Menu

Basis

De Bijbel van de duivel

Afbeelding van de duivel

Het grootste handgeschreven boek ter wereld staat bekend als ‘de Bijbel van de duivel’. In het Latijn wordt dit werk, vanwege zijn afmetingen, de Codex Gigas genoemd. Het boek meet 90 bij 50,5 cm en weegt maar liefst vijfenzeventig kilo. Waarschijnlijk is het geschreven aan het begin van de dertiende eeuw in het Benedictijner klooster van Podlaice in Oost-Bohemen, maar betrouwbare informatie over het ontstaan van dit enorme boek ontbreekt. Wel is er een legende die verhaalt van een zondige monnik die, nadat hij ter dood was veroordeeld, vóór zijn executie dit boek zou hebben moeten schrijven. Omdat dit een onmogelijke opgave was, zou hij hulp gezocht hebben bij de duivel zelf, die voor zijn diensten in het werk een hele bladzijde kreeg. Hij is uitgebeeld op de rechterzijde van blad (folio) 290. Met maar vier vingers en vier tenen zien we hem triomfantelijk zijn armen heffen. Zijn enige kledingstuk, dat doet denken aan een onderbroek, is van koninklijk hermelijn en moet hem hier blijkbaar tonen als de prins van het duister.

De uitbeelding is uiteraard geen eerbewijs aan de duivel, maar bedoeld om de toeschouwer te herinneren aan zonde en kwaad. Op de tegenoverliggende bladzijde zien we namelijk een uitbeelding van de stad Gods, het hemelse Jeruzalem. Zo zijn de voordelen van een goed, en de nadelen van een slecht leven tegenover elkaar geplaatst.

Literaire historici veronderstellen dat de Codex Gigas een levensproject is geweest van een onbekende auteur, die wellicht twintig jaar aan het schrijven en illustreren van de codex heeft gewerkt. Het boek bevat 624 pagina’s, en de schrijver gebruikte bij het samenstellen van het werk bij benadering honderdzestig dierenhuiden. In de middeleeuwen werd het boek gezien als een van de wereldwonderen. De codex bevat, naast een complete Bijbeltekst, vijf lange teksten en drie kortere. Het manuscript begint met het Oude Testament, gevolgd door de twee historische werken van Flavius Josephus (over de Oudheden en de Joodse Oorlogen). Na Josephus volgt de populairste encyclopedie van de middeleeuwen, die van lsodorus van Sevilla. Dan vinden we een collectie medische werken, gevolgd door het Nieuwe Testament. De laatste lange tekst is een kroniek van Bohemen door Cosmas van Praag (omstreeks 1045-1125). De eerste korte tekst, vóór de uitbeelding van de stad Gods, is een werk over boetedoening. De tweede, na de uitbeelding van de duivel, gaat over het uitdrijven van kwade geesten. De laatste korte tekst is een kalender. Bladzijden ten slotte die de regel van Benedictus hebben bevat, zijn uit het werk gesneden. Het geheel was een zorgvuldige compositie van belangrijke werken: de Bijbel, de joodse geschiedenis (Josephus), algemene kennis (lsodorus), medische kennis en lokale geschiedenis (Cosmas).

Als de duivel hiervoor al verantwoordelijk zou kunnen zijn, mogen we hem wel hartelijk danken. Nadat de Zweden meer dan driehonderdvijftig jaar geleden in het bezit van het werk kwamen, aan het eind van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), heeft het werk, na eeuwen bewaard te zijn in Stockholm, nu weer zijn plaats gekregen in het voormalige Bohemen, het huidige Tsjechië. De Bijbel van de duivel is tegenwoordig te zien in Praag.

Gerard van Broekhuizen is theoloog en kunstenaar. Hij is sinds het begin van Schrift betrokken geweest als redactielid, beeldredacteur en auteur.

Eerder gepubliceerd in Schrift 236 (2008), 72.


Alle goeds van Gerard
Schrift 2026, nr. 1

Wellicht ook interessant

Kaart Noord-Afrika
Kaart Noord-Afrika
None

Interview: ‘Augustinus vocht niet alleen voor orthodoxie, hij was de uitvinder’

In haar boek Augustinus de Afrikaan werpt classica Catherine Conybeare een nieuw licht op een van de meest bekende figuren uit de kerkgeschiedenis: Augustinus van Hippo (354-430). Hoewel hij tot nu toe vooral gezien is als invloedrijk voor de ontwikkeling van de Europese cultuur, beargumenteert Conybeare dat het zien van Augustinus als een Noord-Afrikaan essentieel is om zijn werk goed te kunnen begrijpen. Maar het verhaal over zijn Afrikaanse identiteit is, net zoals zijn theologische overtuigingen, niet een kwestie van simpele categorieën. Wouter Hofland ging met Catherine Conybeare in gesprek.

Kaart Noord-Afrika
Kaart Noord-Afrika
None

Interview: ‘Augustine was not just fighting for orthodoxy, he was inventing it’

In her latest book, Augustine the African, classicist Catherine Conybeare sheds a new light on one of the most well-known figures of church history: Augustine of Hippo. Although he is mainly seen as influential for the development of European culture, Conybeare argues that seeing Augustine as a NorthAfrican is essential for understanding the works he wrote. But the story about his African identity is, just like his theological convictions, no matter of simple answers.Wouter Hofland spoke with Catherine Conybeare about her research and writings.

Nieuwe boeken