Door de vraag naar ‘leven na de dood’ te laten liggen, zoals Spronk doet, blijft een spannend aspect onbesproken, namelijk de notie transcendentie in de zin van het overschrijden van de grens die het zichtbare hier en nu scheidt van de andere, niet-zintuigelijke wereld. De mens blijft hiermee buiten beeld als potentiële grensganger. Maar zijn er in het Eerste Testament dan geen plaatsen die zich juist bezig houden met die grens tussen leven, dood en leven en dan vooral met de mens als grensganger? Zijn er plaatsen aan te wijzen waar de grens wordt overschreden door een mens, en wordt