Bij Genesis 29,1-30ZegenMet de hulp van zijn moeder Rebekka heeft Jakob Esau en zijn vader Isaak om de zegen voor de eerstgeborenen bedrogen. Deze zegen kan Esau niet veel schelen, maar hij wil wel heel graag een zegen van zijn vader (Genesis 27,38). De zegen die hij ontvangt, maakt hem zo kwaad dat hij Jakob wil vermoorden (Genesis 27,41). Jakob moet vluchten. Officieel wordt hij naar Rebekka’s familie gestuurd om een vrouw te zoeken, zoals Abraham dat eerder voor Isaak heeft laten doen.Jakob geeft alles op. Hij weet zelfs niet of de geschiedenis die God met Abraham en Isaak begonnen
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden