzitters van kerkenraden en voorzitters van beroepingscommissies geïnterviewd. Zij waren allen betrokkenen bij een recente periode, waarin het beroepswerk een belangrijke plaats innam bij hun werkzaamheden. Ik heb meer tips gekregen dan ik in dit artikel kan verwerken.
Daarnaast heb ik geput uit eigen ervaringen in het begeleiden van kerkenraden en beroepingscommissies. Binnen het kader van dit artikel kan ik slechts een aantal aspecten belichten. Hoewel er een redelijk evenwicht is tussen het aantal mannen en vrouwen dat predikant is gebruik ik de ‘hij’ als aanspreektitel, maar denk er meteen bij dat het ook ‘zij’ kan zijn.
Variatie in gemeenten
Zowel in de kerkorde als in de gids voor het beroepswerk en het stappenplan wordt op een duidelijke en uniforme manier aangereikt wat er allemaal bij een beroepingsprocedure komt kijken. Dat zou in de praktijk tot eensluidende procedures en werkwijzen binnen de gemeente moeten leiden. Het is mijn ervaring dat elke gemeente anders is en elke gemeente op een andere manier omgaat met wat over het beroepswerk vastgelegd is. Dat maakt dat er veel verschillende werkwijzen binnen de gemeenten ontstaan.
Voorwerk
Het vertrek van een predikant is soms van tevoren bekend in verband met zijn emeritaat. Veelal wordt de voorzitter van de kerkenraad echter plotseling met het vertrek geconfronteerd. De predikant is dan, bijvoorbeeld, in een vergevorderd stadium van overleg met een andere gemeente.
De periode na het vertrek van de predikant is vooral een bezinningsperiode. Bezinning op dat wat de komende jaren belangrijk is voor de gemeente. Een actueel beleidsplan kan hier richting aan geven.
Elke gemeente is anders en gaat op een andere wijze om met wat wordt aangereikt
Wanneer dat niet aanwezig is, is het van belang om je als kerkenraad en gemeente te bezinnen op wat de komende jaren binnen de kerk een belangrijke plaats heeft. Pas als je dat weet, is het zinvol om als kerkenraad een profielschets te schrijven.
Dat is hún verantwoordelijkheid, maar het is van essentieel belang om de gemeente bij dit hele proces van voorwerk te betrekken.
Het CCBB en de classis
De financiële goedkeuring (Solvabiliteitsverklaring) van het Classicaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (CCBB) is een ander onderdeel van de voorbereiding op het beroepen van een nieuwe predikant. Hiervoor moeten de nodige gegevens opgestuurd worden, wat soms extra werk geeft voor de kerkrentmeesters. Dit (herhaald) opsturen van financiële stukken kan de procedure voor de Solvabiliteitsverklaring vertragen. Gemeenten ervaren dit als een struikelblok in de snelle vervulling van een predikantsplaats. De sfeer in de contacten met het CCBB wordt soms als dwingend ervaren.
Het is van belang dat kerkenraden en kerkrentmeesters investeren in de relatie met het CCBB en de classis. Het CCBB zou er goed aan doen om voor de vacante gemeente een vaste adviseur beroepingswerk te hebben. Die kan op een vlotte manier de gemeente begeleiden in dit gehele proces. Dat betekent misschien een verandering in houding van eerst ondersteuning, dat de regels gevolgd worden, en dan het toezicht. Dan worden de regels goed uitgevoerd en kan het toezicht snel plaatsvinden. Mijn ervaring is dat vacante gemeenten om die hulp vragen.
De toestemming wordt gegeven door het Breed Moderamen van de Classicale Vergadering, waarbij de afgegeven Solvabiliteitsverklaring, door het CCBB afgegeven, er moet liggen.
Financiële goedkeuring voor de vervulling van de vacature is vooraf nodig
Mogelijk kan de Solvabiliteitsverklaring van het CCBB en de daarna aan te vragen toestemming van de classis samengenomen worden.
=De profielschets
Ten aanzien van de profielschets en de samenstelling van een beroepingscommissie zie ik veel variaties voorbijkomen. Soms wordt de beroepingscommissie belast met het maken van een profielschets. Beide zijn echter de verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Als leidraad zal ook het actuele beleidsplan een rol vervullen bij het schrijven van de profielschets.
Samenstellen en functioneren beroepingscommissie
Het is een goede gewoonte, dat de voorzitter en de andere leden van de beroepscommissie door de kerkenraad benoemd worden. Zo draagt de kerkenraad de verantwoordelijkheid voor het zoeken naar een nieuwe predikant over aan de commissie. Hiermee wordt ook het vertrouwen van de kerkenraad uitgesproken voor deze belangrijke taak.
De leden van de beroepscommissie zijn vaak een afspiegeling van de gemeente. Het is de taak van de voorzitter om te zorgen dat ieder lid tot zijn recht kan komen, ook al is iemand bijvoorbeeld niet zo welbespraakt als anderen.
Het heeft niet mijn voorkeur dat de beroepingscommissie zelf een voorzitter kiest. Er kunnen op deze manier onwenselijke situaties ontstaan. Eén voorbeeld: er wordt door de hele commissie druk uitgeoefend op één lid, die dan denkt dat hij ‘het maar moet doen’. Dat is geen goed begin. Ook is het niet aan te bevelen dat een benoemde voorzitter zelf op zoek gaat naar kandidaten voor een beroepingscommissie.
Tenslotte is het van belang dat de kerkenraad het op de site van de PKN te vinden stappenplan aanpast aan de plaatselijke situatie/regeling. Dat stappenplan kan tijdens de maanden van het zoekproces telkens geraadpleegd worden. Het geeft inzicht in wie wat doet en op welk moment.
De beroepingscommissie gaat van start
Met in de hand de profielschets en wellicht een beroepingsgids en met de informatie die door de PKN op internet is gezet, gaat de commissie aan het werk. Veel leden willen graag snel van start. Zo is men gewend in het vrijwilligerswerk; er moet wat gedaan worden.
Tegelijkertijd is het goed om elkaar eerst goed te leren kennen, anders dan men elkaar misschien op dat moment kent. Ga het gesprek aan over elkaars verwachtingen en over je beeld van een nieuwe predikant. Wanneer je eerst met elkaar in gesprek gaat over je eigen geloven, kun je er later makkelijker met een kandidaat over in gesprek gaan.
Deze spirituele dimensie van predikant en gemeente is essentieel bij het beroepen van een predikant. Predikanten geven aan dat het gesprek over het persoonlijke geloven steeds vaker een marginale rol speelt in een proces van beroepen.
Werven van kandidaten
Elke commissie komt tot een werkwijze met betrekking tot de procedure. Die kan per gemeente sterk verschillen.
Bijna altijd wordt besloten tot het opstellen van een advertentie en een schets van de gemeente. Soms stuurt de commissie naar predikanten, waarmee men contact heeft, een presentje dat de burgerlijke gemeente kenmerkt. Ook wordt de informatie wel eens aangevuld met een filmpje over de kerkelijke gemeente. Dat wordt dan ook op internet gezet.
Een lijst met mogelijke kandidaten, die door de Dienstenorganisatie (bureau mobiliteit) uit Utrecht wordt verstrekt, speelt een rol. Die lijst dient opgevraagd te worden. En gemeenteleden mogen volgens de kerkorde namen van predikanten doorgeven. De commissie kan al deze mensen uitnodigen om te solliciteren.
Op grond van de advertentie, en van belangstellenden die op ‘de lijst van Utrecht’ staan en andere benaderde predikanten, komen er brieven binnen. Het is aan te bevelen de sollicitanten te selecteren op grond van een brief. Dat is het meest eenduidig bij de selectie. Het blijkt in de praktijk lastiger om te selecteren, wanneer de ene sollicitant een brief schrijft en de andere al een uitvoerig inhoudelijk telefoongesprek heeft gehad met de voorzitter.
Op het internet kan vaak een predikant gezien worden in kerkdiensten, waarin hij voorging. Toch blijft het van wezenlijk belang fysiek een kerkdienst mee te maken. In het bestek van dit artikel ga ik hier nu niet verder op in. In de training voor de beroepingscommissie wordt er uitvoerig stilgestaan.
Koos eerder een gemeente de meest geschikte kandidaat, nu kiest de predikant de gemeente
Nieuwe ontwikkelingen
Het valt mij op dat binnen een deel van de PKN een ontwikkeling gaande is, waarbij het publiceren van een advertentie en het benaderen van predikanten niet meer voldoende is. Steeds meer commissies merken, dat er minder predikanten van plaats willen wisselen, met als gevolg dat er te weinig brieven binnenkomen. Vond er tot in het recente verleden na het plaatsen van een advertentie een selectie plaats, tegenwoordig komt het vaker voor dat een commissie maar één of geen enkele brief van een geschikte kandidaat krijgt. De commissie zit met de handen in het haar. Het proces hapert.
Soms wordt, na het beleidsplan weer eens goed bekeken te hebben, de advertentie aangescherpt. Hoe duidelijker je kunt aangeven wat de komende jaren de specifieke taken van een predikant zijn, des te groter is de kans dat iemand aangeeft, dat hij daarvoor wil komen.
Steeds vaker worden ook andere manieren van werven aangeboord. De voorzitter of een ander lid van de beroepingscommissie heeft eerst informele gesprekken met een predikant die genoemd is en die zou kunnen passen binnen het profiel. Dit vergt wel specifieke vaardigheden, die niet ieder beroepingscommissielid heeft.
Een gemeente kon tot voor kort kiezen welke predikant zij het meest geschikt vindt. Tegenwoordig lijkt er een situatie te ontstaan waarbij de predikant de gemeente kiest. Hij heeft zo’n groot aanbod aan vacatures, dat hij heel duidelijk kan kiezen in welke streek van het land en in welke soort gemeente hij beroepen zou willen worden.
Afronding
De besluitvorming binnen de beroepingscommissie is van tevoren vastgelegd. Als er kandidaten zijn, komt er een moment waarop één of twee kandidaten aan de kerkenraad kunnen worden voorgedragen. Het is de verantwoordelijkheid van de kerkenraad om, gehoord hebbende de gemeente, een predikant te beroepen en een beroepingsbrief op te stellen.
Wanneer de predikant het beroep aanneemt, is de taak van de beroepingscommissie volbracht. Tijdens bijvoorbeeld de intrededienst, kan de beroepscommissie publiekelijk bedankt worden en de leden van hun taak worden ontheven.
De toekomst
De terugloop van het aantal leden van onze kerken zal de komende jaren doorgaan. Het aantal predikanten zal drastisch verminderen, wanneer velen met emeritaat gaan.
In de praktijk zie je een ontwikkeling, waarbij vacante gemeenten contact zoeken met gemeenten in de regio om samen een fulltime predikant te beroepen. De classispredikant kan hierbij betrokken zijn. De gemeenten kunnen op zich zelfstandig blijven. Er zijn ook voorbeelden dat gemeenten samengevoegd zijn tot een streekgemeente.
Er ligt hoe dan ook een taak voor bestuurders, om te kijken hoe predikanten en gemeenten aan elkaar verbonden kunnen worden. Het is een onzekere, maar ook uitdagende toekomst.
Herman Ekenhorst heeft jarenlange ervaring in het begeleiden van kerkenraden en het trainen van beroepingscommissies. Ook coacht hij predikanten die op zoek zijn naar een andere gemeente. Voor dit artikel sprak hij met voorzitters van kerkenraden en beroepingscommissies, die onlangs met de werving van een nieuwe predikant te maken hadden.