De Geest is uit de fles
Alternatief bij 13e zondag van de zomer (Handelingen 13,13-16.42-52)
In het begin van Handelingen 13 lezen we dat Barnabas en Saulus in Antiochië uitgezonden worden door de heilige Geest (vs. 4). Ze worden opgenomen in de zich uitbreidende beweging van het machtsbereik van God naar de volkeren toe. Aan het begin van die beweging vindt meteen een veelbetekenende confrontatie plaats, waarbij de naam Saulus bijna terloops overgaat in Paulus. Een Joodse magiër stelt zich tegen hen teweer, wanneer zij spreken met een proconsul die meer wil horen over het Woord van God.
De beschreven confrontatie is wellicht veelzeggend voor de dynamiek waarin Saulus – nu dus Paulus – en Barnabas terechtkomen: de zich uitbreidende beweging van het machtsbereik van God, waartegen van Joodse kant weerstand komt. Tegelijk worden bij deze eerste confrontatie, waarbij Paulus de magiër berispt en bestraft, de woorden ‘vervuld van de heilige Geest’ over Paulus uitgesproken. Daarmee wordt tegenover de weerstand van Joodse zijde de machtspositie van Paulus benoemd, namelijk als opgenomen in die zich uitbreidende beweging van het machtsbereik van God. Uit het vervolg zal duidelijk worden dat het weerspreken van de weerstand van Joodse zijde niet een zich keren tegen de Joden inhoudt. Deze weerstand wordt in vers 27b zelfs benoemd als iets waarmee de Joden de uitspraken van hun profeten in vervulling hebben doen gaan.
In het begin van ons tekstgedeelte komen Johannes en Paulus en Barnabas aan in Perge in Pamfylië. Daar scheiden hun wegen. Johannes keert terug naar Jeruzalem, terwijl Paulus en Barnabas verder reizen naar Antiochië in Pisidië. In dit andere Antiochië bevindt zich een Joodse gemeenschap. Paulus en Barnabas begeven zich als vanzelfsprekend op sabbat naar de synagoge. Het is alsof deze Joodse gemeenschap door hen benaderd wordt als een bruggenhoofd van de beweging waarin Paulus en Barnabas zich opgenomen weten. Nadrukkelijk wordt vermeld dat ze ná de voorlezing uit de Wet en de Profeten van de leiders van de synagoge het woord krijgen. Lucas geeft hier als het ware mee aan dat de prediking van Paulus en Barnabas niet in de plaats komt van de Wet en de Profeten, maar eruit volgt.
Licht voor alle volken
In 13,17-41 neemt Paulus een korte samenvatting van de geschiedenis van Israël als uitgangspunt voor zijn prediking. Het hoofdpunt van deze historische samenvatting is dat God altijd weldadig en in overeenstemming met zijn heilsplan ten aanzien van het volk heeft gehandeld, door het uit te verkiezen, het leiders te geven en van zijn vijanden te bevrijden. Nu echter is het hoogtepunt van zijn bemoeienis bereikt doordat Hij Jezus heeft gezonden, die hoewel Hij door zijn eigen volk is verworpen, door God is bestemd om een vrijspraak te bieden die niet op grond van de wet van Mozes verkregen kan worden.
Aanvankelijk is een groot deel van de Joodse gemeenschap positief over de prediking van Paulus en Barnabas. Ze worden dan ook uitgenodigd om de volgende sabbat opnieuw hierover te komen spreken. Het omslagpunt wordt benoemd in 13,44-45. Vers 44 beschrijft dat op die volgende sabbat bijna de hele stad bijeenkwam om naar het woord van de Heer te luisteren. In vers 45 horen we dan waardoor de weerstand in de Joodse gemeenschap gewekt wordt: ‘Bij het zien van de mensenmenigte werden de Joden jaloers en begonnen ze de woorden van Paulus in een kwaad daglicht te stellen.’
In vers 46 volgt het moment waarop de zich uitbreidende beweging van het machtsbereik van God zich voortzet naar de volkeren. Paulus benoemt uitdrukkelijk Israël zelf als het beginpunt van de beweging die God heeft ingezet. De boodschap van God richt zich het eerst op Israël, maar nu bij de afwijzing daarvan door Israël gaat Gods beweging door naar de andere volken.
Als reden voor deze wending haalt Paulus woorden aan van de profeet Jesaja, woorden die klinken wanneer de profeet als het ware over de Babylonische ballingschap heen kijkt naar de toekomst van Israël: ‘Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die Ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt’ (Jes. 49,6). Met deze woorden geeft Paulus aan dat het heil uit de Joden is. Anders gezegd: de Geest is uit de fles.
Worsteling
De woorden van Paulus hebben in de christelijke theologie een dubbelzinnige klank gekregen, alsof de kerk het nieuwe Israël is, alsof de kerk in de plaats is gekomen van Israël. We zien dan uit deze woorden de gruwelijke afgrond van christelijk geïnspireerd antisemitisme opdoemen.
Als Paulus Jesaja aanhaalt, dan zegt hij inderdaad zoveel als dat het heil uit de Joden is, maar in de zin dat het bij Israël begint. Daar ligt het begin van ons heil, bij Israël in de letterlijke betekenis van die naam: ‘de mens die worstelt met God’. Uit die worsteling komt ons heil voort. De zich uitbreidende beweging van het machtsbereik van God beweegt zich uit Israël naar de rafelranden van de wereld, als een beweging die zijn oorsprong vindt in de bestemming die God met Israël, met ‘de mens die worstelt met God’, voor ogen heeft.
De betekenis van die naam, de mens die worstelt met God, kunnen we voor ons eigen heil ook maar beter van toepassing laten zijn op de kerk. Hoe vaak heeft de kerk zich in haar historische gestalten niet een tegenstrever van de beweging van God getoond? Een hoopvolle gedachte daarbij zou kunnen zijn, dat de Geest ook onze worsteling met God gebruikt om de wereld te bereiken. Waarmee we als kerk zijn opgenomen in de bestemming van Israël.
Deze exegese is opgesteld door Trinus Hoekstra.