De Bijbel als bron van spiritualiteit
Tot mijn troost las ik in een artikel van Marcel Barnard het volgende: ‘Een tekst heeft ook tegenover zijn schrijver een autonomie. Wanneer een tekst is voltooid (een preek, een gebed, een artikel, een boek) moet ik hem telkens nog weer in handen nemen, er steeds nog weer in lezen, ook nadat ik hem al heb weggestuurd. Het is een ervaring die predikanten wel kennen: dat je door je eigen preek op een of andere manier wordt aangesproken. Dat je klaar moet zien te komen met dat vreemde ding dat je zelf hebt gebrouwen.’ Gelukkig, ik ben niet de enige, dacht ik. Het leverde me een excuus op om – met het oog op een inleiding op het symposium over ‘De bijbel als bron van levenskunst’ op 24 september 2004 aan de Katholieke Universiteit van Utrecht – mijn eigen bijdrage in de bundel De Bijbel spiritueel over ‘Doortocht’ nog weer eens ter hand te nemen. Ben ik er een beetje in geslaagd om te zoeken ‘naar Gods plaats in mijn eigen verhaal’, om met de ondertitel van een boek van André Zegveld te spreken? Veelkleurig zijn de bijdragen in de nieuwe bundel, met exegetische, kunsthistorische, culturele en theologische invalshoeken. Er is gepoogd een wisselwerking tot stand te brengen tussen de actualiteit van hedendaagse zinvragen en de spiritualiteit van de bijbel. Veelal is dat gebeurd op de geijkte manier: eerst de exegetische informatie, daarna enkele spirituele conclusies of ervaringen. Ik heb de omgekeerde weg gekozen en wil die weg op enkele punten verantwoorden. Dan moet ik eerst mijn persoonlijke verhaal nog eens kwijt, waarmee mijn bijdrage over ‘Doortocht’ in de bundel De bijbel Spiritueel begint. Vervolgens maak ik enkele kanttekeningen bij de wisselwerking tussen persoonlijke ervaring en de bijbel. Om ten slotte uit te komen bij een aantal vragen uit mijn eigen vakgebied, over de bijbel als boek van Israël en als boek van de kerk.